1-1286/2 | 1-1286/2 |
16 MAART 1999
Dit ontwerp is een wezenlijk onderdeel van de wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995, dikwijls « Bexwet » genoemd, die goedgekeurd werd door de Kamer en eerstdaags aan het Staatshoofd ter ondertekening voorgelegd zal worden nu de evocatietermijn verstreken is.
Meer bepaald past dit ontwerp de procedure aan die de nieuwe tuchtcommissie van de markt zal moeten volgen wanneer zij meent dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van voorkennis of koersmanipulatie.
Deze aanpassing was nodig ingevolge het advies van de Raad van State die de mening is toegedaan dat, aangezien de boeten die de commissie kan opleggen voor inbreuken waarop administratieve sancties staan, strafrechtelijk van aard zijn, het beginsel non bis in idem geschonden kan worden. Dit beginsel wil dat voor eenzelfde feit geen twee strafsancties worden opgelegd (of één strafsanctie en één administratieve sanctie met strafrechtelijk karakter).
Om te vermijden dat zowel de commissie als de rechtbanken voor dezelfde feiten een straf zouden kunnen opleggen, werd de wetgeving betreffende de administratieve geldboeten in sociale zaken als voorbeeld genomen.
Zoals voorzien in die wet, verplicht het voorliggende wetsontwerp de tuchtcommissie om het dossier over te maken aan het parket. Zij kan slechts een sanctie opleggen nadat het parket haar heeft laten weten niet te zullen vervolgen of wanneer het parket niet gereageerd heeft binnen de daartoe voorziene termijn. Zo wordt elke overlapping uitgesloten.
Een lid verklaart geen voorstander te zijn van administratieve boeten. Dat is de reden waarom hij het behandelde wetsontwerp niet steunt.
De artikelen geven geen aanleiding tot opmerkingen van de commissieleden.
Artikel 1 wordt door de 8 aanwezige leden eenparig aangenomen.
De artikelen 2 en 3 worden aangenomen met 7 stemmen bij 1 onthouding.
Het wetsontwerp in zijn geheel wordt aangenomen met 7 stemmen bij 1 onthouding.
Dit verslag is eenparig goedgekeurd door de 8 aanwezige leden.
| De rapporteur,
Johan WEYTS. |
De voorzitter,
Paul HATRY. |
Zie Stuk 1-1286/3