2-411/6 | 2-411/6 |
6 JULI 2000
(toepassing van artikel 11, § 1, tweede lid, van de wet van 6 april 1995 houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State)
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 23, § 1, vijfde lid, van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932, gewijzigd door de wet van 11 april 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in de derde zin worden de woorden « mag voorafgegaan worden » vervangen door de woorden « mag voorafgegaan of gevolgd worden »;
B) het lid wordt aangevuld als volgt :
« Hetzelfde geldt voor de vrouwelijke kandidaat die gescheiden is, mits haar ex-echtgenoot zijn uitdrukkelijke toestemming geeft in een onderhandse akte waarvan de handtekening gelegaliseerd werd. »
Art. 3
In artikel 11, § 1, vierde lid, van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, gewijzigd door de wet van 11 april 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) in de tweede zin worden de woorden « mag worden voorafgegaan » vervangen door de woorden « mag worden voorafgegaan of gevolgd »;
B) het lid wordt aangevuld als volgt :
« Hetzelfde geldt voor de vrouwelijke kandidaat die gescheiden is, mits haar ex-echtgenoot zijn uitdrukkelijke toestemming geeft in een onderhandse akte waarvan de handtekening gelegaliseerd werd. »
(1) De geamendeerde artikelen zijn onderstreept.