3-930/2 | 3-930/2 |
14 DECEMBER 2004
De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het voorliggend wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 14 december 2004.
Dit Protocol vormt de tenuitvoerlegging van de 43ste conclusie van de Europese Raad van Tampere gehouden op 15 en 16 oktober 1999. Hierin werd gesteld dat « Bij onderzoeken inzake grensoverschrijdende criminaliteit in een lidstaat moet optimaal profijt worden getrokken van samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten. De Europese Raad verlangt dat als eerste stap onverwijld gezamenlijke onderzoekteams worden ingesteld ter bestrijding van drugshandel, mensenhandel en terrorisme, zoals bepaald in het Verdrag. De hiervoor vast te stellen regels moeten het mogelijk maken dat vertegenwoordigers van Europol zo nodig ter ondersteuning deel uitmaken van zulke teams ».
Mevrouw de Bethune betreurt dat de regering lang heeft gewacht met het indienen bij de Senaat van het voorliggend protocol dat dateert van 28 november 2002.
De artikelen 1 en 2 alsook het wetsontwerp nr. 3-930/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Staf NIMMEGEERS. | François ROELANTS du VIVIER. |
De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat, nr. 3-930/1 — 2004-2005)