2-132/1 | 2-132/1 |
27 OKTOBER 1999
De regering is bezig met de organisatie van een nooit eerder geziene regularisatie van de zogenoemde « mensen zonder papieren ».
In feite overweegt zij de hier illegaal verblijvende personen (of gezinnen) te regulariseren die reeds vele jaren clandestien op het grondgebied gevestigd zijn, die ernstig ziek zijn of welbepaalde humanitaire redenen kunnen laten gelden.
Deze regularisatie zal, hoewel zij uitgaat van een nobele bedoeling, slechts tot de werkelijke maatschappelijke integratie van de betrokken vreemdelingen leiden indien wij bij voorbaat alle maatregelen treffen om een werkelijke sociologische en psychologische integratie van deze personen in onze samenleving mogelijk te maken.
Een van de beste manieren om die integratie tot stand te brengen is deze vreemdelingen de kans te geven zich op de arbeidsmarkt in te zetten onder dezelfde voorwaarden als andere mensen die in onze samenleving in een moeilijke of risicovolle situatie verkeren.
Onze wetgeving voorziet nu al in enkele werkgelegenheidsverruimende maatregelen voor risicogroepen zoals langdurig werklozen, bestaansminimumtrekkers en in het bevolkingsregister ingeschreven rechthebbenden op financiėle sociale bijstand.
De rechthebbenden op financiėle sociale bijstand die ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister, zijn nu nog uitgesloten van de regelingen ter bevordering van de werkgelegenheid.
Alle personen die aanspraak kunnen maken op een regularisatiemaatregel, blijven echter gedurende vijf jaar ingeschreven in het vreemdelingenregister alvorens zij « overgeheveld » worden naar het bevolkingsregister.
Het lijkt ons dus passend en belangrijk bepaalde regelingen ter bevordering van de werkgelegenheid ook op die personen van toepassing te maken teneinde bij te dragen tot hun daadwerkelijke integratie in de samenleving, wat uiteindelijk toch het doel is van hun regularisatie. Wij moeten die personen behoeden voor de verlokkingen van het zwartwerk, dat amper in hun behoeften zou voorzien.
Dat is het doel van dit wetsvoorstel.
Art. 2
Door dit artikel kunnen de activiteiten voor de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen ook worden uitgeoefend door personen die ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister en die recht hebben op financiėle sociale bijstand.
Art. 3
Dit artikel beoogt de toepassing van de doorstromingsprogramma's en van de herinschakeling van langdurig werklozen (« klussen ») uit te breiden tot de personen die ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister (terwijl een koninklijk besluit tevens bepaalt dat die personen reeds een aantal maanden recht dienen te hebben op financiėle sociale bijstand).
Art. 4
Dit artikel strekt ertoe een staatstoelage toe te kennen wanneer het OCMW ten voordele van rechthebbenden op sociale steun die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, optreedt overeenkomstig artikel 60, § 7, (het OCMW treedt op als werkgever), of artikel 61 (het OCMW sluit een overeenkomst inzake tewerkstelling met een privé-onderneming) van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
| Georges DALLEMAGNE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 8, § 3, eerste lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 13 februari 1998, worden de woorden « of in het vreemdelingenregister » ingevoegd tussen de woorden « in het bevolkingsregister » en de woorden « en recht hebben op sociale bijstand ».
Art. 3
In artikel 57quater , § 1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ingevoegd bij de wet van 25 januari 1999, worden de woorden « of in het vreemdelingenregister » ingevoegd tussen de woorden « in het bevolkingsregister » en de woorden « en die omwille van zijn nationaliteit ».
Art. 4
In artikel 18, § 4, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
« Met de rechthebbenden op het bestaansminimum bedoeld in het eerste en het tweede lid worden gelijkgesteld de rechthebbenden op financiėle sociale bijstand die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. »
| Georges DALLEMAGNE. |