1-920/1 | 1-920/1 |
25 MAART 1998
Het arbeidsauditoraat is een tamelijk recente instelling. De bedoeling was een parket uit te bouwen dat gespecialiseerd is in arbeids- en sociaal recht, en aan dit parket ook het vervolgings- en sepotbeleid toe te kennen. In de praktijk heeft dit evenwel geleid tot een onaangenaam nevenverschijnsel : namelijk problemen van taakverdeling zijn uitgelopen in echte bevoegdheidsproblemen, die in een aantal gevallen de uitoefening van de strafvordering hebben belet in casu wanneer daden van vervolging door de « verkeerde » parketmagistraat zijn ingesteld.
Wat bedoeld was om de strafvordering efficiënter te maken wordt op die manier een oorzaak van procedurebetwistingen. Wat bedoeld was om het sociaal recht efficiënter toe te passen leidt tot straffeloosheid. Dit voorstel strekt ertoe dat te voorkomen.
Artikel 1
De bevoegdheidsverdeling tussen parketmagistraten behoort tot de bicamerale aangelegenheden op grond van artikel 77, 9º van de Grondwet.
Artikel 2
De huidige tekst van artikel 22 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de procureur des Konings belast is met de opsporing en de vervolging van strafbare feiten « behalve wanneer de strafvordering aan de arbeidsauditeur is opgedragen ».
Dit wordt als een exclusieve bevoegdheidsregeling gezien dit wil zeggen de bevoegdheid van de ene magistraat sluit die van de andere uit (zie o.m. Cassatie , 20 januari 1981, AC 1980-1981, 540; 26 oktober 1988, AC 1988-1989, 234).
De bepaling dient samen gelezen te worden met die van artikel 155 van het Gerechtelijk Wetboek, waar de aangelegenheden worden omschreven die onder het arbeidsauditoraat ressorteren. Dit artikel legt ook de regeling bij samenloop of samenhang vast. Deze regeling wordt onverlet gelaten. Indien er samenloop of samenhang is tussen arbeidsrechtelijke en andere aangelegenheden, wijst de procureur-generaal het bevoegde parket of auditoraat aan. Maar, samenloop of niet, er zal nooit een nietigheid kleven aan het optreden van de ene, dan wel de andere magistraat.
Wordt de taakverdeling daarmee puur theoretisch ? Neen, ze blijft volledig bestaan, de partijen in het geding zullen zich er ook op kunnen beroepen, maar zij zal slechts tot een rolwisseling kunnen leiden, en eventueel tot een tuchtstraf.
Artikel 3
Aangezien het om een procedurewet gaat, is de algemene regel van toepassing : deze heeft uitwerking op alle lopende gedingen. We gaven er de voorkeur aan het uitdrukkelijk te zeggen.
| Eddy BOUTMANS. Pierre JONCKHEER. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 22 van het Wetboek van Strafvordering, vervangen door de wet van 11 juli 1994, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
« Onverminderd de toepasselijke bepalingen inzake tucht, en onverminderd het tweede lid van artikel 155 van het Gerechtelijk Wetboek, heeft het optreden van de arbeidsauditeur in plaats van de procureur des Konings, of omgekeerd, geen gevolg voor de geldigheid van de opsporing of de vervolging. In iedere stand van de zaak kan de bevoegde magistraat deze overnemen. »
Art. 3
Deze wet heeft onmiddellijke uitwerking op de lopende opsporingen en gedingen.
| Eddy BOUTMANS. Pierre JONCKHEER. |