3-102

3-102

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 17 MAART 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie, aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Mobiliteit over «de betrouwbaarheid van de alcoholtest bij verkeersongevallen» (nr. 3-624)

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Cheffert aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de Casier-Delaunois-methode» (nr. 3-627)

De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Recent onderzoek doet twijfels rijzen over de betrouwbaarheid van de test die alcoholintoxicatie bij verkeersongevallen meet. De Casier-Delaunois-methode, die al sinds 1959 in ons land wordt gebruikt, zou twee gebreken vertonen. Het zou te moeilijk zijn om een bepaalde graad van intoxicatie nauwkeurig vast te stellen, waardoor het resultaat vaak onder 0,5 pro mille blijft. Bovendien zouden andere stoffen in het bloed, zoals methanol en aceton, niet juist worden verrekend. Hierdoor zou de test een positief resultaat geven, terwijl de uitslag op basis van nieuwe testen die in Frankrijk en Duitsland werden gebruikt, negatief zou zijn.

Acht de minister het niet raadzaam om de nieuwe methode op korte termijn wettelijk te laten erkennen, nu blijkt dat de oude methode niet nauwkeurig is?

M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Je n'ai pas l'intention de répéter ce qu'a dit M. Vandenberghe mais je tenterai de compléter l'information. À l'heure actuelle, nous ne disposons, pour les tests d'alcoolémie par prise de sang, que d'une seule méthode d'évaluation reconnue légalement, à savoir la méthode Casier-Delaunois. Celle-ci, en vigueur dans notre pays depuis l'arrêté royal du 10 juin 1959, est le seul instrument juridique dont nous disposions en la matière.

De plus en plus, les spécialistes critiquent cette méthode, notamment pour les taux d'alcoolémie marginaux, proches de 0,5 grammes par litre de sang, qui risquent d'entraîner une condamnation ou non selon qu'on dépasse ou non ce taux. Par contre, pour un taux d'alcoolémie de 2,5 grammes, une erreur qui peut aller jusqu'à 25% selon les spécialistes ne changera évidemment pas grand-chose. Bien qu'il existe d'autres méthode beaucoup plus fiables que la méthode Casier-Delaunois, celle-ci est la seule qui soit actuellement agréée dans notre pays. Voici ses principaux défauts. Premièrement, sa prévision varie en fonction de l'opérateur, donc du laboratoire. Deuxièmement, ses résultats peuvent être influencés par d'autres substances présentes occasionnellement dans le sang. Troisièmement, certains éléments présents en permanence dans le sang exercent une influence sur le taux d'alcoolémie. Ainsi, selon cette méthode, un fumeur a d'office un taux d'alcoolémie proche de 0,2%. Conclusion : si l'on fume et que l'on boit un verre de vin, il ne faut plus conduire.

D'autres méthodes ont été mises en évidence en Allemagne et en France, parmi lesquelles la chromatographie en phase gazeuse qui est plus sûre et permet d'éviter les variations de 5 à 25% déjà évoquées et dont l'impact est énorme lorsque le taux d'alcoolémie est proche de 0,5% : condamnation ou non, retrait du permis de conduire sans oublier les conséquences civiles. Il faut savoir qu'en cas d'accident, contrairement à l'assurance RC, l'assurance omnium n'intervient pas dès qu'il y a alcoolémie. Il est temps de se pencher sérieusement sur la question et de vérifier si la méthode Casier-Delaunois n'est pas définitivement révolue, d'autant qu'il en existe d'autres qui ont fait leurs preuves et qui sont beaucoup fiables. La ministre de la Justice envisage-t-elle d'agréer ces autres méthodes et dans quel délai ?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het onderzoek waarvan de heer Vandenberghe melding maakt, werd uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid van de FOD Volksgezondheid. Het was een kwaliteitsevaluatie van alcoholbepaling in bloed.

Men mag het gevaar van onterechte bestraffing, dat de heer Vandenberghe vermeldt, zeker niet overdrijven. Een bloedproef wordt immers maar in een zeer beperkt aantal gevallen uitgevoerd. Bovendien is de in de wet voorgeschreven methode om het alcoholgehalte in bloed te bepalen, de reeds vermelde Casier-Delaunois-methode, volgens dit onderzoek slechts iets minder betrouwbaar bij lage concentraties, concentraties van minder dan 0,2 gram alcohol per liter bloed. Ter herinnering: men is pas strafbaar vanaf 0,5 gram alcohol per liter bloed.

Selon cette même étude, un problème peut se poser quand on effectue, en cas de faibles concentrations, un nouveau calcul en tenant compte du facteur du métabolisme - soit la vitesse à laquelle le corps élimine l'alcool - pour déterminer le taux d'alcool au moment des faits.

En cas de plus fortes concentrations d'alcool, la méthode Casier-Delaunois est aussi fiable que d'autres.

La ministre de la Justice demandera à ses services de bien examiner les résultats de cette étude avant de s'exprimer sur la reconnaissance ou non d'une autre méthode. Il faudra aussi tenir compte des réponses à des questions comme celles-ci : Combien de laboratoires sont-ils aujourd'hui prêts à appliquer de nouvelles méthodes ? Quel est éventuellement le coût supplémentaire de l'introduction des nouvelles méthodes ?

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dat de Casier-Delaunois-methode slechts in bepaalde gevallen tot afwijkingen leidt, is op zich natuurlijk niet beslissend. Als op uw proces-verbaal ten onrechte meer dan 0,5 promille vermeld staat, dan verdrinkt u, zoals de journalist van Godfried Bomans, in een rivier met een gemiddelde diepte van één meter. Voor de uitzondering moeten we dus ook oog hebben.

Ik kijk in elk geval met spanning uit naar de verdere evaluatie en dring aan op een modernisering van de meetmethodes voor alcohol in het bloed.

M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Je n'ai pas de question complémentaire à formuler car je rejoins les observations et interrogations de M. Vandenberghe.

Mme la ministre de la Justice n'étant pas présente, je crois inutile d'interroger plus avant M. le ministre Demotte.