1-696/2 | 1-696/2 |
16 JULI 1997
De hoofdindiener van het voorstel van resolutie stipt vooreerst aan dat onderhavig voorstel van resolutie op het juiste ogenblik ter bespreking in de Senaat voorligt, namelijk op het ogenblik dat het beheerscontract met de NMBS wordt onderhandeld.
Het voorstel van resolutie is niet ingegeven door enige vorm van Antwerps chauvinisme, maar wel door een supra-regionale bekommernis van economische en sociale aard. De tweede spoorontsluiting voor de Antwerpse haven is daarenboven niet alleen noodzakelijk om economische en sociale redenen, maar ook om ecologische en veiligheidsredenen. Het maatschappelijk belang ervan overstijgt de Antwerpse regio.
In dit verband zij opgemerkt dat er niet wordt ingegaan op de discussies die woeden in verschillende gemeenten over de mogelijke tracés en waarbij iedere gemeente de houding aanneemt van « Not in my backyard » , waarvoor trouwens alle begrip. Over de definitieve keuze van het tracé zal worden onderhandeld, maar niet op het federaal vlak, maar wel op het vlak van het Vlaamse Gewest binnen het kader van bouwtoelatingen die moeten verleend worden.
Spreker verwijst vervolgens naar de haalbaarheids-MER « Tweede Spoorontsluiting van de Antwerpse haven » die werd opgesteld in opdracht van de NMBS. Alle garanties over dit project zijn dus gegeven.
De hoofdindiener van het voorstel van resolutie onderstreept daarnaast ook niet de focus te willen vestigen op de problematiek van de IJzeren Rijn. Deze problematiek is, volgens spreker, één element van de uitvoering van het project van de tweede spoorontsluiting. Ondanks het feit dat de IJzeren Rijn niet alleen voor Antwerpen, maar ook voor Limburg van belang is, dat het traject van de IJzeren Rijn beduidend korter is dan andere mogelijke trajecten, dat de IJzeren Rijn ook nog een aantal andere belangrijke kwalitatieve voordelen biedt in vergelijking met andere trajecten, dat voor de verwerking van de toekomstige spoortrafiek tussen Antwerpen en Duitsland de IJzeren Rijn van essentieel belang is en dat in vergelijking met andere projecten de kostprijs ervan zeer bescheiden zou zijn, zal er toch eerst een keuze moeten gemaakt worden in het licht van alle tracés die onderzocht zullen worden.
Het maatschappelijk belang van de tweede spoorontsluiting overstijgt de regio. Het voorstel van resolutie werd ingediend niet alleen omwille van de economische impact van de Antwerpse haven, maar ook voor de aangesloten regio's.
Spreker verwijst naar de resolutie van gelijkaardige strekking die in de Kamer werd aangenomen (Stuk Kamer, nr. 903/5 - 1996/1997). Het voorliggende voorstel is in praktisch dezelfde bewoordingen gesteld, met toevoeging van enkele actualiserende paragrafen, rekening houdende met de evolutie van het dossier.
Tijdens de bespreking van de resolutie in de Kamer, heeft de minister van Vervoer erop gewezen dat de NMBS het laatste woord heeft voor wat betreft de tracés, ook al behoort het ruimtelijk ordeningsaspect tot de bevoegdheid van de gewesten.
De hoofdindiener van het voorstel besluit dat indien de Senaat nog voor het parlementair reces deze resolutie zou aannemen, dit een signaal voor de minister van Vervoer zou zijn om deze problematiek op te werpen tijdens de onderhandelingen met de NMBS over het beheerscontract.
Verschillende commissieleden sluiten zich aan bij de inhoud en de doelstellingen van het voorliggende voorstel van resolutie.
Een commissielid stipt aan dat tijdens de jongste vijf jaar het wegtransport gemiddeld met 5 % is toegenomen. Voor wat het vrachtvervoer betreft, bedraagt dit cijfer zelfs ongeveer 8 à 9 %. Het vervoer tussen Antwerpen en Duitsland via de weg wordt trouwens problematisch. Iedereen kent de problemen van de E313 die langzamerhand en niet alleen ten gevolge van een aantal herstellingswerken dichtslibt.
Het commissielid herinnert ook aan de terechte politiek van de regering om de ontwikkeling van distributiecentra in ons land verder te stimuleren op fiscaal en op andere wijze. Ook dit brengt natuurlijk een enorme trafiek mede die ontstaat rond die distributiecentra.
Het voorstel van resolutie betreffende de noodzaak om bijkomende tracés te onderzoeken voor een tweede spoorontsluiting voor de Antwerpse haven is niet alleen van belang voor de Antwerpse haven, maar heeft ook belangrijke consequenties naar Gent en Zeebrugge toe, m.a.w. voor een horizontale as in het noorden van het land.
In de loop van de jongste jaren zijn zowel de provincie Antwerpen en vooral de Kempen en de provincie Limburg echte attractiepolen geworden op het vlak van grote distributiecentra. Zo kent in de Antwerpse Kempen het distributiecentrum van Nike een fenomenale explosie. Recent werd daar de duizendste werknemer op amper twee jaar tijd aangeworven. In Genk werd het Europees distributiecentrum van Ikea voor gans West- en Oost-Europa gevestigd. Hier zijn nu reeds een vijfhonderdtal werknemers actief.
Dergelijke ontwikkelingen hebben wel gevolgen op het vlak van het verkeer. De autosnelwegen slibben dicht. Wanneer er dan herstellingswerken worden uitgevoerd, constateren we fenomenale vertragingen die enorme kosten met zich brengen, niet alleen voor het milieu maar ook voor de betrokken ondernemingen, en ook hinder voor de werknemers.
Daarom pleit spreker voor het zoeken naar alternatieven. Momenteel wordt reeds getracht om het vervoer langs de waterwegen een nieuwe impuls te geven door de mogelijkheden van binnenscheepvaart verder te ontplooien. Ook de IJzeren Rijn biedt een unieke opportuniteit om tegemoet te komen aan problemen van de verkeersoverlast langs de autowegen.
Spreker besluit dat het noodzakelijk is dat de nieuwe spoorwegas werkelijk geoptimaliseerd wordt. Dit is niet alleen van belang voor Antwerpen, maar ook voor de Kempen, de provincie Limburg, Gent, Zeebrugge, kortom voor heel Vlaanderen. Trouwens deze problematiek is een Belgische aangelegenheid omdat de Antwerpse haven ook voor Luik en andere regio's belangrijk blijft.
Een volgende spreker steunt met nadruk dit voorstel van resolutie, ook al om een signaal te geven aan de regering die haar klemtonen af en toe verkeerd legt.
De studie van de Antwerpse havengemeenschap stelt zeer duidelijk dat een tweede ontsluiting deel moet uitmaken van het IJzeren Rijn-project. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Spreker heeft echter de indruk dat de minister van Vervoer, zeker na de conferentie van de ministers van Vervoer in Helsinki, helemaal niet geneigd is om noch de IJzeren Rijn, noch de tweede spoorontsluiting te verdedigen bij de andere ministers van Vervoer. De minister heeft immers nagelaten om de IJzeren Rijn voor te stellen als een mogelijk traject. Hij heeft daartegen gepleit voor een nieuwe verbinding via Luxemburg naar Lyon als transportcorridor, terwijl nochtans iedereen weet dat de verbinding van Duinkerken naar Polen en de andere nieuw ontsloten gebieden praktisch zeker langs het traject van die IJzeren Rijn zal moeten lopen.
Het traject van de IJzeren Rijn zal de tariefafstand op belangrijke wijze verminderen. Deze tariefafstand geeft uiteraard in dit geval de meeste economische slagkracht aan de verschillende bedrijven die langs dit hele traject gesitueerd zijn, vooral dan de bedrijven in de Kempen en Limburg, zijnde een zeer centraal gelegen regio die nog onvoldoende ontsloten is en die via deze IJzeren Rijn zou kunnen ontsloten worden. Het beleid van de regering is evenwel om de tariefafstand te verhogen door de omweg langs Montzen open te houden, terwijl economici ernaar streven om de tariefafstand te verlagen en een nieuwe regio competitief te maken. Ook het beleid van de gewesten is gericht op een effectieve en snelle ontsluiting van de Kempen en Limburg.
Spreker stelt tot besluit dat het debat over een tweede spoorontsluiting voor de Antwerpse haven uitgebreid moet worden tot het hele IJzeren Rijn-project. Alle Antwerpse bedrijven zijn het erover eens dat de tweede spoorontsluiting deel uitmaakt van dit project. Trouwens, de Senaat moet ook de minister confronteren met zijn houding ten opzichte van dit project. Dit debat moet zo vlug als mogelijk gevoerd worden zodat het Parlement niet achteraf geconfronteerd wordt met voldongen feiten. Tijdens de recesperiode kunnen al geen vragen aan de minister gesteld worden en kan het Parlement geen enkele controle uitoefenen. De besprekingen met de NMBS over het beheerscontract vinden precies plaats tijdens deze periode.
Een ander lid hoopt dat het voorstel van resolutie een blauwdruk zal zijn voor een fundamentele wijziging van de organisatie van het vervoer. Zoals in Zwitserland en in Oostenrijk moeten de goederen per trein worden vervoerd. Eerlang zullen de autowegen hersteld moeten worden, maar wie zal dat betalen ? Deze resolutie kan aanleiding zijn voor een fundamentele bezinning over een nieuwe organisatie van het vervoer, met name van het goederenvervoer.
Een ander lid wijst erop dat de Zwitsers momenteel ondervinden dat hun oplossing toch niet alleen zaligmakend is.
Een volgende spreker onderstreept dat één de belangrijkste economische ontwikkelingen van de volgende jaren de ontsluiting van Oost-Europa is. Bijgevolg is een vrij gemakkelijke aansluiting naar het oosten van Europa toe voor Antwerpen uiterst belangrijk. Een tweede spoorontsluting is hierin een evidente schakel. Spreker merkt op dat andere grote havens zeker niet bij de pakken zullen blijven zitten. Zo heeft Rotterdam al het voornemen geuit om heel zijn havengebied naar de zee toe uit te breiden.
De bedoeling van de resolutie is niet alleen de tweede spoorontsluiting te bekijken in het kader van het IJzeren Rijn-project, maar wel om al de mogelijke tracés te bestuderen zodat het meest interessante wordt gekozen, zowel vanuit ecologisch standpunt, als ook het tracé dat terzelfdertijd de meeste synergieën oplevert qua samenwerking tussen personen- en goederenvervoer.
De vertegenwoordiger van de minister van Vervoer verklaart dat de minister op de Conferentie van Helsinki de IJzeren Rijn niet heeft voorgesteld als transportcorridor, omdat deze lijn het bijbehorende vrachtvervoer op het ogenblik nog niet aankan. Er zijn reeds drie netwerken op elkaar afgestemd om een corridor te vormen tussen Muizen en de rand van Lyon. Zodra voor de IJzeren Rijn de nodige investeringen zijn gedaan, zal de NMBS samen met haar partners het verkeer naar het oosten van Duitsland ontwikkelen. De minister sluit de IJzeren Rijn absoluut niet uit.
Er is in dit verband een studie verricht en tijdens een Interministeriële Conferentie van Verkeer en Infrastructuur zullen de bevoegde ministers deze problematiek onderzoeken en bekijken hoe de investeringen moeten gebeuren.
De vertegenwoordiger van de minister onderstreept dat voor de tweede toegang tot de Antwerpse haven vijf miljard is vrijgemaakt in het investeringsplan 1996-2005, uit te voeren in de periode 2000-2005.
Wat de tracés betreft, is de vertegenwoordiger van de minister het ermee eens dat de NMBS zoveel mogelijk alternatieven moet onderzoeken, maar hij wijst erop dat de regels in verband met de bouwvergunningen moeten worden nageleefd. De NMBS zal dus niet alleen beslissen over de keuze van een tracé.
Ten slotte wijst de vertegenwoordiger van de minister erop dat het probleem van de tweede toegang tot de Antwerpse haven geen verband houdt met het beheerscontract. Het gaat terug op het tienjarenplan voor de investeringen. Het goederentransport behoort niet tot de taak van de NMBS als openbare dienst. Uit het beheerscontract spreekt echter wel interesse voor de ontwikkeling van het goederenvervoer per spoor, op basis van gecombineerd vervoer, wat tegemoetkomt aan de vraag.
Het voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Dit verslag wordt eenparig goedgekeurd door de 9 aanwezige leden.
| De rapporteur,
Luc COENE. |
De voorzitter,
Paul HATRY. |
Zie Gedr. St. nr. 1-696/1