1-51 | 1-51 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 13 JUIN 1996 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 13 JUNI 1996 |
M. le Président. L'ordre du jour appelle la question orale de M. Hatry au ministre de la Justice sur « la publication au Moniteur belge des communications que les sociétés commerciales sont obligées de porter à la connaissance du public ».
La parole est à M. Hatry.
M. Hatry (PRL-FDF). Monsieur le Président, depuis le 1er mai 1996, et même le 1er avril, le Moniteur belge incorpore, dans le journal officiel lui-même, les communications que les sociétés commerciales sont obligées de porter à la connaissance du public. Or, antérieurement, ces informations figuraient dans une publication qualifiée d'« Annexes » du Moniteur belge.
Le résultat de ces changements conduit à des publications d'un volume beaucoup plus important. On peut s'interroger sur le bien-fondé de cette initiative.
En effet, il en résulte que : l'immense majorité des lecteurs, qui ne sont pas intéressés par ces publications, reçoivent des centaines de pages sans le moindre intérêt pour eux; un gaspillage de ressources rares le bois, dont est fait le papier ; une dépense totalement inutile en matière de transport pour La Poste ou pour un courrier exprès spécialisé qui doit déposer ces documents au domicile des abonnés; des frais de stockage totalement inutiles en raison du volume atteint.
Le ministre n'estime-t-il pas qu'il convient de revenir à la formule antérieure, à savoir celle d'« Annexes » qui ne sont transmises qu'à ceux qui formulent le souhait d'y être abonnés ? Il en résulterait beaucoup d'avantages et d'économies.
M. le Président. La parole est à M. De Clerck, ministre.
M. De Clerck, ministre de la Justice. Monsieur le Président, j'ai l'honneur de confirmer à M. Hatry qu'en vertu de l'article 73 des lois coordonnées sur les sociétés commerciales, les convocations relatives aux assemblées générales doivent être publiées au Moniteur belge au moins huit jours avant la date à laquelle elles se tiennent.
Contrairement à ce qu'a déclaré M. Hatry, aucun changement n'est intervenu en la matière depuis le 1er avril ou le 1er mai. Ce type d'insertion a toujours fait l'objet d'une publication au Moniteur belge et non à ses annexes. Par conséquent, aucun changement n'a eu lieu mais M. Hatry vient de me donner une très bonne idée !
M. le Président. L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Mijnheer de minister, ik wil van uw gewaardeerde aanwezigheid in de Senaat gebruik maken om u te ondervragen over de achterstand van uw departement in het beantwoorden van de schriftelijke vragen. Van de 147 aan uw departement gestelde vragen zijn er tot op vandaag maar liefst 71 onbeantwoord gebleven. Dit is bijna de helft. Het stellen van schriftelijke vragen is voor het Parlement een belangrijk instrument om informatie te vergaren. Door de vragen niet te beantwoorden, pleegt u dus enigszins obstructie.
Graag hoor ik van u een verklaring voor die achterstand. Ik vraag u ook of het uw bedoeling is dit probleem op korte termijn te verhelpen.
De heer De Clerck, minister van Justitie. Mijnheer de Voorzitter, de problemen die u signaleert, zijn mij uiteraard bekend. Het zoeken naar oplossingen hiervoor is een permanente zorg in mijn departement. Het gaat immers de hele organisatie van het departement aan.
Ik stel echter vast dat er zeer veel vragen worden gesteld aan de minister van Justitie. Men kan misschien zelfs spreken van « overbevraging ». Ik verneem dat ik bijna de helft van de vragen heb beantwoord. Met die 71 antwoorden sta ik op kop : ik beantwoordde reeds meer vragen dan mijn collega's in de Regering. Dit is natuurlijk geen argument om het niet-beantwoorden van de overige vragen te rechtvaardigen.
Ik deel u mede dat ik op mijn departement iemand speciaal heb belast met de opvolging van het probleem. Ik verzoek de Senaat echter de schriftelijke vragen systematisch en op een correcte wijzen te filtreren. Sommige vragen hebben immers betrekking op louter statistische gegevens of op louter individuele gevallen. Ik zal mij veroorloven daar in het vervolg strikter op te reageren. Indien hierover discussie ontstaat tussen mijn departement en de Senaat, kan dit het voorwerp uitmaken van een verder overleg.
De Voorzitter. Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er kan inderdaad een grotere selectiviteit in de vragen worden nagestreefd. Ik kan u mededelen dat gisteren een vergadering plaatshad met de ambtenaren van de verschillende departementen om te trachten in deze zaak een modus vivendi te vinden.