2-832/2

2-832/2

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

6 JULI 2001


Wetsontwerp houdende hervorming van de personenbelasting


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 6

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

De ontworpen regeling inzake woon-werkverkeer kan onze goedkeuring niet wegdragen. De regeling is complex en discriminerend. Bovenal is het voor fietsers en carpoolers in bepaalde gevallen nadeliger dan de huidige regeling.

In afwachting van een debat over de door de regering beloofde invoering van één forfaitaire korf voor het woon-werkverkeer, wensen we artikel 6 uit het voorliggende ontwerp te schrappen.

Nr. 2 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 9

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

De ontworpen regeling inzake woon-werkverkeer kan onze goedkeuring niet wegdragen. De regeling is complex en discriminerend. Bovenal is het voor fietsers en carpoolers in bepaalde gevallen nadeliger dan de huidige regeling.

In afwachting van een debat over de door de regering beloofde invoering van één forfaitaire korf voor het woon-werkverkeer, wensen we artikel 9 uit het voorliggende ontwerp te schrappen.

Nr. 3 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 7

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) in A de woorden « en 5 pct. » invoegen tussen de woorden « 20 pct. » en het woord « vervangen »;

B) A aanvullen als volgt : « en 10 pct. »;

C) in B de woorden « en 3 pct. » invoegen tussen de woorden « 13 pct. » en het woord « vervangen »;

D) B aanvullen als volgt : « en 10 pct.».

Verantwoording

Dit amendement poogt twee doelstellingen te realiseren :

1. een oplossing bieden aan de werkloosheidsval, die veel eenvoudiger is dan het belastingkrediet;

2. een stimulans betekenen voor de belastingplichtingen om te kiezen voor de forfaitaire beroepskosten in plaats van de werkelijke beroepskosten.

De beroepskosten zijn gekoppeld aan de ontvangst van bezoldigingen of baten. Ze vormen dan ook het ideale instrument om de werkloosheidsval op te lossen. Het is een ideaal instrument, omdat het een efficiënt, eenvoudig en bestaand instrument betreft. Het gebruik van de forfaitaire beroepskosten moet de regel blijven !

Voor bezoldigden worden de forfaitaire beroepskosten automatisch toegepast, wanneer ze geen aangifte doen van hun werkelijke beroepskosten. Er zou kunnen onderzocht worden of dit ook niet de regel kan worden bij de genieters van baten.

Nr. 4 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 9

In dit artikel, de woorden « zonder dat de in aanmerking genomen afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling hoger dan 25 kilometer mag zijn » en het laatste lid schrappen.

Verantwoording

Het is totaal zinloos en zelfs nadelig om deze kilometerbeperking in te voeren. De milieu- en verkeersvriendelijke vervoermiddelen (te voet, per fiets, carpooling, ...) worden hierdoor fiscaal slechter behandeld dan het gebruik van de auto. Iemand die uit milieu- of gezondheidsredenen bereid is om meer dan 25 kilometer enkele reis te fietsen zou eerder bevoordeeld dan bestraft moeten worden.

Tevens wordt het hele systeem van het woon-werkverkeer een stuk ingewikkelder dan voorheen, hetgeen in strijd is met het regeerakkoord. Daarom wordt voorgesteld om de forfaitaire regeling van 0,15 euro/km voor de bepaling van de werkelijke beroepskosten voor het woon-werkverkeer uit te breiden tot alle vervoermiddelen.

Tenslotte pleiten de indieners voor een parlementair debat omtrent de hoogte van 0,15 euro/km. Heel wat deskundigen vinden de hoogte hiervan onvoldoende !

Nr. 5 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 23

Littera B vervangen als volgt :

« Art. 131. ­ Voor de berekening van de belasting wordt een basisbedrag van 4 095 euro vrijgesteld van belasting. Dit basisbedrag wordt verhoogd met 870 euro, indien de aanslag afzonderlijk wordt gevestigd en de belastingplichtige alleenstaande is. Met alleenstaande wordt in dit hoofdstuk bedoeld, de belastingplichtige die op geen enkel ogenblik tijdens het belastbare tijdperk deel uitmaakt van een gezin met enige andere belastingplichtige die bestaansmiddelen heeft gehad die, al naargelang het geval, hoger zijn dan die bepaald in de artikelen 136 en 141.

Dit bedrag wordt verhoogd met 870 euro indien de belastingplichtige gehandicapt is. »

Verantwoording

Het is duidelijk dat de draagkracht van een echte alleenstaande kleiner is dan de helft van de draagkracht van twee samenwoners (al of niet gehuwd). Daarom wordt het principe van de fiscale hervorming van 1988 behouden waarbij een alleenstaande recht heeft op een verhoogd belastingvrij minimum. Het feit dat deze verhoging na de hervorming ook ongewild tegemoetkwam aan de samenwoners die elk een afzonderlijke aanslag kregen, wordt echter verholpen. Voortaan wordt een onderscheid gemaakt tussen « echte » alleenstaanden en feitelijke samenwoners.

Dit amendement strekt ertoe een bijkomende verhoging van 870 euro aan de echte alleenstaanden te geven. De notie « alleenstaande » wordt nu duidelijk gedefinieerd en is beperkter dan wat tot nu toe werd aangenomen. Momenteel is immers iedereen die niet gehuwd is, een « alleenstaande ». Voortaan wordt de notie « alleenstaande » verbonden aan de toestand waarin de betrokkene werkelijk alleen de last van het gezin draagt.

Dit betekent dat hij werkelijk heel alleen is, ofwel dat geen van de andere leden van het gezin inkomsten heeft die de grens van de bestaansmiddelen, bepaald om als ten laste te worden beschouwd, te boven gaan. Daarvoor wordt de toestand bekeken van iedereen die tijdens het belastbaar tijdperk op enig ogenblik deel uitmaakt van het gezin van de belastingplichtige. De notie « deel uitmaken van het gezin » is dezelfde als in de constante rechtspraak over de toepassing van artikel 104, 1º en 2º, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (aftrek van onderhoudsgelden). Die alleenstaanden hebben recht op een verhoging van het belastingvrij minimum. Ze moeten dit in hun aangifte vermelden.

Nr. 6 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 25

In dit artikel, de woorden « voor een belastingplichtige die alleen wordt belast » vervangen door de woorden « voor de alleenstaande ».

Verantwoording

In artikel 133, § 1, 1º, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt terecht de bijkomende belastingvrijstelling voor alleenstaanden met kinderlast aangepast. Momenteel is die enkel van toepassing voor niet-hertrouwde weduwen en weduwnaars en ongehuwde ouders met kinderen ten laste. De regeling wordt uitgebreid tot alleenstaande gescheiden ouders met kinderen ten laste.

Anderzijds willen de indieners met dit amendement de regeling ook inperken tot de echte alleenstaanden zoals bepaald in het nieuwe artikel 131 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992. Het ontworpen artikel 25 voert immers een nieuwe discriminatie in tussen feitelijke samenwoners en gehuwden, inclusief de wettelijke samenwoners. Enkel deze twee laatste categorieën zouden geen recht hebben op de toeslag. Dit is in strijd met de tweede krachtijn van de regering.

Nr. 7 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 27

Dit artikel aanvullen als volgt : « en de woorden « 60 000 frank » door de woorden « 2 250 euro. »

Verantwoording

Aangezien het amendement tot invoeging van een artikel 28bis de situatie van de onderhoudsgelden bij kinderen van gescheiden ouders regelt, is het onderscheid tussen de nettobestaansmiddelen van kinderen van gescheiden ouders en andere kinderen niet meer nodig.

De twee niet-geïndexeerde bedragen van respectievelijk 1 500 euro en 2 250 euro worden daarom vervangen.

Nr. 8 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 27bis (nieuw)

Een artikel 27bis invoegen, luidende :

« Art. 27bis. ­ In artikel 140 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de woorden « 60 000 frank » telkens vervangen door de woorden « 2 250 euro. »

Verantwoording

Aangezien het amendement tot invoeging van een artikel 28bis de situatie van de onderhoudsgelden bij kinderen van gescheiden ouders regelt, is het onderscheid tussen de nettobestaansmiddelen van kinderen van gescheiden ouders en andere kinderen niet meer nodig.

De twee niet-geïndexeerde bedragen van respectievelijk 1 500 euro en 2 250 euro worden daarom vervangen door het hoogste bedrag, namelijk 2 250 euro.

Nr. 9 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 28bis (nieuw)

Een artikel 28bis invoegen, luidende :

« Art. 28bis. ­ Artikel 143 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met de volgende bepaling :

« 6º de onderhoudsgelden met een maximaal bedrag van 150 euro per maand of 1 800 euro per jaar; ».

Verantwoording

Het amendement onderstreept nogmaals dat de CVP niet enkel de discriminaties ten nadele van de gehuwden willen afschaffen. Dit amendement komt tegemoet aan de problematiek van de fiscale discriminatie van jobstudenten, wiens ouders gescheiden zijn.

Jobstudenten ten laste van één gescheiden ouder met weinig inkomsten dienen vaak te werken om hun studies te betalen. De jobstudenten ­ en laten we veronderstellen dat ze niet gehandicapt zijn ­ worden echter geconfronteerd met het probleem dat ze vanaf 2 250 euro (niet geïndexeerd) niet meer ten laste zijn van deze gescheiden ouder, aangezien voor de huidige berekening van de netto bestaansmiddelen het onderhoudsgeld meetelt.

Concreet betekent dit voor aanslagjaar 2001 en uitgedrukt in frank dat een kind van gehuwden 76 000 frank mag verdienen met een job en een kind, dat bijvoorbeeld 60 000 frank onderhoudsgeld ontvangt, slechts 115 000 ­ 60 000 frank of 55 000 frank. Wanneer een kind daarenboven meer dan 210 000 frank verdient, wordt het zelf belastingplichtig.

De fiscale invloed van het feit dat een kind niet meer ten laste is van de gescheiden ouder hangt af van het totaal aantal kinderen ten laste. De verhoging van de belastingvrije som is immers afhankelijk van de kinderlast. Hieronder vindt u een overzicht van de meerbelasting voor de ouders :

Evolutie aantal kinderen ten laste
­
Évolution du nombre d'enfants à charge
Meerbelasting (zonder gemeente- en crisisbelasting)
­
Taxe supplémentaire (sans taxe communale ou de crise)
Gehuwde ouders
­
Parents mariés
Alleenstaande ouder
­
Parent isolé
Van 1 naar 0. ­ De 1 à 0 11 250 11 250
Van 2 naar 1. ­ De 2 à 1 18 700 20 850
Van 3 naar 2. ­ De 3 à 2 51 200 55 500
Van 4 naar 3. ­ De 4 à 3 68 400 70 550
Van 5 naar 4. ­ De 5 à 4 71 550 71 550

De indieners vinden het de beste oplossing om tot een bepaald bedrag de onderhoudsgelden niet te betrekken in de berekening van de netto bestaansmiddelen. Het is een veel betere oplossing dan een verhoging van deze netto bestaansmiddelen voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast. Twee (niet-geïndexeerde) voorbeelden geven de gebreken van het ontworpen artikel 28 aan :

Voorbeeld 1 :

Een kind van feitelijke samenwoners, dat geen onderhoudsuitkering ontvangt (het zijn bijvoorbeeld zijn natuurlijke ouders), mag netto 2 600 euro als jobstudient bijverdienen, terwijl een kind van gehuwden of wettelijke samenwoners slechts 1 500 euro mag bijverdienen.

Voorbeeld 2 :

Een kind van feitelijke samenwoners met een hoge onderhoudsuitkering van 2 600 euro blijft onder de grens van de netto bestaansmiddelen, terwijl een kind van gehuwden dat zelf zijn studie dient te bekostigen niet meer mag verdienen uit studentenarbeid dan 1 500 euro.

Nr. 10 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 34

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

Deze nieuwe beperking voor de bruggepensioneerden bemoeilijkt weerom het fiscale stelsel van de brugpensioenen en discrimineert de gehuwden en de wettelijke samenwoners ten opzichte van de feitelijke samenwoners.

Vanaf 2004 zullen er niet minder dan 3 verschillende stelsels van toepassing zijn voor de brugpensioenen. De « brugpensioenen oud stelsel », de « andere brugpensioenen die zijn ingegaan voor 1 januari 2004 » en de « brugpensioenen nieuw stelsel ».

De belastingvermindering voor de « brugpensioenen nieuw stelsel » zal, zogezegd in het kader van de actieve welvaartsstaat, slechts éénmaal per gehuwd of wettelijk samenwonend gezin verleend worden, terwijl feitelijke samenwoners tweemaal deze belastingvermindering kunnen genieten. De maatregelen ter bevordering van de actieve welvaartsstaat maken dus blijkbaar een onderscheid tussen voornoemde categorieën.

Dit ontworpen artikel geeft duidelijk het van kracht blijvende verschil aan tussen gehuwden en feitelijke samenwoners, hetgeen door de letterlijke woorden van de minister van Financiën in de toelichting niet gerechtvaardigd kan worden. De indieners begrijpen niet hoe dergelijke discriminaties in dit ontwerp nog kunnen worden opgenomen en hopen dat dit amendement exemplarisch zal zijn in de strijd tegen de opheffing van alle fiscale discriminaties jegens de keuze van een samenlevingsvorm.

Nr. 11 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 35

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) Het 5º en het 6º schrappen;

B) Het 7º vervangen als volgt :

« 7º als het netto-inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen bestaat : 1 344,57 euro. »

Verantwoording

De belastingverminderingen voor de nieuwe brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen zullen, zogezegd in het kader van de actieve welvaartsstaat, slechts éénmaal per gehuwd of wettelijk samenwonend gezin verleend worden, terwijl feitelijke samenwoners tweemaal deze belastingvermindering kunnen genieten. De maatregelen ter bevordering van de actieve welvaartsstaat maken dus blijkbaar een onderscheid tussen voornoemde categorieën.

Dit ontworpen artikel geeft duidelijk het van kracht blijvende verschil aan tussen gehuwden en feitelijke samenwoners, hetgeen door de letterlijke woorden van de minister van Financiën in de toelichting niet gerechtvaardigd kan worden. De indieners begrijpen niet hoe dergelijke discriminaties in dit ontwerp nog kunnen worden opgenomen en hopen dat dit amendement exemplarisch zal zijn in de strijd tegen de opheffing van alle fiscale discriminaties jegens de keuze van een samenlevingsvorm.

Nr. 12 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 36

Dit artikel schrappen.

Verantwoording

De indieners wensen niet dat de genieters van een gezinspensioen, door niet-toepassing van het huwelijksquotiënt, geen genot hebben van dit wetsontwerp.

Nr. 13 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 37

Het voorgestelde artikel 150 vervangen als volgt :

« Art. 150. ­ Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de in deze onderafdeling bepaalde verminderingen en grenzen per belastingplichtige berekend. »

Verantwoording

Het ontworpen artikel geeft duidelijk het van kracht blijvende verschil aan tussen gehuwden en feitelijke samenwoners, hetgeen door de letterlijke woorden van de minister van Financiën in de toelichting niet gerechtvaardigd kan worden. De indieners begrijpen niet hoe dergelijke discriminaties in dit ontwerp nog kunnen worden opgenomen en hopen dat dit amendement exemplarisch zal zijn in de strijd tegen de opheffing van alle fiscale discriminaties jegens de keuze van een samenlevingsvorm.

De indieners verkiezen duidelijk dat alle fiscale discriminaties jegens een samenlevingsvorm worden afgeschaft. Ze aanvaarden niet dat er discriminaties tussen gehuwden ­ inclusief wettelijke samenwoners ­ en feitelijke samenwoners blijven bestaan, omwille van een drogreden : de verwezenlijking van de actieve welvaartsstaat.

Het is immers onmogelijk om vanuit de doelstelling van de actieve welvaartsstaat een argument te putten voor een verschillende behandeling van feitelijke en andere samenwoners.

Nr. 14 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 40

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) Het laatste lid doen vervallen;

B) Na het woord « netto-inkomen » het woord « per belastingplichtige » invoegen.

Verantwoording

Met dit amendement tonen we op een schrijnende manier de discrepantie aan tussen hetgeen in de toelichting ­ alsook in het regeerakkoord ­ staat en hetgeen in de wet zal worden opgenomen.

Vooreerst halen we letterlijk een alinea uit de toelichting aan :

« Het regeerakkoord voorzag ook uitdrukkelijk in de ontwikkeling van een belastingsysteem dat neutraal is ten aanzien van de samenlevingsvorm. De maatschappelijke evolutie legt duidelijk de ongelijkheden in fiscale behandeling bloot die enkel steunen op verschillen in het juridisch statuut en niet op feitelijke verschillen. Nochtans rechtvaardigt niets een verschil in belastingdruk tussen gehuwde koppels en samenwonenden. »

Daarna geven we u graag de eerste en laatste zin van het ontworpen artikel aan :

« Geen belasting is verschuldigd wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit : »

« Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de totale netto-inkomens van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van het eerste lid. »

Dit ontworpen artikel geeft duidelijk het van kracht blijvende verschil aan tussen gehuwden en feitelijke samenwoners, hetgeen door de letterlijke woorden van de minister van Financiën in de toelichting niet gerechtvaardigd kan worden.

Een voorbeeld ter verduidelijking :

Twee belastingplichtigen hebben elk een pensioen van 400 000 frank. Een « echte » alleenstaande belastingplichtige is met een pensioen van 400 000 frank terecht geen belasting verschuldigd. Dit is de kwestie niet, MAAR :

1. Twee feitelijke samenwoners met elk 400 000 frank zijn geen belasting verschuldigd.

2. Twee gehuwden of wettelijke samenwoners met elk 400 000 frank zijn, omwille van de cumulbepaling, wel belasting verschuldigd.

De inwerkingtreding van dit ontworpen artikel 154, Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, betekent dus concreet dat er een discriminatie tussen feitelijke samenwoners en gehuwden, inclusief wettelijke samenwoners, is voor de zwakste belastingplichtigen :

­ de gepensioneerden of ontvangers van vervangingsinkomsten;

­ de bruggepensioneerden;

­ de werklozen;

­ de ontvangers van een ZIV-uitkering.

De indieners begrijpen niet hoe dergelijke discriminaties in dit ontwerp nog kunnen worden opgenomen en hopen dat dit amendement exemplarisch zal zijn in de strijd tegen de opheffing van alle fiscale discriminaties jegens de keuze van een samenlevingsvorm.

Nr. 15 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 45

In dit artikel het rangtelwoord « 5º » schrappen.

Verantwoording

Dit amendement is een gevolg van de aanpassing van artikel 35 van het wetsontwerp.

Nr. 16 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 2

In dit artikel, onder 5º « vennootschappen », a) de woorden « of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard » vervangen door de woorden « of die als maatschappelijk doel heeft het verrichten van verrichtingen van winstgevende aard ».

Verantwoording

Vennootschappen verrichten de facto niet steeds operaties die in realiteit winstgevend zijn. Het Belgisch vennootschapsrecht vereist wel een dergelijk statutair doel.

Nr. 17 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 5

In § 2, derde lid, van dit artikel tussen het woord « dat » en het woord « wordt », het woord « hoofdzakelijk » invoegen.

Verantwoording

Delen die voor een stuk voor het beroep worden gebruikt moeten ook het voordeel kunnen genieten. Vooral bepaalde soorten zelfstandigen kunnen hier desgevallend van genieten.

Nr. 18 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 11

Littera B aanvullen met de woorden « in het betreffende jaar ».

Verantwoording

Het amendement preciseert.

Nr. 19 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 33

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) in 1º de woorden « of andere oude verwarmingselementen » toevoegen;

B) in 2º de woorden « of verwarming door biomassa » toevoegen;

C) een 3ºbis toevoegen dat luidt :

« uitgaven voor verwarming via waterkracht »;

D) in 4º de woorden « of andere vormen van thermische glasisolatie »;

E) in 5º de woorden « of van wanden » toevoegen.

Verantwoording

Dit amendement beoogt andere energiebesparende vormen toe te voegen.

Nr. 20 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 38

In de Nederlandse tekst van dit artikel, de woorden « eensdeels » en « anderdeels » vervangen door de woorden « enerzijds » en « anderzijds ».

Verantwoording

De voorgestelde termen zijn hedendaagser.

Nr. 21 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 10

In dit artikel, de woorden « werkelijk helpt » vervangen door de woorden « werkelijk heeft geholpen in de belastbare periode ».

Verantwoording

Het amendement wil duidelijkheid brengen.

Jan STEVERLYNCK.
Jacques D'HOOGHE.
Erika THIJS.

Nr. 22 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 5

Voor het woord « bezitter », het woord « wettige » toevoegen.

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 23 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 49

Het derde lid van het voorgestelde artikel 289ter, § 1, doen vervallen.

Verantwoording

De groep van de belastingplichtigen wiens inkomen wordt vastgesteld volgens forfaitaire grondslagen van aanslag worden uitgesloten van het nieuwe belastingkrediet voor de lage arbeidsinkomsten.

Dit is onbegrijpelijk, want in de toelichting staat uitdrukkelijk dat het belastingkrediet een instrument moet worden ter bevordering van de werkgelegenheid en ter bestrijding van de armoede. De stap vanuit de werkloosheid naar een zelfstandige zaak waarbij de inkomsten in het begin soms zeer laag liggen zou té groot zijn.

Ter informatie volgt hier een opsomming van de beroepen die op forfaitaire wijze kunnen belast worden :

Apothekers. ­ Pharmaciens Hopplanters. ­ Planteurs de houblon Kleinhandelaars in zuivel en melkventers. ­ Détaillants en produits laitiers et marchands de lait
(Banket-)bakkers. ­ Boulangers (pâtissiers) Kalvermesters. ­ Engraisseurs de veaux Landbouwers en varkenskwekers. ­ Agriculteurs et éleveurs de porcs
Boomkwekers. ­ Pépiniéristes Kleinhandelaars in kranten en tijdschriften. ­ Détaillants en journaux et revues Schilders en behangers. ­ Peintres et tapissiers
Caféhouders. ­ Cafetiers Kleinhandelaars in levensmiddelen. ­ Détaillants et denrées alimentaires Schippers. ­ Bateliers
Chrysantentelers. ­ Cultivateurs de chrysanthèmes Kleinhandelaars in schoenen. ­ Détaillants en chaussures Schoenherstellers. ­ Cordonniers
Exploitanten van frietkramen. ­ Exploitants de friteries Kleinhandelaars in tabaksproducten. ­ Détaillants en produits du tabac Slagers. ­ Bouchers
Fruit- en groentetelers. ­ Fruiticulteurs et maraîchers Kleinhandelaars in textiel en lederwaren. ­ Détaillants en textile et maroquinerie Snijbloementelers. ­ Cultivateurs de fleurs coupées
Haarkappers. ­ Coiffeurs Kleinhandelaars in vis. ­ Détaillants en poisson Tabaksplanters. ­ Planteurs de tabac
Hoenderkwekers en kuikenbroeiers. ­ Éleveurs de poules et de poussins Kleinhandelaars in wild en gevogelte. ­ Détaillants et gibier et volaille IJsbereiders. ­ Préparateurs de crème glacée

Nr. 24 VAN DE HEER STEVERLYNCK C.S.

Art. 65

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 65. ­ De artikelen 2 tot 5, 10 tot 13, 15, 16, 18 tot 21, 23 tot 29 (nieuw), 32 tot 46, 48, 49D, 53, 56, 57, 60, 64 treden in werking vanaf aanslagjaar 2002.

Artikel 62 is van toepassing voor het aanslagjaar 2002.

De artikelen 6, 7A, 8, 9, 14, 17, 22, A, 29, 30, 31, 2º, 47, 49, A, 49, 51, 52, 54, 58, 61 en 63 treden in werking vanaf aanslagjaar 2003.

De artikelen 7, B, 22, B en 49, B, treden in werking vanaf aanslagjaar 2004.

De artikelen 22, C, 49, C en 59 treden in werking vanaf aanslagjaar 2005. »

Verantwoording

Het amendement van de regering komt niet tegemoet aan de eis van de indieners van amendement nr. 16 in de Kamer van volksvertegenwoordigers. De fiscale discriminaties tussen de verschillende samenlevingsvormen moeten eerst en vooraf afgeschaft worden. De artikelen die hierop betrekking hebben treden dan ook in werking vanaf aanslagjaar 2002, inkomstenjaar 2001.

De indieners vinden dat de hele budgettaire marge voor deze legislatuur moet aangewend worden voor de afschaffing van de fiscale discriminaties tussen de verschillende samenlevingsvormen. Er is geen enkele garantie dat de marges in volgende legislaturen voldoende zullen zijn om de discriminaties weg te werken, zeker indien de huidige regering het uitgaventempo van dit ogenblik aanhoudt. Het vertrouwen van de bevolking terzake kan ernstig geschaad worden indien de marges er niet zullen zijn maar de beloftes wel.

Het voorliggende wetsontwerp strekt er toe om tijdens deze legislatuur slechts 3 miljard frank aan de afschaffing van de fiscale discriminaties tussen de verschillende samenlevingsvormen te besteden.

De indieners nemen met dit kleine bedrag geen genoegen. Zij blijven dan ook bereid om met de regering te onderhandelen over een herschikking van het artikel met betrekking tot de inwerkingtreding, en vragen de regering een duidelijker prioriteitendebat inzake de aanwending van de budgetaire marges.

Jan STEVERLYNCK.
Jacques D'HOOGHE.
Erika THIJS.