1-1054/1 | 1-1054/1 |
6 JULI 1998
De wet van 13 juli vertoont een ongerijmdheid die binnenlandse toeristen opzadelt met een extra kijk- en luistergeld. Zo worden de personen die in het buitenland wonen, en minder dan drie maanden in België verblijven, niet onderworpen aan het betalen van kijk- en luistergeld. Daarentegen zijn landgenoten, die in het meerendeel van de gevallen heel wat korter dan drie maanden in een vakantiewoning verblijven, wel onderworpen aan het betalen van een tweede kijk- en luistergeld wanneer het een binnenlands vakantieverblijf betreft. Het is aangewezen om deze ongerijmdheid weg te werken, door te stellen dat degenen die kijk- en luistergeld betaalden voor de ontvangsttoestellen in hun hoofdverblijfplaats, geen tweede maal belast kunnen worden. Uiteraard blijven de verhuurders van vakantiewoningen, al dan niet mobiel, onderworpen aan de betaalplicht, vermits zij winsten putten uit hun verhuring.
Ook de radiotaksen zijn mijns inziens aan herziening toe. Vandaag worden enkel nog autoradio's afzonderlijk belast, terwijl deze nochtans een noodzakelijke informatiebron vormen voor automobilisten die files willen vermijden. In het licht van de mobiliteitsproblemen die op ons afkomen, is het aangewezen dat dergelijke informatie- en verkeersgeleidingsinstrumenten niet langer worden belast.
Beide taksen kunnen worden afgeschaft voor degenen die eenmaal kijk- en luistergeld betaalden, meestal voor de opstellingen in hun hoofdverblijfplaats.
Uiteraard meen ik dat de regelgeving voor kijk- en luistergeld beter in haar totaliteit zou worden toegewezen aan de gemeenschappen. De eigen gemeenschapsidentiteit van de omroepen, de gemeenschapsverantwoordelijkheid voor de omroepen, en de controle op de inning van kijk- en luistergelden werden immers reeds aan deze volkomen logische opsplitsing onderworpen. In afwachting van deze volgende stap leek het mij toch aangewezen om de federale regelgever nu reeds op te leggen om ongerijmdheden uit de wet te verwijderen.
Artikel 2
Hiermee wordt het luisteren naar autoradio's niet langer belast.
Artikel 3
Dit artikel heft het lid op dat een afzonderlijk kijkgeld oplegt voor toestellen « per verblijf ». Uiteraard moet dan ook het lid worden opgeheven dat uitzondering maakt voor de toestellen die als reisgoed onderweg zijn naar een tweede verblijfplaats.
Artikel 4
Hiermee wordt specifiek omschreven dat een vrijstelling wordt verleend voor toestellen in vakantieverblijven, indien ten minste het kijk- en luistergeld werd betaald voor de hoofdverblijfplaats. Tegelijk wordt aangegeven dat degenen die winsten puren uit het plaatsen of verhuren van toestellen wel degelijk onderworpen blijven aan de betaling van taksen.
| Wim VERREYCKEN. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 2 van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld wordt opgeheven.
Art. 3
In artikel 3 van dezelfde wet worden het vierde en het vijfde lid opgeheven.
Art. 4
Een artikel 5bis , luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
« Artikel 5bis . 1º Wie een of meer radio- of televisietoestellen opstelt in een vakantieverblijf waarvan hij minder dan drie maanden per jaar gebruik maakt, is voor wat deze toestellen betreft niet verplicht tot het betalen van kijk- en luistergeld.
2º Deze vrijstelling is enkel geldig voor wie een document als omschreven in artikel 20 kan vertonen, waaruit blijkt dat hij kijk- en luistergeld betaalde voor de toestellen in zijn hoofdverblijfplaats.
3º Van deze vrijstelling zijn degenen uitgesloten op wie de bepalingen van artikelen 4 en/of 13 van toepassing zijn. »
| Wim VERREYCKEN. |