2-130/1 | 2-130/1 |
27 OKTOBER 1999
Ondanks herhaalde oproepen en veroordelingen door de internationale gemeenschap in het algemeen en de Europese Unie in het bijzonder, is de toestand van de mensenrechten in Birma (Myanmar) sedert de laatste democratische verkiezingen op 27 mei 1990 voortdurend verslechterd.
In 1990 werden in Birma (Myanmar) voor het eerst in dertig jaar democratische verkiezingen georganiseerd. Die werden met een overweldigende meerderheid gewonnen door de National League for Democracy (NLD) onder leiding van Aung San Suu Kyi. De partij behaalde 82 % van de te begeven parlementszetels. De verkiezingsuitslag werd door de State Law and Order Restoration Council (SLORC) echter genegeerd en de verkozen volksvertegenwoordigers hebben hun mandaat in het parlement nooit mogen opnemen. Sindsdien zijn in het land de militairen aan de macht. Op 15 november 1997 veranderde SLORC zijn naam in State Peace and Development Council (SPDC), maar die « esthetische » ingreep heeft niets veranderd aan de repressieve aard van het huidige beleid. De werking van de NLD wordt door het regime zwaar bemoeilijkt. Studentenorganisaties, vakbonden en onafhandelijke religieuze bewegingen zijn niet toegelaten.
Mevrouw Aung San Suu Kyi werd lang vóór de verkiezingen van 1990 onder huisarrest geplaatst. Tijdens haar gevangenschap ontving zij in 1991 de Nobelprijs voor de Vrede. In juli 1995 werd ze onder buitenlandse druk vrijgelaten. De jongste maanden is de toegang tot haar huis echter geblokkeerd. Na haar vrijlating riep Aung San Suu Kyi op tot een driepartijendialoog tussen de NLD, de militaire regering en de vertegenwoordigers van de inheemse volkeren. De SPDC blijft echter elke vorm van dialoog weigeren.
Er is een parlementaire vereniging gevormd van verkozenen voor Birma. Deze feitelijke vereniging is voornamelijk samengesteld uit Belgische verkozenen van alle assemblees, alsook uit volksvertegenwoordigers van andere Europese landen. Zij verbinden zich ertoe hun voorrechten als parlementslid te gebruiken om ervoor te zorgen dat het democratisch proces in Myanmar opnieuw op gang komt en dat de rechten van de mens er in acht worden genomen (1).
Het regime werd door de Verenigde Naties veroordeeld wegens zware schendingen van de mensenrechten. De VN schat het aantal dwangarbeiders op 1 miljoen.
De mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties stelde in april 1998 onder meer de volgende feiten vast : buitengerechtelijke en willekeurige executies, overlijdens tijdens gevangenschap, martelingen tijdens politieke aanhoudingen, geheime rechtspleging zonder elementaire verdediging, beperking van de vrije meningsuiting en vrije vereniging, gedwongen verhuizingen, dwangarbeid voor volwassenen en kinderen, onderdrukking van etnische en religieuze minderheden, seksueel misbruik van volwassenen en kinderen door regeringsfunctionarissen.
De NLD en de National Coalition Government of the Union of Burma (de regering van Birma (Myanmar) in ballingschap) hebben de internationale gemeenschap opgeroepen tot een economische boycot van het land, omdat de inkomsten uit handel, investeringen en toerisme grotendeels ten goede komen aan de militaire junta, die ze vooral investeert in het leger (meer dan 50 % van het budget), terwijl onderwijs en gezondheidszorg totaal worden verwaarloosd. Bovendien weigert de militaire regering de verkiezingsuitslag van 1990 te erkennen en een echte dialoog te starten met de NLD en de vertegenwoordigers van de inheemse volkeren (2).
Men kan trouwens vaststellen dat de Europese Unie de houding van de aan de macht zijnde junta in Birma (Myanmar) herhaaldelijk heeft veroordeeld en dat haar veroordelingen steeds scherper zijn geworden (3).
| Philippe MAHOUX. |
De Senaat,
A. Overwegende dat het regime van Birma (Myanmar) door de internationale gemeenschap schuldig is bevonden aan het voeren van een beleid zonder enig respect voor de rechten van de mens;
B. Gelet op de unaniem aangenomen resolutie van de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties van 21 april 1998, waarin diepe bezorgdheid geuit wordt over het voortduren van de schendingen van mensenrechten, waaronder buitengerechtelijke en willekeurige executies, dood in detentie, marteling, arbitraire en politiek gemotiveerde arrestaties en gevangenschap, gedwongen verhuizingen, dwangarbeid door zowel kinderen als volwassenen, misbruik van vrouwen en kinderen door regeringsfunctionarissen en onderdrukking van etnische en religieuze minderheden;
C. Gelet op de resoluties van het Europese Parlement over de schending van de mensenrechten en de sinds 1994 herhaalde oproepen tot economische sancties;
D. Overwegende dat het huidige bewind in Birma (Myanmar) de uitslag van de democratische verkiezingen van 27 mei 1990 niet respecteert en honderden leden van het verkozen, maar niet bijeengeroepen parlement gevangen heeft gezet;
E. Met spijt vaststellend dat Nobelprijswinnares voor de vrede, Aung San Suu Kyi, en andere leiders van de National League for Democracy voortdurend door het regime worden gecontroleerd en ernstig in hun bewegingsvrijheid worden belemmerd; in het bijzonder de voortdurende blokkade van het huis van Aung San Suu Kyi betreurend, waardoor haar publieke toespraken onmogelijk worden gemaakt;
F. Overwegende dat de National League for Democracy, de politieke partij die tijdens de verkiezingen van mei 1990 een grote absolute meerderheid van stemmen en zetels behaalde, de internationale gemeenschap vraagt om het regime via economische sancties tot onderhandelingen aan te zetten;
G. Gelet op de beslissing van de Europese Raad van ministers van 28 oktober 1996 om regeringsvertegenwoordigers van Birma (Myanmar) de toegang tot Europa te ontzeggen;
H. Gelet op de beslissing van de Europese ministerraad van 23 maart 1997, op advies van de Europese Commissie, om Birma (Myanmar) uit het algemeen stelsel van preferenties te schrappen wegens het systematische en grootschalige gebruik van dwangarbeid;
I. Gelet op het verbod dat de regering van de Verenigde Staten op 22 april 1997 aan alle Amerikaanse bedrijven heeft opgelegd om nieuwe investeringen in Birma (Myanmar) te doen;
J. Gelet op het feit dat verschillende bedrijven (onder andere Levi-Strauss, Amoco, Heineken, Carlsberg, Pepsi, Motorola, Hewlett-Packard en Eastman-Kodak) reeds uit vrije wil besloten hebben alle economische banden met Birma (Myanmar) te verbreken;
K. Erop wijzende dat schendingen van de mensenrechten per definitie alle leden van de internationale gemeenschap van rechtswege aangaan, en niet een binnenlandse aangelegenheid van welke Staat ook kunnen zijn, een principe dat het Parlement reeds eerder in resoluties heeft bevestigd;
L. Bezorgd over de grote moeilijkheden die de Thaise overheid ondervindt om zonder adequate internationale hulp de vele vluchtelingen uit Birma (Myanmar) op menswaardige manier in Thailand op te vangen en gelet op de rapporten over vluchtelingen die bij hun terugkeer in Birma (Myanmar) door de overheid tot dwangarbeid worden verplicht;
Verzoekt de Belgische regering :
1. de dictatuur in Birma (Myanmar) en alle mensenrechtenschendingen scherp te veroordelen;
2. er sterk op aan te dringen dat informatie wordt verstrekt over het lot van de personen die onder huisarrest staan, gevangen gezet of verdwenen zijn;
3. er bij de militaire regering van Birma (Myanmar) sterk op aan te dringen, te voldoen aan haar verplichtingen als ondertekenaar van de conventie nr. 29 van 1930 betreffende de dwangarbeid en de conventie nr. 27 van 1948 betreffende de vrijheid van vereniging en de bescherming van het recht op organisatie, beide gesloten in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie;
4. de regering van Birma (Myanmar) op te roepen onmiddellijk een driepartijendialoog te starten met de National League for Democracy (NLD), met inbegrip van mevrouw Aung San Suu Kyi, en de vertegenwoordigers van de etnische minderheden;
5. er bij de Belgische ondernemingen en touroperators op aan te dringen de oproep van de wettelijk verkozen meerderheid (NLD) te respecteren om alle banden op het vlak van handel, investeringen en toerisme te verbreken;
6. er binnen de Europese Raad van ministers op aan te dringen de bestaande sancties tegen het militaire regime in Birma (Myanmar) te handhaven en nieuwe sancties op te leggen maar er ook op toe te zien dat humanitaire hulp aan de bevolking niet gehinderd wordt;
7. er bij Thailand op aan te dringen geen vluchtelingen uit Birma (Myanmar) onder dwang naar dat land terug te sturen en het UNHCR en andere hulporganisaties in staat te stellen volledige steun te geven aan de vluchtelingen.
| Philippe MAHOUX. Jeannine LEDUC. Erika THIJS. Philippe MONFILS. Myriam VANLERBERGHE. Marie NAGY. Michiel MAERTENS. Georges DALLEMAGNE. Patrik VANKRUNKELSVEN. Anne-Marie LIZIN. |
(1) De doelstelling is drievoudig : elke Birmese verkozene onder de bescherming stellen van een lid van de vereniging (wat dus een individuele verbintenis is en geen verbintenis van een fractie of partij); het maximum ondernemen opdat België en de andere landen van de Europese Unie het beperkt representatief comité van het door de junta ontbonden parlement erkennen als wettige vertegenwoordiging van Birma; en er ten slotte bij de respectieve regeringen van de lidstaten op aandringen de resoluties over Birma op de agenda te plaatsen van de Europese Raad van ministers en oproepen tot het stopzetten van alle handelsbetrekkingen met het land zolang het democratisch proces niet opnieuw op gang komt.
(2) Cf . de recente gijzelneming in de ambassade van Birma (Myanmar) te Bangkok, toen vijf gewapende militanten hebben geëist dat alle politieke gevangenen worden vrijgelaten, dat men een dialoog zou aangaan met de democratische oppositie en dat het in 1990 verkozen parlement zou mogen vergaderen (Time , 11 oktober 1999, blz. 19).
(3) Cf . de resoluties van 29 september 1994, PB 31 oktober 1994, nr. C 305, blz. 98; 16 februari 1995, PB 6 maart 1995, nr. C 56, blz. 110; 15 juni 1995, PB 3 juli 1995, nr. C 1666, blz. 128; 14 december 1995, PB 22 januari 1996, nr. C 17, blz. 201; 23 mei 1996, PB 10 juni 1996, nr. C 166, blz. 201; 20 juni 1996, PB 8 juli 1996, nr. C 198, blz. 207; 18 juli 1996, PB 9 september 1996, nr. C 261, blz. 162, 23 oktober 1996, PB 18 november 1996, nr. C. 347, blz. 84; 12 juni 1997, PB 30 juni 1997, nr. C 200, blz. 174; 19 februari 1998, PB 16 maart 1998, nr. C 80, blz. 235; 14 mei 1998, PB 1 juni 1998, nr. C 167, blz. 225; 16 juli 1998, PB 21 september 1998, nr. C 292, blz. 158; 17 september 1998, PB 12 oktober 1998, nr. C 313, blz. 181; 15 april 1999, PB 30 juli 1999, nr. C 219, blz. 405; en ten slotte de laatste resolutie van 16 september 1999, die de Raad en de lidstaten oproept om de druk op de SPDC te verhogen opdat deze dialoog aanvat met de democratische oppositie en de etnische minderheden en om gezamenlijke economische sancties op Birma toe te passen.