2-27

2-27

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 10 FÉVRIER 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Meryem Kaçar à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi sur «l'autorisation d'occupation de ressortissants étrangers admis à séjourner pour une durée illimitée» (n° 2-129)

M. le président. - M. André Flahaut, ministre de la Défense, répondra au nom de Mme Laurette Onkelinx, vice-première ministre et ministre de l'Emploi.

Mevrouw Meryem Kaçar (AGALEV). - De ministerraad heeft op 14 januari 2000 het koninklijk besluit over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers goedgekeurd.

De begunstigden van de "wet over de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk" kregen de mogelijkheid om zonder problemen toegang te vinden tot de arbeidsmarkt.

In de tekst van het koninklijk besluit staat dat de vergunning enkel slaat op hen die geregulariseerd zijn, terwijl uit persartikels kan worden opgemaakt dat de vergunning ook betrekking heeft op personen die een regularisatie hebben aangevraagd en dus tijdens de loop van de procedure van kracht is.

Kan de minister bevestigen dat de personen die een regularisatie hebben aangevraagd ook een arbeidsvergunning kunnen krijgen? Indien ja, vanaf wanneer en hoe kunnen ze die krijgen? Wanneer zal de regeling in werking treden als alleen de geregulariseerden in aanmerking komen?

De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - De Ministerraad heeft op 4 februari 2000 beslist de bestaande reglementering te wijzigen teneinde de personen die zullen worden geregulariseerd te ontslaan van de verplichting een arbeidsvergunning aan te vragen, hetzij op grond van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie, hetzij op grond van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de vreemdelingen.

Mevrouw Kaçar vroeg of personen die een regularisatie hebben aangevraagd eveneens toegang moet worden verleend tot de arbeidsmarkt in afwachting van een definitieve beslissing over hun dossier. De minister van Binnenlandse Zaken heeft er reeds op gewezen dat het merendeel van de dossiers slaat op personen die voldoen aan de voorwaarden om te worden geregulariseerd. Bovendien is de toestroom gestopt nu de termijn voor de indiening van een regularisatieaanvraag is verstreken. Ten slotte moet het zwartwerk worden bestreden. Om die redenen staan we positief tegenover een hervorming waarbij voorlopige arbeidsvergunningen worden gegeven aan personen die een regularisatie hebben aangevraagd op grond van de wet van 22 december 1999.

We wachten nog op nauwkeurige uitvoeringsregels. Het is vanzelfsprekend dat het voordeel van een voorlopige arbeidsvergunning vervalt als de minister van Binnenlandse Zaken een negatief oordeel velt over een regularisatieaanvraag.

Mme Meryem Kaçar (AGALEV). - Je remercie le ministre de cette réponse.