1-682/1

1-682/1

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

25 JUNI 1997


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 210 van het Wetboek van Strafvordering

(Ingediend door de heren Boutmans en Jonckheer)


TOELICHTING


In strafzaken gaat vaak zeer veel tijd verloren omdat de procureur-generaal ­ of een van de magistraten van diens parket ­ de zaak ab ovo moeten instuderen. Dat is geen groot probleem bij betrekkelijk eenvoudige zaken. Maar in ingewikkelde dossiers ­ met verscheidene kaften, in sommige gevallen duizenden stukken en processen-verbaal ­ is dat een verspilling van tijd en energie.

Inderdaad, de parketmagistraat die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld, wordt verondersteld dit grondig te kennen. Hij is bovendien ook vertrouwd met de argumentering die de verdachte(n) en de andere partijen ontwikkelden.

Om die reden heeft de parlementaire onderzoekscommissie van de Kamer « naar de wijze waarop het onderzoek door de politie en het gerecht werd gevoerd in de zaak Dutroux-Nihoul en consoorten » in haar verslag van 14 april 1997 (Stuk Kamer nr. 713/6, 1996/1997) dan ook het volgende aanbevolen (blz. 176) :

« De vervolging in concrete dossiers in graad van hoger beroep wordt waargenomen door de parketmagistraat die in eerste lijn de vervolging heeft waargenomen. Op die manier wordt de eenheid en de kwaliteit van het vervolgingsbeleid beter verzekerd en komt er voor het parket-generaal ruimte vrij voor de toezichthoudende coördinerende en ondersteunende taken. »

Vanzelfsprekend leek het aangewezen de parketten-generaal zelf over ieder concreet geval te laten beslissen en de proceduremogelijkheid dus niet verplicht te stellen. Immers : de procureur-generaal kan redenen hebben om de vordering voor het hof van beroep tot zich te trekken of de requirerende magistraat van eerste aanleg kan intussen niet meer beschikbaar zijn, een andere functie uitoefenen, enz.

Het wetsvoorstel schept dan ook een mogelijkheid; de procureurs-generaal zullen uitmaken of zij die sporadisch dan wel eerder systematisch zullen gebruiken.

Eddy BOUTMANS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 210 van het Wetboek van Strafvordering wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :

« De procureur-generaal kan de procureur des Konings bij de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, of een van dienst subsitituten, machtigen namens hem te concluderen en het woord te voeren. »

Eddy BOUTMANS.
Pierre JONCKHEER.