Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-13

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-699 van de heer Ceder d.d. 10 februari 2004 (N.) :
Elektronisch toezicht. ­ Omzendbrief van 8 april 2002. ­ Efficiëntie.

Sinds 2002 bestaat de mogelijkheid om veroordeelden onder elektronisch toezicht te plaatsen. Deze mogelijkheid wordt geboden aan personen die werden veroordeeld tot een effectieve hoofdgevangenisstraf van maximum één jaar. Personen die tot een maximum van drie jaar werden veroordeeld, kunnen op het einde van hun veroordeling van elektronisch arrest genieten bij wijze van overgang naar hun terugkeer in de maatschappij.

Het elektronisch toezicht wordt beschouwd als een modaliteit van de strafuitvoering waarbij de toepassingsvoorwaarden worden geregeld in de ministeriële omzendbrief nr. 1741 van 8 april 2002 « Regelgeving inzake elektronisch toezicht als modaliteit voor strafuitvoering ».

In de praktijk blijkt echter dat in sommige gerechtelijke arrondissementen elektronisch toezicht wordt toegekend aan veroordeelden die tot meer dan een jaar effectieve gevangenisstraf werden veroordeeld, en dit bij de aanvang van hun straf.

1. Is de omzendbrief van 8 april 2002 nog altijd van kracht of is deze vervangen door een nieuwe omzendbrief met andere voorwaarden ?

2. Is de geachte minister er van op de hoogte of er in sommige gerechtelijke arrondissementen elektronisch toezicht wordt toegekend aan veroordeelden die tot meer dan een jaar effectieve gevangenisstraf werden veroordeeld, en dit bij de aanvang van hun straf ?

3. Hoeveel personen genieten elektronisch toezicht ?

4. Zijn er voldoende elektronische enkelbanden om een efficiënt beleid qua elektronisch toezicht te organiseren ?

5. Heeft de geachte minister weet van gevallen waar veroordeelden hun elektronische enkelband reeds dienden in te leveren nog voor hun straf was afgelopen ? Met andere woorden dienen veroordeelden hun elektronisch toezicht tot de laatste dag te ondergaan ?

Antwoord : 1. De omzendbrief van 8 april 2002 is inmiddels vervangen door de omzendbrief van 9 augustus 2002. De toelaatbaarheidsdatum voor het elektronisch toezicht is sinds de omzendbrief van 12 april 2001 echter niet meer gewijzigd.

2. Ten aanzien van bepaalde gedetineerden kan het elektronisch toezicht inderdaad worden toegekend bij de aanvang van de straf. Overeenkomstig de omzendbrief zijn veroordeelden met een totaal aan hoofdgevangenisstraffen tot drie jaar immers onmiddellijk toelaatbaar tot het elektronisch toezicht. Veroordeelden met een totaal aan hoofdgevangenisstraffen dat drie jaar overstijgt komen in aanmerking voor het elektronisch toezicht zodra het personeelscollege van de strafinrichting een positief advies heeft uitgebracht met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling of wanneer zij zich op zes maanden voor het verstrijken van hun straf bevinden.

3. Op 18 februari 2004 genoten 269 veroordeelden het elektronisch toezicht.

4. Op dit ogenblik zijn er 350 beschikbare elektronisch enkelbanden.

5. Net zoals ten aanzien van alle andere gedetineerde veroordeelden worden ten aanzien van veroordeelden onder elektronisch toezicht de gewone regels inzake de voorlopige en de voorwaardelijke invrijheidstelling toegepast.