1-114/2 | 1-114/2 |
13 JANUARI 1998
Art. 26
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 26. § 1. Een samenlevingscontract tussen een Belg en een vreemdeling wiens nationale wet dit contract niet erkent, is steeds geldig naar Belgisch recht, indien het voldoet aan de voorwaarden, gesteld door de Belgische wet. Het kan gesloten worden voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in België, of voor een Belgisch consulair ambtenaar. De gevolgen van het contract en de ontbinding ervan worden bepaald door de Belgische wet.
§ 2. Indien de nationale wet van de vreemde partner het samenlevingscontract erkent, worden de gewone regels van het internationaal privaatrecht toegepast, zowel voor het aangaan als voor de gevolgen en de ontbinding van het contract.
§ 3. Indien één van de partners Belg is, wordt steeds de Belgische wet toegepast op de ontbinding van het samenlevingscontract. Indien geen van beide partners Belg is, wordt de Belgische wet toegepast, tenzij de nationale wet van de partner die het initiatief tot de ontbinding neemt, hem het recht ontzegt. »
Verantwoording
1. Aangezien het samenlevingscontract in veel landen nog onbekend is, zouden de gewone regels van het internationaal privaatrecht tot gevolg hebben dat het bijna onmogelijk is een samenlevingscontract te sluiten met een buitenlandse partner. Slechts enkele landen maken daar uitzondering op (Nederland, de Scandinavische landen). Dit zou voor veel landgenoten het probleem, waar zij op dit ogenblik meet te maken hebben, onoplosbaar laten (met name bij homoseksuele partners, die immers niet voor het huwelijk kunnen kiezen).
2. Daarentegen is er geen reden om het Belgisch recht op het buitenlandse te laten voorgaan, indien de vreemde wet het ongehuwde partnerschap wettelijk erkent. In dat geval kan de regel toegepast worden : locus regit actum (het contract wordt naar de vorm aangegaan, zoals dat gebruikelijk is in het land waar het wordt gesloten).
Voor de gevolgen zal mutatis mutandis de regeling inzake huwelijk worden toegepast (wet van de eerste vaste gezamenlijke verblijfplaats van de partners). Ook ten aanzien van de ontbinding zou de internationaal-privaatrechtelijke logica dit vereisen. Nochtans kiezen we voor analogie met de echtscheidingsregeling, dat wil zeggen dat de Belgische wet steeds zal worden toegepast, behalve als beide partners vreemdelingen zijn en de wet van de verzoeker hem niet het recht zou verlenen de ontbinding te vragen (bijvoorbeeld : omdat er een minimumtermijn bestaat).
Art. 27 (nieuw)
Een artikel 27 (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 27. Aan artikel 40, § 6, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van de vreemdelingen wordt een tweede zin toegevoegd, die als volgt luidt : « De partner in een samenlevingscontract wordt met de echtgenoot gelijkgesteld. »
Verantwoording
Het is de bedoeling dat Belgen ook hun partner uit het buitenland kunnen laten overkomen, indien ze met deze een samenlevingscontract hebben gesloten. Op die manier wordt een netelig probleem voor veel, inzonderheid homoseksuele en lesbische, mensen opgelost. Het eventuele misbruik wordt voorkomen : 1º) doordat de partners elkaar levensonderhoud verschuldigd zijn, 2º) doordat het recht op verblijf slechts zolang duurt als de partners samenwonen.
Art. 28 (nieuw)
Een artikel 28 (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 28. Aan artikel 16 van de wet van 28 juni 1984 houdende invoering van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wordt een derde paragraaf toegevoegd, die als volgt luidt : « § 3. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het samenlevingscontract. »
Verantwoording
Het past ons het huwelijk en samenlevingscontract ook op het punt van de verwerving van de Belgische nationaliteit met elkaar gelijk te stellen. De partner zal dus de Belgische nationaliteit kunnen aanvragen na drie jaar samenleving, en zolang die samenleving duurt.
| Eddy BOUTMANS. Pierre JONCKHEER. |