3-47

3-47

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 MAART 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Staf Nimmegeers aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de Nederlandstalige zenders op de Brusselse kabel» (nr. 3-253)

De voorzitter. - De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken, antwoordt namens mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Mijn vraag is kort en ik hoop dan ook een kort en vooral positief antwoord te krijgen.

In het ministerieel besluit van 17 januari 2001 kregen de Nederlandstalige televisiezenders Vitaya, Liberty-TV en Jim-TV het zogenaamde must-carry-statuut. Dit betekent dat deze zenders op het aanbod van de Brusselse kabelmaatschappijen moeten komen. Drie jaar later is dit nog altijd niet het geval.

Wat zal minister Moerman, bevoegd voor deze materie, doen om dit dossier eindelijk uit de impasse te halen?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Deze materie wordt geregeld door de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzending en de uitoefening van omroepactiviteiten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Artikel 13 van deze wet bepaalt dat een kabelmaatschappij die een vergunning heeft gekregen om in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad een kabelnetwerk te exploiteren, verplicht is om bepaalde programma's in haar aanbod op te nemen. De programma's van de openbare omroepen moeten bijvoorbeeld van rechtswege worden aangeboden. Daarnaast kan de minister bijkomende programma's aanwijzen.

Dat laatste gebeurde inderdaad door het ministerieel besluit van 17 januari 2001, dat onder meer aan de zenders Vitaya, Liberty-TV en Jim-TV het must-carry-statuut toekent. De Brusselse kabelmaatschappijen zijn bijgevolg in principe verplicht deze drie zenders in hun aanbod op te nemen. Ze halen echter technische problemen aan om deze regeling niet in de praktijk te brengen. Ze wijzen op de beperkte capaciteit van hun netwerken. Bovendien vechten ze de geldigheid van het ministerieel besluit aan omdat het een inmenging in de vrijheid van handel zou zijn.

De middelen die de minister ter beschikking staan om de naleving van deze verplichting af te dwingen worden momenteel in overleg met de administratie bekeken. In eerste instantie zullen alle betrokken partijen worden uitgenodigd om tot een aanvaardbaar compromis te komen. Daarvoor werd al contact genomen met minister Guy Vanhengel.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - De betekenis van het must-carry-statuut van 1995 is relatief. Het is me na dit antwoord nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat minister Moerman er werk van maakt. Het betreft geen luxevraag, maar een aangelegenheid die door de Nederlandstaligen in Brussel met argusogen wordt gevolgd.

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik ken de problematiek een beetje. Ik herinner me dat er ook een must-carry-regeling bestond voor de Vlaamse Televisie Maatschappij in de gemeente Voeren. Het was niet eenvoudig om die must-carry-regeling te laten naleven door een lokale intercommunale die instond voor de kabeldistributie. Met de nodige dialoog zijn we er toch in geslaagd. Ik zal er samen met minister Moerman op toezien dat het hier ook gebeurt.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Ook wij zullen toekijken op wat er gebeurt.