3-59

3-59

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 MEI 2004 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over «het geweld tegen de Koerdische bevolking in Syrië» (nr. 3-268)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We vernemen uit verschillende bronnen dat het Syrische regime sinds vrijdag 12 maart 2004 onder de Koerdische bevolking een bloedbad aanricht waardoor een gevaarlijke escalatie van geweld is ingezet. Tientallen Koerdische burgers - onder hen veel kinderen en vrouwen - zijn gedood en duizenden gewond. In het Koerdische noorden vinden dagelijks razzia's plaats, waarbij mensen lukraak worden opgepakt en gemarteld. Niemand weet wat er met hen gebeurt. Bedoeling van het regime is elk onafhankelijkheidsstreven naar Irakees model de kop in te drukken

De toestand is rampzalig. Hongersnood steekt de kop op in de regio. Water en energie werden afgesloten in de Koerdische steden en dorpen. Daarnaast ontbreekt het in de ziekenhuizen aan bloed omdat al het beschikbare bloed door het regime werd weggehaald om zo de behandeling van de gewonden te verhinderen. Het Syrische leger voert, samen met de door het regime gewapende militairen van de Baathpartij, aanvallen uit op Koerdische huizen en eigendommen. Koerdische vrouwen worden onder de ogen van de autoriteiten en in aanwezigheid van hun naasten op een gruwelijke manier verkracht en onteerd. De mensenrechten worden op grote schaal geschonden.

Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International hebben de alarmbel geluid. Tegenover die massale mensenrechtenschendingen en misdaden tegenover het Koerdische volk, is de internationale gemeenschap en ook België doodstil gebleven. Dat geeft de Syrische regering de vrije hand om door te gaan met haar misdaden.

Wat is de houding van België ten aanzien van die analyse?

Welke politieke en diplomatieke initiatieven denkt de minister te nemen in overleg met de internationale gemeenschap in het algemeen en de Europese Unie in het bijzonder?

M. Pierre Galand (PS). - Je voudrais soutenir l'intervention de Mme de Bethune. Les Kurdes syriens ont toujours voulu l'intégration à l'intérieur de la Syrie et ont toujours eu une attitude tout à fait correcte vis-à-vis de leurs concitoyens en Syrie.

La manière dont s'exerce aujourd'hui la répression à l'encontre de cette population est non seulement contraire à toute conception des droits de l'homme mais constitue aussi une violation caractérisée des droits humanitaires.

Mme Anne-Marie Lizin (PS). - Je voudrais dire un mot sur la question des Kurdes de Syrie mais aussi, plus largement, sur le dossier syrien. Le ministre sait que notre commission s'est rendue en Syrie en voyage officiel. Pendant notre présence à Damas, nous avons pu discuter avec les personnes qui ont signé la « lettre des intellectuels » et qui, ultérieurement, ont fait l'objet de mesures d'emprisonnement.

La réponse que donnent aujourd'hui le président et une partie du gouvernement syriens témoigne à nouveau d'une volonté d'ouverture. L'évolution à l'intérieur de la Syrie est donc fondamentale, notamment dans la perspective de la « réforme arabe ».

La Syrie est un des pays clés où un mouvement de démocratisation peut apparaître parce qu'il sert l'actuel président, M. Bachar. Tel est le sens des entretiens que nous avons eus avec lui.

Il est toutefois apparu que la Grande-Bretagne bloque toute évolution de l'accord d'association avec la Syrie, dernier pays arabe à ne pas faire l'objet d'un tel accord. Je sais, monsieur le ministre, que vous êtes intervenu pour que cet accord d'association soit débloqué. Vous voyez que, même en campagne électorale, nous pouvons reconnaître vos qualités.

Malgré le fondement de l'intervention de Mme de Bethune, je ne peux que vous demander de poursuivre vos efforts parce que le jeu en Syrie est multiple. Vous savez que Damas a été le théâtre d'un simulacre d'attentat. Les services israéliens accusent les services syriens d'avoir eux-mêmes perpétré cet attentat pour montrer qu'ils ne sont pas du côté d'Al Qaida. Cela prouve aussi que les choses bougent à l'intérieur de la Syrie. Nous ne devons pas nous tromper et prononcer des condamnations globales. Nous devons pousser la Syrie à l'ouverture et à la réforme. C'est possible.

J'aimerais donc savoir où en sont vos efforts pour éviter que les Anglais ne recommencent la mascarade relative aux armes de destruction massive, point qu'ils veulent insérer dans le traité d'association avec la Syrie. Tout le monde sait que l'on ne trouvera pas plus ces armes en Syrie qu'en Irak et qu'elles se trouvent plutôt en Israël, votre nouveau partenaire.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, ondervoorzitter.)

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Op 12 maart 2004 had in de stad Qamishli, in Syrisch Koerdistan, een voetbalmatch plaats tussen een Arabische ploeg en de thuisploeg uit Qamishli. Tijdens de match begonnen supporters van de Arabische ploeg slogans te roepen ter ere van Saddam Hussein en scheldwoorden tegen de twee Koerdische leiders uit Irak. Onlusten braken uit. Daarop werd in Qamishli de avondklok ingesteld. Desondanks kwamen duizenden mensen op straat. Ze vernielden borstbeelden van de Syrische president en staken posten van de gendarmerie en talrijke andere publieke gebouwen in brand. Ook in Damascus en Aleppo hadden manifestaties plaats.

Volgens de informatie waarover ik beschik, zouden er 34 dodelijke slachtoffers en enkele honderden, maar geen duizenden gewonden geteld zijn. Er zou evenmin sprake zijn van hongersnood. Water- en energietoevoer werden in de onmiddellijke nasleep van de rellen inderdaad gedurende enkele dagen afgesloten. We hebben geen bevestiging dat bloedvoorraden zouden zijn weggehaald, noch dat het regime Koerdische huizen en eigendommen zou hebben aangevallen.

Het leger blijft in het noordoosten wel massaal aanwezig. Het is niet uitgesloten dat het regime kort na de rellen wapens zou hebben uitgedeeld aan lokale partijleden, maar men zegt mij dat er geen sprake is van een uitbouw van gewapende paramilitaire groepen van de Baathpartij.

Er dient ook genoteerd te worden dat de Syrische overheid een beroep deed op bemiddeling om de gemoederen te bedaren, en wel via de Human Rights Association in Syria van de meest bekende activist in Syrië, de heer Haytham al-Maleh. Die bemiddeling resulteerde in een communiqué van twaalf partijen en organisaties van de civiele maatschappij waarin zij hun trouw aan de territoriale eenheid van Syrië bevestigen.

De Koerdische problematiek moet niettemin door de Syrische overheid met de nodige ernst behandeld worden, zowel wat de mensenrechten betreft als de rechten van de minderheid. Aangezien de kwestie ook te maken heeft met de onwettige immigratie in Europa, wordt ze aangekaart in het kader van de politieke dialoog tussen de EU en Syrië. Ik heb dat hier al verschillende keren toegelicht.

Mevrouw de Bethune mag er zeker van zijn dat België samen met zijn partners van de Europese Unie de situatie van de Koerdische burgers in Syrië van nabij zal blijven volgen.

Mme Lizin sait que je suis intervenu pour défendre le point de vue que nous avons tout à fait intérêt à approfondir le dialogue politique et, surtout, à réaliser cet accord. Si ce dernier n'est pas encore conclu, c'est à cause d'une manoeuvre de retardement. Nous bénéficions d'ailleurs du soutien de la Commission. Je ne cesse de revenir à la charge. Du reste, Mme Lizin m'avait déjà rendu attentif à cette nécessité d'approfondir le dialogue avec un pays comme la Syrie et je partage totalement son point de vue. Son argumentation répétée sur cette question n'a fait que renforcer ma conviction. Permettez- moi d'exprimer ici une appréciation personnelle. Madame Lizin, je trouve que votre passion est belle à voir. De temps en temps, je me laisse aller à cela aussi. Je vous enverrai le disque de Maurane avec la chanson « Tu es mon autre ». À vous entendre, il me semble que je retrouve certaines choses que j'ai en moi.