3-21 | 3-21 |
De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Het koninklijk besluit van 15 oktober 2001 legt de vereisten vast voor de uitoefening van het beroep van podoloog of voetverzorger. Een van de wettelijke vereisten is de graduaatopleiding. Aangezien die opleiding in België nog maar enkele jaren bestaat, voldoen de meeste praktiserende podologen niet aan die voorwaarde. Volgens de beroepsvereniging voor podologen, de vzw MEDIS, zouden maar 250 van de 4000 voetverzorgers in België voor een erkenning in aanmerking komen. Een overgangsmaatregel in artikel 54ter van het koninklijk besluit nr. 78 bepaalt nochtans dat praktiserende voetverzorgers zonder graduaatdiploma een erkenning kunnen bekomen op basis van drie jaar activiteit. Het koninklijk besluit dat de concrete uitvoeringsmodaliteiten van die overgangsmaatregel vastlegt, zoals de wijze waarop het bewijs van de activiteit moet wordt geleverd, blijft achterwege.
Het koninklijk besluit van 10 maart 2003 stipuleert dat voor bepaalde podologische verstrekkingen - bijvoorbeeld voor houders van een diabetespas - een terugbetaling door het RIZIV mogelijk is. De podoloog of voetverzorger moet erkend zijn door het RIZIV, dit wil zeggen dat hij of zij een graduaatopleiding moet hebben gevolgd. Van een overgangsmaatregel is geen sprake. Slechts een honderdtal voetverzorgers komen in aanmerking voor de RIZIV-terugbetaling.
Het is onbegrijpelijk dat personen die al jaren het beroep van podoloog in de paramedische betekenis uitoefenen, niet de kans krijgen snel wettelijk erkend te worden, waardoor hun patiënten geen terugbetaling van het RIZIV kunnen krijgen.
Hoever staat het met het uitwerken van het koninklijk besluit voor de wettelijke erkenning van de praktiserende podologen, die wel over voldoende ervaring, maar niet over het graduaatdiploma beschikken?
Komt er spoedig een overgangsmaatregel voor de vele patiënten die reeds jaren een beroep doen op een praktiserende podoloog zonder graduaatopleiding, zodat ook zij recht hebben op de terugbetaling door het RIZIV?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Artikel 54ter van het koninklijk besluit 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen bepaalt dat kan worden afgeweken van de toegangsvoorwaarden voor het uitoefenen van de podologie voor de personen die op het moment waarop de lijst van de prestaties gepubliceerd wordt sinds ten minste drie jaar die prestaties of handelingen uitvoeren. Die personen mogen hun activiteit blijven uitoefenen in dezelfde voorwaarden als de beoefenaars van de paramedische beroepen, die zulke prestaties of handelingen uitvoeren.
Voor de podologie werd die lijst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 december 2001.
Het koninklijk besluit voorziet eveneens dat de Koning de procedure zal bepalen volgens dewelke de uitvoering van de prestaties wordt bewezen. Enkel op basis van dat koninklijk besluit is het mogelijk om die personen een attest te bezorgen in verband met handelingen of prestaties die zij mogen uitvoeren. Het betrokken ontwerp van koninklijk besluit is voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Zodra dat advies ter beschikking is, zal het besluit onverwijld voor ondertekening aan de Koning worden voorgelegd.