3-450/8 | 3-450/8 |
1 DECEMBER 2004
Art. 105
In dit artikel de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».
Verantwoording
Het voorstel gebruikt de uitdrukkingen « benadeelde partij » en « benadeelde persoon » door elkaar. Dat schept soms verwarring. Dat is het geval voor de formulering van artikel 150, welke die van artikel 39 over de verklaring van benadeelde persoon moet overnemen.
zie stuk Nr. 3-450/7 - 2004/2005
| Nathalie de T' SERCLAES. |
Art. 59
In de Franse tekst van dit artikel de woorden « le lieu du siège social » vervangen door de woorden « celui du lieu du siège social ».
Verantwoording
Verbetering van een materiële fout.
Art. 60
In dit artikel tussen de woorden « laatste » en « verblijfplaats » het woord « gekende » invoegen.
Art. 60bis (nieuw)
Een artikel 60bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 60bis. — De magistraten die overeenkomstig artikel 309bis van het Gerechtelijk Wetboek in vredestijd gemachtigd zijn om Belgische militaire troepen in het buitenland te vergezellen, oefenen al hun egdheden uit ten opzichte van de personen die aan de militaire wetten zijn onderworpen en die enig misdrijf gepleegd zouden hebben op het grondgebied van een vreemde Staat, alsook ten opzichte van degenen die in welke hoedanigheid ook verbonden zijn aan een onderdeel van het leger dat zich op buitenlands grondgebied bevindt, of van degenen die gemachtigd zijn om een troepenkorps dat van dit leger deel uitmaakt, te volgen, en wel op dezelfde manier als wanneer deze personen zich op het grondgebied van het Rijk zouden bevinden ».
Verantwoording
De Raad van State wijst erop dat artikel 83 van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd in het Wetboek van strafvordering een artikel 24bis heeft ingevoegd met betrekking tot de bevoegdheid van de magistraten die gemachtigd zijn om in vredestijd Belgische militaire troepen in het buitenland te vergezellen. Dit amendement wil dat artikel doen opnemen.
Art. 136
In § 4 van dit artikel het woord « evenwel » vervangen door het woord « tevens » en het woord « derde » vervangen door het woord « persoon ».
Verantwoording
De Raad van State stelt voor de artikelen 61, § 4, en 136, § 4, met elkaar in overeenstemming te brengen. Dit amendement neemt het woordgebruik over van artikel 61, § 4.
Art. 63
In het § 1, tweede lid, van dit artikel het woord « beroepshalve » vervangen door de woorden « in het kader van zijn beroep of van een door de wet geregelde stage ».
Verantwoording
De geheimhoudingsplicht geldt ook voor wie stage lopen bij de politiediensten.
Art. 64
In dit artikel tussen de woorden « van de procureur des Konings » en het woord « gebracht » de woorden « en van de officieren van gerechtelijke politie » invoegen.
Verantwoording
De Raad van State meent dat het voorgestelde artikel ook van toepassing is op de officieren van gerechtelijke politie.
Art. 65
In de Franse tekst van dit artikel na het woord « autorité » het woord « compétente » invoegen.
Verantwoording
Verbetering van een materiële vergissing.
Art. 66
In dit artikel de woorden « een verklaring waarbij het misdrijf aan de bevoegde overheid wordt meegedeeld » vervangen door de woorden « de aangifte gedaan ».
Verantwoording
Advies van de Raad van State. De « verklaring waarbij het misdrijf aan de bevoegde overheid wordt meegedeeld met of zonder aanwijzing van de dader ervan » is een aangifte zoals gedefinieerd in artikel 65.
Art. 67
In het tweede lid van dit artikel het woord « andere » doen vervallen.
Verantwoording
Dat woord is overbodig aangezien de aangifte en de klacht aan geen enkele bijzondere vormvereiste zijn onderworpen (advies van het Hof van Cassatie, blz. 13).
Art. 68
Aan het slot van de tweede volzin, na het woord « toekomen » de woorden « , onverminderd het bepaalde in artikel 120 » toevoegen.
Verantwoording
Krachtens artikel 120 kunnen de officieren van gerechtelijke politie bepaalde processen-verbaal niet doorsturen aan de procureur des Konings, maar ze enkel vermelden in een register waarvan de inhoud op geregelde tijdstippen aan het openbaar ministerie wordt meegedeeld. Artikel 69 vermeldt die mogelijkheid uitdrukkelijk en artikel 68 moet dat ook doen.
Art. 68
Aan het slot van dit artikel toevoegen de woorden : « indien ze niet tot zijn bevoegdheid behoort ».
Verantwoording
Het spreekt vanzelf, zegt de Raad van State, dat wanneer het gaat om iemand die voorrecht van rechtsmacht geniet, de procureur-generaal de klacht zelf behandelt.
Art. 69
In het eerste lid van dit artikel de woorden « bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte kan worden gevonden » vervangen door de woorden « bevoegd krachtens artikel 59 of aan een officier van gerechtelijke politie ».
Verantwoording
De bevoegdheidsregels betreffende de procureur des Konings zijn opgenomen in artikel 59. De Raad van State stelt voor ernaar te verwijzen.
Tevens meent de Raad van State dat het voorgestelde artikel ook toepasselijk is op de officieren van gerechtelijke politie.
Art. 70
In dit artikel de woorden « hetzij van de plaats van de misdaad of van het wanbedrijf, hetzij van de plaats waar de verdachte kan worden gevonden » vervangen door de woorden « bevoegd krachtens artikel 59 of aan een officier van gerechtelijke politie ».
Verantwoording
De bevoegdheidsregels betreffende de procureur des Konings zijn opgenomen in artikel 59. De Raad van State stelt voor ernaar te verwijzen.
Tevens meent de Raad van State dat het voorgestelde artikel ook toepasselijk is op de officieren van gerechtelijke politie.
Art. 70
Na het woord « leven » invoegen de woorden « lichamelijke integriteit ».
Verantwoording
Dit amendement neemt de suggestie over van het Hof van Cassatie in zijn advies. Niet alleen zeer ernstige strafbare feiten moeten worden aangegeven.
Art. 71
In het 1º van dit artikel de woorden « door de burgemeesters en de schepenen » doen vervallen.
Verantwoording
Kennelijk hebben de burgemeesters en de schepenen geen bevoegdheid van gerechtelijke politie (de artikelen 11 tot 15 van het Wetboek van strafvordering zijn opgeheven). Artikel 9, 1º, van het Wetboek van strafvordering vermeldt ze niet meer.
Art. 71
In het 1º van dit artikel, na het woord « substituten » invoegen de woorden « , door de Arbeidsauditeurs en hun substituten ».
Verantwoording
De bevoegdheid van gerechtelijke politie wordt ook door de Arbeidsauditeurs uitgeoefend (art. 9, 1º, van het Wetboek van strafvordering en advies van de Raad van State, blz. 28).
Art. 71
In het 2º van dit artikel de woorden « van de wet van 22 december 1998, betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings » vervangen door de woorden « van het Gerechtelijk Wetboek ».
Verantwoording
Technische verbetering (advies van het Hof van Cassatie).
Art. 71
In het 2º van dit artikel de woorden « , onder zijn gezag, » doen vervallen.
Verantwoording
Die woorden zijn overbodig. Zij vormen een duplicering van artikel 144bis, § 3, eerste tot derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek en met de eerste volzin van het artikel (advies van de Raad van State, blz. 28, punt 3).
Art. 72
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 72. — De gerechtelijke politie bestaat erin, al naargelang van het door de wet gemaakte onderscheid, ambtshalve of op bevel misdrijven op te sporen, ze vast te stellen, de bewijzen ervan te verzamelen en de dader te vatten teneinde hem voor de magistraat van het openbaar ministerie of voor de onderzoeksrechter te brengen. »
Verantwoording
Technische correctie. Zoals de Raad van State opmerkt, is de gerechtelijke politie een functie. Zij is dus niet ergens mee « belast », maar « bestaat erin » iets te doen.
Art. 73
De aanhef van dit artikel vervangen als volgt :
« De gerechtelijke politie wordt uitgeoefend door : ».
Verantwoording
Technische correctie. Het werkwoord « uitoefenen » is preciezer aangezien het artikel de personen opnoemt die de functie van gerechtelijke politie uitoefenen.
Art. 75
Het eerste lid van dit artikel aanvullen als volgt :
« De schriftelijk verleende machtiging van de procureur des Konings moet bij het dossier worden gevoegd. ».
Verantwoording
Dat staat in de commentaar bij het artikel. Het dient uitdrukkelijk in de wet te worden vermeld.
Art. 76
De Franse tekst van het 1º van dit artikel wijzigen als volgt :
A. In het e) het woord « produire » vervangen door de woorden « qu'elle peut produire ».
B. In het f) het woord « s'abstenir » vervangen door de woorden « qu'elle peut s'abstenir ».
Verantwoording
Technische correctie (Advies van de Raad van State, blz. 29).
Art. 76
Het 3º van dit artikel aanvullen als volgt :
« Het proces-verbaal van het verhoor wordt ondertekend door de verhoorde persoon. Indien de verhoorde persoon niet wil of niet kan tekenen, wordt daarvan melding gemaakt evenals van de reden van de weigering ».
Verantwoording
Er is geen duidelijke reden waarom de vormvereisten die voorgeschreven zijn voor het verhoor tijdens het gerechtelijk onderzoek, niet zouden gelden voor het verhoor tijdens het opsporingsonderzoek.
Art. 76
In het 5º van dit artikel de woorden « In geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden en in de gevallen omschreven in de wet » vervangen door de woorden « In de gevallen omschreven in de wet of in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden ».
Verantwoording
De Raad van State (blz. 28) stelt voor de volgorde van de gevallen om te keren aangezien de ernstige en uitzonderlijke omstandigheden niets anders zijn dan een restcategorie wanneer zich een geval voordoet waarin de wet van 2 augustus 2002 betreffende het afnemen van verklaringen met behulp van audiovisuele media niet voorziet.
Art. 77
In het vijfde lid van dit artikel de woorden « van de dienst slachtofferonthaal van het parket » vervangen door de woorden « als bedoeld in artikel 38, tweede lid ».
Verantwoording
Technische aanpassing (advies Raad van State, blz. 30).
Art. 80
In dit artikel na het woord « politieambtenaar » invoegen de woorden « die voldoet aan de specifieke opleidingsvereisten en ».
Verantwoording
Er bestaat bij de politiediensten een netwerk van ambtenaren die specifiek zijn opgeleid voor het verhoor van minderjarigen. Het verhoor van minderjarigen kan dus beter aan hen worden overgelaten.
Art. 101
In het tweede lid van dit artikel de woorden « worden zij, in voorkomend geval, vooraleer het deskundigenverslag wordt opgemaakt, opgeroepen » vervangen door de woorden « kunnen zij, vooraleer het deskundigenverslag wordt opgemaakt, worden opgeroepen ».
Verantwoording
De term « in voorkomend geval » is onduidelijk omdat hij niet de mogelijkheid biedt met zekerheid te bepalen of hij verwijst naar het feit of de personen al dan niet gekend zijn, dan wel naar het feit of het evenwicht tussen de rechten van de verdediging en de vereisten van de strafvordering al dan niet een vorm van tegenspraak mogelijk maakt.
De Hoge Raad voor de Justitie verdedigt daarom het gebruik van de termen « kunnen worden opgeroepen ».
Art. 101
In het tweede lid van dit artikel na de woorden « de strafvordering » invoegen de woorden « en de belangen van de partijen ».
Verantwoording
In zijn advies over het deskundigenonderzoek in sociale zaken en in strafzaken, onderstreept de HRJ dat de mogelijkheid voor partijen om de deskundigenverrichtingen bij te wonen niet alleen afhankelijk moet zijn van de eventuele vereisten van de strafvordering, maar ook van het feit dat de belangen van geen van de partijen zich daartegen verzet (het belang van het slachtoffer kan zich bijvoorbeeld ertegen verzetten dat de verdachte of verdachten een klinisch onderzoek kunnen bijwonen dat het moet ondergaan; omgekeerd lijkt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zich ertegen te verzetten dat de andere partijen de eventuele psychologische onderzoeken mogen bijwonen die hij moet ondergaan).
Art. 102
In de Franse tekst van het eerste lid van dit artikel, tussen het woord « et » en de woorden « de toute force probante » invoegen het woord « perte ».
Verantwoording
Technische correctie.
Art. 102
In het eerste lid van dit artikel de woorden « Op straffe van nietigheid van het deskundigenonderzoek en van het verlies van bewijswaarde » vervangen door de woorden « Op straffe van het verlies van bewijswaarde ».
Verantwoording
De nietigheid van het deskundigenonderzoek blijkt een al te zware sanctie. Men kan zich moeilijk voorstellen dat een rechter een volledig deskundigenverslag moet weren omdat de expert een hypothese heeft aangereikt die geen uitstaans heeft met de hem voorgelegde vragen. Bovendien kan het begrip « wetenschappelijke of technische vragen » een oeverloos debat op gang brengen.
Het verlies van bewijswaarde van het gedeelte van het verslag waarin de deskundige het raamwerk van de wetenschappelijke of technische vragen heeft overschreden, blijkt een voldoende maatregel die in verhouding staat tot de begane onregelmatigheid (Advies HRJ over het wetsvoorstel houdende het Wetboek van strafprocesrecht, Advies van het Hof van Cassatie).
Art. 102
Het tweede lid van dit artikel aanvullen als volgt :
« Dit staat de regel dat de deskundige verplicht is de magistraat door wie hij werd aangesteld, op de hoogte te brengen van elk nieuw gegeven dat hij naar aanleiding van zijn opdracht eventueel ontdekt, niet in de weg ».
Verantwoording
Ontbreekt zo'n een verduidelijking dan is het niet zeker of de deskundige die bijvoorbeeld een band heeft vastgesteld tussen twee afzonderlijke dossiers, dat nog op geldige wijze kan meedelen aan de gerechtelijke instanties (Advies HRJ over het wetsvoorstel houdende het Wetboek van strafprocesrecht).
Art. 103
De aanhef van het eerste lid van dit artikel aanvullen als volgt : « naar orde van voorkeur ».
Verantwoording
In de toelichting van het voorstel staat dat de opsomming in de artikelen 103 en 200 een trapsgewijze opsomming inhoudt van de te maken keuzes.
Dat dient ook in de tekst zelf van die artikelen duidelijk tot uiting te komen (Advies van de HRJ).
Art. 200
De aanhef van het eerste lid van dit artikel aanvullen als volgt : « naar orde van voorkeur ».
Verantwoording
De toelichting van het voorstel geeft aan dat de opsomming van de artikelen 103 en 200 een trapsgewijze opsomming bepaalt in de keuze die gemaakt zal worden.
Dat moet duidelijk tot uiting komen in de tekst van de artikelen (advies HRJ).
Art. 103
In het laatste lid van dit artikel, de woorden « en indien geen van de personen » vervangen door de woorden « of indien geen van de personen ».
Verantwoording
Dat kan alleen maar een materiële fout zijn, het gaat immers duidelijk om twee verschillende, niet-cumulatieve gevallen.
Art. 104
Het voorgestelde eerste lid van dit artikel aanvullen als volgt :
« Ieder onverantwoord uitstel bij de uitvoering van de opdracht of bij de nederlegging van het verslag brengt een vermindering mede van de honoraria van de deskundige ».
Verantwoording
Die sanctie is opgenomen in artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken. De Raad van State heeft er al op gewezen dat die maatregelen veel verder gaan dan gewone uitvoeringsmaatregelen voor de terugbetaling van kosten gemaakt op verzoek van de rechterlijke instanties en echte regels van strafprocesrecht vormen, die bijgevolg in het Wetboek van strafprocesrecht moeten worden opgenomen (advies Raad van State, blz. 33).
Art. 200
In het laatste lid van dit artikel de woorden « en indien geen van de personen » vervangen door de woorden « of indien geen van de personen ».
Verantwoording
Dat kan alleen maar een materiële fout zijn, het gaat immers duidelijk om twee verschillende, niet-cumulatieve gevallen.
Art. 55
In het tweede lid van dit artikel de woorden « de arbeidsauditeur, of de federale procureur » doen vervallen.
Verantwoording
Met uitzondering van artikel 55, tweede lid, staan in de artikelen van deze titel noch de arbeidsauditeur, noch de federale procureur vermeld. Er dient volgens de Raad van State een nieuw artikel te worden ingevoerd, waarin staat dat wat bepaald is voor de procureur des Konings, ook geldt voor de arbeidsauditeur en de federale procureur binnen de perken van hun bevoegdheden.
Art. 54bis (nieuw)
In Boek III, onder Titel I, een artikel 54bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 54bis. — De bepalingen van deze titel die van toepassing zijn op de procureur des Konings, zijn binnen de grenzen van hun bevoegdheden van overeenkomstige toepassing op de arbeidsauditeur en op de federale procureur. »
Verantwoording
Zie amendement nr. 192.
Art. 56
In het tweede lid van dit artikel de laatste volzin doen vervallen.
Verantwoording
De Raad van State merkt op dat de artikelen 110 en 114, § 2, aangezien zij « wettelijke uitzonderingen » zijn, niet uitdrukkelijk vermeld hoeven te worden. Het volstaat zich te beperken tot de uitdrukking « behoudens de wettelijke uitzonderingen » en de verwijzing naar de twee bovenvermelde artikelen te schrappen. Zoniet dient de wetgever een opsomming te geven van de in het Wetboek voorgeschreven uitzonderingen en verwijst hij voor het overige naar de andere uitzonderingen waarin specifieke wetten voorzien. In dat geval moet ook melding wordt gemaakt van de dwang ten aanzien van onwillige getuigen (artikel 75), de gerechtelijke fouillering, het doorzoeken van voertuigen en andere vervoermiddelen (artikel 99, 3º en 4º), de autopsie (artikel 99, 6º), de inbeslagneming van computermateriaal (artikel 108), de verrichtingen die gedaan kunnen worden in geval van betrapping op heterdaad (artikel 128) en de aanhouding (artikelen 242 en 243). Dit amendement kiest voor de eerste oplossing.
Art. 57
In de eerste en de tweede volzin van het tweede lid van dit artikel de woorden « het opsporingsrecht » en « dit recht » vervangen door de woorden « de opsporingsbevoegdheid » en « deze bevoegdheid ».
Verantwoording
Overeenstemming met artikel 56, zoals gevraagd door de Commissie-Franchimont.
Art. 57
In het tweede lid van dit artikel de woorden « tweede lid » vervangen door de woorden « derde lid ».
Verantwoording
Correctie van een materiële vergissing.
Art. 138
In dit artikel het derde tot het vijfde lid doen vervallen.
Verantwoording
Zie verantwoording van amendement nr. 198, dat een artikel 138bis (nieuw) invoegt.
Art. 138bis (nieuw)
Een artikel 138bis (nieuw) invoegen, bevattende het derde tot het vijfde lid van het voorgestelde artikel 138.
Verantwoording
De Raad van State wijst erop dat de mini-instructie in het Wetboek van strafvordering geregeld wordt in een afdeling over het opsporingsonderzoek. In het wetsvoorstel wordt ze daarentegen geregeld in een afdeling over de aanhangigmaking bij de onderzoeksrechter. Gelet op het hybridische karakter van de mini-instructie vraagt de Raad van State zich af of ze niet beter zou worden opgenomen in een specifieke titel die tussen de bepalingen over het opsporingsonderzoek en die over het gerechtelijk onderzoek zou worden ingevoegd.
Op zijn minst zou de mini-instructie in een afzonderlijk artikel van het Wetboek moeten komen.
Dit amendement kiest voor die laatste optie omdat het verkieslijk is de bepaling over de mini-instructie in te voegen in een afzonderlijke bepaling onmiddellijk na artikel 138, dat de « klassieke » manieren van aanhangigmaking bij de onderzoeksrechter regelt.
Art. 59
In de Franse tekst van het eerste lid van dit artikel de woorden « le lieu du siège social » vervangen door de woorden « celui du lieu du siège social ».
Verantwoording
Correctie van een materiële vergissing.
Art. 59
In het eerste lid van dit artikel na het woord « laatste » invoegen het woord « gekende ».
Art. 59
Dit artikel wijzigen als volgt :
A. Het eerste en tweede lid vormen samen § 1.
B. Een § 2 invoegen, luidende :
« § 2. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden beschikt de federale procureur over alle wettelijke bevoegdheden van de procureur des Konings. In het kader daarvan kan hij over het gehele grondgebied van het Rijk alle opsporingshandelingen of handelingen van gerechtelijk onderzoek verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheden behoren, alsmede de strafvordering uitoefenen.
De federale procureur neemt alle dringende maatregelen die met het oog op de uitoefening van de strafvordering noodzakelijk zijn, zolang een procureur des Konings zijn wettelijk bepaalde bevoegdheid niet heeft uitgeoefend. Deze maatregelen zijn bindend voor de procureur des Konings. »
Verantwoording
Het amendement strekt ertoe artikel 59 aan te vullen met een verwijzing naar de bevoegdheid van de federale procureur (Advies van het Hof van Cassatie). Het neemt de artikelen 47ter en 47quater, van het Wetboek van strafvordering over.
| Clotilde NYSSENS. |
Art. 57
Het tweede lid van dit artikel wijzigen als volgt :
a) In de eerste volzin de woorden « het opsporingsrecht » vervangen door de woorden « de algemene opsporingsbevoegdheid ».
b) In de tweede volzin de woorden « Deze plicht en dit recht » vervangen door de woorden « Ze ».
Verantwoording
a) In de toelichting staat dat de indieners van het voorstel in artikel 56 van het voorstel artikel 28ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering hebben overgenomen, ingevoegd door de « Kleine Franchimont » (wet van 12 maart 1998). Ze voegen eraan toe dat de woorden « algemeen opsporingsrecht » werden vervangen door de woorden « algemene opsporingsbevoegdheid ».
De voorgestelde wijziging strekt ertoe artikel 57 aan die nuancering aan te passen.
b) Vereenvoudiging van de tekst.
Art. 99
Dit artikel wijzigen als volgt :
a) Het eerste lid wordt § 1;
b) Een § 2 toevoegen, luidende :
§ 2. Een gerechtelijke uitsluitingsperimeter wordt aangebracht rond de plaats van het misdrijf. De Koning bepaalt de nadere regels ervan. »
Verantwoording
Tijdens de hoorzitting met mevrouw A. Leriche, directeur van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, werden de commissieleden eraan herinnerd hoe belangrijk het is de plaats van het misdrijf vanaf de allereerste ogenblikken van het onderzoek te beschermen. Volgens mevrouw Leriche let men daarop wanneer het om ernstige misdaden gaat. Zij betreurde echter dat zulks niet het geval is voor andere misdrijven, wat verder DNA-onderzoek door de technische en wetenschappelijke politie onmogelijk maakt.
Artikel 1 van het koninklijk besluit ter uitvoering van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken bepaalt dat een gerechtelijke uitsluitingsperimeter moet worden aangebracht. Het verslag aan de Koning geeft de volgende bepaling : een perimeter waartoe alleen de technische en wetenschappelijke politie of speciaal daartoe opgeleide deskundigen toegang hebben. Voorts zegt dat verslag dat die perimeter aangegeven kan worden met behulp van plakband of het verzegelen van een lokaal, een woning of een appartement.
Het lijkt ons aangewezen om in de algemene bepalingen inzake de opsporing van aanwijzingen en de materiële vaststelling van misdrijven het beginsel op te nemen van het aanbrengen van die gerechtelijke uitsluitingsperimeter, ongeacht welk soort misdrijf gepleegd is en zodra het opsporingsonderzoek geopend is.
Art. 106
In het 2º van dit artikel de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».
Verantwoording
De uitdrukkingen « benadeelde partij » en « benadeelde persoon » worden in het voorstel door elkaar gebruikt. Soms leidt dat tot verwarring. Dat is bijvoorbeeld het geval in artikel 106, dat de bewoordingen van artikel 39 betreffende de verklaring van benadeelde persoon zou moeten overnemen.
Art. 125
In het tweede lid van § 4 van dit artikel de woorden « benadeelde persoon » vervangen door de woorden « persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft gedaan ».
Verantwoording
De formulering van artikel 125 zou moeten aansluiten bij die van artikel 39 betreffende de verklaring van benadeelde persoon. Het betreft immers alleen de persoon die een dergelijke verklaring heeft gedaan. Die persoon kan inzage vragen van het dossier binnen de grenzen van de feiten waardoor hij werd benadeeld (art. 125, § 1, tweede lid). Dat is een van de verbeteringen die het huidige voorstel aanbrengt.
Art. 130
In het 2º van dit artikel de woorden « benadeelde partij » vervangen door de woorden « benadeelde persoon ».
Verantwoording
De uitdrukking « benadeelde partij » en « benadeelde persoon » worden in het voorstel door elkaar gebruikt. Soms leidt dat tot verwarring. Dat is bijvoorbeeld het geval in artikel 130, dat de bewoordingen van artikel 39 betreffende de verklaring van benadeelde persoon zou moeten overnemen.
| Nathalie de T' SERCLAES. |