2-1061/4 | 2-1061/4 |
12 JUNI 2002
Evocatieprocedure
Art. 2
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
1º voor de eerste zin, « § 1 » toevoegen;
2º voor de laatste zin, « § 2 » toevoegen;
3º dit artikel aanvullen met een § 3, luidende :
« § 3. Deze wet is van toepassing op de minnelijke invordering van schulden en op de activiteit van minnelijke invordering van schulden van de consument. »
4º in punt 2º, de woorden « een gerechtsdeurwaarder » vervangen door de woorden « een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris »;
5º in punt 2º, na de woorden « voor andermans rekening » de woorden « zonder te hebben bijgedragen tot het sluiten van de onderliggende overeenkomst » toevoegen.
Verantwoording
Het is de bedoeling van deze wet dat zij enkel van toepassing is op de invordering van schulden van een consument, zonder de verhoudingen tussen de beroepsmensen te regelen. Deze doelstelling, uitgedrukt in de titel van het ontwerp, werd nooit in vraag gesteld. Toch is er geen enkele wettelijke bepaling die dat uitdrukkelijk te kennen geeft. Het amendement heeft tot doel iedere dubbelzinnigheid op te heffen.
Om dit artikel beter te structureren, is het in paragrafen ingedeeld.
De wijzigingen voorgesteld in de punten 4º en 5º hernemen gedeeltelijk het amendement nr. 12 en hebben tot doel de bepaling van de activiteit van minnelijke invordering van schulden toe te lichten. Deze wijzigingen preciseren dat :
de notarissen, de beheerders van goederen of de schuldbemiddelaars niet beoogd worden in de bepaling van de activiteit van minnelijke invordering van schulden;
de personen die hebben bijgedragen tot het sluiten van de onderliggende overeenkomst, zoals de verzekeringstussenpersonen, door de bepaling niet beoogd worden.
Het past eveneens te onderstrepen dat de invordering van overgedragen schulden wel door de bepaling wordt beoogd.
Kredietverzekeraars die in rechten van hun verzekerden gesteld worden, zijn niet beoogd door de bepaling.
Art. 3
In § 2, onder het negende streepje, de woorden « en gemotiveerd » invoegen tussen het woord « uitdrukkelijk » en de woorden « heeft te kennen gegeven ».
Verantwoording
Dit amendement herneemt hetgeen werd voorgesteld in de amendementen nrs. 1 en 6.
Als de schuldenaar uitdrukkelijk op het of de motieven van zijn betwisting wijst, moet de minnelijke invordering gestaakt worden.
Vermits deze bepaling in de algemene regels staat die van toepassing zijn op alle personen die de invordering verrichten, zal de schuldenaar deze personen moeten informeren, namelijk, naar gelang de omstandigheden, de schuldeiser of het incassobureau.
Art. 14
Tussen de woorden « verkregen werd, » en de woorden « wordt beschouwd als geldig », de woorden « , behalve in het geval van een kennelijke vergissing die de rechten van de consument niet schaadt, » invoegen.
Verantwoording
Het is de bedoeling van de burgerlijke sanctie om de eerbiediging van de wettelijke beschikking op het gebied van invordering doeltreffend te maken.
Dit doel behoort niet afgewend worden door de schuldenaars die zich op de minste vergissing zouden steunen om hun schulden niet te willen betalen.
Aldus is het bijvoorbeeld duidelijk dat een eenvoudige feitelijke vergissing in de vermeldingen bepaald in artikel 7, zoals het BTW-nummer of het inschrijvingsnummer op het ministerie van Economische Zaken, de voorziene sanctie niet voor gevolg mag hebben.
De vergissing of de nalatigheid mag de rechten van de schuldenaar niet benadelen. Als het geval zich voordoet, zal het aan de rechter zijn om zich uit te spreken.
Art. 4 tot 7, 14, 16 en 19
In deze artikelen de volgende wijzingen aanbrengen :
A. In artikel 4, dat artikel 7 wordt, wordt in het eerste lid de wijziging naar artikel 7, § 2, 1º tot 4º, vervangen door een wijziging naar artikel 6, § 2, 1º tot 4º.
B. De artikelen 5, 6 en 7 worden vernummerd tot 4, 5 en 6.
C. In artikel 14, eerste lid, wordt de verwijzing naar de artikelen 3, 4, 5 en 7 vervangen door een verwijzing naar de artikelen 3, 4, 6 en 7.
D. In het tweede lid van artikel 14 wordt de verwijzing naar artikel 6 vervangen door een verwijzing naar artikel 5.
E. In artikel 16, § 1, wordt de verwijzing naar artikel 5 vervangen door een verwijzing naar artikel 4.
F. In artikel 19 wordt de verwijzing naar artikel 5 vervangen door een verwijzing naar artikel 4.
Verantwoording
Het huidige artikel 4, dat een procedure bij huisbezoeken instelt, geldt enkel in het kader van een activiteit van minnelijke invordering van schulden. Als dusdanig staat dit artikel niet onder hoofdstuk III, dat betrekking heeft op iedere minnelijke invordering van schulden van de consument.
Daarom past het dit artikel onder te brengen in hoofdstuk IV, dat betrekking heeft op de activiteit van minnelijke invordering van schulden van de consument.
De minister van Economische Zaken,
Charles PICQUÉ.
Art. 14
Het voorgestelde eerste lid van dit artikel vervangen als volgt :
« Behalve in het geval van een kennelijke vergissing, die de rechten van de consument niet schaadt, wordt iedere betaling die in strijd met de artikelen 3, 4, 5 en 7 verkregen werd, beschouwd als geldig door de consument verricht ten opzichte van de schuldeiser, maar dient zij, ten belope van 20 % van het bedrag ervan, te worden terugbetaald aan de consument door de persoon die de activiteit van minnelijke invordering van schulden verricht. »
Verantwoording
De amendementen nrs. 11 en 15 behoren samengesmolten te worden.
| Magdeleine WILLAME-BOONEN. Jan STEVERLYNCK. |