3-450/9

3-450/9

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

15 DECEMBER 2004


Wetsvoorstel houdende het Wetboek van strafprocesrecht


AMENDEMENTEN


Nr. 207 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 211

Dit artikel wijzigen als volgt :

a) In het derde lid de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».

b) In het zevende lid de woorden « benadeelde persoon » vervangen door de woorden « persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd ».

Verantwoording

a) De uitdrukkingen « benadeelde partij » en « benadeelde persoon » worden in het voorstel door elkaar gebruikt. Soms heerst er verwarring. Dat is het geval voor de formulering van artikel 211, welke die van artikel 39 over de verklaring van benadeelde persoon moet overnemen.

b) De mogelijkheid om het onderzoeksdossier in te kijken bestaat voor de persoon die de verklaring van benadeelde persoon bedoeld in artikel 39 heeft afgelegd maar niet voor elke « benadeelde persoon ».

Nr. 208 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 227

In § 1, zesde lid van dit artikel, de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».

Verantwoording

De uitdrukkingen « benadeelde partij » en « benadeelde persoon » worden in het voorstel door elkaar gebruikt. Soms heerst er verwarring. Dat is het geval voor de formulering van artikel 227, welke die van artikel 39 over de verklaring van benadeelde persoon moet overnemen.

Nr. 209 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 236

In dit artikel de woorden « benadeelde persoon » vervangen door de woorden « persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd ».

Verantwoording

In het raam van de procedure voor de kamer van inbeschuldigingstelling is sprake van de persoon die de verklaring van benadeelde persoon bedoeld in artikel 39 heeft afgelegd maar niet van elke « benadeelde persoon ».

Nr. 210 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 282

In het eerste lid van dit artikel, de woorden « benadeelde persoon » vervangen door de woorden « persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd ».

Verantwoording

Naast het slachtoffer in de ruime zin (dat geen verklaring van benadeelde persoon zou hebben afgelegd), de burgerlijke partij, de beklaagde, de civielrechtelijk aansprakelijke partij en de getuigen, slaat die bepaling op de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd. Het amendement neemt de lezing van artikel 39 over.

Nr. 211 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 325

In het 2º van dit artikel de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».

Verantwoording

Dit amendement sluit aan bij amendement nr. 143 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw Nathalie de T'Serclaes, dat het vierde lid van artikel 19 wijzigt door « benadeelde partij » te vervangen door « benadeelde persoon ». Artikel 325, dat over de aanhangigmaking bij de politierechtbank gaat, moet op dezelfde wijze worden geformuleerd als artikel 19, dat deel uitmaakt van de algemene bepalingen over de strafvordering.

Nr. 212 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 335

In het 2º van dit artikel de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».

Verantwoording

Dit amendement sluit aan bij amendement nr. 143 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw Nathalie de T' Serclaes, dat het vierde lid van artikel 19 wijzigt door « benadeelde partij » te vervangen door « benadeelde persoon ». Artikel 335, dat over de aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank gaat, moet op dezelfde wijze worden geformuleerd als artikel 19, dat deel uitmaakt van de algemene bepalingen over de strafvordering.

Nathalie de T' SERCLAES.

Nr. 213 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 103

In het eerste streepje van het eerste lid van dit artikel na de woorden « de procureurs des Konings », invoegen de woorden « de arbeidsauditeurs ».

Verantwoording

Advies van de Raad van State (stuk Senaat, nr. 3-450/4, blz. 32).

Nr. 214 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 103

In het eerste streepje van het eerste lid van dit artikel de woorden « hetzij uit een lijst van deskundigen die jaarlijks door de hoven van beroep wordt opgesteld » vervangen door de woorden « hetzij uit een nationale lijst van deskundigen, samengesteld op basis van lijsten van deskundigen die jaarlijks door de hoven van beroep worden opgesteld ».

Verantwoording

In zijn Aanbeveling betreffende het deskundigenonderzoek in strafzaken en in sociale zaken van 14 maart 2003 beveelt de Hoge Raad voor de Justitie de samenstelling van nationale lijsten aan om verschillende redenen. In de eerste plaats kunnen de deskundigen zo buiten het gerechtelijk arrondissement of het rechtsgebied van het hof van beroep van hun woonplaats optreden, zodat zij van deskundigenonderzoek hun hoofdactiviteit kunnen maken. Daarnaast is dat eveneens te verantwoorden door het gering aantal deskundigen in enkele bijzondere specialismen. Ten slotte dragen nationale lijsten ook bij tot het oplossen van het probleem dat in sommige arrondissementen de lokale deskundigen overbelast zijn (bijvoorbeeld de wetsdokters in Brussel). Binnen die nationale lijsten kan een verdeling gemaakt worden van de deskundigen per gerechtelijk arrondissement of per rechtsgebied van hof van beroep zodat de magistraten bij voorkeur — bij gelijkwaardige competentie van de deskundigen — een deskundige kunnen aanstellen afkomstig uit een geografisch dichterbij gelegen gebied om nodeloze verplaatsingskosten te vermijden.

Nr. 215 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 103

In het eerste lid van dit artikel na het eerste streepje een nieuw lid invoegen, luidende :

« Deze lijsten bevatten deskundigen op alle vakgebieden, die beantwoorden aan de deontologische criteria, wier opleiding en ervaring aangepast is aan de voorliggende taak en die een degelijke kennis hebben van de toepassing van de procedures inzake het deskundigenonderzoek. De deskundigen moeten ofwel erkend zijn door een erkende beroepsorganisatie en kunnen aantonen dat zij een specifieke opleiding inzake gerechtelijk deskundigenonderzoek hebben gevolgd, ofwel beschikken over een certificatie uitgereikt door een onafhankelijke, bij wege van het Belcert-systeem geaccrediteerde certificatie-instelling, als bedoeld in het koninklijk besluit van 6 september 1993 ter uitvoering van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria. Deze lijsten worden goedgekeurd door de Hoge Raad voor de Justitie. ».

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe te voorkomen dat iemand het beroep van deskundige uitoefent, of de beroepstitel van deskundige voert — of enige ander titel die kan laten uitschijnen dat hij het beroep van deskundige uitoefent — zonder dat zijn bekwaamheden zijn gecertificeerd door een bij wege van het Belcert-systeem geaccrediteerde instelling.

De deskundigen op de lijsten van de rechtscolleges moeten ofwel erkend zijn door een erkende beroepsvereniging (zoals Febex), ofwel een certificatie hebben verkregen van een onafhankelijke, geaccrediteerde certificatie-instelling (zoals Eurocertice). De lijsten van deskundigen worden gecontroleerd door de Hoge Raad voor de Justitie.

De afgifte van een certificaat aan een deskundige bewijst dat uit het gevoerde onderzoek is gebleken dat de persoon in kwestie met betrekking tot de uitgeoefende activiteiten extra waarborgen biedt inzake bekwaamheid en ervaring. Een certificaat van Eurocertice bijvoorbeeld is in de tijd beperkt en kan om de vijf jaar worden vernieuwd. De kandidaat die een certificatieverzoek indient, moet kunnen aantonen dat hij minstens vijf jaar ervaring heeft in de vakgebieden waarvoor hij een certificatie vraagt, dat hij met betrekking tot de te certificeren activiteiten een door Eurocertice erkende basisopleiding heeft gevolgd en dat hij zich permanent bijschoolt met betrekking tot het desbetreffende vakgebied en de te certificeren activiteiten. De kandidaat moet er zich ook toe verbinden dat hij de deontologische regels zal naleven.

In België staat Belcert in voor de accreditatie van de certificatie-instellingen. Het Belcert-systeem is geregeld bij het koninklijk besluit van 6 september 1993 ter uitvoering van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria.

Nr. 216 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 104

Het tweede lid van dit artikel vervangen als volgt :

« De deskundige kan worden gewraakt om de redenen vastgesteld in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.

De vordering tot wraking wordt ingeleid bij een geschrift, dat de middelen bevat en ondertekend wordt door de partij en haar advocaat, en dat aan de procureur des Konings wordt gericht.

Binnen acht dagen na ontvangst van de vordering doet de procureur des Konings uitspraak bij een met redenen omklede beslissing waartegen geen rechtsmiddel openstaat nadat de partijen behoorlijk zijn opgeroepen om hun opmerkingen te horen.

De wraking kan worden verworpen indien de wrakende partij geen bewijs door geschrift of geen begin van bewijs van de wrakingsgronden levert.

Indien de wraking verworpen wordt, mag de deskundige, indien daartoe redenen zijn, schadevergoeding van de partij vorderen. Er kan een geldboete worden geëist wegens kennelijk onontvankelijk verzoek.

Erkent de gewraakte deskundige de feiten waarop zijn wraking gegrond is, of worden die feiten bewezen, dan wordt hem het bevel gegeven zich van de zaak te onthouden. »

Verantwoording

Volgens de Hoge Raad voor de Justitie is het aangewezen te verwijzen naar de hele wrakingsregeling zoals georganiseerd in het Gerechtelijk Wetboek, zodat, onder meer de rechten van de deskundige van wie een van de partijen de wraking vraagt, beter gewaarborgd zouden zijn (bijvoorbeeld het recht op schadevergoeding bij verwerping van het verzoek tot wraking, overeenkomstig artikel 840 van het Gerechtelijk Wetboek). Dit amendement strekt ertoe de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek over wraking van de rechter die ons zinvol leken voor de wraking van de deskundige, toepasselijk te maken op de deskundige. Tevens wordt bepaald dat tegen de beslissing van de procureur des Konings geen rechtsmiddel openstaat.

Nr. 217 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subsidiair amendement op amendement nr. 216)

Art. 104

In het tweede lid van dit artikel de tweede volzin vervangen als volgt : « De procureur des Konings doet uitspraak over de wraking bij een met redenen omklede beslissing waartegen geen rechtsmiddel openstaat. »

Verantwoording

De woorden « neemt een standpunt in » moeten ten minste worden vervangen door de woorden « doet uitspraak » (advies Hof van Cassatie, blz. 15) en er moet worden verduidelijkt dat tegen de beslissing van de procureur des Konings geen rechtsmiddel openstaat.

Nr. 218 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 106

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 106. — § 1. De procureur des Konings deelt aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd, een afschrift van de beslissing mee houdende de aanwijzing van de deskundige, alsook van de beslissingen die de opdracht waarmee hij werd belast, bepalen, wijzigen of uitbreiden.

De deskundige brengt schriftelijk, na beëindiging van de verrichtingen en alvorens zijn verslag en zijn conclusie op te maken, aan de procureur des Konings zijn vaststellingen ter kennis. Deze laatste deelt ze mee aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd en bepaalt de termijn waarover zij beschikken om schriftelijke opmerkingen te formuleren.

§ 2. De procureur des Konings kan bij een met redenen omklede beslissing, waartegen geen beroep kan worden ingesteld, beslissen dat § 1 in zijn geheel of ten dele niet van toepassing is indien de behoeften van het opsporingsonderzoek zich daartegen verzetten, of indien inzage een gevaar oplevert voor personen of een ernstige schending van hun privé-leven inhoudt.

§ 3. De artikelen 979, behalve wat de eedaflegging betreft, 980, 985, eerste lid, en 986 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het deskundigenonderzoek bevolen door de procureur des Konings.

De erelonen en de kosten van het deskundigenonderzoek worden bij koninklijk besluit geregeld. ».

Verantwoording

Het eerste en het laatste lid van het huidige artikel 106 overlappen elkaar. Dit amendement strekt ertoe ze in één enkele bepaling te gieten. Die bepaling, die is opgenomen in § 2, is een uitzondering op het 1º en het 2º, die nu één enkele § 1 vormen, en niet op het 3º, dat nu § 3 vormt en dat over de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek gaat die voortaan van toepassing zijn op het deskundigenonderzoek in strafzaken. Wat die bepalingen betreft, zijn de artikelen 981, eerste lid, en 983 niet van toepassing, aangezien alle documenten via de procureur des Konings passeren; artikel 985, tweede en derde lid, is niet van toepassing, omdat ze over de eed van de deskundige gaan. Verder zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek over de erelonen en de kosten van het deskundigenonderzoek (artikel 981, tweede lid, 982 en 985, vierde lid) niet opgenomen, omdat die aangelegenheid bij koninklijk besluit moet worden geregeld (advies van de Raad van State, blz. 34).

Tevens wordt gepreciseerd dat de procureur des Konings geheel of gedeeltelijk kan afwijken van het beginsel van de tegenspraak, met een met redenen omklede beslissing waartegen geen beroep kan worden ingesteld. Omdat de uitdrukking « de procureur des Konings kan zich verzetten tegen de toepassing van huidig artikel » ondeugdelijk werd geacht (zie advies van het Hof van Cassatie, blz. 17), werd de tekst herschreven.

Nr. 219 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 201

Het voorgestelde tweede lid vervangen als volgt :

« De deskundige kan worden gewraakt om de redenen vastgesteld in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.

De vordering tot wraking wordt ingeleid bij een geschrift, dat de middelen bevat en ondertekend wordt door de partij en haar advocaat, en dat aan de onderzoeksrechter wordt gericht.

Binnen acht dagen na ontvangst van de vordering beslist de onderzoeksrechter met een met redenen omklede beschikking waartegen geen rechtsmiddel openstaat, nadat de partijen werden opgeroepen om hun opmerkingen te tonen.

De wraking kan worden verworpen indien de wrakende partij geen bewijs door geschrift of geen begin van bewijs van de wrakingsgronden levert.

Indien de wraking verworpen wordt, mag de deskundige, indien daartoe redenen zijn, schadevergoeding van de partij vorderen. Er kan een geldboete worden geëist wegens kennelijk onontvankelijk verzoek.

Erkent de gewraakte deskundige de feiten waarop zijn wraking gegrond is, of worden die feiten bewezen, dan wordt hem het bevel gegeven zich van de zaak te onthouden. ».

Verantwoording

Volgens de Hoge Raad voor de Justitie is het aangewezen te verwijzen naar de hele wrakingsregeling, zoals georganiseerd in het Gerechtelijk Wetboek zodat onder meer, de rechten van de deskundige van wie een van de partijen de wraking vraagt, beter gewaarborgd zijn (bijvoorbeeld het recht op schadevergoeding bij verwerping van het verzoek tot wraking, overeenkomstig artikel 840 van het Gerechtelijk Wetboek). Dit amendement strekt ertoe de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek over wraking van de rechter die ons zinvol leken voor de wraking van de deskundige, toepasselijk te maken op de deskundige. Tevens wordt bepaald dat de beschikking van de onderzoeksrechter gemotiveerd moet zijn en dat er geen rechtsmiddel openstaat.

Nr. 220 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subsidiair amendement op amendement nr. 219)

Art. 201

In het tweede lid van dit artikel de tweede volzin vervangen als volgt :

« De wraking wordt beslecht door een met redenen omklede beschikking van de onderzoeksrechter, waartegen geen rechtsmiddel openstaat. ».

Verantwoording

Het amendement strekt ertoe tenminste te preciseren dat de beschikking van de onderzoeksrechter gemotiveerd is en dat er geen rechtsmiddel tegen openstaat.

Nr. 221 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 105

In dit artikel de woorden « De verdachte en de persoon die een verklaring van benadeelde partij heeft afgelegd overhandigen » vervangen door de woorden « Bij toepassing van artikel 106, § 1, overhandigen de verdachte en de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd ».

Verantwoording

Dit amendement verwijst naar het amendement op artikel 106, dat het artikel zo herschrijft dat het beginsel in § 1 is opgenomen en de uitzondering in § 2. Beide amendementen moeten samen worden gelezen.

Overeenkomstig het voorgestelde Wetboek van strafprocesrecht moet het deskundigenonderzoek, zelfs wanneer het in het stadium van het opsporingsonderzoek bevolen wordt, in de mate van het mogelijke op tegenspraak worden georganiseerd.

Slechts wanneer de behoeften van het opsporingsonderzoek het vergen of wanneer de bekendmaking van de beslissing houdende de aanwijzing van een deskundige, alsook van de beslissing die zijn opdracht bepaalt, een gevaar oplevert voor personen of een ernstige schending van hun privé-leven oplevert, hoeft het deskundigenonderzoek niet op tegenspraak te verlopen. In dat geval mogen de verdachte en de benadeelde persoon, die niet op de hoogte zijn van de aanwijzing van de deskundige, de documenten voor de deskundige niet aan de procureur des Konings bezorgen.

Nr. 222 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 106

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 106. — § 1. De procureur des Konings deelt aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd, een afschrift van de beslissing mee houdende de aanwijzing van de deskundige, alsook van de beslissingen die de opdracht waarmee hij werd belast, bepalen, wijzigen of uitbreiden.

De deskundige brengt schriftelijk, na beëindiging van de verrichtingen en alvorens zijn verslag en zijn conclusie op te maken, aan de procureur des Konings zijn vaststellingen ter kennis. Deze laatste deelt ze mee aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd en bepaalt de termijn waarover zij beschikken om schriftelijke opmerkingen te formuleren.

§ 2. De procureur des Konings kan bij een met redenen omklede beslissing, waartegen geen beroep kan worden ingesteld, beslissen dat § 1 in zijn geheel of ten dele niet van toepassing is indien de behoeften van het opsporingsonderzoek zich daartegen verzetten, of indien inzage een gevaar oplevert voor personen of een ernstige schending van hun privé-leven inhoudt.

§ 3. De artikelen 979, behalve wat de eedaflegging betreft, 980, 981, tweede lid, 985, vierde lid, en 986 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op het deskundigenonderzoek bevolen door de procureur des Konings.

De erelonen en de kosten van het deskundigenonderzoek worden bij koninklijk besluit geregeld. ».

Verantwoording

Het eerste en het laatste lid van het huidige artikel 106 overlappen elkaar. Dit amendement strekt ertoe ze in één enkele bepaling te gieten. Die bepaling, die is opgenomen in § 2, is een uitzondering op het 1º en het 2º, die nu één enkele § 1 vormen, en niet op het 3º, dat nu § 3 vormt en dat over de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek gaat die voortaan van toepassing zijn op het deskundigenonderzoek in strafzaken. Wat die bepalingen betreft, zijn de artikelen 981, eerste lid, en 983 niet van toepassing, aangezien alle documenten via de procureur des Konings passeren. Verder zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek over de erelonen en de kosten van het deskundigenonderzoek (artikel 981, tweede lid, 982 en 985, vierde lid) niet opgenomen omdat die aangelegenheid bij koninklijk besluit moet worden geregeld (advies van de Raad van State, blz. 34).

Tevens wordt gepreciseerd dat de procureur des Konings geheel of gedeeltelijk kan afwijken van het beginsel van de tegenspraak, met een met redenen omklede beslissing waartegen geen rechtsmiddel openstaat. Omdat de uitdrukking « de procureur des Konings kan zich verzetten tegen de toepassing van huidig artikel » ondeugdelijk werd geacht (zie advies van het Hof van Cassatie, blz. 17), werd de tekst herschreven.

Nr. 223 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 108

In het laatste lid van de § 6 van dit artikel, de woorden « de vorige artikelen » vervangen door de woorden « de artikelen 110 tot en met 115 ».

Verantwoording

Artikel 108 neemt de bepalingen over van artikel 39bis van het Wetboek van strafvordering. Aangezien de bepalingen betreffende het beslag niet langer voor die bepaling staan, zoals dat wel met artikel 39bis het geval was, moeten zij uitdrukkelijk vermeld worden.

Nr. 224 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 110

In het eerste lid van dit artikel, de woorden « in artikel 42 » vervangen door de woorden « in de artikelen 42 en 43quater ».

Verantwoording

Ook de zaken bedoeld in artikel 43quater van het Strafwetboek dienen te worden vermeld, dat wil zeggen de verdere vermogensvoordelen waarvan wordt vermoed dat ze uit identieke feiten voortspruiten of het vermogen van een criminele organisatie. Die zaken worden wel vermeld in artikel 114, § 2, dat de inbeslagneming bij equivalent betreft (advies van de Raad van State, blz. 36). Paradoxaal genoeg staat de wet de inbeslagneming bij equivalent toe van de verdere vermogensvoordelen waarvan wordt vermoed dat ze uit identieke feiten voortspruiten of van het vermogen van een criminele organisatie, maar niet de rechtstreekse inbeslagneming van dat vermogen. Volgens sommige auteurs is dat te wijten aan een onachtzaamheid van de wetgever, die rechtgezet moet worden.

Nr. 225 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 111

Dit artikel aanvullen als volgt :

« Voor zover mogelijk worden de inbeslaggenomen of overhandigde voorwerpen of documenten in het proces-verbaal geïndividualiseerd. Het proces-verbaal bevat ook de door andere wetsbepalingen voorgeschreven vermeldingen. ».

Verantwoording

Volgens de Raad van State dient het eerste lid van artikel 115 samengevoegd te worden met het eerste lid van artikel 110 alsook het tweede lid van artikel 115 met artikel 111.

Wat het eerste lid van artikel 115 betreft, is het inbeslagnemen van documenten of zaken die tot de overtuiging of tot ontlasting kunnen dienen, eigenlijk al begrepen onder het inbeslagnemen van « alles wat kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen ». Dat hoeft dus niet herhaald te worden.

Wat het tweede lid van artikel 115 betreft, bestaat het nieuwe punt ten opzichte van artikel 111 erin dat het proces-verbaal, naast de inventaris van de inbeslaggenomen voorwerpen en de gevolgde procedure, ook de door andere wetsbepalingen voorgeschreven vermeldingen dient te bevatten. Dat kan worden toegevoegd aan artikel 111.

Nr. 226 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 114

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. Paragraaf 2 wordt artikel 114.

B. In het laatste lid van § 2, worden de woorden « van § 1 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 115 ».

C. Paragraaf 1 wordt artikel 115.

Verantwoording

Overeenkomstig het advies van de Raad van State moeten van de bepalingen enerzijds betreffende het beslag op roerend goed (art. 114, § 2) en anderzijds betreffende het beslag op onroerend goed (art. 114, § 1) afzonderlijke artikelen worden gemaakt.

Nr. 227 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 115

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. Paragraaf 1 doen vervallen.

B. De §§ 2, 3 en 4 te hernummeren tot §§ 1, 2 en 3, van een nieuw artikel 116.

Verantwoording

A. Artikel 115, § 1, is opgenomen in artikel 111 (zie amendement nr. 225).

B. Overeenkomstig het advies van de Raad van State worden de bepalingen inzake beslag onder derden (artikel 115, §§ 2 tot 4) ondergebracht bij een afzonderlijke bepaling (nieuw artikel 116).

Nr. 228 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subsidiair amendement op amendement nr. 227)

Art. 115

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. In de Franse tekst van het tweede lid van de § 1, na de woorden « § 2 », de woorden « ou à l'alinéa premier » invoegen.

B. In de Franse tekst van het laatste lid van de § 2, een komma invoegen na de woorden « § 4 », en in de Nederlandse tekst van deze bepaling de woorden « van de onderzoeksrechter » doen vervallen.

C. In het laatste lid van § 4, de woorden « of de onderzoeksrechter » doen vervallen.

Verantwoording

A. Die wijziging brengt de Franse tekst in overeenstemming met de Nederlandse. In § 1 betreft het een omissie waarop het Hof van Cassatie in zijn advies gewezen heeft (blz. 16).

B. In § 2, derde lid, geeft de komma aan dat niet § 4 van artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bedoeld, maar § 4 van het voorgestelde Wetboek van strafprocesrecht (zie advies Raad van State, blz. 37).

B en C. De onderzoeksrechter moet niet vermeld worden omdat die artikelen opgenomen zijn in het deel van het voorstel betreffende het opsporingsonderzoek en omdat artikel 110 alleen betrekking heeft op de procureur des Konings, de officieren van gerechtelijke politie en de politieambtenaren die door de wet gemachtigd zijn hen te vervangen.

Nr. 229 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 116

In dit artikel tussen het woord « artikelen » en het getal « 242 » invoegen het getal « 75, ».

Verantwoording

Het geval bedoeld in artikel 75, te weten de dwang uitgeoefend tegen een persoon die geen gevolg geeft aan een oproeping door een officier van gerechtelijke politie, moet worden toegevoegd (advies van de Raad van State, blz. 38).

Nr. 230 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 117

De woorden « alle leden van de gerechtelijke politie » vervangen door de woorden « alle personen die een ambt van gerechtelijke politie uitoefenen en die bedoeld worden in de artikelen 61, § 1, eerste lid, en 73 ».

Verantwoording

Technische precisering.

Nr. 231 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 118

De woorden « alle leden van de gerechtelijke politie » vervangen door de woorden « alle personen die een ambt van gerechtelijke politie uitoefenen en die bedoeld worden in de artikelen 61, § 1, eerste lid, en 73 ».

Verantwoording

Technische precisering.

Nr. 232 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 119

Het 5º van dit artikel vervangen als volgt :

« 5º dat van het proces-verbaal lezing is gegeven aan de comparanten, of dat zij hebben gevraagd dat het hun wordt voorgelezen, dat zij hun verklaring bevestigen en dat zij die hebben ondertekend. Indien een comparant weigert enige verklaring af te leggen, deze niet kan of niet wil ondertekenen, wordt bovendien melding gemaakt van de redenen die hij daarvoor aanvoert. »

Verantwoording

Afstemming op artikel 76, 3º.

Nr. 233 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 123

In § 7 van dit artikel het woord « drie » vervangen door het woord « zes ».

Verantwoording

De termijn waarbinnen de verzoeker geen verzoekschrift met hetzelfde onderwerp mag toezenden of neerleggen, moet worden verlengd.

Nr. 234 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 124

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. In het eerste lid na het woord « ondervraagd », de woorden « over eenzelfde feit » invoegen;

B. Eveneens in het eerste lid de woorden « openbaar ministerie » vervangen door het woord « parket »;

C. In het tweede lid de woorden « binnen de twee maanden te rekenen van de neerlegging » vervangen door de woorden « binnen twee maanden na het ontvangen »;

D. In het laatste lid, na het woord « termijn » invoegen de woorden « of indien het antwoord van de procureur des Konings bevestigend is en de persoon ervan verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd dat strafbaar is met gevangenisstraf van ten minste een jaar »;

E. Een nieuw lid toevoegen, luidende : « Een negatief antwoord van de procureur des Konings binnen de daartoe gestelde termijn bindt deze laatste niet voor de toekomst ».

Verantwoording

A. Duidelijk moet zijn dat het gaat om verschillende ondervragingen over hetzelfde feit.

B. Technische opmerking van de Raad van State, blz. 42.

C. Technische opmerking van de Raad van State, blz. 42.

D. Te preciseren is dat de aanvrager niet alleen de rechten geniet die zijn voorgeschreven bij de artikelen 125 en 126 wanneer het antwoord uitblijft maar ook wanneer het antwoord bevestigend is (antwoord op het bezwaar van de Raad van State, blz. 40). Bovendien kan de persoon die rechten slechts genieten indien hij ervan verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarop een gevangenisstraf van ten minste een jaar staat, zoals artikel 125 aangeeft (antwoord op het bezwaar van de Raad van State, blz. 41, 3º).

E. Die toevoeging impliceert dat de procureur des Konings de ondervragingen kan voortzetten en hun aantal opvoeren, zelfs na een negatief antwoord. In dat geval kan de persoon opnieuw aan de procureur des Konings vragen of hij verdacht wordt (antwoord op het bezwaar van de Raad van State, advies, blz. 41, 5º).

Nr. 235 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 125

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. In § 2 de woorden « openbaar ministerie » vervangen door het woord « parket »;

B. In § 4 de woorden « openbaar ministerie » vervangen door het woord « parket ».

Verantwoording

Technische verbetering op advies van de Raad van State.

Nr. 236 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 125

In § 6 van dit artikel het woord « drie » vervangen door het woord « zes ».

Verantwoording

De termijn waarbinnen de verzoeker geen verzoekschrift met hetzelfde onderwerp mag toezenden of neerleggen, moet verlengd worden.

Nr. 237 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 126

In § 2 van dit artikel de woorden « openbaar ministerie » vervangen door het woord « parket ».

Verantwoording

Technische verbetering op advies van de Raad van State.

Nr. 238 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 126

In § 5 van dit artikel het woord « drie » vervangen door het woord « zes ».

Verantwoording

De termijn waarbinnen de verzoeker geen verzoekschrift met hetzelfde onderwerp mag toezenden of neerleggen, moet worden verlengd.

Nr. 239 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 128

In de Franse tekst van dit artikel de woorden « dans les formes suivant les règles déterminées dans le présent Code » vervangen door de woorden « dans les formes prescrites par les dispositions du présent Code ».

Verantwoording

Taalkundige correctie.

Nr. 240 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 130

In het eerste lid van dit artikel de woorden « of door de strafvordering in te stellen. » vervangen door de woorden « of door het instellen van de strafvordering bij wege van een rechtstreekse dagvaarding. ».

Verantwoording

Technische precisering.

Nr. 241 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 130

De eerste volzin van het tweede lid van dit artikel vervangen als volgt :

« Alvorens de persoon, die ervan wordt verdacht het strafbaar feit te hebben gepleegd, rechtstreeks voor de correctionele rechtbank te dagvaarden stelt de procureur des Konings deze laatste alsook de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd, alsook alle personen die door het strafbaar feit nadeel hebben geleden, daarvan in kennis. »

Verantwoording

Naast een correctere, nieuwe formulering (advies van de Raad van State, blz. 44), strekt het amendement ertoe dat het parket niet alleen de verdachte en de benadeelde persoon, maar ook alle personen die door het strafbaar feit nadeel hebben geleden, op de hoogte brengt van zijn bedoeling de vervolging voor de correctionele rechtbank op gang te brengen en van de mogelijkheid voor hen om het dossier te raadplegen en om te verzoeken bijkomende opsporingshandelingen te verrichten (advies van de Hoge Raad voor de Justitie, blz. 19).

Nr. 242 VAN MEVROUW NYSSENS

Titel II

In de Franse tekst, in het opschrift het woord « préparatoire » doen vervallen.

Hoofdstuk I

In de Franse tekst, in het opschrift het woord « préparatoire » doen vervallen.

Verantwoording

De terminologie moet eenvormig zijn. Nu eens is er sprake van « instruction », dan weer van « instruction préparatoire ».

Nr. 243 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 132

Dit artikel aanvullen als volgt :

« De onderzoeksrechter stelt de procureur des Konings en de federale procureur, of in de gevallen waarin hij de strafvordering uitoefent uitsluitend de federale procureur, onmiddellijk in kennis van de informatie en inlichtingen die hij in de loop van het gerechtelijk onderzoek heeft verkregen en die wijzen op een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de openbare veiligheid en de volksgezondheid. ».

Verantwoording

Die toevoeging is een logisch gevolg van het aannemen van de wet van 21 juni 2001 tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket, die in werking is getreden op 21 mei 2002 (advies van procureur-generaal Y. Liégeois, 15 juli 2003, blz. 496), alsook van de wet tot wijziging van artikel 56 van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 244 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 57

In § 1, derde lid van dit artikel de woorden « het hoofd van de politie » vervangen door de woorden « de korpschef van de lokale politie ».

Verantwoording

Technisch amendement op suggestie van de Raad van State (blz. 46).

Nr. 245 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 114

(Subsidiair amendement op amendement nr. 226)

In § 1, derde lid van dit artikel de woorden « of onderzoeksrechter » doen vervallen.

Verantwoording

Er mag geen melding worden gemaakt van de onderzoeksrechter aangezien de artikelen zich in het gedeelte van het voorstel bevinden dat over het opsporingsonderzoek handelt en artikel 110 vermeldt alleen de procureur des Konings, de officieren van gerechtelijke politie, alsook de politieambtenaren die door de wet gemachtigd zijn hen te vervangen.

Clotilde NYSSENS.

Nr. 246 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 103

In het tweede lid van dit artikel het woord « en » vervangen door het woord « of ».

Verantwoording

In zijn nota wijst de werkgroep van het Hof van Cassatie erop dat door het gebruik van het voegwoord « en » de wetgever de cumulatieve eerbiediging van twee voorwaarden lijkt te willen opleggen, met name de dringende noodzakelijkheid en de omstandigheid dat geen enkele, in het eerste lid bedoelde persoon de opdracht van deskundige kan vervullen. Die twee voorwaarden verwijzen echter kennelijk naar twee verschillende gevallen. Zoals de toelichting dat ook doet, strekt dit amendement ertoe « en » te vervangen door « of ».

Nr. 247 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 104

In het tweede lid van dit artikel de woorden « neemt bij een met redenen omklede beslissing een standpunt in » vervangen door de woorden « doet bij een met redenen omklede beslissing uitspraak ».

Verantwoording

De werkgroep van het Hof van Cassatie stelt die formulering voor. In de Franse tekst van artikel 123, § 5, wordt het werkwoord « statuer » overigens gebruikt in een geval waarin de procureur des Konings een beslissing moet nemen.

Nr. 248 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 104

Het tweede lid van dit artikel aanvullen als volgt : « Tegen die beslissing kan geen beroep worden ingesteld ».

Verantwoording

In zijn advies wijst de Raad van State erop dat moet worden gepreciseerd of tegen de gemotiveerde beslissing van de procureur des Konings al dan niet beroep kan worden ingesteld. Het lijkt ons aangewezen geen nieuwe vorm van beroep in te richten die de procedure kan vertragen.

Nr. 249 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 200

In het tweede lid van dit artikel het woord « en » vervangen door het woord « of ».

Verantwoording

In zijn nota wijst de werkgroep van het Hof van Cassatie erop dat door het gebruik van het voegwoord « en » de wetgever de cumulatieve eerbiediging van twee voorwaarden lijkt te willen opleggen, met name de dringende noodzakelijkheid en de omstandigheid dat geen enkele, in het eerste lid bedoelde persoon de opdracht van deskundige kan vervullen. Die twee voorwaarden verwijzen echter kennelijk naar twee verschillende gevallen. Zoals de toelichting dat ook doet, strekt dit amendement ertoe « en » te vervangen door « of ».

Nr. 250 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 201

Het tweede lid van dit artikel aanvullen als volgt : « Tegen die beslissing kan geen beroep worden ingesteld. »

Verantwoording

In zijn advies wijst de Raad van State erop dat moet worden gepreciseerd of tegen de gemotiveerde beslissing van de procureur des Konings al dan niet beroep kan worden ingesteld. Het lijkt ons aangewezen het advies van de werkgroep van het Hof van Cassatie te volgen en geen nieuwe vorm van beroep in te richten die de procedure kan vertragen.

Nathalie de T' SERCLAES.

Nr. 251 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subamendement op amendement nr. 23 van de heer Mahoux)

Art. 135

In het voorgestelde artikel 135, § 3, een nieuw en laatste lid invoegen, luidend :

« Wanneer hij in vredestijd kennis krijgt van een feit gepleegd in het buitenland dat in België vervolgd kan worden op grond van artikel 10bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, oefent de onderzoeksrechter al zijn bevoegdheden uit op dezelfde manier als wanneer de feiten op het grondgebied van het Rijk zouden zijn gepleegd. In dit geval, en wanneer de verdachte geen verblijfplaats heeft in België, zijn de onderzoeksrechters van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel bevoegd ».

Verantwoording

Paragraaf 2 en § 4 van het voorgestelde artikel 135 zijn ontleend aan artikel 62bis van het Wetboek van strafvordering. Dit amendement strekt ertoe § 3 aan te vullen met artikel 84 van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd. Het lid betreft de bevoegdheid van de onderzoeksrechter wanneer hij in vredestijd kennis krijgt van feiten gepleegd in het buitenland die in België vervolgd kunnen worden op grond van artikel 10bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering.

Nr. 252 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subamendement op amendement nr. 23 van de heer Mahoux)

Art. 135

In het tweede lid van § 4 van het voorgestelde artikel, de woorden « de zaak » vervangen door de woorden « de klacht.

Verantwoording

Aanpassingen die voorgesteld zijn door het Hof van Cassatie, naar analogie van artikel 69 van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 253 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subamendement op amendement nr. 23 van de heer Mahoux)

Art. 135

Paragraaf 4, tweede lid, van het voorgestelde artikel vervangen als volgt : « Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 141, § 2, 2º, en van artikel 220, verwijst de onderzoeksrechter indien hij territoriaal niet bevoegd is, alvorens enige onderzoekshandeling te verrichten, de zaak naar de onderzoeksrechter die er kennis zou kunnen van nemen. »

Verantwoording

Het amendement strekt ertoe het laatste lid van paragraaf 4 aan te vullen met nog twee mogelijke gevallen. Artikel 141, § 2, 2º, gaat over het geval waarin de onderzoeksrechter de burgerlijke partijstelling aan de procureur des Konings meedeelt overeenkomstig artikel 140. In dat geval en wanneer de onderzoeksrechter onbevoegd is, maakt de procureur des Konings de zaak overeenkomstig artikel 141, § 2, 2º, aanhangig bij de raadkamer.

Wanneer de onderzoeksrechter al dan niet na een burgerlijke partijstelling door de procureur des Konings gevorderd wordt om een onderzoek te voeren, kan hij overeenkomstig artikel 220 alleen door de raadkamer van het onderzoek worden ontslagen ten voordele van de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter.

Nr. 254 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 136

In het voorgestelde tweede lid van § 1, het woord « beroepshalve » vervangen door de woorden « in het kader van zijn beroep of van een door de wet geregelde stage ».

Verantwoording

De geheimhoudingsplicht geldt ook voor wie stage loopt bij de onderzoeksgerechten. Dit amendement is opgesteld naar analogie van amendement nr. 160 op artikel 63 in verband met het opsporingsonderzoek.

Nr. 255 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 136

De voorgestelde § 4 aanvullen als volgt :

« De bevoegdheden die aan de procureur des Konings zijn toegekend, worden uitgeoefend door de federale procureur wanneer hij handelt krachtens artikel 144bis, § 2, 1º en 2º van het Gerechtelijk Wetboek ».

Verantwoording

In zijn advies wijst het Hof van Cassatie erop dat in § 4 geen melding wordt gemaakt van het geval waarin de strafvordering door de federale procureur wordt ingesteld. Dit amendement strekt ertoe dat geval, dat uitgewerkt is in artikel 144bis van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, te regelen.

Het eerste geval dat in het koninklijk besluit van 28 december 1950 wordt bedoeld, is dat waarin de federale procureur handelt krachtens artikel 144bis, § 2, 1º en 2º, van het Gerechtelijk Wetboek. Het tweede is dat waarin de federale procureur handelt krachtens artikel 47ter, § 2, van het Wetboek van strafvordering, namelijk wanneer de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden zich uitstrekt over verscheidene gerechtelijke arrondissementen of behoort tot de bevoegdheid van de federale procureur.

Dat tweede geval werd niet in aanmerking genomen, omdat nog niet is beslist welk lot de wet van 6 januari 2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethoden beschoren is.

Nr. 256 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 139

Het voorgestelde eerste lid aanvullen als volgt :

« In dat geval wijst hij een leidinggevende onderzoeksrechter aan ».

Verantwoording

Dit amendement gaat in op de suggestie van het Hof van Cassatie. Er zijn zaken waarvoor verscheidene onderzoeksrechters nodig zijn. De leiding over en de coördinatie van die zaken moet echter in handen van één van hen blijven. Het amendement gaat ook in op de bezorgdheid van de Raad van State, die zich eveneens afvraagt « hoe het werk zal worden verdeeld wanneer twee onderzoeksrechters worden aangesteld en hoe hun eventuele verschillen zullen worden geregeld » (Advies, blz. 48).

Nr. 257 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 141

In de voorgestelde § 2, 2º, het woord « klacht » vervangen door de woorden « burgerlijke partijstelling ».

Verantwoording

Advies van de Raad van State (blz. 48).

Nr. 258 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 141

De voorgestelde § 2, 3º, vervangen als volgt :

« 3º in voorkomend geval, de zaak bij de raadkamer aanhangig te maken om de uitzonderlijke reden dat het recht om zich burgerlijke partij te stellen wordt uitgeoefend zonder redelijk en toereikend belang ».

Verantwoording

Het Hof van Cassatie meent dat beter kan worden verwezen naar het concept rechtsmisbruik — wat inhoudt dat, gelet op de concrete omstandigheden, een recht wordt uitgeoefend zonder redelijk en toereikend belang — veeleer dan naar de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit bedoeld in artikel 1.

Voor de toevoeging van de woorden « om de uitzonderlijke reden dat », zie de verantwoording bij amendement nr. 106.

Nr. 259 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 144

In het voorgestelde tweede lid, de woorden « nietigheid van het gerechtelijk onderzoek » vervangen door de woorden « nietigheid van de verwijzingsbeschikking ».

Verantwoording

Zowel de Hoge raad voor de Justitie als het Hof van Cassatie en de Raad van State vinden de voorgestelde sanctie, namelijk de nietigheid van het gerechtelijk onderzoek, disproportioneel. Alleen de verwijzingsbeschikking moet nietig worden verklaard.

Nr. 260 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 149

In het laatste lid van het voorgestelde artikel, de woorden « De onderzoeksrechter kan » vervangen door de woorden :

« In de gevallen omschreven in de wet en in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden, kan de onderzoeksrechter ».

Verantwoording

Overeenstemming met de regels betreffende het opsporingsonderzoek (artikel 76, 5º). De volgorde van de criteria als voorgesteld in artikel 76, 5º, wordt evenwel omgekeerd, net als in amendement nr. 179 op artikel 76.

Nr. 261 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 150

Het eerste lid vervangen als volgt :

« Vooraleer hij het dossier aan de procureur des Konings overmaakt met het oog op de regeling van de rechtspleging, verwittigt de onderzoeksrechter de inverdenkinggestelde en zijn raadsman er bij gewone brief of per faxpost van dat het gerechtelijk onderzoek afgelopen is en dat zij een verzoekschrift inzake een samenvattende ondervraging kunnen neerleggen. »

Verantwoording

Zoals het nu is geformuleerd, wekt het eerste lid de indruk dat de inverdenkinggestelde zijn recht op een samenvattende ondervraging op onverschillig welk moment van het gerechtelijk onderzoek kan uitoefenen.

De Hoge raad voor de Justitie vindt het wenselijk te verduidelijken dat het recht op een samenvattende ondervraging alleen kan worden uitgeoefend op het ogenblik dat de rechter zijn onderzoek beëindigd acht en het dossier wil overmaken aan het parket.

De partijen weten niet precies wanneer dat het geval is en daarom moet de onderzoeksrechter hen verwittigen dat het onderzoek afgelopen is en dat zij een samenvattende ondervraging kunnen vragen.

Nr. 262 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 150

Het voorgestelde derde lid vervangen als volgt :

« De griffier brengt de oproeping, ten laatste vijf werkdagen voor de verschijning, per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis van de inverdenkinggestelde en zijn raadsman, alsook van de raadsman van de burgerlijke partij en van de procureur des Konings.

Als hij dat wenselijk acht, kan de onderzoeksrechter de burgerlijke partij uitnodigen om de samenvattende ondervraging bij te wonen. »

Verantwoording

Dit amendement brengt artikel 150 in overeenstemming met de toelichting, waarin staat dat de samenvattende ondervraging op tegenspraak verloopt en voor de inverdenkinggestelde een recht is.

Zoals in de toelichting ook wordt benadrukt, is het in het kader van deze artikelen niet wenselijk om te voorzien in de aanwezigheid van de burgerlijke partij, vooral om een systematische confrontatie tussen de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij te voorkomen.

Niets belet de onderzoeksrechter evenwel om, als hij dat wenselijk acht, de burgerlijke partij uit te nodigen om de samenvattende ondervraging bij de wonen.

De oproeping moet overigens ook ter kennis worden gebracht van de inverdenkinggestelde zelf.

Nr. 263 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 150

Het laatste lid vervangen als volgt :

« Tijdens deze ondervraging, kunnen de inverdenkinggestelde en zijn raadsman de verklaringen afleggen die zij geschikt achten, behalve als de onderzoeksrechter dat weigert. De procureur des Konings en de raadsman van de burgerlijke partij kunnen, met toestemming van de onderzoeksrechter, relevante vragen stellen aan de inverdenkinggestelde. De vragen en de verklaringen worden in het proces-verbaal opgetekend. »

Verantwoording

In dit amendement wordt het laatste lid herschreven om het beter te doen overeenstemmen met de toelichting bij dit artikel.

De woorden « verhoorde persoon » zijn dubbelzinnig en lijken niet te kunnen slaan op de inverdenkinggestelde, die dan vragen zou stellen aan zichzelf.

Nr. 264 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 161

In de voorgestelde § 2, de woorden « of een overtreding op de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, » doen vervallen.

Verantwoording

Technisch amendement : artikel 161, § 2, moet worden aangepast omdat de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht werd opgeheven door de wet van 5 augustus 2003 betreffende ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Bijgevolg werd de verwijzing naar de wet van 1993 verwijderd uit artikel 86bis, § 2, van het Wetboek van strafvordering. Dat artikel is de basis voor het voorgestelde artikel 161, § 2.

Nr. 265 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 164

In het eerste lid de woorden « of van een inbreuk op de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, » doen vervallen.

Verantwoording

Technisch amendement : artikel 164, eerste lid, moet worden aangepast omdat de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht werd opgeheven door de wet van 5 augustus 2003 betreffende ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Bijgevolg werd de verwijzing naar de wet van 1993 verwijderd uit artikel 86quinquies van het Wetboek van strafvordering. Dat artikel is de basis voor het voorgestelde artikel 164, eerste lid.

Nr. 266 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 166

In het eerste lid de woorden « overeenkomstig artikel 207 » doen vervallen.

Verantwoording

Het artikel verwijst naar artikel 207, dat de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij toestaat de onderzoeksrechter te verzoeken een bijkomende onderzoekshandeling te verrichten.

Aangezien artikel 207 alle onderzoekshandelingen betreft, is het niet nodig dat hier speciaal in artikel 166 te vermelden.

Nr. 267 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 166

In het voorgestelde tweede lid na het woord « gevallen » de woorden « of tenzij zulks indruist tegen de vereisten van het onderzoek » invoegen.

Verantwoording

Zowel de Raad van State als het Hof van Cassatie stellen voor de onderzoeksrechter de mogelijkheid te bieden om een confrontatie niet op tegenspraak te laten verlopen indien de vereisten van het onderzoek dit wettigen, of het verloop op tegenspraak te beperken.

Nr. 268 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 167

In het eerste lid de woorden « overeenkomstig artikel 207, » doen vervallen.

Verantwoording

Het artikel verwijst naar artikel 207 dat de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij toestaat de onderzoeksrechter te verzoeken een bijkomende onderzoekshandeling te verrichten.

Aangezien artikel 207 alle onderzoekshandelingen betreft, is het niet nodig dat hier speciaal in artikel 167 te vermelden.

Nr. 269 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 167

In de Franse tekst van het voorgestelde tweede lid na het woord « urgence » invoegen de woorden « et si le juge d'instruction l'estime nécessaire ».

Verantwoording

Zowel de Raad van State als het Hof van Cassatie stellen voor de onderzoeksrechter de mogelijkheid te bieden om een plaatsopneming of een reconstructie niet op tegenspraak te laten verlopen indien de vereisten van het onderzoek dit wettigen, of het verloop op tegenspraak te beperken.

De Nederlandse versie van artikel 167 is door het gebruik van de formulering « en indien de onderzoeksrechter het noodzakelijk acht » nog strikter. De Franse versie, waar die voorwaarde niet vermeld wordt, moet daaraan worden aangepast.

Nr. 270 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 167

De laatste volzin van het voorgestelde tweede lid vervangen als volgt : « Wanneer de onderzoeksrechter zich ter plaatse begeeft, wordt hij steeds vergezeld door de procureur des Konings en de griffier van de rechtbank. Behoudens andersluidende beslissing van de onderzoeksrechter, kunnen de burgerlijke partij, de inverdenkinggestelde en hun raadsmannen de plaatsopneming of een wedersamenstelling bijwonen ».

Verantwoording

In dit amendement wordt een onderscheid gemaakt tussen de procureur des Konings, wiens aanwezigheid steeds vereist is wanneer de onderzoeksrechter zich ter plaatse begeeft (overname van artikel 62 van het Wetboek van Strafvordering), en de burgerlijke partij, de inverdenkinggestelde en hun raadsmannen die de plaatsopneming of een reconstructie kunnen bijwonen, behoudens andersluidende beslissing van de onderzoeksrechter.

Nr. 271 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 170

In het tweede lid, de woorden « de op te sporen voorwerpen » vervangen door de woorden « het doel van de huiszoeking ».

Verantwoording

Een huiszoekingsbevel kan ook worden uitgevaardigd met een ander doel dan de inbeslagneming van een overtuigingsstuk (Advies van het Hof van Cassatie, blz. 22).

Nr. 272 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 172

Het woord « langdurig » doen vervallen.

Verantwoording

Er mag geen sprake zijn van een « langdurige » afwezigheid van de bewoner. Dat is ook niet het geval in artikel 173 (Advies van de Raad van State, blz. 54 en van het Hof van Cassatie, blz. 22).

Nr. 273 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 175

De woorden « in artikel 42 van het Strafwetboek » vervangen door de woorden « in de artikelen 42 en 43quater van het Strafwetboek ».

Verantwoording

Net als in artikel 110, moeten hier ook de zaken bedoeld in artikel 43quater van het Strafwetboek worden vermeld, dat wil zeggen de verdere vermogensvoordelen waarvan wordt vermoed dat ze uit identieke feiten voortspruiten of het vermogen van een criminele organisatie (Advies van de Raad van State, blz. 54 en advies van het Hof van Cassatie).

Nr. 274 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 179

In het voorgestelde zesde lid van § 1, tussen de woorden « procureur des Konings » en de woorden « de maatregel bevelen, » de woorden « in afwijking van artikel 128 » invoegen ».

Verantwoording

Advies van de Raad van State, blz. 56.

Nr. 275 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 177

Het opschrift « Onderafdeling 9 » « De voorlopige maatregelen ten aanzien van rechtspersonen » doen vervallen en invoegen voor artikel 178.

Nr. 276 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 180

Paragraaf 2 wijzigen als volgt :

— een 1ºbis invoegen luidende :

« 1ºbis de artikelen 136bis, 136ter, 136quarter, 136sexies en 136septies van hetzelfde Wetboek »;

— een 1ºter invoegen luidende :

« 1ºter de artikelen 137, 140 en 141 van hetzelfde Wetboek »;

— in de Nederlandse versie van het 10º het woord « bis » doen vervallen;

— in het 23º, de woorden « ontsmettingsstoffen en antiseptica » vervangen door de woorden « psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen ».

Verantwoording

Aanpassing aan het huidige artikel 90ter, § 2, van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 277 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 181

In de voorgestelde § 3, het tweede lid vervangen als volgt :

« De namen van de agenten van gerechtelijke politie belast met de uitvoering van het bevel bedoeld in artikel 90ter, § 1, tweede lid, worden niet vermeld in het gerechtelijk dossier. »

Verantwoording

Aanpassing aan het huidige artikel 90quater, § 3, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 278 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 187

Het voorgestelde laatste lid vervangen als volgt :

« Hij brengt tegelijkertijd verslag uit over de toepassing van de artikelen 40bis, 46ter, 46quarter, 47ter tot 47decies, 56bis, 86bis, 86ter, 88sexies en 89ter. »

Verantwoording

Aanpassing aan het huidige artikel 90decies, derde lid, van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 279 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 190

In de Franse tekst van de voorgestelde § 4, de woorden « procureur du Roi » vervangen door de woorden « juge d'instruction ».

Verantwoording

Er is een tegenstrijdigheid tussen de Franse tekst, die het over de procureur des Konings heeft, en de Nederlandse tekst, die het over de onderzoeksrechter heeft. Het is deze laatste die moet worden bedoeld, wegens de bevoegdheid die de onderzoeksrechter gekregen heeft door artikel 90undecies, § 4, van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 280 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 194

In dit artikel de woorden « het ministerie » vervangen door de woorden « de minister ».

Verantwoording

Technische correctie.

Clotilde NYSSENS.