3-1065/1 | 3-1065/1 |
28 FEBRUARI 2005
Onlangs heeft de meerderheid van de Belgische parlementsleden haar steun betuigd aan de Republiek verkozen uit de Iraanse Nationale Raad van Verzet, die ijvert voor de democratie, de scheiding van Kerk en Staat en het pluralisme in Iran. In heel Europa hebben een duizendtal parlementsleden zich aangesloten bij de oproep om de OMPI (Organisatie van de Mujahedin van het Iraanse Volk) van de lijst van terroristische organisaties van de EU te halen. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar in Irak hebben eens te meer de OMPI vrijgepleit en aangetoond dat het aanmerken van het Iraans verzet als terrorisme, de strijd tegen de werkelijke terroristen alleen maar ondergraaft. Het is duidelijk dat niet de OMPI een gevaar vormt, maar wel de ontwikkeling van kernwapens in Iran en de hachelijke toestand van de mensenrechten aldaar.
| Staf NIMMEGEERS. Patrik VANKRUNKELSVEN. Pierre GALAND. Sabine de BETHUNE. Christian BROTCORNE. Lionel VANDENBERGHE. |
De Senaat,
A. gelet op de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Iran en het verslag van het voorzitterschap van de EU van 18 juni 2004;
B. gelet op de openbare terechtstelling in augustus 2004 van een meisje van 16 jaar;
C. gelet op de terdoodveroordeling in september 2004 van drie adolescenten;
D. gelet op de schijnvertoning tijdens de verkiezingen van februari 2004 waarbij 2000 kandidaten verwijderd werden;
E. vaststellend dat vrije verkiezingen het Iraanse volk ontzegd worden en dat de werkelijke oppositiepartijen en -kandidaten niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen;
F. gelet op de oproep van mevrouw Maryam Radjavi, voorzitter van de Republiek verkozen uit de Iraanse Nationale Raad van Verzet, om een referendum te houden onder toezicht van de Verenigde Naties;
G. vaststellend dat ieder vreedzaam protest met geweld is onderdrukt;
H. vaststellend dat de paramilitairen en de wachters van de revolutie in Iran voortaan de sleutelposities, zoals het bestuur van de Staatsomroep, in handen hebben, en dat meer dan 70 leden van de nieuwe Majlis (parlement) leden of commandanten zijn van de wachters van de revolutie;
I. gelet op de verklaring van de Iraanse regering dat zij opnieuw onderdelen voor nucleaire centrifuges zal vervaardigen en dat het IAEA voortdurend te kampen heeft met een gebrek aan samenwerking met de inspecteurs;
J. gelet op het gewelddadig optreden van terroristen uit Iran op Iraaks grondgebied;
K. vaststellend dat het voornaamste doel van de lijst van terroristische organisaties van de EU erin bestaat het internationaal terrorisme te bestrijden en het geweld tegen onschuldige bevolkingsgroepen en burgers te voorkomen;
L. gelet op de verklaring van 305 Britse parlementsleden in januari 2004 dat « steun verlenen aan de Mujahedin deel uitmaakt van onze strijd tegen het terrorisme »;
M. gelet op de gemeenschappelijke verklaring van 120 europarlementsleden op 27 april 2004 dat « men moeilijk de strijd tegen een terroristisch bewind dat tienduizenden politieke gevangenen heeft omgebracht als terrorisme kan aanmerken. De OMPI heeft opgeroepen tot vrije verkiezingen onder toezicht van de VN, wat Teheran resoluut heeft afgewezen »;
N. vaststellend dat de OMPI gekant is tegen het fundamentalisme en dat het terrorisme in de wereld van vandaag voortkomt uit het fundamentalisme;
O. vaststellend dat deze aanmerking van de OMPI deel uitmaakt van een al te inschikkelijk beleid ten opzichte van het regime van de mollahs onder het Spaanse voorzitterschap en dat de Spaanse ambassadeur in Teheran in een interview met de krant Entekhab verklaard heeft dat « wij de OMPI op de lijst van terroristische organisaties geplaatst hebben op vraag van de Iraanse regering »;
P. vaststellend dat het opnemen van de OMPI in de lijsten van terroristische organisaties van de EU en de Verenigde Staten niet voortkomt uit een gerechtelijke procedure;
Q. gelet op de stopzetting van iedere militaire activiteit van de OMPI in Iran sinds juli 2001;
R. vaststellend dat de OMPI in mei 2003 vrijwillig al haar wapens aan het Amerikaanse leger in Irak heeft overgedragen;
S. gelet op de verklaring van 41 Belgische senatoren op 8 juni 2004 en van 82 Belgische volksvertegenwoordigers op 7 juli 2004, waarin zij oproepen om de OMPI uit de lijst van terroristische organisaties van de EU te halen;
T. gelet op de verklaring van 1000 juristen en advocaten die een wereldwijde oproep gedaan hebben om de OMPI als een wettelijke politieke beweging te erkennen (Le Figaro, 11 juni 2004);
U. vaststellend dat de Verenigde Staten na zestien maanden de Mujahedin die in Achraf, Irak, gelegerd zijn, wettelijk erkend hebben als « personen die vallen onder de Vierde conventie van Genève »;
V. vaststellend dat hoge Amerikaanse gezagsdragers verklaard hebben dat « grondige ondervragingen door verantwoordelijken van het State Department en het FBI geen enkele aanleiding gegeven hebben om ook maar één lid van de groep in beschuldiging te stellen » (New York Times, 27 juli 2004);
W. gelet op de betoging van duizenden Iraniërs in Brussel op 3 september 2004, die opriepen om de OMPI van de lijst van terroristische organisaties te halen;
vraagt de regering :
1. haar bezorgdheid te uiten over de aanhoudende pogingen van Teheran om kernwapens te vervaardigen en zijn beleid van verspreiding van het moslimfundamentalisme naar andere landen in de regio, waaronder Irak, te veroordelen;
2. haar steun te betuigen aan de strijd van vrouwen tegen de onderdrukking door fundamentalisten in Iran;
3. druk uit te oefenen op de Iraanse regering inzake het waarborgen van de politieke vrijheden en de vrijheid van meningsuiting in het land;
4. haar huidig beleid ten opzichte van Iran te herzien en in het kader van de EU in het bijzonder te pleiten voor de onmiddellijke verwijdering van de OMPI uit de lijst van terroristische organisaties;
5. de dialoog, die in december 2002 is opgestart, te intensifiëren wat betreft de samenwerking van Iran op het vlak van de mensenrechten en de invoering, maar vooral de ratificatie, van de aanbevelingen inzake de vrije toegang voor internationale waarnemers en internationale NGO's; de burgerrechten en politieke vrijheden; de hervorming van het gerecht; het voorkomen en de veroordeling van folterpraktijken; de vrouwendiscriminatie en het gevangeniswezen.
23 december 2004.
| Staf NIMMEGEERS. Patrik VANKRUNKELSVEN. Pierre GALAND. Sabine de BETHUNE. Christian BROTCORNE. Lionel VANDENBERGHE. |