(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De haven van Zeebrugge dringt al vele jaren aan op een doeltreffende spoorwegontsluiting. Concreet gaat het om de aanleg van een derde spoor tussen de Zeebrugse haven en Brugge en van een derde en vierde spoor tussen Brugge en Gent.
De verwezenlijking van die spoorwegontsluiting dringt zich om twee redenen op. Vooreerst is het een noodzaak voor de verdere ontwikkeling van de haven van Zeebrugge, maar ook voor die van Oostende, dat er een volwaardige ontsluiting door het spoor komt.
Ten tweede, en nog belangrijker in het kader van het algemeen belang, is de vermindering van het goederenvervoer over de weg. Het spreekt voor zich dat minder goederenvervoer over de weg leidt tot meer verkeersveiligheid, meer leefbaarheid en een beter milieu.
Niettegenstaande het feit dat u in uw antwoord, gegeven in de commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van 28 november 2001, stelt dat en ik citeer : « de capaciteitsuitbreiding tussen Gent en Brugge noodzakelijk is voor een betere afwikkeling van het (toeristische) personenvervoer en voor de ontsluiting van Zeebrugge », deelde u in hetzelfde antwoord mee dat het vooropgestelde tienjarenplan niet zal worden gevolgd. Immers, de aanleg van bijkomende sporen werd ingeschreven in het tienjarenplan 1996-2005 dat door de Ministerraad werd goedgekeurd in juli 1996. Alhoewel u eraan toevoegt dat de trajecten Gent-Landegem en Beernem-Brugge prioritair zijn voor de NMBS deelt u mee dat deze werken tussen 2005 en 2012 zullen plaatsvinden. En u voegt eraan toe dat het overblijvende traject (Landegem-Beernem) pas na 2012 aan bod zal komen.
Als enig argument geeft u op dat het op die manier mogelijk moet zijn « om het treinverkeer gewoon te laten doorgaan ».
Graag had ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen bekomen :
1. Klopt het dat de regering afstapt van het tienjarenplan zoals het destijds werd opgesteld ?
2. Waarom erkent de geachte minister enerzijds de noodzaak van de extra sporen en verschuift ze anderzijds het project met vele jaren naar de toekomst ?
3. Is het verplaatsen van het goederenvervoer van de weg naar het spoor voor de regering enkel een prioriteit in woorden maar niet in daden ?