3-450/7

3-450/7

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

24 NOVEMBER 2004


Wetsvoorstel houdende het Wetboek van strafprocesrecht


AMENDEMENTEN


Nr. 112 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 18

In dit artikel de woorden « aan de partij en aan haar raadsman » vervangen door de woorden « aan de partijen en aan hun raadslieden ».

Verantwoording

De Raad van State stelt deze formulering voor om rekening te houden met de gevallen waarin verschillende partijen en hun raadslieden aanwezig zijn.

Nr. 113 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 332

Dit artikel aanvullen als volgt :

« Het kan kosteloos verkregen worden op de griffie. »

Verantwoording

Het bepaalde in artikel 318 juncto artikel 332 houdt in dat het onmogelijk is een kosteloos afschrift te verkrijgen indien het vonnis uitgesproken door een politierechtbank uitsluitend verkeersdelicten betreft en er geen burgerlijke partij optreedt.

In zijn advies dringt de Raad van State aan op het feit dat de aangelegenheid van het automatisch opsturen van een afschrift van het vonnis (art. 18 en 318 van het voorstel) niet mag worden verward met de aangelegenheid van de kosteloosheid ervan. Hij ziet daarin een discriminatie in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, aangezien in die veronderstelling de partij die bij de griffie verzocht heeft om een afschrift van een vonnis in verkeerszaken gewezen door de politierechtbank, dat afschrift niet kosteloos kan verkrijgen.

Dit amendement wil een einde maken aan die vorm van discriminatie.

Nr. 114 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 21

Dit artikel wijzigen als volgt :

a) aan het slot van het eerste lid, de woorden « noch een schikking voorstellen, behoudens de gevallen bepaald in de wet » toevoegen.

b) In de Franse tekst van het tweede lid, de eerste volzin vervangen als volgt :

« Le ministère public juge de l'opportunité des poursuites en tenant compte des directives de politique criminelle définies par le ministre de la justice en vertu de l'article 143ter du Code judiciaire. »

Verantwoording

a) Zoals de Raad van State in zijn advies stelt, dient in het eerste lid geschreven te worden dat het openbaar ministerie geen schikking kan voorstellen, behoudens de gevallen bepaald in de wet.

b) De Raad van State merkt op dat de Franse tekst van het tweede lid herschreven dient te worden om beter overeen te stemmen met de Nederlandse tekst.

Nr. 115 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 22

Het derde lid van dit artikel vervangen als volgt :

« Het stelt de strafvordering in door een vordering tot onderzoek ofwel door aanhangigmaking bij de strafgerechten bij wege van rechtstreekse dagvaarding, dan wel bij wege van oproeping bij proces-verbaal. »

Verantwoording

De Raad van State merkt op dat dit artikel herschreven moet worden om duidelijk de twee manieren aan te geven om de strafvordering in te stellen, waarvan de tweede in twee mogelijkheden wordt opgesplitst.

Nr. 116 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 24

De tweede volzin van dit artikel vervangen als volgt :

« Zij bevat de identiteit van de beklaagde, de feiten die hem ten laste worden gelegd in de zin van artikel 285, alsook de plaats, de dag en het uur van de zitting. »

Verantwoording

De Raad van State wijst er in zijn advies op dat er een ongegrond formuleringsverschil bestaat in de tekst van de artikelen 24 en 25 van het voorstel.

De formulering van beide teksten moet worden gestroomlijnd en er moet worden verwezen naar artikel 285, zodat ze nauwkeuriger is over de feiten die de beklaagde ten laste worden gelegd.

Nr. 117 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 25

In het tweede lid van dit artikel, na de woorden « de feiten die hem ten laste worden gelegd » invoegen de woorden « in de zin van artikel 285, ».

Verantwoording

Zie verantwoording van dezelfde indieners van het amendement op artikel 24.

Nr. 118 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 26

In het tweede lid van dit artikel, tussen het woord « strafvordering » en het woord « , tenzij » invoegen de woorden « in alle stadia van de procedure ».

Verantwoording

De Raad van State zegt in zijn advies dat de parlementaire voorbereiding moet vermelden dat de ratio legis erin bestaat het mogelijk te maken de voortgang van de strafvordering in alle stadia van de procedure te beletten. Het is misschien aangewezen dat rechtstreeks in de wettekst op te nemen.

Nr. 119 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 27

Dit artikel wijzigen als volgt :

a) De woorden « beoordelen de rechtbanken » vervangen door de woorden « beoordeelt de strafrechter »;

b) De woorden « voor hen » vervangen door de woorden « voor hem »;

c) De woorden « bij hen » vervangen door de woorden « bij hem ».

Verantwoording

Terecht wijst de Raad van State op het gebrek aan coherentie in de formulering van de artikelen 27 en 28. Het is dus aangewezen artikel 27 te wijzigen en dezelfde termen te gebruiken als in artikel 28.

Nr. 120 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 29

In § 3 van dit artikel doen vervallen de woorden « aan de ambtenaren van het openbaar ministerie bij het militair gerecht, ».

Verantwoording

De Raad van State wijst erop dat de woorden « aan de ambtenaren van het openbaar ministerie bij het militair gerecht, » als gevolg van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd, daar niet meer hoeven te staan.

Nr. 121 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 30

Dit artikel wijzigen als volgt :

a) In het tweede lid van § 1, na de woorden « één justitieassistent aan » invoegen de woorden « , zoals bedoeld in artikel 38, tweede lid, »;

b) In het vierde lid van § 1, de woorden « het ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « de federale overheidsdienst Justitie »;

c) In het derde lid van § 4, na de woorden « de justitieassistent » invoegen de woorden « , zoals bedoeld in artikel 38, tweede lid, »;

d) In het eerste lid van § 7, de woorden « het ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « de federale overheidsdienst Justitie ».

Verantwoording

a) en c) In zijn advies wijst de Raad van State erop dat de tekst moet preciseren dat het gaat over de justitieassistent bedoeld in artikel 38, tweede lid, van het voorstel, dat wil zeggen één van de ambtenaren van de dienst Justitiehuizen van de federale overheidsdienst Justitie die de bevoegde magistraten bijstaan bij de begeleiding van personen die betrokken zijn bij gerechtelijke procedures.

b) en d) De benaming « ministerie van Justitie » werd vervangen door « federale overheidsdienst Justitie ».

Nr. 122 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 34

Dit artikel aanvullen met een derde lid, luidende :

« Wanneer echter het misdrijf verjaart door verloop van een termijn van minder dan zes maanden, wordt de verjaring gestuit door de daden van onderzoek of van vervolging, verricht niet alleen gedurende de eerste termijn, maar ook gedurende elke nieuwe termijn voortvloeiende uit een stuiting, maar zonder dat de termijn van verjaring aldus kan worden verlengd tot meer dan één jaar, te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd. »

Verantwoording

Het tweede lid van artikel 36 over de stuiting van de verjaring hoort thuis in artikel 34 dat die kwestie regelt, en niet in artikel 36, zoals ook de Raad van State benadrukt in zijn advies.

Nr. 123 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 36

Het tweede lid van dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Het tweede lid van artikel 36 aangaande de stuiting van de verjaring hoort thuis in artikel 34 dat die kwestie regelt, en niet in artikel 36, zoals ook de Raad van State benadrukt in zijn advies.

Jean-Marie CHEFFERT.
Nathalie de T' SERCLAES.
Christine DEFRAIGNE.

Nr. 124 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 19

In het vierde lid van dit artikel de woorden « de benadeelde partij » vervangen door de woorden « het slachtoffer ».

Verantwoording

In dit voorstel worden verschillende uitdrukkingen gebruikt voor de persoon die het slachtoffer is van het misdrijf, zoals met name blijkt uit artikel 282 :

1. slachtoffer;

2. benadeelde partij;

3. benadeelde persoon;

4. burgerlijke partij.

De uitdrukkingen « benadeelde persoon » en « burgerlijke partij » zijn verbonden met specifieke, in het voorstel vastgestelde rechten.

Volgens artikel 39 is de benadeelde persoon degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft gedaan. Die uitdrukking wordt elders in het voorstel nog meermaals gebruikt terwijl de persoon die de verklaring heeft gedaan eigenlijk niet specifiek wordt bedoeld. Om verwarring bij de rechtzoekende te voorkomen, is het dus beter om die uitdrukking alleen te gebruiken wanneer de persoon die de verklaring heeft gedaan, uitdrukkelijk wordt bedoeld. Het is hoe dan ook nodig om het gebruik van de verschillende concepten te uniformiseren. Daartoe strekt dit amendement.

Het vierde lid van artikel 19 heeft betrekking op de persoon die het slachtoffer is van een misdrijf. Die persoon kan de strafvordering op gang brengen op de manieren waarin dit Wetboek voorziet : de burgerlijkepartijstelling bij de onderzoeksrechter of de rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht. In dat lid wordt de uitdrukking « benadeelde partij » gebruikt, die makkelijk te verwarren is met de uitdrukking « benadeelde persoon ». Wij stellen daarom voor om steeds te spreken van « slachtoffer » tenzij de tekst uitdrukkelijk slaat op de persoon die de verklaring bedoeld in artikel 39 heeft gedaan.

Nr. 125 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 26

In het tweede lid van dit artikel de woorden « de benadeelde partij » vervangen door de woorden « het slachtoffer ».

Verantwoording

In dit voorstel worden verschillende uitdrukkingen gebruikt voor de persoon die het slachtoffer is van het misdrijf, zoals met name blijkt uit artikel 282 :

1. slachtoffer;

2. benadeelde partij;

3. benadeelde persoon;

4. burgerlijke partij.

De uitdrukkingen « benadeelde persoon » en « burgerlijke partij » zijn verbonden met specifieke, in het voorstel vastgestelde rechten.

Volgens artikel 39 is de benadeelde persoon degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft gedaan. Die uitdrukking wordt elders in het voorstel nog meermaals gebruikt terwijl de persoon die de verklaring heeft gedaan eigenlijk niet specifiek wordt bedoeld. Om verwarring bij de rechtzoekende te voorkomen, is het dus beter om die uitdrukking alleen te gebruiken wanneer de persoon die de verklaring heeft gedaan, uitdrukkelijk wordt bedoeld. Het is hoe dan ook nodig om het gebruik van de verschillende concepten te uniformiseren. Daartoe strekt dit amendement.

Het vierde lid van artikel 19 heeft betrekking op de persoon die het slachtoffer is van een misdrijf. Die persoon kan de strafvordering op gang brengen op de manieren waarin dit Wetboek voorziet : de burgerlijkepartijstelling bij de onderzoeksrechter of de rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht.

In dat lid wordt de uitdrukking « benadeelde partij » gebruikt, die makkelijk te verwarren is met de uitdrukking « benadeelde persoon ». Wij stellen daarom voor om steeds te spreken van « slachtoffer » tenzij de tekst uitdrukkelijk slaat op de persoon die de verklaring bedoeld in artikel 39 heeft gedaan.

Nr. 126 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 31

In het eerste lid van dit artikel de woorden « de benadeelde partij » vervangen door de woorden « het slachtoffer ».

Verantwoording

In dit voorstel worden verschillende uitdrukkingen gebruikt voor de persoon die het slachtoffer is van het misdrijf, zoals met name blijkt uit artikel 282 :

1. slachtoffer;

2. benadeelde partij;

3. benadeelde persoon;

4. burgerlijke partij.

De uitdrukkingen « benadeelde persoon » en « burgerlijke partij » zijn verbonden met specifieke, in het voorstel vastgestelde rechten.

Volgens artikel 39 is de benadeelde persoon degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft gedaan. Die uitdrukking wordt elders in het voorstel nog meermaals gebruikt terwijl de persoon die de verklaring heeft gedaan eigenlijk niet specifiek wordt bedoeld. Om verwarring bij de rechtzoekende te voorkomen, is het dus beter om die uitdrukking alleen te gebruiken wanneer de persoon die de verklaring heeft gedaan, uitdrukkelijk wordt bedoeld. Het is hoe dan ook nodig om het gebruik van de verschillende concepten te uniformiseren. Daartoe strekt dit amendement.

Het vierde lid van artikel 19 heeft betrekking op de persoon die het slachtoffer is van een misdrijf. Die persoon kan de strafvordering op gang brengen op de manieren waarin dit Wetboek voorziet : de burgerlijkepartijstelling bij de onderzoeksrechter of de rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht.

In dat lid wordt de uitdrukking « benadeelde partij » gebruikt, die makkelijk te verwarren is met de uitdrukking « benadeelde persoon ». Wij stellen daarom voor om steeds te spreken van « slachtoffer » tenzij de tekst uitdrukkelijk slaat op de persoon die de verklaring bedoeld in artikel 39 heeft gedaan.

Nathalie de T' SERCLAES.

Nr. 127 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 18

Aan het slot van dit artikel de woorden « aan de partij en aan haar raadsman » vervangen door de woorden « aan de partijen en aan hun raadslieden ».

Verantwoording

Het betreft een technische verbetering, aangeraden door de Raad van State.

Nr. 128 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 19

In het laatste lid van dit artikel de woorden « de benadeelde partij » vervangen door de woorden « het slachtoffer van een misdrijf ».

Verantwoording

De uitdrukking « benadeelde partij » kan worden verward met de uitdrukking « benadeelde persoon », wat zou impliceren dat het recht om de strafvordering op gang te brengen voorbehouden is aan mensen die een verklaring van benadeelde persoon hebben gedaan in de zin van deze wet.

Nr. 129 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 21

In het eerste lid van dit artikel de eerste volzin vervangen als volgt :

« Rekening houdend met de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, vastgesteld door de minister van Justitie krachtens artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek, oordeelt het openbaar ministerie over de opportuniteit van de vervolging. ».

Verantwoording

Technische herformulering voorgesteld door de Raad van State.

Nr. 130 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 21

Het eerste lid van dit artikel aanvullen als volgt : « Het kan geen schikking voorstellen, behoudens de gevallen bepaald in de wet ».

Verantwoording

Bepaling voorgesteld door de Raad van State.

Nr. 131 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 21

In het tweede lid van dit artikel na de woorden « Rekening houdend met » invoegen de woorden « onder andere ».

Verantwoording

Bij het debat over de « Kleine Franchimont » hebben de parlementsleden erop gewezen dat de beslissing om al dan niet te vervolgen genomen moet worden rekening houdend met ook andere gegevens dan die van de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid (Verslag Commissie voor de Justitie, Parl. St. Kamer, 1996-1997, nr. 857-17, blz. 80). Bij de beoordeling van individuele gevallen kan op gemotiveerde wijze steeds worden afgeweken van de inhoud van die richtlijnen, rekening houdend met de bijzondere gegevens van het dossier (Verslag van de Commissie voor de Justitie, Parl. St. Senaat, gewone zitting 1997-1998, nr. 1-704/4, blz. 145).

Nr. 132 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 26

In de Franse tekst, in het tweede lid van dit artikel de woorden « toute action pénale » vervangen door de woorden « la poursuite de l'action publique ».

Verantwoording

Technische correctie voorgesteld door de Raad van State.

Nr. 133 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 27

In dit artikel de woorden « beoordelen de rechtbanken » vervangen door de woorden « beoordeelt de strafrechter ».

Verantwoording

Technisch in overeenstemming brengen met artikel 28.

Nr. 134 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 29

In de § 3 van dit artikel de woorden « aan de ambtenaren van het openbaar ministerie bij het militair gerecht, » doen vervallen.

Verantwoording

Het amendement is het gevolg van het aannemen van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd, alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd.

Nr. 135 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 30

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. In § 1, tweede lid, het woord « justitieassistent » vervangen door het woord « bemiddelingsassistent », zoals bedoeld in § 7, eerste lid.

B. In § 4, derde lid, het woord « justitieassistent » vervangen door het woord « bemiddelingsassistent ».

Verantwoording

A. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 oktober 1994 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de procedure voor de bemiddeling in strafzaken bedoelt men met een bemiddelingsassistent de persoon die de procureur des Konings bijstaat bij het uitwerken van de bemiddeling in strafzaken. Het gaat om ambtenaren van de diensten van de Justitiehuizen, zoals bepaald in § 7, eerste lid, van artikel 30.

B. Zie A. De verwijzing naar de definitie in § 7, eerste lid, is niet noodzakelijk, aangezien het derde lid van § 4 naar § 1 verwijst.

Nr. 136 VAN MEVROUW NYSSENS

(Subsidiair op amendement nr. 35)

Art. 26

In § 1, tweede lid, van dit artikel na het woord « een justitieassistent aan » invoegen de woorden « , zoals bedoeld in § 7, eerste lid, ».

Verantwoording

Ingeval de benaming « bemiddelingsassistent » zoals gebruikt in het koninklijk besluit van 24 oktober 1994 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de procedure voor de bemiddeling in strafzaken niet in aanmerking komt, dan moet worden verwezen naar § 7, eerste lid, dat een definitie bevat van de justitieassistent die de functie van bemiddelingsassistent uitoefent.

Nr. 137 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 30

De voorgestelde § 1 van dit artikel wijzigen als volgt :

A. In het vierde lid, de woorden « het ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « de federale overheidsdienst Justitie »;

B. In hetzelfde lid, de woorden « met de uitvoering van een dienstverlening of » doen vervallen;

C. Het vijfde lid doen vervallen.

Verantwoording

A. Technische correctie.

B en C. De mogelijkheid om een dienstverlening uit te voeren naar aanleiding van strafrechtelijke bemiddeling werd opgeheven door de wet van 17 april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en in politiezaken.

Nr. 138 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 30

In § 4, derde lid, van dit artikel het woord « ongunstig » doen vervallen.

Verantwoording

Dat woord is onduidelijk. De Raad van State meent dat het beter is het te doen vervallen.

Clotilde NYSSENS.

Nr. 139 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 15

De laatste zin van dit artikel vervangen als volgt :

« In dit geval verwijst de rechtbank bij wie de zaak het laatst aanhangig is gemaakt de zaak terug naar het openbaar ministerie voor verder gevolg. »

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 140 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 14

In de Franse tekst van dit artikel de woorden « le lieu principal de l'infraction » vervangen door de woorden « le lieu de l'infraction principale ».

Verantwoording

In zijn advies merkt de Raad van State op dat de Franse versie het heeft over « le lieu principal de l'infraction » terwijl de Nederlandse versie als volgt luidt : « de plaats waar het misdrijf in hoofdzaak is gepleegd ». Tijdens de vergadering is gebleken dat de indieners wel degelijk de plaats bedoelden waar het misdrijf in hoofdzaak is gepleegd.

Nr. 141 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 18

In dit artikel de woorden « aan de partij en aan haar raadsman » vervangen door de woorden « aan de partijen en aan hun raadslieden ».

Verantwoording

In zijn advies stelt de Raad van State een ruimere formulering voor.

Nathalie de T' SERCLAES.

Nr. 142 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 16

In het tweede lid van dit artikel, het woord « andere » schrappen.

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 143 VAN DE HEER VANDENBERGHE EN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 19

In het laatste lid van dit artikel de woorden « de benadeelde partij » vervangen door de woorden « een benadeelde persoon ».

Hugo VANDENBERGHE.
Nathalie de T' SERCLAES.

Nr. 144 VAN MEVROUW NYSSENS

Art. 32

De aanhef van het eerste lid van dit artikel doen luiden als volgt « Behoudens wat de misdrijven betreft omschreven in de artikelen 136bis, 136ter en 136quarter van het Strafwetboek, verjaart de strafvordering door verloop van tien jaar, ».

Verantwoording

Dit amendement voert de uitzonderingen in die artikel 19 van de wet van 5 augustus 2003 betreffende ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht heeft aangebracht in de vorige lezing van artikel 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering.

Clotilde NYSSENS.

Nr. 145 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 20

In de Nederlandse tekst van dit artikel het woord « ingesteld » vervangen door het woord « uitgeoefend ».

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 146 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 31

In het eerste lid van § 1 van dit artikel de woorden « en door verjaring » vervangen door de woorden « en door de gevallen van verval die door bijzondere wetten zijn voorgeschreven ».

Verantwoording

Terecht stelt de Raad van State in zijn advies voor voorbehoud te maken voor de gevallen van verval van strafvordering die bij bijzondere wetten zijn voorgeschreven. Als voorbeeld geeft hij de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, die het « bevel tot betaling opgelegd door de procureur des Konings wegens bepaalde overtredingen door een persoon die in België een vaste woonplaats of een vaste verblijfplaats heeft » heeft ingevoegd. Dergelijke betaling sluit elke strafvervolging uit.

Nr. 147 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 32

In het derde lid van dit artikel na de woorden « In geval van » het woord « materiële » invoegen.

Verantwoording

Zoals de Ordre des Barreaux francophones et germanophone het in haar advies onderstreept, strekt het woord « materiële » ertoe een rechtspraak van het Hof van Cassatie te bekrachtigen als moet de verjaring van de strafvordering bij materiële samenloop van misdrijven worden berekend voor elk van de individueel bedoelde strafbare feiten.

In het geval van eendaadse samenloop van strafbare feiten, zou het op die manier laten lopen van de verjaring de zaken ingewikkelder maken. Het zou bijgevolg strijdig zijn met de filosofie van de bestaande regels ter zake, die gunstig zouden moeten zijn voor de vervolgde persoon. In dergelijk geval beschouwt het Hof van Cassatie alle strafbare feiten als één enkel misdrijf en gaat de verjaring voor alle feiten samen pas in zodra het laatste ervan heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat elk voorgaand strafbaar feit niet van het misdrijf gescheiden is door een langere periode dan de toepasselijke verjaringstermijn, behalve in geval van onderbreking of schorsing.

Terecht wijst de Raad van State erop dat het wijzigen van dergelijke rechtspraak het risico inhoudt dat er problemen ontstaan, vooral voor dossiers met zeer talrijke strafbare feiten, waarop artikel 65 van het Strafwetboek van toepassing is. Het is dus niet aangewezen het aanvangspunt van de verjaring van collectieve misdrijven te wijzigen.

Nr. 148 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 35

Dit artikel vervangen als volgt :

« De verjaring van de strafvordering is geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel bestaat dat de instelling of de uitoefening van de strafvordering verhindert.

De strafvordering is geschorst gedurende de behandeling van een door de verdachte, de burgerlijke partij of de burgerlijke aansprakelijke partij voor het vonnisgerecht opgeworpen exceptie van onbevoegdheid, onontvankelijkheid of nietigheid. Indien het vonnisgerecht de exceptie gegrond verklaart of indien de beslissing over de exceptie bij de zaak zelf wordt gevoegd, is de verjaring niet geschorst. »

Verantwoording

Het wetsvoorstel neemt in zijn artikel 35 het vroegere artikel 24 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering over, zonder rekening te houden met de laatste wijziging ervan. Een wet van 16 juli 2002 heeft dat artikel immers gewijzigd. De laatste versie van de norm moet dus in het nieuwe wetboek worden opgenomen. Overigens heeft de Commissie Franchimont zich in de toelichting bij de artikelen verheugd over die wijziging, waarvan ze op het laatste ogenblik kennis heeft genomen, zonder ze in het voorstel te kunnen opnemen.

Nr. 149 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 39

In het tweede lid van dit artikel, de woorden « gericht aan de procureur des Konings of wordt ontvangen op zijn secretariaat » vervangen door de woorden « of wordt ontvangen op het secretariaat van het openbaar ministerie ».

Verantwoording

De Raad van State stelt die formulering voor omdat die term zowel de arbeidsauditeur als de federale procureur en de procureur-generaal omvat (in het geval van vervolging tegen personen die voorrecht van rechtsmacht genieten).

Nr. 150 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 40

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. In het eerste lid, de woorden « De benadeelde persoon heeft » vervangen door de woorden « Onverminderd de andere rechten bepaald in de wet, heeft de benadeelde persoon ».

B. Het derde lid aanvullen als volgt : « Hij wordt niet op de hoogte gebracht van het instellen van een gerechtelijk onderzoek indien de onderzoeksrechter meent dat deze informatie het goede verloop ervan kan schaden ».

Verantwoording

A. De Raad van State wijst er in zijn advies terecht op dat de benadeelde persoon andere rechten bezit dan die welke zijn vermeld in artikel 40, namelijk de rechten die voortvloeien uit de artikelen 125, 126, 130 en 211 van het voorstel.

B. De Hoge Raad voor de Justitie wijst er in zijn advies terecht op dat het feit van de benadeelde persoon te informeren dat een gerechtelijk onderzoek is ingesteld, in sommige gevallen het goede verloop van de zaak kan schaden. Op die informatie behoort dus een uitzondering te komen.

Nr. 151 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 44

Aan dit artikel een derde lid toevoegen, luidende :

« Heeft de burgerlijke partij geen woonplaats gekozen, dan kan zij het verzuim van de betekening niet inroepen tegen de akten die haar luidens de wet moesten worden betekend. »

Verantwoording

Het amendement voorziet in de consequentie verbonden aan de niet-naleving van de vormvoorwaarde van het kiezen van woonplaats, zoals dat momenteel het geval is in artikel 68, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering.

Nr. 152 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 45

In dit artikel het woord « mededaders » doen vervallen.

Verantwoording

Zoals de Raad van State zegt, is er geen verschil tussen een dader en een mededader.

Nr. 153 VAN DE HEER CHEFFERT C.S.

Art. 47

Dit artikel wijzigen als volgt :

A. Paragraaf 1, 1º, doen luiden als volgt : « bij de onderzoeksrechter bij wie het gerechtelijk vooronderzoek reeds aanhangig is ».

B. In § 2, 2º, de woorden « behalve indien het misdrijf tot de bevoegdheid van het Hof van Assisen behoort » vervangen door de woorden « behalve de uitzonderingen waarin de wet voorziet ».

C. in § 3, 2º, na de woorden « die zich burgerlijke partij stelt » toevoegen de woorden : « of, indien het gaat om een rechtspersoon, de benaming, de maatschappelijke zetel, de bedrijfszetel, alsook de naam, voornaam, plaats en datum van geboorte, beroep, woonplaats en hoedanigheid van de persoon of personen gerechtigd om hem te vertegenwoordigen ».

D. het tweede lid van § 3 vervangen als volgt :

« De rechtstreekse dagvaarding bevat daarenboven de volgende opgaven :

1º naam, voornaam, woon- of verblijfplaats van de gedagvaarde persoon, of indien het gaat om een rechtspersoon, benaming, rechtsvorm en maatschappelijke zetel;

2º de rechter bij wie de vordering is ingesteld;

3º de plaats, dag en uur van de terechtzitting. »

Verantwoording

A. Verduidelijking.

B. Zoals de Raad van State opmerkt, kunnen bepaalde procedures waarin bepaalde bijzondere wetten voorzien, niet worden ingeleid door een rechtstreekse dagvaarding. Dat geldt onder andere voor artikel 47, eerste lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming. Aangezien de voor het Hof van Assisen ingeleide procedures onder het toepassingsgebied van de nieuwe formulering vallen, wordt er niet meer naar verwezen.

C. Het amendement strekt ertoe rekening te houden met een burgerlijkepartijstelling of een rechtstreekse dagvaarding door een rechtspersoon.

D. Enerzijds wil het amendement rekening houden met de burgerlijkepartijstelling of de rechtstreekse dagvaarding door een rechtspersoon. Anderzijds moet de rechtstreekse dagvaarding, aangezien het een akte van rechtsingang is, overeenkomstig artikel 702, 4º en 5º, van het Gerechtelijk Wetboek, plaats, dag en uur van de terechtzitting bevatten.

Jean-Marie CHEFFERT.
Nathalie de T' SERCLAES.
Christine DEFRAIGNE.

Nr. 155 VAN MEVROUW de T' SERCLAES

Art. 15

De woorden « vrijwillig uit handen » vervangen door de woorden « uit handen en verwijst ze naar de Procureur des Konings om te handelen als naar recht ».

Verantwoording

Bij het debat in de commissie werd opgemerkt dat bij aanhangigheid de onttrekking van de laatst geadieerde rechter niet de meest aangewezen oplossing is. Men kan inspiratie putten uit artikel 220 van het voorstel, dat voorziet in de onttrekking gevolgd door de verwijzing van de zaak naar de Procureur des Konings om te handelen als naar recht.

Nathalie de T' SERCLAES.