1-594/1

1-594/1

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

27 MAART 1997


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van titel III van de Grondwet om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende het referendum

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie « Belgisch Staatsblad » nr. 74
van 12 april 1995)


VOORSTEL VAN DE HEER BOUTMANS c.s.


Voorstel van tekst houdende herziening van titel III van de Grondwet, door de aanvulling van artikel 36 met een tweede en derde lid.

TOELICHTING


De diepe vertrouwenscrisis van de jongste maanden vraagt om grondige hervormingen. Alleen een nieuwe politieke cultuur en een doorgedreven democratisering en modernisering van het politieke bestel kunnen het vertrouwen in de instellingen van ons land herstellen.

Een van de hoofdoorzaken van de reeds jaren woekerende politieke apatie dient gezocht te worden in het gebrek aan inspraak van de burger. Een louter representatieve democratie kan onvoldoende tegemoetkomen aan deze grotere behoefte aan inspraak. Onze samenleving is de jongste decennia immers grondig veranderd. De mensen zijn mondiger geworden, beter geschoold en beter geďnformeerd. Door de media, de culturele en sociale ontvoogding is de kenniskloof tussen een belangrijk deel van de bevolking en de politieke elite gevoelig verminderd, zoniet weggewerkt.

Teneinde de burger op een daadwerkelijke manier te laten participeren aan het beleid, dient de representatieve democratie aangevuld en verrijkt te worden met systemen van directe democratie.

Het spreekt vanzelf dat de directe democratie de representatieve democratie niet vervangt. Ze vult deze laatste aan en dwingt de politici meer oog en oor te hebben voor de verzuchtingen van de mensen. Ze geeft aan een steeds meer mondige bevolking een uitlaatklep om haar visie en haar verlangens uit te drukken. Door het feit dat de politici zich binden aan de uitslag van de referenda brengen ze meer respect op voor de bevolking en zal de bevolking op haar beurt meer respect opbrengen voor de politici. De invoering van het bindend referendum kan er dan ook toe bijdragen een nieuw evenwicht te vinden tussen twee vormen van democratische besluitvorming en tegelijk het vertrouwen herstellen in de democratische instellingen.

Een van de voornaamste instrumenten van directe democratie is het bindend referendum. Zo'n bindend referendum kan op verschillende manieren toegepast worden. Twee vormen verdienen aandacht.

Een eerste geeft aan de burgers het recht zich in een referendum uit te spreken over wetten en decreten, en deze eventueel te verwerpen. Deze methode van volksraadpleging is van grote betekenis in de huidige discussie rond politieke vernieuwing. Immers, wanneer de vertegenwoordigers weten dat elke wet die ze in het Parlement aannemen kan worden herroepen, ontstaat een nieuwe en belangrijke controle op het gedrag van deze politici. Dit is precies wat politieke vernieuwing beoogt.

Om praktische redenen moeten hier wel drempels worden ingebouwd (bijvoorbeeld, het verzamelen van 200 000 handtekeningen), zodat de burgers niet om de haverklap naar het stemhokje worden gestuurd.

Een tweede vorm van volksraadpleging geeft aan de burgers het recht op wetgevend initiatief (« L'initiative populaire générale » in Zwitserland). Ook hier weer moeten om praktische redenen drempels worden ingebouwd om de frequentie van de referenda niet al te veel op te drijven en om te vermijden dat al te frequente referenda de mensen ertoe aanzetten thuis te blijven.

Deze tweede methode van volksraadpleging doet wel bijzondere problemen rijzen. Zo moet er een filter worden ingebouwd die er voor zorgt dat de voorgestelde projecten beantwoorden aan een aantal formele vereisten. Zo mogen de vragen die via het referendum worden voorgelegd aan de kiezers niet strijdig zijn met onder meer de openbare orde en het internationaal recht. In Zwitserland werd deze filterfunctie tot nu toe waargenomen door het federale parlement. In het kader van de grondwetsherziening werden er echter voorstellen geformuleerd om deze functie over te dragen aan het Federaal Hof (Tribunal fédéral ). In België kan men deze functie het best toevertrouwen aan het Arbitragehof.

De twee vormen van referenda kunnen in principe op alle bestuursniveaus worden toegepast. Dit voorstel wil op het federale niveau de mogelijkheid van het organiseren van een beslissingsreferendum invoeren.

Het initiatiefrecht voor het referendum wordt in dit wetsvoorstel toegekend aan een ruimere groep personen dan uitsluitend de kiezers, dit naar analogie met de geldende bepalingen in verband met het petitierecht. Een bij wet te bepalen aantal personen, die de volle leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt en die hun woonplaats in België hebben kunnen een referendum uitlokken.

Het Arbitragehof zal bij de formulering van de referendumvraag waken over het respecteren van de hogere rechtsnormen zoals onder andere het Internationaal Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationale Verdrag betreffende de burgerlijke en politieke rechten.

Eddy BOUTMANS.

VOORSTEL


Enig artikel

Artikel 36 van de Grondwet wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende :

« Op initiatief van een bij de wet bepaald aantal personen, die de volle leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt en die hun woonplaats hebben in België, schrijft het Arbitragehof een beslissingsreferendum uit.

De wet bepaalt de nadere regels met betrekking tot en de wijze van organisatie van dit referendum. »

Eddy BOUTMANS.
Guy VERHOFSTADT.
Bert ANCIAUX.
Hugo COVELIERS.
Jan LOONES.