(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De problematiek van de schijnzelfstandigen stelt zich meer en meer. De voorbije jaren werden hierover heel wat voorstellen geformuleerd en studies gepubliceerd.
Op 27 april 2000 heeft het Algemeen Beheerscomité sociaal statuut der zelfstandigen (ABC) op eigen inititatief een advies goedgekeurd met betrekking tot de schijnzelfstandigen. Dit advies was het resultaat van een werkgroep binnen het ABC die vijf bijeenkomsten wijdde aan een algemeen voorstel van een kabinetswerkgroep omtrent « Meer rechtszekerheid voor de bedrijven door vroegtijdige preventie van schijnzelfstandigen ».
Het voorstel gaat uit van de stelling dat preventief optreden enkel doeltreffend kan gebeuren aan de hand van gestructureerde informatie. Een lijst met gestandaardiseerde vragen zou de feitelijke situatie trachten te omschrijven aan de hand van economische criteria en de wilsuiting van de betrokken partijen. De aldus verzamelde gegevens, eventueel aangevuld met commentaar van het betrokken sociaal verzekeringsfonds, zouden gecentraliseerd worden bij het RSZ. Bijkomend zou men in een overlegstructuur met het RSZ voorzien om betwistingen over de verhoudingen op het vlak van het socialezekerheidsrecht tussen contracterende partijen te bespreken.
Het beheerscomité stelde in zijn besluit dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat de schijnwerknemers op eenzelfde manier worden behandeld als de schijnzelfstandigen.
In zijn actieplan middenstand-kleinbedrijf 2001-2003 van 5 september 2001 kondigt de minister aan het overleg hierover te zullen heropstarten.
Ondanks de belofte van de regering om de problematiek van de schijnzelfstandigen aan te pakken, moeten we vaststellen dat ondanks al het voorbereidend werk dat reeds gebeurd is, men nog altijd niet verder is dan overleg.
Ik zou dan ook graag een antwoord vernemen van de geachte minister op volgende vragen :
1. Wat is de reden dat er nog steeds geen concreet voorstel is ? Waarom werd het overleg stopgezet, zodat het nu moet worden heropgestart ? Welke zijn de knelpunten ?
2. Wanneer zal hij een concreet voorstel op tafel leggen en wanneer zal een en ander in voege treden ?
3. Zal hij voorafgaandelijk het advies vragen van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen ?
4. Zal de problematiek van de schijnwerknemers eveneens worden behandeld ?
Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid hierbij te verwijzen naar het antwoord dat ik d.d. 13 december 2001 heb verstrekt op de mondelinge vraag nr. 637.