3-450/11 | 3-450/11 |
2 FEBRUARI 2005
Art. 262
Paragraaf 3 van dit artikel wijzigen als volgt :
A. De aanhef van het eerste lid doen luiden als volgt : « Een afschrift van het dossier wordt gedurende de laatste werkdag »;
B. Het tweede lid doen vervallen.
Verantwoording
A. Krachtens artikel 137, 3e lid, moet het origineel van het dossier bij de onderzoeksrechter blijven. Alleen een afschrift ervan moet ter beschikking gesteld worden van de inverdenkinggestelde.
B. De eensluidendverklaring verhoogt de werklast voor de griffie te veel (cf. Advies Cassatie; advies van de Raad van State, blz. 73).
Art. 263
In het tweede lid van dit artikel de woorden « van de procureur des Konings » vervangen door de woorden « van het openbaar ministerie ».
Verantwoording
De woorden « openbaar ministerie » zijn hier op hun plaats omdat zij ook van toepassing zijn op het geval waarin de federale procureur naar de raadkamer wordt ontboden of de samenvattende ondervragingen bijwoont (Advies BVOR).
Art. 263
Dit artikel wijzigen als volgt :
A. De aanhef van het derde lid doen luiden als volgt : « Een afschrift van het dossier wordt gedurende twee dagen »;
B. Het vierde lid doen vervallen.
Verantwoording
A. Krachtens artikel 137, 3e lid, moet het origineel van het dossier bij de onderzoeksrechter blijven. Alleen een afschrift moet ter beschikking gesteld worden van de inverdenkinggestelde.
B. Een eensluidendverklaring brengt te veel nieuwe werklast mee voor de griffie (cf. Advies Cassatie, blz. 31; advies van de Raad van State, blz. 73).
Art. 267
In § 1 van dit artikel de woorden « 418 en 419 » vervangen door de woorden « 418 tot 420bis » en de woorden « en 36 » vervangen door de woorden « 36 en 37bis, § 2 ».
Verantwoording
In § 1 behoort eveneens te worden verwezen naar de artikelen 419bis en 420bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid (Belgisch Staatsblad van 25 februari 2003) alsook naar artikel 37bis, § 2, van de gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer (Advies van de Raad van State, blz. 74; advies Cassatie).
Art. 267
In de Franse tekst van het laatste lid van § 3 van dit artikel het woord « précédent » vervangen door het woord « 1er ».
Verantwoording
Technische verbetering (Advies van de Raad van State, blz. 74; advies Cassatie).
Art. 267
Het laatste lid van § 5 van dit artikel wijzigen als volgt :
A. De woorden « de beschikkingen van de raadkamer en van de kamer van inbeschuldigingstelling » vervangen door de woorden « de beschikkingen van de raadkamer en de arresten van de kamer van inbeschuldigingstelling »;
B. In de Franse tekst het woord « rendues » vervangen door het woord « rendus ».
Verantwoording
Technische correctie.
Art. 271
Paragraaf 2 van dit artikel wijzigen als volgt :
A. In het 5e lid de woorden « Het dossier wordt hun » vervangen door de woorden « Een afschrift van het dossier wordt hun »;
B. Het 6e lid doen vervallen.
Verantwoording
A. Krachtens artikel 137, 3e lid, moet het origineel van het dossier bij de onderzoeksrechter blijven. Alleen een afschrift moet ter beschikking worden gesteld van de inverdenkinggestelde.
B. Een eensluidendverklaring brengt te veel nieuwe werklast mee voor de griffie (cf. Advies Cassatie, blz. 31; advies van de Raad van State, blz. 73).
Art. 272
In het tweede lid van § 3 van dit artikel de woorden « te rekenen van het instellen van het cassatieberoep » vervangen door de woorden « te rekenen vanaf de eerste dag volgend op die van het instellen van het cassatieberoep ».
Verantwoording
De aanvang van de termijnen moet eenvormig worden vastgesteld overeenkomstig artikel 16, § 1 (advies Cassatie).
Art. 274
In het eerste lid van § 1 van dit artikel de woorden « tot een geldboete of » vervangen door de woorden « tot een geldboete of een werkstraf dan wel ».
Verantwoording
Indien de inverdenkinggestelde of de beschuldigde tot een werkstraf wordt veroordeeld moet hij ook onmiddellijk in vrijheid worden gesteld (Advies BVOR).
Art. 285
In dit artikel de woorden « zulks met de datum » vervangen door de woorden « zulks met de plaats en de datum ».
Verantwoording
De akte van rechtsingang zou ook de plaats van de feiten moeten vermelden (advies Cassatie).
Art. 288
In het tweede en het derde lid van dit artikel telkens doen vervallen de woorden « of het ambachtsregister ».
Verantwoording
Het ambachtsregister is afgeschaft door de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen. Het is met andere woorden zo dat alleen het handelsregister nog overblijft als elektronisch repertorium van de Kruispuntbank van ondernemingen en het is in dat repertorium dat de ambachtelijke bedrijven voortaan geregistreerd worden (advies van de Raad van State, blz. 76; advies Cassatie).
Art. 289
Aan dit artikel een nieuw lid toevoegen luidende :
« Indien de beklaagde in hechtenis is, moet hij voor de rechter worden gebracht en op tegenspraak worden berecht ».
Verantwoording
De tekst van dit amendement wordt voorgesteld door het Hof van Cassatie en houdt rekening met het geval dat de beklaagde in hechtenis is. Tevens wil hij voorkomen dat een en dezelfde zaak uit elkaar wordt getrokken en opnieuw wordt behandeld wanneer er verschillende beklaagden zijn alsook dat de werkdruk voor het gerecht te veel toeneemt.
Art. 290
In het laatste lid van dit artikel de aanhef van de eerste volzin doen luiden als volgt :
« Onverminderd het bepaalde in artikel 7, § 2, en in artikel 234, § 5, indien een van de partijen ».
Verantwoording
Hier moet duidelijk verwezen worden naar het verweermiddel van de nietigheid van openbare orde die door de rechter ambtshalve kan worden uitgesproken en in elke stand van de rechtspleging worden aangevoerd, zelfs voor de eerste keer voor het Hof van Cassatie (zie Advies BVOR en Advies Raad van State, blz. 76). Er moet eveneens uitdrukkelijk voorbehoud worden gemaakt voor de in artikel 234, § 5, behandelde zuivering van nietigheden.
Art. 297
De aanhef van het tweede lid van dit artikel doen luiden als volgt : « De niet verschenen getuige kan, op vordering van het openbaar ministerie, door de rechtbank waarvoor hij moest verschijnen, worden veroordeeld tot geldboete ».
Verantwoording
Er hoeft geen automatische sanctie te komen, noch hoeft men te kiezen voor de regeling inzake niet-verschijnende deskundigen (artikel 298) (advies BVOR).
Art. 297
Dit artikel wijzigen als volgt :
A. In het vijfde lid doen vervallen de woorden « door tussenkomst van de voorzitter »;
B. Voor het laatste lid een nieuw lid invoegen luidende : « De ondervragingen vinden plaats door tussenkomst van de voorzitter ».
Verantwoording
Dit amendement wil in een algemene bepaling opnemen wat de commentaar op die bepaling vermeldt en wat alleen geldt wanneer de partijen elkaar ondervragen, te weten dat de ondervragingen steeds door tussenkomst van de voorzitter plaatsvinden. De partijen stellen hun vragen dus niet rechtstreeks aan de getuigen of aan de andere partijen zoals in de Angelsaksische procedure. Een dergelijke precisering blijkt nodig om foute interpretaties te vermijden (zie interpretatie van het Hof van Cassatie in zijn advies).
Art. 303
In het vierde en het vijfde lid van dit artikel de woorden « ten gronde » telkens vervangen door de woorden « omtrent de straf en omtrent burgerrechtelijk herstel ».
Verantwoording
Technische verbetering (Advies van de Raad van State, blz. 79, advies OBFG).
Art. 303
In de Franse tekst van het vierde lid van dit artikel het woord « accusés » vervangen door het woord « prévenus ».
Verantwoording
Technische verbetering.
Art. 318
Dit artikel vervangen als volgt :
« Onder voorbehoud van artikel 332 wat de politierechtbank betreft, deelt de griffier aan het openbaar ministerie en aan elk van de op de zitting aanwezige of vertegenwoordigde partijen een afschrift van het vonnis mee zodra het is uitgesproken.
Dit afschrift wordt op de griffie ter beschikking gehouden van de partijen en van hun advocaten wanneer zij op de zitting niet aanwezig noch vertegenwoordigd waren.
Dit vormvoorschrift wordt niet voorgeschreven op straffe van nietigheid en heeft geen invloed op de termijn voor de aanwending van rechtsmiddelen. »
Verantwoording
Dit amendement vervangt de voorgestelde regeling, waarbij het afschrift van het vonnis binnen vijf dagen wordt verzonden, door een andere regeling die de OBFG voorstelt en die heel wat minder mensen en materiaal nodig heeft : het afschrift van het vonnis wordt bij de uitspraak afgegeven eventueel na ondertekening van een register of van het zittingsblad bij wijze van ontvangstbewijs.
Het werk van de griffie wordt er lichter door en er zijn geen portkosten te betalen.
Een afschrift wordt ter beschikking gehouden van de partijen die ter zitting niet aanwezig noch vertegenwoordigd waren.
Art. 332
In dit artikel de woorden « In afwijking van artikel 318 wordt het afschrift van het vonnis niet toegezonden » vervangen door de woorden « Artikel 318 is niet van toepassing ».
Verantwoording
Zie verantwoording van amendement nr. 331 op artikel 318.
| Clotilde NYSSENS. |