1-1004/1 | 1-1004/1 |
28 MEI 1998
Het vertrouwen in de werking van de parketten is door de gebeurtenissen van de voorbije jaren ernstig geschokt. Daarom is dringend een grondige reorganisatie vereist. Met dit voorstel willen wij evenwel tot een snelle vervanging van alle procureurs-generaal en procureurs des Konings komen, teneinde de reorganisatie in een stroomversnelling te brengen met inachtneming van de wet en van het redelijke belang van alle betrokkenen.
Zij worden immers, ingevolge de voorgestelde wet, in de onmiddellijke lagere rang geplaatst en behouden het volle recht om zich opnieuw kandidaat te stellen voor hun eigen of voor een andere, zelfs hogere functie.
Het vacant verklaren zelf is, ingevolge artikel 153 van de Grondwet, geen bevoegdheid van de wetgever, want alleen de Koning kan de ambtenaren van het openbaar ministerie benoemen en ontslaan. Aangezien de traditie niet de Grondwet evenwel wil dat zij slechts om tuchtredenen kunnen worden afgezet, dus op grond van een persoonlijke tekortkoming, is een wet nodig om deze afzetting mogelijk te maken.
Dit voorstel is een eenmalige noodoplossing, die vereist is om voldoende in een nieuwe leiding voor de parketten te kunnen voorzien.
Op lange termijn zal een volledige herziening van het statuut van de parketmagistraat vereist zijn. Daarin zal niet alleen de benoeming geregeld moeten worden maar ook de overplaatsing, de juiste rechten en plichten, waaronder het grondwettelijk recht op vereniging en meningsuiting, de tuchtregeling en de tuchtprocedure.
Artikel 1
Het gaat om een bicamerale aangelegenheid, ingevolge artikel 77 van de Grondwet.
Artikel 2
Conform artikel 153 van de Grondwet wordt aan de Koning de uitdrukkelijke bevoegdheid verleend om tot een algehele afzetting en herbenoeming over te gaan. Deze heeft geen tuchtrechtelijk karakter : het gaat om een reorganisatie.
Artikelen 3 en 4
Deze artikelen regelen de uiteraard tijdelijke vervanging van de betrokken magistraten door degenen die daarvoor krachtens het Gerechtelijk Wetboek het meest direct in aanmerking komen.
Artikelen 5 en 6
De afgezette functionarissen worden onmiddellijk herbenoemd in de onmiddellijk lagere graad.
Artikel 7
Ingevolge dit artikel zal iedereen die aan de wettelijke voorwaarden voldoet, zich kandidaat kunnen stellen. Dit geldt dus ook voor de afgezette magistraten zelf.
Artikelen 8 en 9
De herbenoeming wordt, in ons voorstel, aan het wervingscollege voor de magistratuur toevertrouwd. Dit heeft het voordeel reeds te bestaan en ervaring te hebben met de aanwerving van magistraten. We stellen voor dat dit college zich zou laten bijstaan door één of meer psychologen of andere deskundigen.
De regering zorgt voor het nodige personeel en de materiële infrastructuur.
Artikelen 10 en 11
De benoemingsprocedure die wij voorstellen geeft een sterk overwicht aan het wervingscollege.
Indien de minister van Justitie dit advies niet wil volgen zal hij een zware procedure moeten volgen en een goede motivering moeten voorleggen. Die zou bijvoorbeeld kunnen inhouden dat de voorgedragen kandidaat niet aan een benoemingsvoorwaarde voldoet, of dat hij in een vroegere functie het voorwerp is geweest van een zware tuchtsanctie of dat een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt of dat hij auteur is van racistische geschriften, enzovoorts.
De niet benoemde kandidaat zal altijd de mogelijkheid hebben deze motivering aan de Raad van State voor te leggen : het gaat immers om een bestuurshandeling, die vatbaar is voor schorsing en vernietiging door de Raad van State.
| Eddy BOUTMANS. Martine DARDENNE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Koning wordt gemachtigd de ambten van procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, van procureur-generaal bij de hoven van beroep en van procureur des Konings in de gerechtelijke arrondissementen vacant te verklaren.
Art. 3
De huidige procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en de procureurs-generaal bij de hoven van beroep worden, tot een nieuwe benoeming is gedaan, in de uitoefening van hun ambt vervangen door de eerste advocaat-generaal.
Art. 4
De huidige procureurs des Konings worden, totdat hun opvolger zal zijn benoemd, in de uitoefening van hun ambt vervangen door de eerste substituut of, indien er meer dan één is, door de eerstbenoemde.
Art. 5
De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie die met toepassing van deze wet uit zijn functie is ontzet, verkrijgt de rang van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie.
De procureurs-generaal die met toepassing van deze wet uit hun functie zijn ontzet, verkrijgen de rang van advocaat-generaal. Artikel 209 van het Gerechtelijk Wetboek is op hen niet van toepassing.
Art. 6
De procureurs des Konings die met toepassing van deze wet uit hun functie zijn ontzet, krijgen de rang van substituut van de procureur des Konings. Artikel 194 van het Gerechtelijk Wetboek is op hen niet van toepassing.
Art. 7
Binnen dertig dagen vanaf de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad kan eenieder die aan de benoemingsvoorwaarden voldoet, schriftelijk bij de minister van Justitie zijn kandidatuur indienen voor de vacante functie of functies die hij aanwijst.
Art. 8
Het wervingscollege bedoeld in artikel 259bis van het Gerechtelijk Wetboek wordt ermee belast voor iedere vacante functie een ranglijst op te stellen van de drie beste kandidaten, gerangschikt volgens hun bekwaamheid en geschiktheid om de functie uit te oefenen. Zijn er geen drie geschikte kandidaten, dan beperkt de voordracht zich tot één of twee kandidaten, of laat het college weten geen geschikte kandidaat te hebben. Bij het vastleggen van de ranglijst neemt het de volgende regels in acht :
alle kandidaten worden gehoord en het college neemt kennis van de schriftelijke toelichting die de kandidaten zullen voorleggen; daarin wordt vermeld welke universitaire of andere relevante diploma's de kandidaat heeft behaald, een overzicht van zijn beroepsloopbaan, een lijst van zijn publicaties, gegevens over zijn kennis van de landstalen en andere talen, en alle andere gegevens die hij nuttig acht om zijn kandidatuur te ondersteunen;
een bijzondere aandacht wordt besteed aan de bekwaamheid en geschiktheid van de kandidaten om aan een parket of parket-generaal leiding te geven;
het college kan het horen van de kandidaten aan een of meer van zijn leden opdragen;
het college kan zich bij het horen van de kandidaten laten bijstaan door een of meer hoogleraren in de psychologie of andere deskundigen en houdt rekening met hun advies, dat schriftelijk wordt uitgebracht.
Art. 9
De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van het voorgaande artikel en stelt de nodige middelen ter beschikking. Hij draagt er zorg voor dat de procedure kan worden aangevat binnen zestig dagen na de bekendmaking van deze wet en dat ze zonder dralen wordt voortgezet.
Art. 10
Voor iedere vacante functie benoemt de Koning de kandidaat die door het wervingscollege als eerste is gerangschikt. De benoeming is beperkt tot ten hoogste vijf jaar. De Koning kan deze benoeming nochtans weigeren bij een met redenen omklede beslissing, waarvan hij aan het wervingscollege en aan de voorgedragen kandidaten kennis geeft. Deze beslissing wordt genomen binnen één maand na de kennisgeving van de voordracht door het college.
Art. 11
Binnen twee maanden na de ontvangst van de in het vorige artikel bedoelde kennisgeving, verleent het wervingscollege een nieuw advies. Indien het college zich aansluit bij het bezwaar van de minister wordt de als tweede gerangschikte kandidaat benoemd, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 10. Indien het college zijn oorspronkelijk advies handhaaft, dan beantwoordt het schriftelijk de bezwaren van de minister. In dat geval benoemt de minister alsnog de eerstvoorgedragen kandidaat.
Wijkt hij toch van deze voordracht af, dan omkleedt hij zijn beslissing met redenen.
Art. 12
Hebben er zich voor een plaats geen kandidaten aangemeld, of is geen van de kandidaten door het college voorgedragen of door de minister benoemd, dan wordt de vacature zo spoedig mogelijk opnieuw bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad .
| Eddy BOUTMANS. Martine DARDENNE. Hugo COVELIERS. |