3-47

3-47

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 MAART 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Staf Nimmegeers aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de weerslag van media-evenementen zoals het proces-Dutroux op de geestelijke gezondheid van de bevolking» (nr. 3-183)

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Zoals wij kunnen vaststellen, besteden de media, vanaf de aanloop, enorm veel aandacht aan het proces-Dutroux. De burgers van ons land worden dag na dag op een zeer indringende manier bestookt met alle mogelijke, niet altijd even relevante, informatie. In vele gevallen gaat het helemaal de sensationele toer op.

Uit signalen van meerdere organisaties blijkt dat heel dit gebeuren de burgers van ons land niet onberoerd laat. We verwijzen hier naar informatie van organisaties, zoals Tele-Onthaal, diensten van geestelijke gezondheidszorg, preventiecentra zelfmoord, Child Focus. Het valt hen op dat het aantal reacties en contacten in de aanloopperiode naar het proces en zeker nu het volop loopt, significant is toegenomen.

De reacties van de mensen zijn van uiteenlopende aard en hebben in hoofdzaak te maken met volgende aspecten. De burgers voelen een grote betrokkenheid met de slachtoffers en hun familieleden. Ze willen hen steun en sterkte toewensen. Uiteraard ventileert men heel wat gevoelens van frustratie en boosheid ten aanzien van de beschuldigden. Er zijn reacties en gevoelens van onmacht en onzekerheid. Er is angst ten aanzien van politie en gerecht bij vele gewone mensen die het slachtoffer zijn van een of ander gebeuren en nu wachten op de behandeling van hun zaak en de uitspraak van het gerecht.

Opvallend zijn de vele reacties van anonieme slachtoffers van seksueel geweld, van hun familieleden en rechtstreeks betrokkenen die het deze dagen bijzonder moeilijk hebben. Velen onder hen worden ten tweede male getraumatiseerd. Door heel die berichtgeving worden hun trauma's nog eens extra uitvergroot. Dit alles leidt dikwijls tot gevoelens van vernedering en van zich gekwetst voelen, zeker wanneer de media alles nog eens in geuren en kleuren en met alle details gaan beschrijven. Daardoor komen ook de hulpverleners en opvoedingsverantwoordelijken onder zware druk en staan ze voor de uiterst zware opdracht om dit alles kwalitatief en kwantitatief zo adequaat mogelijk te proberen opvangen.

Ik heb als pastor de jongste week heel wat telefoons gekregen van mensen die niet weten waartoe dit leidt en die zware psychologische moeilijkheden ondervinden als gevolg van het proces in Aarlen. Het valt bovendien niet uit te sluiten dat er zich in de toekomst nog gebeurtenissen zullen voordoen die een grote weerslag hebben op de geestelijke gezondheid van de bevolking. Het proces-Dutroux is voor mij dan ook de aanleiding om te peilen naar het beleid van Volksgezondheid terzake.

Bestaan er bij Volksgezondheid beleidslijnen en beleidsplannen wanneer er zich gebeurtenissen voordoen die een enorme impact hebben op de geestelijke gezondheid van vele burgers? Worden de media, en in eerste instantie de openbare radio- en televisieomroepen, aangesproken op de grote invloed die zij hebben op kijkers, luisteraars en lezers en wordt er bij hen op aangedrongen de nodige discretie in acht te nemen om vooral de op sensatie gerichte berichtgeving te weren en altijd adressen en telefoonnummers voor eventuele opvang te signaleren? Welke concrete afspraken worden daarover gemaakt?

Worden hulpverleners en opvoedingsverantwoordelijken aangesproken en opgeroepen om extra aandacht te hebben voor de impact van zulke gebeurtenissen op vele kwetsbare burgers? Ik weet niet of de minister er een idee van heeft hoeveel mensen labiel en bijzonder kwetsbaar zijn. In welke mate krijgen de voorzieningen en diensten die voor die opvang moeten zorgen en over de nodige deskundigheid moeten beschikken, tijdelijke extra steun en middelen om hun toenemende werklast op te vangen? Heeft de minister reeds gepeild naar de weerslag van dit proces op de geestelijke gezondheid van mensen in dit land, en zo ja, welke signalen heeft hij opgevangen en welke zijn daarvan de voorlopige krachtlijnen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het zorgaanbod voor geestelijke gezondheidszorg en voor gezondheidszorg in het algemeen dient op elk ogenblik en voor elke burger op gelijke wijze toegankelijk te zijn. Personen die door bepaalde gebeurtenissen menen te zijn benadeeld, kunnen zich naast het bestaande gediversifieerde aanbod voor geestelijke gezondheidszorg steeds wenden tot de diensten voor slachtofferhulp. Ik heb als minister bevoegd voor de curatieve aspecten van de zorgverlening nog geen specifieke klachten ontvangen omtrent het zorgaanbod sinds de start van het proces-Dutroux. De preventieve aspecten alsook de eerstelijnszorg behoren overigens tot de bevoegdheid van de gemeenschappen.

Persvrijheid is inherent aan een democratisch bestuur. Bijgevolg moeten de media zelf een deontologische code uitwerken. In België hebben vele media reeds een dergelijke code onderschreven om tot een kwalitatief hoogstaande berichtgeving te komen, waarbij de nodige discretie in acht wordt genomen en de rechten van de slachtoffers worden gerespecteerd.

Tot nog toe beschik ik niet over evidence-based gegevens waaruit blijkt dat de zorgvraag in het algemeen bij de bevolking is toegenomen, noch dat het aantal opnamen en behandelingen in zorginstellingen sinds de start van het proces-Dutroux zou zijn toegenomen. In de gezondheidszorg worden verschillende gegevens geregistreerd, onder andere de minimale psychiatrische gegevens, de minimale klinische gegevens, de minimale verpleegkundige gegevens en de gezondheidsenquête. Op basis van de gegevens uit de vermelde databanken kunnen de beleidslijnen indien nodig worden bijgestuurd.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat geestelijke gezondheidszorg nog altijd een braakliggend terrein is. Naast de terechte bezorgdheid voor de fysieke gezondheid wordt de belangrijke sector van de geestelijke gezondheidszorg nog te veel uit het oog verloren. Ik ben uiteraard gevoeliger voor dit soort zaken omdat ik vaak contact heb met mensen in nood. Een groot percentage van de bevolking is totaal gedesoriënteerd door het proces-Dutroux. Vanmorgen hebben we er in de vergadering van de verenigde commissies voor de Justitie en voor de Binnenlandse Zaken en Administratieve Aangelegenheden op gewezen dat er een beleid moet worden uitgewerkt om mensen op te vangen die nadelige psychologische gevolgen van dergelijke media-evenementen ondervinden. Wellicht realiseren we ons niet voldoende hoeveel mensen er vandaag labiel, zoekend, onevenwichtig zijn.

Ik heb veel respect voor de centra voor geestelijke gezondheidszorg. Hoewel de infrastructuur en het personeel van die centra uitstekend zijn, zouden er maatregelen moeten worden genomen om de drempel tot de hulpverlening te verlagen opdat hulpzoekenden er gemakkelijker terecht kunnen zonder maatschappelijk stigma op te lopen. Ik onderstreep nogmaals dat we aandacht moeten hebben voor de labiele geestestoestand en de psychologische zwakte van vele mensen in deze dagen.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)