2-786/4

2-786/4

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

18 FEBRUARI 2003


Wetsvoorstel betreffende de instelling van sociale bankrekeningen en de onvatbaarheid voor beslag van de op die rekeningen gestorte bedragen


AMENDEMENTEN


Nr. 8 VAN DE HEER MAHOUX

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art 2. ­ In het Gerechtelijk Wetboek worden de artikelen 1411bis, 1411ter en 1411quater, ingevoegd, luidende :

« Art. 1411bis. ­ § 1. De beperkingen en uitsluitingen bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 zijn eveneens van toepassing indien de in die artikelen bedoelde bedragen op een bankrekening zijn gestort.

§ 2. De houder van de in § 1 bedoelde bedragen mag door alle wettelijke middelen bewijzen dat deze bedragen, gestort op een bankrekening, niet vatbaar zijn voor beslag of overdracht.

§ 3. De code die aan de in § 1 bedoelde bedragen wordt toegekend, wordt vermeld op het rekeninguittreksel.

§ 4. De opdrachtgever van een betaling op een bankrekening van een in § 1 bedoeld bedrag, met uitzondering van de bedragen bedoeld in artikel 1410, § 1, 1º, moet steeds de in § 3 bedoelde code meedelen aan de instelling waar de rekening aangehouden wordt.

Art. 1411ter. ­ § 1. In geval van beslag op of overdracht van een bedrag bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, gelden de beperkingen en uitsluitingen bedoeld in bovenvermelde artikelen voor een periode van 30 dagen vanaf de storting van dit bedrag op een bankrekening.

Die termijn van 30 dagen begint te lopen vanaf de valutadatum van een van de in § 1 bedoelde bedragen op een bankrekening.

De valutadatum is de datum waarop het bedrag boekhoudkundig op de bankrekening wordt bijgeschreven.

§ 2. De berekening van het niet voor beslag of overdracht vatbare gedeelte van het saldo op de bankrekening geschiedt naar rata van het aantal dagen die zijn verlopen sinds het begin van de in § 1 bedoelde termijn.

Art. 1411quater. ­ § 1. In geval van beslag op of overdracht van een bedrag, bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, dat op een bankrekening werd gestort, geeft de kredietinstelling binnen 15 dagen na de datum van het beslag of de overdracht aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, de verkrijger of de schuldenaar, kennis van het saldo van de bankrekening en van de gecodeerde bedragen gestort tijdens een periode van 30 dagen voor de datum van het beslag of de overdracht.

§ 2. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder maakt de afrekening overeenkomstig artikel 1411ter, § 2, en laat het saldo van de bankrekening dat niet voor beslag of overdracht vatbaar is, over aan de schuldenaar.

De afrekening wordt aangetekend aan de beslagen schuldenaar gezonden; die laatste beschikt over een termijn van 8 dagen om de afrekening bij de instrumenterende gerechtsdeurwaarder te betwisten.

De betwisting geschiedt via een formulier waarvan de Koning het model vaststelt.

De betwistingen die bij de toepassing van dit artikel kunnen rijzen, worden overeenkomstig artikel 1408, § 3, aan de beslagrechter voorgelegd. »

Verantwoording

1. Paragraaf 2 staat de schuldenaar toe met alle wettelijke middelen te bewijzen dat de aan hem gestorte bedragen beschermd zijn en dan vooral als die bedragen geen code hebben (zie hierover, infra 4) of als er beslag op wordt gelegd door de belastingdiensten.

2. Paragraaf 3 bepaalt dat alle beschermde bedragen op het rekeningafschrift geïdentificeerd zijn door middel van een code die specifiek is voor de categorie waartoe het bedrag behoort (geheel of gedeeltelijk niet voor beslag vatbaar).

Voorbeeld.

Code 1 : gedeeltelijk overdraagbare en voor beslag vatbare bedragen bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1.

Artikel 1409 : « Loon » in de ruime zin, uitgekeerd ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst is :

­ Onbeperkt overdraagbaar of beslagbaar voor het gedeelte boven 1 101 euro per kalendermaand, het maximale beschermde bedrag.

­ Het gedeelte tussen 1 007 euro en 1 101 euro is overdraagbaar of beslagbaar voor 2/5.

­ Het gedeelte tussen 912 euro en 1 007 euro is overdraagbaar of beslagbaar voor 3/10.

­ Het gedeelte tussen 849 euro en 912 euro is overdraagbaar of beslagbaar voor 1/5.

Dat geldt mutatis mutandis ook wanneer de schuldenaar niet beschikt over een loon maar wel over de voor hem en voor zijn gezin noodzakelijke inkomsten bedoeld in artikel 1409bis, alsook voor de pensioenen, uitkeringen, schadevergoedingen en het vakantiegeld bedoeld in artikel 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.

Code 2 : niet voor overdracht of beslag vatbare bedragen

­ De niet voor overdracht of beslag vatbare bedragen bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, voor het gedeelte onder 849 euro. Deze bedragen worden overeenkomstig artikel 1411 van het Gerechtelijk Wetboek samengevoegd om het definitieve bedrag te verkrijgen.

­ In alle andere omstandigheden bedoeld in artikel 1410, § 2.

3. Volgens artikel 4 stelt de Koning het systeem van codes vast waarmee de beschermde bedragen, bedoeld in de genoemde artikelen van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen worden opgespoord wanneer ze op een bankrekening worden gestort.

4. Paragraaf 4 van artikel 2 heeft alleen betrekking op betalingsorganen zoals de werkgevers, de OCMW's, de socialezekerheidsinstellingen.

De schuldenaars van uitkeringen tot onderhoud, bedoeld in artikel 1410, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, zijn daar bijvoorbeeld niet toe verplicht. Om het eenvoudig te houden, moeten zij dus de storting waartoe zij verplicht zijn geen specifieke code meegeven.

5. Artikel 1411ter, § 1, bepaalt dat de geboden bescherming slechts 30 dagen duurt, om te voorkomen dat de gestorte bedragen worden opgepot. Zo worden ook de rechten van de schuldeisers beschermd.

6. Paragraaf 2 bepaalt dat de berekening van het niet voor beslag vatbare gedeelte geschiedt naar rata van het aantal dagen die nog overblijven sinds de beschermde som is gestort.

Voorbeeld.

Beslag op rekening op 15 juni 2002.

Volgende stortingen op de rekening zijn gebeurd sinds 16 mei (30 dagen voordien).

a. storting arbeidsongevallen die 100 % overschrijdt : 20 mei : 500 euro ­ beschermd (artikel 1410, § 2, 4º);

b. storting gezinsbijslag : 1 juni : 250 euro ­ beschermd (artikel 1410, § 2, 1º);

c. storting pensioen : 9 juni : 1 200 euro ­ gedeeltelijk beschermd (artikel 1410, § 1, 2º);

d. storting bestaansminimum : 10 juni : 500 euro ­ beschermd (artikel 1410, § 2, 7º);

e. storting X : 14 juni : 750 euro ­ niet beschermd.

Geen beslag kan worden gelegd op :

a. 500 x 4 : 66,67 euro
­­­
30

(van 20 mei tot 15 juni, dit wil zeggen 26 dagen, er blijven nog 4 dagen over).

b. 250 x 15 : 125 euro
­­­­
30

(van 1 juni tot 15 juni, dit wil zeggen 15 dagen, er blijven nog 15 dagen over).

c. overeenkomstig artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek :

(i) Niet voor beslag vatbaar : 849 euro.

(ii) Voor beslag vatbaar : 20 % van het gedeelte tussen 912 euro en 849 euro, dit wil zeggen 12,6 euro.

(iii) Voor beslag vatbaar : 30 % van het gedeelte tussen 912 euro en 1 007 euro, dit wil zeggen 28,5 euro.

(iv) Voor beslag vatbaar : 40 % van het gedeelte tussen 1 007 euro en 1 101 euro, dit wil zeggen 37,6 euro.

Totaal = 849 + 12,6 + 28,5 + 37,6 = 927,7 euro.

Niet voor beslag vatbaar gedeelte : 927,7 x 24 = 742,16 euro
­­­­
30

(van 9 juni tot 15 juni, dit wil zeggen 6 dagen, er blijven nog 24 dagen over).

d. 500 x 25 = 416,67 euro
­­­­
30

(van 10 juni tot 15 juni, dit wil zeggen 5 dagen, er blijven nog 25 dagen over).

e. 750 euro niet beschermd.

Een algemeen totaal van :

66,67 + 125 + 742,16 + 416,67 = 1 350,5 euro.

7. In geval van beslag of overdracht worden de codes meegedeeld overeenkomstig artikel 1411quater, § 1.

8. Overeenkomstig artikel 1411quater, § 2, maakt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, die het beste in staat is om de controle uit te oefenen op alle inkomsten van de beslagen schuldenaar, de afrekening van het voor beslag vatbare gedeelte en laat het saldo van de bankrekening dat niet voor beslag vatbaar is, over aan de schuldenaar.

9. De afrekening kan binnen de in § 2, derde lid, vastgestelde termijn, door de schuldenaar worden betwist via een formulier.

Nr. 9 VAN DE HEER MAHOUX

(Subamendement op amendement nr. 5)

Art. 3

Aan het slot van het voorgestelde artikel 1452, 4º, de woorden « gestort op de bankrekening sedert de in artikel 1411ter, § 1, bedoelde datum » toevoegen.

Verantwoording

Dit amendement zorgt ervoor dat de twee artikelen overeenstemmen.

Nr. 10 VAN DE HEER MAHOUX

(Subamendement op amendement nr. 6)

Art. 4

In dit artikel, de woorden « , alsook voor de procedure en de berekeningswijze » doen vervallen.

Verantwoording

De procedure en de berekeningswijze worden nu expliciet geregeld in het geamendeerde voorstel, zodat de bevoegdheid terzake niet meer aan de Koning hoeft te worden overgedragen.

Nr. 11 VAN DE HEER MAHOUX

Artt. 6 tot 11

Deze artikelen doen vervallen.

Philippe MAHOUX.

Nr. 12 VAN DE HEER STEVERLYNCK

(Subamendement op amendement nr. 8)

Art. 2

In het voorgestelde artikel 1411quater, § 2, tussen het derde en het vierde lid, een lid invoegen, luidende :

« Dit formulier zal door de gerechtsdeurwaarder gevoegd worden bij de afrekening die overeenkomstig artikel 1411ter, § 2, wordt opgemaakt en aan de schuldenaar wordt bezorgd. »

Jan STEVERLYNCK.