2-254 | 2-254 |
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 50-2192/1.)
De voorzitter. - De heer Steverlynck heeft amendement 2 ingediend (zie stuk 2-1393/2) dat luidt:
Een artikel 3bis invoegen, luidende:
"Art. 3bis. - De minister, zoals bedoeld in deze wet, die bevoegd is voor aangelegenheden die de postdiensten of de telecommunicatie betreffen, kan niet belast worden binnen de regering met de verantwoordelijkheid voor het beheer van de overheidsparticipaties in bedrijven die in deze sectoren actief zijn."
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Amendement 2 heeft tot doel een artikel 3bis in te voegen dat het beheer van de overheidsparticipaties uitdrukkelijk afzondert van de bevoegdheid inzake de regulering.
De voorzitter. - Artikel 15 luidt:
§1. De Ministerraad kan, op voorstel van de Minister, bij een met redenen omkleed besluit de uitvoering schorsen van sommige beslissingen, waarvan de Koning bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de lijst bepaalt en waarmee het Instituut de wet overtreedt of het algemeen belang schaadt.
Het besluit tot schorsing moet worden genomen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing door de Ministerraad. Het wordt onmiddellijk aan het Instituut en aan de belanghebbenden kenbaar gemaakt.
Het Instituut moet de geschorste beslissing binnen vijftien dagen, te rekenen vanaf de schorsing ervan, wijzigen in overeenstemming met het met redenen omkleed besluit bedoeld in het eerste lid.
§2. Bij een in Ministerraad overlegd besluit stelt de Koning de nadere regels vast voor de in dit artikel beschreven procedures.
§3. De uitvoeringsmaatregelen van dit artikel dienen te worden genomen binnen drie maanden na de dag waarop de wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De heer Steverlynck stelt voor dit artikel te schrappen (amendement 4, zie stuk 2-1393/2).
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Het doel van amendement 4 is artikel 15 te schrappen, omdat dit de hele filosofie van de autonomie ondermijnt. De Ministerraad krijgt immers een schorsingsbevoegdheid, waardoor de autonomie de facto en de jure wordt weggehaald.
De voorzitter. - Artikel 18 luidt:
Met uitzondering van de leden die aangewezen worden bij de eerste samenstelling van de Raad, moeten de leden het bewijs leveren van de functionele kennis van de tweede taal zoals bepaald in artikel 43ter, §7, eerste lid van de wetten op het gebruik van talen in bestuurzaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
Op dit artikel heeft de heer Steverlynck amendement 6 ingediend (zie stuk 2-1393/2) dat luidt:
Dit artikel vervangen als volgt:
"Art. 18. - De leden van de Raad moeten het bewijs leveren van de functionele kennis van de tweede taal zoals bepaald in artikel 43ter, §7, eerste lid, van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken zoals gecoördineerd op 18 juli 1966."
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Met amendement 6 op artikel 18 beklemtonen we dat het wenselijk én noodzakelijk is dat ook voor de eerste benoeming een functionele tweetaligheid wordt gevraagd.
-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.