2-102

2-102

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 MAART 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jan Steverlynck aan de eerste minister en aan de minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek over «een studie omtrent publiek-private samenwerkingsverbanden» (nr. 2-392)

De voorzitter. - Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, antwoordt namens de heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek.

De heer Jan Steverlynck (CVP). - In het Belgisch Verslag voor de Europese Unie van november 2000 omtrent de hervorming van producten-, diensten- en kapitaalmarkten werd gewag gemaakt van een opdracht die de regering gegeven heeft aan de Federale Participatiemaatschappij om, in samenwerking met internationaal erkende experts, een reglementair kader te onderzoeken voor publiek-private samenwerking.

Dergelijke samenwerkingen zouden moeten worden opgestart in een kader dat klaar en duidelijk de verantwoordelijkheden en inbrengen van de private, respectievelijk publieke partners moet definiëren.

Wanneer werd de opdracht voor deze studie gegeven?

Wat is de precieze opdracht? Werd in de opdracht ook een onderzoek opgenomen naar de verschillende juridische constructies die bij publiek-private samenwerking kunnen worden gehanteerd?

Is er een tijdsschema voor de beëindiging van deze studie? Wie zijn de uitvoerders van de opdracht? Welke internationaal erkende experts werden erbij betrokken?

Meent de regering dat naast contractuele en zakenrechtelijke constructies die vandaag bestaan, een afzonderlijk juridisch instrument, hetzij bestuursrechtelijk, hetzij vennootschapsrechtelijk, zoals bijvoorbeeld een nieuwe rechtspersoon, een goed middel zou zijn om dergelijke publiek-private samenwerkingsverbanden te organiseren?

Welke concrete wetgevende initiatieven zal de regering op korte termijn nemen inzake een reglementair kader voor publiek-private samenwerking? Zal de regering hieromtrent op Europees niveau naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap enig initiatief nemen?

Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. - Ik deel u de elementen van antwoord mee die het kabinet van de eerste minister mij heeft verschaft. Men is inderdaad ver gevorderd op het vlak van de ontwikkeling van publieke-private partnerschappen. Voor de ontwikkeling van een publiek-privaat partnerschap(PPP) inzake de informatisering van de administratie, zoals voorzien in het regeerakkoord, heeft het kabinet van de eerste minister in nauwe samenwerking met De Post, onder meer een evaluatie gemaakt van juridische structuren inzake e-government. De Post heeft hierbij een beroep gedaan op externe juridische adviseurs, namelijk het advocatenkantoor Caessteckers & Partners.

De bevoegdheid van De Post terzake spruit voort uit artikel 140 van de wet van 21 maart 1991. Het maatschappelijk doel van De Post omvat immers alle activiteiten bestemd om rechtstreeks of onrechtstreeks haar diensten te bevorderen of om het meest efficiënte gebruik van haar infrastructuur mogelijk te maken. Artikel 141c van dezelfde wet bepaalt dat De Post door de overheid kan worden belast met exclusieve opdrachten.

Anderzijds werd in opdracht van het kabinet van de eerste minister door professor D'Hooghe een grondige analyse verricht van de juridische structurering van publieke private partnerschappen, onder meer in het licht van de overheidsopdrachten.

Omwille van de beschikbaarheid van de hierboven vermelde studies en om een duplicatie van kosten te vermijden, werd in overleg met de bestuursorganen van de Federale Participatiemaatschappij (FPM) beslist, om voorlopig af te zien van het uitschrijven van een opdracht door de FPM. Dit sluit evenwel niet uit dat de bestuursorganen van de FPM ten gepaste tijde in voorkomend geval kunnen beslissen om advies van derden in te winnen in het kader van een specifiek investeringsproject van de FPM in een PPP.

Een mogelijk initiatief op Europees vlak tijdens het Belgische voorzitterschap is thans in een fase van voorbereidend overleg.

De heer Jan Steverlynck (CVP). - Er werd dus duidelijk geen studie uitbesteed, maar één van mijn vragen had betrekking op de intentie van de regering om afzonderlijke juridische instrumenten op te stellen om dergelijke samenwerkingsverbanden te structureren. Zullen de resultaten van de studie van professor D'Hooghe al dan niet leiden tot het opzetten van een nieuwe structuur?

Mevrouw Annemie Neyts-Uyttebroeck, staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. - Ik beschik alleen over de elementen die ik u heb meegedeeld en moet u het antwoord op die vraag schuldig blijven.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 22 maart om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 19.50 uur.)