3-555/1 | 3-555/1 |
11 MAART 2004
De term « artsenijbereidkunde » is een achterhaald begrip.
Waar vroeger een apotheker vooral bereider was van geneesmiddelen is hij nu in de eerste plaats de verstrekker van farmaceutische zorg, kenner van medicijnen en de ermee verbonden problemen, vertrouwenspersoon die het rationeel gebruik ervan begeleidt en de therapietrouw bevordert.
Farmaceutische zorg definiëren we als de zorg welke een patiënt nodig heeft om een therapeutisch resultaat te bereiken dat door een optimaal gebruik van geneesmiddelen diens levenskwaliteit verbetert.
Die omschrijving is gebaseerd op de definitie van Hepler en Strand « Pharmaceutical care is the responsible provision of drugtherapy for the purpose of achieving definite outcomes that improve the patients quality of life ».
Met dit wetsvoorstel willen wij de verouderde term « artsenijbereidkunde » vervangen.
Daarnaast stellen we vast dat steeds meer officina-apotheken in handen zijn van niet-apothekers.
Soms leidt dat tot conflicten tussen de taak, de plicht en de deontologie van de apotheker-titularis en de commerciële belangen van de eigenaar, vooral bij commerciële ketens.
Zo zijn in het verleden door de Orde van apothekers al titularissen gesanctioneerd, terwijl de eigenaar niet-apotheker buiten schot blijft en bijvoorbeeld een titularis tijdens zijn schorsing gewoon vervangt.
Dit wetsvoorstel beoogt het respect voor de farmaceutische plichtenleer ook afdwingbaar maken bij eigenaars van een officina die geen apotheker zijn en apothekers tewerkstellen.
Zij kunnen slechts een vergunning bekomen en behouden indien zij zich ertoe verbinden de tewerkgestelde apothekers hun taak als verstrekker van farmaceutische zorg te laten uitoefenen met respect voor de door de Orde van apothekers opgestelde Code van de farmaceutische plichtenleer. Dit impliceert bijvoorbeeld de inschakeling in het systeem van de wachtdienst, het medico-farmaceutisch overleg, de permanente vorming, enz.
Wanneer de Orde vaststelt dat een eigenaar niet-apotheker die verplichting niet nakomt, dan kan zij een dossier aan de minister bezorgen en hem voorstellen de vergunning voor een bepaalde termijn te schorsen.
Het is evident dat een dergelijke schorsing een sanctie betekent voor de vergunninghouder die, in de gegeven omstandigheden, er uiteraard toe gehouden is de apotheker(s)-werknemer(s) zijn of haar loon verder uit te betalen.
In dit opzicht moet dit voorstel samengelezen worden met het voorstel tot hervorming van de Orde van apothekers.
| Annemie VAN DE CASTEELE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In het koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, laatst gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. in artikel 1 en het opschrift van hoofdstuk I wordt het woord « artsenijbereidkunde » telkens vervangen door de woorden « farmaceutische zorg »;
B. in artikel 4, § 1, eerste zin, worden de woorden « artsenijbereidkunde uitoefenen » vervangen door de woorden « farmaceutische zorg verstrekken » en in de tweede zin worden de woorden « onwettige uitoefening van de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « het onwettig verstrekken van farmaceutische zorg »;
C. in artikel 4bis worden de woorden « De gelijktijdige uitoefening van de geneeskunde en van de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « Het gelijktijdig uitoefenen van de geneeskunde en het verstrekken van farmaceutische zorg »;
D. in de artikelen 6, eerste zin, en 10 worden de woorden « de artsenijbereidkunde » telkens vervangen door de woorden « het verstrekken van farmaceutische zorg »;
E. in artikel 19 worden de woorden « de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « het onwettig verstrekken van farmaceutische zorg »;
F. in artikel 37, § 1, worden in het :
1º, b), de woorden « van de artsenijbereidkunde, van de verpleegkunde » vervangen door de woorden « de apothekers, de beoefenaars van de verpleegkunde »;
2º, a), de woorden « de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « de apothekers »;
2º, c), 1, de woorden « de artsenijkunde » vervangen door de woorden « de farmaceutische zorg »;
2º, c), 2, de woorden « de artsenijbereidkunde van » vervangen door de woorden « het onwettig verstrekken van farmaceutische zorg, de onwettige uitoefening van ... »
2º, e), de woorden « van de artsenijbereidkunde, van » vervangen door de woorden « een apotheker, een beoefenaar van de »;
G. in artikel 37bis, § 2, 2º, worden de woorden « de artsenijbereidkunde en de verpleegkunde » vervangen door de woorden « de apotheker en de beoefenaar van de verpleegkunde »;
H. in artikel 38, § 1, 1º, worden in de eerste zin de woorden « de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « de farmaceutische zorg » en worden in limine van de derde zin de woorden « de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « de apotheker » en in fine de woorden « de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « het verstrekken van farmaceutische zorg »;
I. in artikel 38, § 1, 2º, 4º en 5º, worden de woorden « de artsenijbereidkunde » telkens vervangen door de woorden « het verstrekken van farmaceutische zorg »;
J. in artikel 39, 1º, eerste zin, worden de woorden « of de artsenijbereidkunde uit te oefenen » vervangen door de woorden « uit te oefenen of farmaceutische zorg te verstrekken en in de tweede zin wordt het woord « artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « farmaceutische wetenschappen »;
K. in de artikelen 41 en 43, § 1, worden de woorden « de artsenijbereidkunde » telkens vervangen door de woorden « het verstrekken van farmaceutische zorg, de uitoefening van »;
L. in artikel 44septies worden de woorden « de uitoefening van de artsenijbereidkunde » vervangen door de woorden « het verstrekken van farmaceutische zorg ».
Art.3
In hetzelfde koninklijk besluit nr. 78 wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende :
« Art. 12bis. De houder van de vergunning bedoeld in artikel 4, § 3, moet aan de in de officina-apotheek tewerkgestelde apotheker(s) de middelen ter beschikking stellen om deze toe te laten de farmaceutische reglementering, de regels van de goede praktijk door de minister of door het beroep opgesteld alsook de Code van de farmaceutische plichtenleer, opgesteld door de Orde van apothekers, na te leven.
Wanneer de Orde van apothekers vaststelt dat een vergunninghouder zich niet aan deze bepaling houdt, kan zij de minister van Volksgezondheid voorstellen de vergunning tijdelijk te schorsen.
De Koning legt de procedure en de nadere bepalingen vast. »
| 19 février 2004. |
| Annemie VAN DE CASTEELE. |