Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-6

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-419 van de heer Nimmegeers d.d. 7 november 2003 (N.) :
Gevangenissen. ­ Religieuze en morele bijstand. ­ Maatregelen.

U zult er niet moeten van overtuigd worden dat de toestand in onze gevangenissen meer dan ooit explosief is en dat deze situatie vele facetten kent. De religieuze en morele bijstand aan gedetineerden kan een zeer belangrijke bijdrage leveren voor de oplossing van deze crisis.

Toch sleept het dossier tot aanpassing van het aantal bijstandsverleners al jaren aan. Uw voorganger de heer Verwilghen heeft een verhoging van het aantal hulpverleners van 39 naar 65 in het vooruitzicht gesteld en daar is tot nu toe niets van in huis gekomen. De nodige 820 000 euro voor deze verhoging werd niet in de begroting voorzien. Toch is zowat iedereen ervan overtuigd dat een permanente aanwezigheid van deze morele en religieuze begeleiders zich opdringt, niet enkel omdat ze morele hulp bieden, maar ook omdat deze personen ondertussen zowat de ombudsmannen- en vrouwen van de gevangenis geworden zijn.

Vooral de nood aan islamitische en orthodoxe begeleiders is door de sterk gewijzigde samenstelling van de gevangenispopulatie sterk toegenomen, wat de nood aan hulp voor ongelovigen en gelovigen van verschillende religies niet overbodig maakt, integendeel.

Wanneer komt er een oplossing voor dit dossier dat reeds vanaf 1997 aansleept ?

Waarom wordt er geen gevolg gegeven aan de herhaalde oproepen van de vertegenwoordigers van alle gezindten ?

Antwoord : Ik ben mij ten zeerste bewust van het belang van de religieuze en morele bijstand aan de gedetineerden.

Op dit ogenblik is het dossier in onderzoek en wordt met de betrokken diensten nagegaan welke de mogelijkheden zijn op financieel vlak om, zij het in eerste instantie slechts gedeeltelijk, toch reeds tegemoet te kunnen komen aan de vraag naar een verhoging van het aantal aalmoezeniers en moreel consulenten binnen de strafinrichtingen.

Het zou aangewezen zijn om de vertegenwoordiging, die in het verleden op het niveau van de religieuze en morele bijstand tot stand gekomen is, te actualiseren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de samenstelling van de huidige gevangenisbevolking.