2-46/1

2-46/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 1999

7 SEPTEMBER 1999


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij (1)

(Ingediend door de heer Wim Verreycken)


TOELICHTING


De meeste West-Europese landen beschermen minderjarigen tegen gokverslaving. Niet zo in België, waar de wet van 15 juli 1960 « tot zedelijke bescherming van de jeugd » jongeren enkel verbiedt zich op te houden in speelhuizen, hondenrenbanen, en « de voor weddenschappen bestemde ruimte in de paardenrenbanen ». Afgeleid uit deze laatste zinsnede neem ik aan dat ook de « voor weddenschappen bestemde ruimten », zoals Tiercé-winkels en andere zaken die wedden op de uitslagen van paardenrennen, onder deze bepaling vallen. Het wed- of gokelement is daar immers net zo sterk aanwezig als in dezelfde ruimten « in » de paardenrenbanen.

De reeds geciteerde wet, net zomin als de wet van 22 juli 1991 « betreffende de Nationale Loterij », biedt echter geen enkel houvast om jongeren te beschermen tegen bepaalde producten die de Nationale Loterij te koop aanbiedt. Het lijdt nochtans geen twijfel dat ook sommige van deze producten tot gokverslaving kunnen leiden. Als voorbeeld moet slechts verwezen worden naar het product « Keno », dat geen loterij is, maar wel degelijk een weddenschap op vastgelegde kansen. Meerdere persverslagen wezen dan ook reeds op het gokverslavende effect hiervan.

Tal van West-Europese landen onderkenden dit probleem en namen de loterijproducten, onafgezien of de loterij door de overheid of door een privé-onderneming wordt georganiseerd, op in de lijst van producten die aan minderjarigen worden ontzegd.

Dit wetsvoorstel beoogt dus de producten van de Nationale Loterij ontoegankelijk maken voor jongeren beneden zestien jaar, en wil de strafmaat voor overtredingen hanteren, vastgelegd in de wet van 15 juli 1960.

Wim VERREYCKEN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Een artikel 5bis , luidend als volgt, wordt in de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij ingevoegd :

« Art. 5bis . ­ De producten die door de Nationale Loterij worden aangeboden, ongeacht hun prijs of vorm, worden ontzegd aan minderjarigen beneden de 16 jaar. Bij overtredingen zijn de artikelen die de strafmaat bepalen uit de wet van 15 juli 1960 tot zedelijke bescherming van de jeugd toepasselijk. »

Art. 3

Deze wet treedt in werking dertig dagen nadat zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Wim VERREYCKEN.

(1) Dit wetsvoorstel werd reeds in de Senaat ingediend op 9 februari 1998, onder het nummer 1-873/1 - 1997/1998.