3-450/3

3-450/3

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

7 JULI 2004


Wetsvoorstel houdende het Wetboek van strafprocesrecht


AMENDEMENTEN


Nr. 37 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 59

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 59. ­ De procureur des Konings van de plaats van het misdrijf is bij voorrang bevoegd om de handelingen op het gebied van opsporing of gerechtelijk verzoek te verrichten of te gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren. »

Vervolgens zijn eveneens bevoegd :

1) de procureur des Konings van de plaats waar de verdachte verblijft of zijn laatste bekende verblijfplaats heeft gehad,

2) die van de plaats waar de verdachte wordt of kan worden gevonden en,

3) wat betreft de rechtspersonen, die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon en die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon.

De procureur des Konings die kennis neemt van de zaak blijft echter bevoegd, ongeacht de orde van voorrang hierboven bepaald.

§ 2. De procureur des Konings die binnen die bevoegdheid kennis krijgt van een misdrijf, kan buiten zijn arrondissement alle handelingen verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van opsporing of gerechtelijk onderzoek. Hij stelt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden hiervan in kennis.

Verantwoording

Dit amendement wil de voorgestelde tekst verduidelijken om hem in overeenstemming te brengen met de toelichting, waaruit blijkt dat de procureur des Konings van de plaats van het misdrijf bij voorrang bevoegd is om zo te voorkomen dat bepaalde parketten misbruik maken van hun machtspositie en zaken tot zich trekken op basis van een aanvullend bevoegdheidscriterium. Dergelijke handelwijze belemmert al te vaak de rechtsgang.

Er wordt echter wel een voorbehoud gemaakt : de eerste procureur des Konings die kennis neemt van een dossier blijft bevoegd, ongeacht zijn plaats in de orde van voorrang. Dit voorbehoud strekt ertoe te voorkomen dat achteraf in de loop van de procedure bevoegdheidsconflicten zouden rijzen die de procedure onnodig zouden vertragen.

Om de bevoegdheid van de procureur des Konings duidelijker te bepalen, stelt dit amendement voor rekening te houden met de laatste bekende verblijfplaats veeleer dan met de laatste verblijfplaats zonder meer.

Nº 38 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 63

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 63. ­ § 1. Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het opsporingsonderzoek geheim.

Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het opsporingsonderzoek, is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.

§ 2. Indien het openbaar belang het vereist of om te voorkomen dat onvolledige informatie wordt verspreid die gevaar inhoudt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen, kan de procureur des Konings echter, met uitsluiting van ieder ander, aan de pers gegevens verstrekken.

Deze gegevens worden verstrekt hetzij ambtshalve, hetzij op de vraag van de partijen en betreffen uitsluiten objectieve elementen uit de procedure die geen enkele subjectieve appreciatie inhouden.

Als de procureur des Konings weigert om deze gegevens te verstrekken aan de partijen, neemt hij terzake een met redenen omklede beslissing die bij het dossier wordt gevoegd en die niet vatbaar is voor hoger beroep.

Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

§ 3. De advocaat kan, indien het belang van zijn cliënt het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven, de waardigheid van personen en de regels van het beroep. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

§ 4. De procureur des Konings kan tevens aan een persoon die van een wettig belang doet blijken, toestemming verlenen om alle akten van rechtspleging van het dossier of een gedeelte ervan te raadplegen of een kopie daarvan te bekomen. Hij kan voorwaarden verbinden aan deze toestemming. Zijn beslissing is niet vatbaar voor hoger beroep. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe de relaties tussen pers en gerecht te verbeteren, overeenkomstig de wens die de Hoge Raad voor de Justitie heeft geuit.

Artikel 11 van het Franse Wetboek van strafprocesrecht is als voorbeeld genomen. Dat biedt de onderzoeksgerechten en de partijen de mogelijkheid een mise au point te vragen van de informatie die aan de pers wordt doorgegeven. Op die manier worden de zaken duidelijk en wordt voorkomen dat via de media onjuiste informatie wordt verspreid die schadelijk is voor het vermoeden van onschuld, voor de rechten van de verdediging en voor de geloofwaardigheid van het gerecht.

Nº 39 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 70

Dit artikel aanvullen als volgt :

« Ieder die getuige is geweest van een aanslag, hetzij tegen de openbare veiligheid, hetzij op iemands leven of eigendom, hetzij op het eigendom van een rechtspersoon, is eveneens verplicht daarvan bericht te geven aan de procureur des Konings, hetzij van de plaats van de misdaad of van het wanbedrijf, hetzij van de plaats waar de verdachte kan worden gevonden. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe de in dit artikel geboden bescherming ook uit te strekken tot het eigendom van rechtspersonen.

Nº 40 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 74

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 74. ­ Eenieder kan tijdens het opsporingsonderzoek worden ondervraagd, gehoord of geconfronteerd ongeacht of hij de hoedanigheid bezit van verdachte, getuige of slachtoffer en ongeacht om redenen van bloedverwantschap, aanverwantschap of leeftijd.

Het slachtoffer kan van een directe confrontatie worden vrijgesteld als uit een met redenen omkleed doktersattest blijkt dat die schadelijk kan zijn voor zijn gezondheid. Dat attest wordt bij een ter post aangetekende brief aan de officier van gerechtelijke politie gezonden binnen vijf werkdagen na de datum van de oproeping. »

Verantwoording

Dit amendement strekt er in het bijzonder toe om de slachtoffers van zedenfeiten te beschermen.

De confrontatie met de dader kan immers schadelijk zijn voor hun mentale en psychische gezondheid, zonder dat die confrontatie objectieve informatie oplevert voor het opsporingsonderzoek, omdat beide partijen toch bij hun standpunten blijven.

Die situatie kan uiterst nadelig zijn voor het slachtoffer, dat niet alleen moet vertellen wat het heeft ondergaan maar bovendien wordt tegengesproken door de dader, wiens fysieke nabijheid het slachtoffer alleen verder uit zijn evenwicht kan brengen omdat het zich nog tegen de dader moet verdedigen.

Dat probleem kan worden opgelost door een indirecte confrontatie, bijvoorbeeld via een videoconferentie.

Nr. 41 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 76

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 76. ­ § 1. Voorafgaand aan ieder verhoor van een persoon, ongeacht in welke hoedanigheid hij wordt verhoord, wordt hem ten minste meegedeeld dat :

a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;

b) hij kan vragen dat een bepaalde opsporingshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;

c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;

d) hij gebruik kan maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd of ter griffie worden neergelegd;

e) hij later, maar voor de beëindiging van het opsporingsonderzoek, een memorie kan overleggen;

f) hij kan weigeren te antwoorden.

§ 2. Het proces-verbaal vermeldt, op straffe van nietigheid, nauwkeurig de datum en het tijdstip waarop het verhoor wordt aangevat, eventueel onderbroken en hervat, alsook beëindigd. Het vermeldt nauwkeurig de identiteit van de personen die in het verhoor, of in een gedeelte daarvan, tussenkomen, en het tijdstip van hun aankomst en vertrek. Het vermeldt ook de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen.

§ 3. Aan het einde van het verhoor geeft men de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen.

§ 4. Indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, wordt ofwel een beroep gedaan op een beëdigde tolk, ofwel worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren. Indien het verhoor met behulp van een tolk wordt afgenomen, worden diens identiteit en hoedanigheid vermeld.

§ 5. In geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden en in de gevallen omschreven in de wet, kan ambtshalve of op verzoek van de ondervraagde persoon de audiovisuele opname van het verhoor gelast worden. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe dit artikel te verduidelijken en in § 2 de datum toe te voegen aan de vermeldingen die op straffe van nietigheid in het proces-verbaal moeten worden vermeld.

Nº 42 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 77

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 77. ­ § 1. Onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten delen de procureur des Konings en elke politiedienst die een persoon ondervragen, deze persoon mee dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen.

Deze kopie wordt onmiddellijk of binnen een maand overhandigd of verstuurd.

§ 2. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de procureur des Konings, met een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze mededeling uitstellen voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

§ 3. Wanneer het een minderjarige betreft en wanneer blijkt dat deze het gevaar loopt dat de kopie hem wordt ontnomen of hij het persoonlijke karakter ervan niet kan bewaren, kan de procureur des Konings hem de mededeling ervan weigeren, bij een met redenen omklede beslissing. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

In dat geval kan de minderjarige, vergezeld door een advocaat of een justitieassistent van de dienst slachtofferonthaal van het parket, een kopie van de tekst van zijn verhoor raadplegen. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze raadpleging uitstellen voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

§ 4. In het geval bedoeld in paragraaf 3 en zonder afbreuk te doen aan de toepassing van paragraaf 2, kan de procureur des Konings beslissen dat een kosteloze kopie van de tekst van het verhoor van de minderjarige aan de advocaat van deze laatste medegedeeld wordt. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe het artikel te verduidelijken door het op te delen in paragrafen.

Nº 43 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 78

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 78. ­ § 1. Elke minderjarige die het slachtoffer of getuige is van de feiten bedoeld in de artikelen 347bis, 372 tot 377, 379, 380, 380bis, 380ter, 383, 383bis, 385, 386, 387, 398 tot 405ter, 409, 410, 422bis, 422ter, 423, 425, 426 en 428 van het Strafwetboek, heeft het recht zich tijdens elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties te laten begeleiden door een meerderjarig persoon van zijn keuze.

§ 2. De mogelijkheid om dit recht uit te oefenen wordt meegedeeld aan de minderjarige voor elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties.

§ 3. Het openbaar ministerie of de onderzoeksmagistraat kunnen echter in het belang van de minderjarige of teneinde de waarheid aan het licht te brengen, bij een met redenen omklede beslissing anders oordelen en de aanwezigheid van de meerderjarige persoon gekozen door de minderjarige bij het verhoor verbieden.

Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

In dat geval moet de minderjarige tijdens het verhoor worden bijgestaan door zijn raadsman of door een ambtshalve toegewezen advocaat.

§ 4. Tijdens het verhoor vanwege de rechterlijke instanties moet de minderjarige jonger dan 15 jaar worden bijgestaan door zijn raadsman of door een ambtshalve toegewezen advocaat, ongeacht in welke hoedanigheid hij wordt gehoord. »

Verantwoording

De eerste wijziging strekt ertoe het artikel te verduidelijken door het op te delen in paragrafen.

De tweede wijziging is de invoeging van een § 2, waarin wordt bepaald dat de minderjarige voor het verhoor op de hoogte moet worden gebracht van het recht dat hem krachtens § 1 wordt verleend.

De derde wijziging houdt in dat de minderjarige moet worden bijgestaan, ongeacht of hij wordt verhoord als slachtoffer of als getuige van de feiten, als de meerderjarige persoon die hij gekozen heeft om hem te begeleiden, niet wordt aanvaard. De aanwezigheid van zijn raadsman of van een ambtshalve toegewezen advocaat bij het verhoor lijkt toch een minimale waarborg.

De laatste wijziging voert dezelfde verplichting in voor iedere minderjarige jonger dan 15 jaar, ongeacht in welke hoedanigheid hij wordt gehoord (als slachtoffer, getuige of verdachte). Ook hier lijkt de aanwezigheid van een advocaat meer garanties te bieden voor een evenwicht tussen de verschillende partijen.

Nº 44 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 87

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 87. ­ § 1. De processen-verbaal van het verhoor en de beeld- of geluidsdragers van de opname worden overgelegd aan het onderzoeksgerecht en aan het vonnisgerecht, zulks in de plaats van de persoonlijke verschijning van de minderjarige.

§ 2. Wanneer het vonnisgerecht de verschijning van de minderjarige noodzakelijk vindt om de waarheid aan de dag te brengen, kan het evenwel bij een met redenen omklede beslissing de verschijning bevelen.

Tijdens deze verschijning moet de minderjarige worden bijgestaan door zijn raadsman of door een ambtshalve toegewezen advocaat. »

Verantwoording

De eerste wijziging strekt ertoe het artikel te verduidelijken door het op te delen in paragrafen.

De tweede wijziging, het tweede lid van § 2, strekt ertoe de minderjarige te laten bijstaan door zijn raadsman of door een ambtshalve toegewezen advocaat om hem in dit stadium van de procedure beter te beschermen.

Nº 45 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Boek III, titel I, hoofdstuk 2, afdeling 3,
onderafdeling 1

Na artikel 88 een § 3 (nieuw) invoegen die de artikelen 88bis tot 88quater bevat, luidende :

« § 3. Het verhoor van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden.

Art. 88bis. ­ Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :

1º personen in staat van verlengde minderjarigheid : personen als bedoeld in de artikelen 487bis en volgende van het Burgerlijk Wetboek;

2º onbekwaamverklaarden : personen als bedoeld in artikel 489 van het Burgerlijk Wetboek;

Art. 88ter. ­ § 1. Elke persoon in staat van verlengde minderjarigheid of elke onbekwaamverklaarde als bedoeld in artikel 88bis die het slachtoffer of getuige is van de feiten bedoeld in de artikelen 347bis, 372 tot 377, 379, 380, 380bis, 380ter, 383, 383bis, 385, 386, 387, 398 tot 405ter, 409, 410, 422bis, 422ter, 423, 425, 426 en 428 van het Strafwetboek, heeft het recht zich tijdens elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties te laten begeleiden door een meerderjarig persoon van zijn keuze.

§ 2. De mogelijkheid om dit recht uit te oefenen wordt meegedeeld aan de persoon in staat van verlengde minderjarigheid of aan de onbekwaamverklaarde voor elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties.

§ 3. Het openbaar ministerie of de onderzoeksmagistraat kunnen echter in het belang van de persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van de onbekwaamverklaarde of teneinde de waarheid aan het licht te brengen, bij een met redenen omklede beslissing anders oordelen en de aanwezigheid van de meerderjarige persoon gekozen door de persoon in staat van verlengde minderjarigheid of door de onbekwaamverklaarde bij het verhoor verbieden.

Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

In dat geval moet de persoon in staat van verlengde minderjarigheid of de onbekwaamverklaarde tijdens het verhoor worden bijgestaan door zijn raadsman of door een ambtshalve toegewezen advocaat.

Art. 88quater. ­ De artikelen 79 tot 88 betreffende het verhoor van minderjarigen zijn onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde waarborgen van toepassing op personen in staat van verlengde minderjarigheid en op onbekwaamverklaarden.

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe in het strafprocesrecht een bijzondere bescherming in te voeren voor personen in staat van verlengde minderjarigheid en voor onbekwaamverklaarden als zij door de rechterlijke instanties worden gehoord.

Nr. 46 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 101

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 101. ­ § 1. De procureur des Konings kan ambtshalve of op vraag van de partijen, een deskundigenonderzoek bevelen. De aangewezen deskundigen voeren hun opdracht uit onder toezicht van de procureur des Konings.

§ 2. Het deskundigenonderzoek wordt in principe op tegenspraak verricht.

De procureur des Konings bepaalt evenwel de modaliteiten van het deskundigenonderzoek rekening houdend met het evenwicht tussen de rechten van de verdediging en de vereisten van de strafvordering.

§ 3. Als zij gekend zijn, kunnen de betrokken personen indien nodig, vooraleer het deskundigenverslag wordt opgemaakt, opgeroepen worden om alle verrichtingen van de deskundige bij te wonen, waarbij zij zich kunnen laten bijstaan door een advocaat en een technisch raadsman. »

Verantwoording

De nieuwe formulering van dit artikel brengt de tekst in overeenstemming met de artikelen 197 en 198 waarin bepalingen inzake het deskundigenonderzoek in het kader van het gerechtelijk onderzoek worden vastgelegd.

De in dit amendement gestelde voorwaarden stemmen overeen met de voorwaarden in de genoemde artikelen, zodat het deskundigenonderzoek in het stadium van het opsporingsonderzoek op dezelfde manier op tegenspraak wordt verricht als in het stadium van het gerechtelijk onderzoek. Zo wordt voorkomen dat achteraf de geldigheid van dit deskundigenonderzoek kan worden betwist waardoor de rechtsgang wordt vertraagd.

Nr. 47 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 106

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 106. ­ § 1. Als de vereisten van de strafvordering zich daartegen niet verzetten,

1º deelt de procureur des Konings aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd een afschrift van de beslissing mee houdende de aanwijzing van de deskundige, alsook van de beslissingen die de opdracht waarmee hij werd belast, bepalen, wijzigen of uitbreiden;

2º brengt de deskundige schriftelijk, na beëindiging van de verrichtingen en alvorens zijn verslag en zijn conclusie op te maken, aan de procureur des Konings zijn vaststellingen ter kennis. Deze laatste deelt ze mee aan de verdachte en aan de persoon die een verklaring van benadeelde partij heeft afgelegd en bepaalt de termijn waarover zij beschikken om schriftelijke opmerkingen te formuleren;

3º zijn de artikelen 979, behalve wat de eedaflegging betreft, 980 tot 983, 985 en 986 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het deskundigenonderzoek bevolen door de procureur des Konings.

§ 2. De procureur des Konings kan zich verzetten tegen de gehele of gedeeltelijke toepassing van huidig artikel indien de noodwendigheden van het opsporingsonderzoek dit vereisen of indien inzage een gevaar zou opleveren voor personen of een ernstige schending van hun privé-leven zou inhouden.

Dit verzet moet geschieden met een met redenen omklede beslissing waartegen geen beroep open staat en die wordt opgenomen in het dossier. »

Verantwoording

De eerste wijziging strekt ertoe dit artikel onder te verdelen in paragrafen om het makkelijker leesbaar te maken.

De tweede wijziging betreft het eerste lid van § 2 en voegt een nuance in betreffende de toepassing van het artikel, die door de procureur des Konings geheel of gedeeltelijk kan worden geweigerd, zodat hij over meer beoordelingsvrijheid beschikt.

Ten slotte wil het amendement, door een gemotiveerde beslissing op te leggen in het laatste lid, de waarborg bieden dat er geen misbruiken plaatshebben aangezien de procureur willekeurig kan beslissen al dan niet informatie over te zenden aan de partijen.

Nr. 48 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 135

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 135. ­ § 1. De onderzoeksrechter neemt kennis van misdrijven die in de wet als misdaad of wanbedrijf zijn omschreven en, in geval van samenloop, van feiten die als overtreding zijn omschreven.

§ 2. De onderzoeksrechter van de plaats van het misdrijf is bij voorrang bevoegd om alle handelingen te verrichten of te gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van opsporing of gerechtelijk verzoek.

Vervolgens zijn eveneens bevoegd :

1) de onderzoeksrechter van de plaats waar de verdachte verblijft of zijn laatste bekende verblijfplaats heeft gehad,

2) die van de plaats waar de verdachte wordt of kan worden gevonden en,

3) met betrekking tot rechtspersonen die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon en die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon.

Ingeval de onderzoeksrechter territoriaal niet bevoegd is, verwijst hij, alvorens enige onderzoekshandeling te verrichten, de zaak naar de onderzoeksrechter die er kennis zou kunnen van nemen.

Als zijn territoriale bevoegdheid vaststaat, blijft de onderzoeksrechter die kennis neemt van de zaak bevoegd, ongeacht de orde van voorrang hierboven bepaald.

§ 3. Wanneer het gaat om misdaden of wanbedrijven die, in de gevallen omschreven in de wet, gepleegd zijn buiten het Belgische grondgebied, is bij voorrang bevoegd de onderzoeksrechter van de plaats waar de persoon verdacht van het misdrijf verblijft of zijn laatste bekende verblijfplaats heeft gehad.

Vervolgens zijn bevoegd de onderzoeksrechter van de plaats waar deze persoon wordt of kan worden gevonden en met betrekking tot rechtspersonen die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon en die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon.

§ 4. De onderzoeksrechter die binnen die bevoegdheid kennis krijgt van een misdrijf, kan buiten zijn arrondissement alle handelingen verrichten of gelasten die tot zijn bevoegdheid behoren op het gebied van gerechtelijke politie, opsporing of gerechtelijk onderzoek. Hij stelt de procureur des Konings van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden, hiervan in kennis. »

Verantwoording

Dit amendement wil de voorgestelde tekst verduidelijken om hem in overeenstemming te brengen met de toelichting, waaruit blijkt dat de onderzoeksrechter van de plaats van het misdrijf bij voorrang bevoegd is.

Daarbij wordt een dubbel voorbehoud gemaakt :

­ het eerste betreft de territoriale bevoegdheid van de onderzoeksrechter, die voorrang heeft op iedere andere overweging, zodat de onderzoeksrechter die niet territoriaal bevoegd is, alvorens enige onderzoeksdaad te verrichten, het dossier naar de bevoegde onderzoeksrechter moet verwijzen;

­ het tweede betreft het feit dat de eerste onderzoeksrechter die kennis neemt van een dossier, voor zover zijn territoriale bevoegdheid vaststaat, bevoegd blijft, ongeacht zijn plaats in de orde van voorrang. Dit voorbehoud strekt ertoe te voorkomen dat achteraf in de loop van de procedure bevoegdheidsconflicten zouden rijzen die de procedure onnodig zouden vertragen.

Om ten slotte de bevoegdheid van de onderzoeksrechter duidelijker te bepalen, stelt dit amendement voor rekening te houden met de laatste bekende verblijfplaats veeleer dan met de laatste verblijfplaats zonder meer.

Nr. 49 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 136

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 136. ­ § 1. Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het gerechtelijk onderzoek geheim.

Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het gerechtelijk onderzoek is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.

§ 2. Indien het openbaar belang het vereist of om te voorkomen dat onvolledige informatie wordt verspreid die gevaar inhoudt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen, kan de procureur des Konings echter, met uitsluiting van ieder ander, aan de pers gegevens verstrekken.

Deze gegevens worden verstrekt hetzij ambtshalve, hetzij op de vraag van de de onderzoeksgerechten of de partijen en betreffen uitsluiten objectieve elementen uit de procedure die geen enkele subjectieve appreciatie inhouden.

Als de procureur des Konings weigert om deze gegevens te verstrekken aan de onderzoeksgerechten en de partijen, neemt hij terzake een met redenen omklede beslissing die bij het dossier wordt gevoegd en die niet vatbaar is voor hoger beroep.

Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

§ 3. De advocaat kan, indien het belang van zijn cliënt het vereist, aan de pers gegevens verstrekken. Hij waakt voor de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelde, het slachtoffer en derden, het privé-leven, de waardigheid van personen en de regels van het beroep. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de in het dossier genoemde personen niet vrijgegeven.

§ 4. De procureur des Konings kan evenwel, met instemming van de onderzoeksrechter, aan een derde die een wettig belang doet gelden, toestemming verlenen om alle akten van rechtspleging of een gedeelte ervan te raadplegen of een kopie daarvan te bekomen. Hij kan voorwaarden verbinden aan deze toestemming. Zijn beslissing is niet vatbaar voor hoger beroep. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe de relaties tussen pers en gerecht te verbeteren, overeenkomstig de wens die de Hoge Raad voor de Justitie heeft geuit.

Artikel 11 van het Franse Wetboek van strafprocesrecht is als voorbeeld genomen. Dat biedt de onderzoeksgerechten en de partijen de mogelijkheid een « mise au point » te vragen van de informatie die aan de pers wordt doorgegeven. Op die manier worden de zaken duidelijk en wordt voorkomen dat via de media onjuiste informatie wordt verspreid die schadelijk is voor het vermoeden van onschuld, voor de rechten van de verdediging en voor de geloofwaardigheid van het gerecht.

Nr. 50 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 137

De Franse tekst van het tweede lid van dit artikel doen luiden als volgt :

« Le greffier numérote et inventorie les pièces du dossier ».

Verantwoording

Dit amendement stelt voor in het Frans preciezere termen te gebruiken zodat het artikel vlotter te begrijpen is.

Nr. 51 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 144

Voor dit artikel de volgende vermelding invoegen :

« § 1 : De ondervraging. »

Verantwoording

Met dit amendement kan de materie van de ondervraging van minderjarigen, personen in staat van verlengde minderjarigheid en onbekwaamverklaarden in dezelfde afdeling worden behandeld, zodat de tekst als volgt wordt opgebouwd :

Titel II. Het gerechtelijk onderzoek en de onderzoeksgerechten.

Hoofdstuk 1. Het gerechtelijk onderzoek.

Hoofdstuk 2. De modaliteiten van het gerechtelijk onderzoek.

Afdeling 1. De aanhangigmaking bij de onderzoeksrechter.

Afdeling 2. De onderzoekshandelingen.

Onderafdeling 1. De inverdenkingstelling.

Onderafdeling 2. De ondervraging van de inverdenkinggestelde, van de persoon die ervan wordt verdacht een misdrijf te hebben gepleegd of van de persoon die om enige reden wordt ondervraagd.

§ 1. De ondervraging. Artikelen 144 tot 150.

§ 2. De ondervraging van minderjarigen. Artikel 150bis.

§ 3. De ondervraging van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden. Artikel 150ter.

Hier moet immers ook het geval van minderjarigen, van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden worden besproken, waarbij de waarborgen die hen worden geboden, moeten worden benadrukt.

Nr. 52 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 146

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 146. ­ De onderzoeksrechter, bijgestaan door zijn griffier en eventueel door agenten van de openbare macht, ondervraagt de inverdenkinggestelde, de persoon die ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd of de persoon die om enige reden wordt ondervraagd, buiten de aanwezigheid van de procureur des Konings, van de burgerlijke partij en van de advocaten van de partijen.

Deze laatsten kunnen echter wel bij de ondervraging aanwezig zijn indien de ondervraagde persoon daarom vraagt en indien de onderzoeksrechter daartegen geen bezwaar heeft.

De ondervraagde persoon legt geen eed af. »

Verantwoording

Dit is een technische verduidelijking van de tekst om hem begrijpelijker te maken en te doen overeenstemmen met de toelichting.

Nr. 53 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 148

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 148. ­ § 1. Voorafgaand aan elke ondervraging en onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten delen de onderzoeksrechter en elke politiedienst de ondervraagde persoon mee dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan krijgen.

Deze kopie wordt door de onderzoeksrechter onmiddellijk of binnen achtenveertig uur na de ondervraging overhandigd of verstuurd, en onmiddellijk of binnen een maand na de ondervraging door de politiediensten.

§ 2. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de onderzoeksrechter, met een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze mededeling uitstellen, voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beschikking wordt opgenomen in het dossier.

§ 3. Wanneer het een minderjarige betreft en wanneer blijkt dat deze het gevaar loopt dat de kopie hem wordt ontnomen of hij het persoonlijke karakter ervan niet kan bewaren, kan de onderzoeksrechter hem de mededeling ervan weigeren, bij een met redenen omklede beslissing. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

In dat geval kan de minderjarige, vergezeld door een advocaat of een justitieassistent van de dienst slachtofferonthaal van het parket, een kopie van de tekst van zijn verhoor raadplegen. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de onderzoeksrechter, bij een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze raadpleging uitstellen voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

§ 4. In het geval bedoeld in § 3 en zonder afbreuk te doen aan de toepassing van § 2, kan de onderzoeksrechter beslissen dat een kosteloze kopie van de tekst van het verhoor van de minderjarige aan de advocaat van deze laatste medegedeeld wordt. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier. »

Verantwoording

De eerste wijziging aangebracht in dit artikel strekt ertoe de tekst te verduidelijken door hem op te delen in paragrafen en het eerste lid van de eerste paragraaf te herformuleren.

De tweede wijziging houdt een verduidelijking van het tweede lid van paragraaf 1 in, met betrekking tot het begin van de termijn voor overhandiging van een kopie van de tekst van het verhoor.

Nr. 54 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 150

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 150. ­ § 1. Vooraleer de onderzoeksrechter het dossier aan de procureur des Konings overzendt met oog op de regeling van de rechtspleging, kunnen de inverdenkinggestelde of zijn raadsman de onderzoeksrechter verzoeken een samenvattende ondervraging te verrichten.

§ 2. Het verzoekschrift wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en in een daartoe bestemd register ingeschreven.

Ten laatste vijf werkdagen voor de verschijning brengt de griffier de oproeping per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis van de raadsman van de inverdenkinggestelde en van de procureur des Konings, die deze ondervraging kunnen bijwonen.

Het dossier wordt gedurende vier werkdagen vóór de verschijning ter beschikking gehouden van de inverdenkinggestelde en van zijn raadsman.

§ 3. Tijdens deze ondervraging en onder voorbehoud van de voorafgaande toestemming van de onderzoeksrechter kunnen de inverdenkinggestelde en zijn raadsman relevante vragen stellen aan de verhoorde persoon en verklaringen afleggen die zij geschikt achten.

Deze laatste dienen in het proces-verbaal opgetekend te worden. »

Verantwoording

De herformulering maakt dit artikel begrijpelijker.

Nr. 55 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 150bis (nieuw)

Na artikel 150 een § 2 invoegen, die een nieuw artikel 150bis bevat, luidende :

« § 2 : De ondervraging van minderjarigen.

Artikel 150bis. Minderjarigen worden ondervraagd overeenkomstig de regels vastgesteld in de artikelen 78 tot 88. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe in dit stadium van de strafprocedure de nodige bescherming te bieden aan minderjarigen. Er wordt wel verondersteld dat artikel 78 gewijzigd is overeenkomstig amendement nr. 43, dat minderjarigen een betere bescherming waarborgt.

Nr. 56 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 150ter (nieuw)

Een § 3 invoegen, die een nieuw artikel 150ter bevat, luidende :

« § 3 : De ondervraging van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden.

« Art. 150ter. ­ Personen in staat van verlengde minderjarigheid en onbekwaamverklaarden worden ondervraagd overeenkomstig de regels vastgesteld in de artikelen 88bis tot quater. »

Verantwoording

Dit amendement wil bij die stand van de strafprocedure zorgen voor de nodige bescherming van de minderjarigen.

Er wordt wel verondersteld dat artikel 78 gewijzigd is overeenkomstig amendement nr. 43, dat minderjarigen een betere bescherming waarborgt.

Nr. 57 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 151

Voor dit artikel, de volgende vermelding invoegen :

« § 1 : Het verhoor. »

Verantwoording

Met dit amendement kan de materie van de ondervraging van minderjarigen, personen in staat van verlengde minderjarigheid en onbekwaamverklaarden in dezelfde afdeling worden behandeld, zodat de tekst als volgt wordt opgebouwd :

Titel II. Het gerechtelijk onderzoek en de onderzoeksgerechten.

Hoofdstuk 1. Het gerechtelijk onderzoek.

Hoofdstuk 2. De modaliteiten van het gerechtelijk onderzoek.

Afdeling 1. De aanhangigmaking bij de onderzoeksrechter.

Afdeling 2. Het gerechtelijk onderzoek.

Onderafdeling 1. De inverdenkingstelling.

Onderafdeling 2. De ondervraging van de inverdenkinggestelde, van de persoon die ervan wordt verdacht een misdrijf te hebben gepleegd of van de persoon die om enige reden wordt ondervraagd.

§ 1. De ondervraging.

§ 2. De ondervraging van minderjarigen.

§ 3. De ondervraging van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden.

Onderafdeling 3. Het verhoor van slachtoffers en van getuigen.

§ 1. Het verhoor. Artikelen 151 tot 159 (nieuw).

§ 2. Het verhoor van minderjarigen. Artikel 160.

§ 3. Het verhoor van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden. Artikel 160bis.

Hier moet immers ook het geval van minderjarigen, van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden worden besproken, waarbij de waarborgen die hen worden geboden, moeten worden benadrukt.

Nr. 58 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 152

In de Franse tekst, de eerste volzin van dit artikel aanvullen met de woorden :

« à la poste ».

Verantwoording

Dit is een zuiver technische verbetering die ertoe strekt die volzin aan te passen aan de terminologie die in de rest van het voorstel wordt gebruikt.

Nr. 59 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 155

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 155. ­ § 1. De onderzoeksrechter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige of van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, beslissen dat in het proces-verbaal van verhoor geen melding zal worden gemaakt van bepaalde identiteitsgegevens bedoeld in artikel 154.

Deze beslissing moet gebaseerd zijn op een redelijk vermoeden dat de getuige of een persoon uit diens naaste omgeving, ten gevolge van het bekendmaken van deze gegevens en van het afleggen van zijn verklaring een ernstig nadeel zou kunnen ondervinden.

De onderzoeksrechter maakt in een proces-verbaal melding van de precieze redenen waarom hij hiertoe besluit.

§ 2. Tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij hij de gedeeltelijke anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open.

§ 3. De procureur des Konings houdt een register bij van alle getuigen van wie identiteitsgegevens overeenkomstig dit artikel niet zijn opgenomen in het proces-verbaal van verhoor.

§ 4. De procureur des Konings en de onderzoeksrechter nemen ieder voor zich de maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de onthulling van de in § 1 bedoelde identiteitsgegevens te voorkomen. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe het artikel in paragrafen op te delen, zodat het leesbaarder wordt.

Nr. 60 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 157

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 157. ­ § 1. Voorafgaand aan elke ondervraging en onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten delen de onderzoeksrechter en elke politiedienst de ondervraagde persoon mee dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan krijgen.

Deze kopie wordt door de onderzoeksrechter onmiddellijk of binnen achtenveertig uur na de ondervraging overhandigd of verstuurd, en onmiddellijk of binnen een maand na de ondervraging door de politiediensten.

§ 2. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de onderzoeksrechter, met een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze mededeling uitstellen, voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beschikking wordt opgenomen in het dossier.

§ 3. Wanneer het een minderjarige betreft en wanneer blijkt dat deze het gevaar loopt dat de kopie hem wordt ontnomen of hij het persoonlijke karakter ervan niet kan bewaren, kan de onderzoeksrechter hem de mededeling ervan weigeren, bij een met redenen omklede beslissing. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

In dat geval kan de minderjarige, vergezeld door een advocaat of een justitieassistent van de dienst slachtofferonthaal van het parket, een kopie van de tekst van zijn verhoor raadplegen. Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan de onderzoeksrechter, bij een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze raadpleging uitstellen voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.

§ 4. In het geval bedoeld in § 3 en zonder afbreuk te doen aan de toepassing van § 2, kan de onderzoeksrechter beslissen dat een kosteloze kopie van de tekst van het verhoor van de minderjarige aan de advocaat van deze laatste medegedeeld wordt. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier. »

Verantwoording

De eerste wijziging aangebracht in het artikel strekt ertoe de tekst te verduidelijken door hem op te delen in paragrafen en het eerste lid van de eerste paragraaf te herformuleren.

De tweede wijziging houdt een verduidelijking van het tweede lid van paragraaf 1 in, met betrekking tot het begin van de termijn voor overhandiging van een kopie van de tekst van het verhoor.

Nr. 61 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 159

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) Dit artikel doen voorafgaan door de volgende vermelding :

« § 2. Het verhoor van minderjarigen. »

B) Dit artikel vernummeren tot artikel 160.

C) De tekst van het artikel vervangen als volgt :

« § 1. Minderjarigen beneden de leeftijd van vijftien jaar worden gehoord zonder eedaflegging.

§ 2. Minderjarigen worden verhoord overeenkomstig de regels vastgesteld in de artikelen 77 en 78. »

Verantwoording

A) Dit amendement strekt ertoe het hoofdstuk zo in te delen dat het ook de kwestie van minderjarigen bevat.

B) Het huidige artikel 160 heeft een algemene strekking en moet volgens de logica van de ingediende amendementen deel uitmaken van de eerste paragraaf, over het verhoor in het algemeen.

Het huidige artikel 159 wordt dan artikel 160 en wordt voorafgegaan door een titel die een nieuwe paragraaf 2 invoegt met als opschrift : « Het verhoor van minderjarigen ».

C) Dit amendement strekt ertoe minderjarigen in dit stadium van de strafprocedure de nodige bescherming te bieden. Er wordt wel verondersteld dat artikel 78 gewijzigd is overeenkomstig amendement nr. 43, dat minderjarigen een betere bescherming waarborgt.

Nr. 62 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 160

Dit artikel vernummeren tot artikel 159.

Verantwoording

Het huidige artikel 160 heeft een algemene strekking en moet volgens de logica van de ingediende amendementen deel uitmaken van de eerste paragraaf over het verhoor in het algemeen.

Het huidige artikel 159 wordt dan artikel 160 en wordt voorafgegaan door een titel die een nieuwe paragraaf 2 invoegt, onder het opschrift : « Het verhoor van minderjarigen ».

Nr. 63 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 160bis (nieuw)

Na artikel 160 een § 3 invoegen, die een nieuw artikel 160bis bevat, luidende :

§ 3 : Het verhoor van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden.

Art. 160bis. ­ « Personen in staat van verlengde minderjarigheid en onbekwaamverklaarden worden verhoord overeenkomstig de regels vastgesteld in de artikelen 88bis tot quater. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe in het kader van de strafprocedure de nodige bescherming te verstrekken aan personen in staat van verlengde minderjarigheid en aan onbekwaamverklaarden.

Er wordt wel verondersteld dat artikel 88 gewijzigd is overeenkomstig amendement nr. 45, dat minderjarigen een betere bescherming waarborgt.

Nr. 64 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 162

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 162. ­ § 1. De beschikking waarbij de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 161 beveelt dat de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden, wordt door de griffier aan de procureur des Konings meegedeeld, en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden ter kennis gebracht, samen met de oproeping waardoor ze worden uitgenodigd aanwezig te zijn op een door de onderzoeksrechter bepaalde plaats en een door hem bepaald tijdstip teneinde het verhoor van de getuige bij te wonen, op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring.

§ 2. Voor het verhoor waarschuwt de onderzoeksrechter de getuige dat hij verantwoordelijk kan gesteld worden voor feiten, gepleegd in het kader van zijn getuigenis, die een misdrijf zouden uitmaken zoals bedoeld in hoofdstuk V van titel III of in hoofdstuk V van titel VIII van het tweede boek van het Strafwetboek.

§ 3. Op de plaats en het tijdstip, bepaald in de in § 1 bedoelde oproeping, gaat de onderzoeksrechter over tot het verhoor van de getuige. De onderzoeksrechter neemt alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de identiteit van de getuige verborgen te houden. Het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden kunnen de onderzoeksrechter, vóór en tijdens het verhoor van de getuige, vragen opgeven, die zij gesteld wensen te zien. De onderzoeksrechter verhindert de beantwoording door de getuige van elke vraag die tot de bekendmaking van zijn identiteit zou kunnen leiden.

§ 4. Indien het verbergen van de identiteit van de getuige het vereist, kan de onderzoeksrechter bevelen dat het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden het verhoor van de getuige uitsluitend in een afzonderlijke ruimte kunnen bijwonen, in welk geval wordt gebruik gemaakt van een telecommunicatievoorziening. De Koning bepaalt de minimale vereisten waaraan deze telecommunicatievoorziening beantwoordt.

§ 5. De onderzoeksrechter gelast dat een proces-verbaal wordt opgesteld van het verhoor en maakt, naast de vermeldingen bedoeld in artikel 76, 3º, omstandig melding van de omstandigheden waarin het verhoor heeft plaatsgevonden, de vragen die werden gesteld en de antwoorden die werden gegeven in de gebruikte bewoordingen, dan wel de redenen waarom hij de beantwoording door de getuige verhinderd heeft. Hij leest het proces-verbaal voor, en na verklaring van de getuige dat hij volhardt, ondertekent de onderzoeksrechter en de griffier het proces-verbaal van verhoor. Deze vormen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring. »

Verantwoording

De tekst wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 65 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 166

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 166. ­ § 1. De onderzoeksrechter kan overeenkomstig artikel 207 ambtshalve, of op verzoek van de procureur des Konings of van een van de partijen overgaan tot confrontaties.

Behalve in spoedeisende gevallen, wordt de raadsman van de inverdenkinggestelde of van de betrokken burgerlijke partijen ten laatste vijf werkdagen voor de confrontatie per faxpost of bij een ter post aangetekende brief opgeroepen.

Tijdens deze confrontaties, kunnen de procureur des Konings en de raadslieden, mits toestemming van de onderzoeksrechter, relevante vragen stellen aan de partijen. De vragen, de antwoorden en eventueel de met redenen omklede weigering van de onderzoeksrechter moeten in het proces-verbaal van verhoor opgetekend worden.

§ 2. Het slachtoffer kan van een directe confrontatie worden vrijgesteld als uit een met redenen omkleed doktersattest blijkt dat dit schadelijk kan zijn voor zijn gezondheid. Dat attest wordt bij een ter post aangetekende brief aan de officier van gerechtelijke politie gezonden binnen vijf werkdagen na de datum van de oproeping. »

Verantwoording

De verantwoording bij dit amendement is dezelfde als die bij het amendement nr. 40 op artikel 74. Dit amendement strekt ertoe de slachtoffers van zedenfeiten te beschermen in alle stadia van de procedure, dus zowel tijdens het opsporingsonderzoek als tijdens het gerechtelijk onderzoek.

De confrontatie met de dader kan immers schadelijk zijn voor hun mentale en psychische gezondheid van het slachtoffer, zonder dat die confrontatie objectieve informatie oplevert voor het opsporingsonderzoek, omdat beide partijen toch bij hun standpunten blijven.

Die situatie kan uiterst nadelig zijn voor het slachtoffer, dat niet alleen moet vertellen wat het heeft ondergaan maar bovendien wordt tegengesproken door de dader, wiens fysieke nabijheid het slachtoffer alleen verder uit zijn evenwicht kan brengen omdat het zich nog tegen de dader moet verdedigen.

Dat probleem kan worden opgelost door een indirecte confrontatie, bijvoorbeeld via een videoconferentie.

Nr. 66 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 167

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 167. ­ § 1. De onderzoeksrechter kan, overeenkomstig artikel 207, ambtshalve, op vordering van de procureur des Konings of op verzoek van de burgerlijke partij, van de inverdenkinggestelde of van hun raadsman, beslissen dat hij zich ter plaatse begeeft, vergezeld van zijn griffier. Hij kan eveneens, tegelijkertijd of later, overgaan tot een wedersamenstelling van de feiten.

Behalve in spoedeisende gevallen en indien de onderzoeksrechter het noodzakelijk acht, verwittigt hij, ten laatste vijf werkdagen voor de plaatsopneming of de wedersamenstelling, de procureur des Konings, de burgerlijke partij, de inverdenkinggestelde en hun raadsman, per faxpost of bij een ter post aangetekende brief van de datum ervan. Behoudens andersluidende beslissing van de onderzoeksrechter kunnen zij deze bijwonen.

§ 2. De procureur des Konings en de raadslieden kunnen, mits toestemming van de onderzoeksrechter, relevante vragen stellen. De vragen, de antwoorden en eventueel de met redenen omklede weigering van de onderzoeksrechter moeten in het proces-verbaal van de plaatsopneming opgetekend worden.

§ 3. Wanneer de onderzoeksrechter één van deze onderzoeksmaatregelen beveelt, kan hij beslissen dat een deskundige deze bijwoont.

De deskundige legt de eed af in de volgende bewoordingen : « Ik zweer dat ik mijn taak naar eer en geweten nauwgezet en eerlijk zal vervullen. »

De eedaflegging en de toelichtingen van de deskundigen worden in het proces-verbaal aangetekend. »

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 67 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 170

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 170. ­ § 1. Onder voorbehoud van de bij wet bepaalde uitzonderingen, vereist iedere huiszoeking bevolen door de onderzoeksrechter, op straffe van nietigheid, een door hem uitgevaardigd bevel tot huiszoeking.

§ 2. Het bevel tot huiszoeking vermeldt de naam van de onderzoeksrechter en van de griffier, de aard van het strafbaar feit en de op te sporen voorwerpen.

§ 3. Geen huiszoeking mag in een voor het publiek niet toegankelijke plaats worden verricht vóór vijf uur's morgens en na negen uur's avonds.

§ 4. Het in de vorige paragraaf gestelde verbod vindt geen toepassing :

1º wanneer een bijzondere wetsbepaling de huiszoeking's nachts toelaat;

2º wanneer een magistraat of een officier van gerechtelijke politie zich tot vaststelling op heterdaad van een misdaad of wanbedrijf ter plaatse begeeft;

3º in geval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijke genot heeft van de plaats of de persoon bedoeld in artikel 129, 2º;

4º in geval van oproep vanuit die plaats;

5º in geval van brand of overstroming.

Het verzoek of de toestemming waarvan sprake is in paragraaf 4, 3º, moet schriftelijk en voorafgaand aan de huiszoeking worden gegeven. »

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 68 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 177

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 177. ­ § 1. Indien de zaken die het uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel schijnen te vormen, onroerende goederen zijn, wordt bewarend beslag op onroerend goed gedaan, zulks bij deurwaardersexploot dat aan de eigenaar wordt betekend en op straffe van nietigheid een afschrift van de beschikking van de onderzoeksrechter moet bevatten, alsmede de verschillende vermeldingen bedoeld in de artikelen 1432 en 1568 van het Gerechtelijk Wetboek, evenals de tekst van § 3 van dit artikel.

§ 2. Het beslagexploot moet op de dag zelf van de betekening ter overschrijving worden aangeboden op het kantoor der hypotheken van de plaats waar de goederen gelegen zijn. Als dagtekening van de overschrijving geldt de dag van afgifte van het exploot.

§ 3. Het bewarend beslag op onroerend goed geldt gedurende vijf jaar met ingang van de dagtekening der overschrijving, behoudens vernieuwing voor dezelfde termijn op vertoon aan de bewaarder, vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de overschrijving, van een door de bevoegde procureur of onderzoeksrechter in tweevoud opgemaakte vordering.

§ 4. Het beslag wordt blijvend voor het verleden in stand gehouden door de beknopte melding op de kant van de overschrijving van het beslag, binnen haar geldigheidsduur, van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring van het onroerend goed werd bevolen.

Doorhaling van het bewarend onroerend beslag kan verleend worden door de voormelde onderzoeksrechter, of in voorkomend geval door de beneficiant van de verbeurdverklaring, of kan ook bij rechterlijke beslissing bevolen worden.

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 69 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 178

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 178. ­ § 1. Wanneer gedurende een gerechtelijk onderzoek de onderzoeksrechter ernstige aanwijzingen van schuld bij een rechtspersoon vaststelt, kan hij de volgende maatregelen gelasten, indien bijzondere omstandigheden dat vergen :

1º schorsing van de procedure van ontbinding of van vereffening van de rechtspersoon;

2º verbod van specifieke vermogensrechtelijke transacties die tot het onvermogen van de rechtspersoon kunnen leiden;

3º neerlegging van een borgsom tot een door hem bepaald bedrag, als waarborg voor de inachtneming van de maatregelen die hij gelast.

§ 2. Indien de in de vorige paragraaf bedoelde maatregelen betrekking hebben op onroerende goederen, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 177. »

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 70 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 179

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 179. ­ § 1. Wanneer de onderzoeksrechter van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van telecommunicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, kan hij, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst te vorderen :

1º de oproepgegevens doen opsporen van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen worden of werden gedaan;

2º de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.

In de gevallen bepaald in het eerste lid wordt voor ieder telecommunicatiemiddel waarvan de oproepgegevens worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de telecommunicatie wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de oproep vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.

De onderzoeksrechter vermeldt de feitelijke omstandigheden van de zaak die de maatregel wettigen in een met redenen omklede bevelschrift dat hij meedeelt aan de procureur des Konings.

Hij vermeldt ook de duur van de maatregel, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevelschrift, onverminderd een hernieuwing.

In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings de maatregel bevelen voor de strafbare feiten die opgesomd worden in artikel 180, §§ 2, 3 en 4. In dat geval moet de maatregel binnen 24 uur bevestigd worden door de onderzoeksrechter.

De procureur des Konings kan evenwel de maatregel bevelen indien de klager erom verzoekt, wanneer deze maatregel onontbeerlijk lijkt voor het vaststellen van een strafbaar feit bedoeld in artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

§ 2. Iedere operator van een telecommunicatienetwerk en iedere verstrekker van een telecommunicatiedienst deelt de gegevens waarom verzocht werd mee binnen een termijn te bepalen door de Koning, op voorstel van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor Telecommunicatie.

§ 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.

§ 4. Iedere persoon die zijn technische medewerking weigert aan de vorderingen bedoeld in dit artikel, medewerking waarvan de modaliteiten vastgesteld worden door de Koning, op voorstel van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor Telecommunicatie, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro. »

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 71 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 184

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 184. ­ § 1. De communicatie of telecommunicatie opgevangen als gevolg van de maatregelen die genomen zijn met toepassing van de artikelen 180, 181 en 182, wordt opgenomen. Het voorwerp van de maatregel en de dagen en uren waarop deze is uitgevoerd, worden opgenomen bij het begin en op het einde van iedere opname die erop betrekking heeft.

§ 2. Iedere aantekening in het kader van de tenuitvoerlegging van de maatregelen bedoeld in de vorige paragraaf door de daartoe aangewezen personen, die niet is opgetekend in een proces-verbaal, wordt vernietigd, met uitzondering van de overschrijving van de van belang geachte communicaties en telecommunicaties van de opname, de eventuele vertaling ervan en de vermelding van de aangehaalde onderwerpen en van de identificatiegegevens van de telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar opgeroepen werd wat betreft de niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties. De voor de uitvoering van de maatregel aangewezen officier van gerechtelijke politie gaat over tot deze vernietiging en vermeldt dit in een proces-verbaal.

§ 3. De opnamen worden samen met de overschrijving van de van belang geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan, de vermelding van de aangehaalde onderwerpen en van de identificatiegegevens van de telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar opgeroepen werd wat betreft de niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties, en de afschriften van de processen-verbaal onder verzegelde omslag ter griffie bewaard.

§ 4. De griffier vermeldt in een per dag bijgehouden, bijzonder dagregister :

1º het neerleggen van iedere opname, alsook van de overschrijving van de van belang geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de vermelding van de aangehaalde onderwerpen en van de identificatiegegevens van de telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar opgeroepen werd wat betreft de niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties;

2º het neerleggen van ieder afschrift van proces-verbaal;

3º de dag van neerlegging ervan;

4º de naam van de onderzoeksrechter die de maatregel heeft bevolen of bevestigd en het onderwerp ervan;

5º de dag waarop de zegels zijn verbroken en in voorkomend geval opnieuw zijn gelegd;

6º de datum van de kennisname van de opname, de overschrijving van de van belang geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de vermelding van de aangehaalde onderwerpen en van de identificatiegegevens van de telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar opgeroepen werd wat betreft de niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties of van de afschriften van de processen-verbaal, alsook de naam van de personen die er kennis van hebben genomen;

7º iedere andere gebeurtenis die erop betrekking heeft.

§ 5. De passende middelen worden aangewend om de integriteit en de vertrouwelijkheid van de opgenomen communicatie of telecommunicatie te waarborgen, en voor zover mogelijk, de overschrijving of vertaling hiervan tot stand te brengen. Hetzelfde geldt voor de bewaring op de griffie van de opnamen en de overschrijving of vertaling hiervan en voor de vermeldingen in het bijzonder register. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, deze middelen en het ogenblik waarop ze de bewaring onder verzegelde omslag of het bijzonder register, bedoeld in § 3 en § 4, vervangen.

§ 6. De rechter spreekt zich uit over het verzoek van de inverdenkinggestelde, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman, om het geheel of gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen en overschrijvingen die niet zijn opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen, en over hun verzoek tot overschrijving van bijkomende delen van de opnamen.

§ 7. Het verzoek dat gericht is tot de onderzoeksrechter, wordt behandeld overeenkomstig artikel 207. De onderzoeksrechter kan dit verzoek bovendien afwijzen om redenen die verband houden met de bescherming van andere rechten of belangen van personen.

§ 8. Onverminderd hetgeen in de vorige paragrafen is bepaald, spreekt de rechter zich uit over het verzoek van de inverdenkinggestelde, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman om de gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen van privé-communicatie of -telecommunicatie waaraan de betrokkene heeft deelgenomen en die niet zijn overgeschreven en opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen, en over hun verzoek tot overschrijving van bijkomende delen van deze opnamen.

Verantwoording

De tekst van het artikel wordt eenvoudigweg onderverdeeld in paragrafen om hem leesbaarder te maken.

Nr. 72 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 198

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 198. ­ § 1. Het deskundigenonderzoek wordt in principe op tegenspraak verricht.

§ 2. De onderzoeksrechter bepaalt evenwel de modaliteiten van het deskundigenonderzoek rekening houdend met de rechten van de verdediging en de vereisten van de strafvordering.

§ 3. Als zij gekend zijn kunnen de betrokken personen indien nodig, vooraleer het deskundigenverslag wordt opgemaakt, opgeroepen worden om alle verrichtingen van de deskundige bij te wonen, waarbij zij zich kunnen laten bijstaan door een advocaat en een technisch raadsman. »

Verantwoording

De nieuwe formulering strekt ertoe dit artikel te doen overeenstemmen met artikel 101.

Nr. 73 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 203

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) In het tweede lid de woorden « gehele of gedeeltelijke » invoegen tussen de woorden « zich verzetten tegen de » en de woorden « toepassing van huidig artikel ».

B) Dit artikel aanvullen als volgt :

« Dit verzet moet geschieden met een met redenen omklede beslissing waartegen geen beroep open staat en die wordt opgenomen in het dossier. »

Verantwoording

De eerste wijziging betreft het eerste lid van § 2 en voegt een nuance in betreffende de toepassing van het artikel, die door de procureur des Konings geheel of gedeeltelijk kan worden geweigerd, zodat hij over meer beoordelingsvrijheid beschikt.

Ten slotte wil het amendement, door een gemotiveerde beslissing op te leggen in het laatste lid, de waarborg bieden dat er geen misbruiken plaatshebben aangezien de procureur willekeurig kan beslissen al dan niet informatie over te zenden aan de partijen.

Nr. 74 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 208

Paragraaf 3 van dit artikel vervangen als volgt :

« § 3. De onderzoeksrechter kan, bij een met redenen omklede beslissing, het verzoek afwijzen, indien hij van oordeel is dat het onderzoek zulks vereist, indien door de opheffing van de handeling de rechten van partijen of van derden in het gedrang komen, indien de opheffing van de handeling een gevaar zou opleveren voor personen of goederen, of wanneer de wet in de teruggave of de verbeurdverklaring van de betrokken goederen voorziet.

Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoekers.

Hij kan een gehele, gedeeltelijke of voorwaardelijke opheffing toestaan. Eenieder die de vastgestelde voorwaarden niet naleeft, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 507bis van het Strafwetboek. »

Verantwoording

Het opleggen van een met redenen omklede beslissing is bedoeld om misbruiken te voorkomen waarbij de onderzoeksrechter op willekeurige wijze al dan niet overgaat tot de opheffing van de handeling.

Nr. 75 VAN DE HEER MAHOUX EN MEVROUW LALOY

Art. 212

Het eerste lid van dit artikel vervangen als volgt :

« Indien de raadkamer van oordeel is dat het feit noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding oplevert, of dat tegen de inverdenkinggestelde onvoldoende bezwaar bestaat, verklaart zij dat er geen reden is tot vervolging. »

Verantwoording

De in dit amendement voorgestelde wijziging is gebaseerd op de voorstellen van professor Franchimont en strekt tot een grotere samenhang met de tekst van het tweede lid en met de toelichting.

Philippe MAHOUX.
Marie-José LALOY.