1-723/1 | 1-723/1 |
2 SEPTEMBER 1997
Een aangepast statuut inzake medische controle, controleartsen en controleorganisaties dringt zich op. De medische controle, vervat over tal van wettelijke en reglementaire bepalingen, moet in de eerste plaats aan de eis van degelijkheid beantwoorden. Zij moet uitgevoerd worden door artsen met een bijzondere scholing en ervaring, die volledig onafhankelijk staan tegenover de werkgevers, van wie ze opdrachten krijgen, alsmede ten opzichte van de controleorganisaties. Dit betekent dat de controlearts zijn bevindingen moeten kunnen meedelen zonder onder welkdanige (in hoofdzaak economische) druk te staan om zijn oordeel in een bepaalde richting te sturen.
Dit wetsvoorstel wil aan deze bekommernissen tegemoetkomen. De degelijkheid van het medisch handelen moet enerzijds worden gewaarborgd op basis van de bijkomende scholing en ervaring en anderzijds via de erkenning van de controlearts door een onafhankelijke erkenningscommissie, die uitmondt in een toelating afgeleverd door de minister van Tewerkstelling en Arbeid.
Medische controle in de ruime zin van het woord kan dus enkel door erkende geneesheren beoefend worden. Die erkenning weerspiegelt ook reeds een stuk garantie van onafhankelijkheid, die verder gewaarborgd moet zijn ten aanzien van controleorganisaties. Vooreerst moeten deze organisaties zelf een erkenning krijgen. Eén van de voorwaarden daarbij is dat zij de onafhankelijkheid van de controleartsen, die zij met de medische controle belasten, zullen eerbiedigen. Indien dit niet gebeurt, moet hun erkenning onmiddellijk worden ingetrokken. Vervolgens wordt gesteld dat de controlearts in beginsel enkel kan worden ontslagen om redenen eigen aan hemzelf (zoals ongeschiktheid) of omwille van organisatorische redenen in hoofde van de controleonderneming. De controleorganisatie zal die redenen moeten bewijzen en bovendien de instemming ter zake van de erkenningscommissie moeten bekomen.
Op die wijze wordt ons inziens een maximale onafhankelijkheid gewaarborgd. Uit één en ander zal duidelijk blijken dat wij ons ter zake ook laten inspireren door de wet van 28 december 1977 ter bescherming van de arbeidsgeneesheren.
Van de zowat 2 000 controleartsen doen 95 % slechts deeltijds medische controles. Praktisch alle controleartsen zijn huisartsen. Het is niet de bedoeling de medische controle voltijds uit te oefenen, alhoewel een voltijdse betrekking vanzelfsprekend tot de mogelijkheden behoort.
Medische controle heeft uiteraard ook een economisch belang; nochtans primeert dit ter zake zeker niet. Wanneer we de tewerkstelling van 1987 als uitgangspunt nemen, (namelijk 2 972 693 werknemers) en een kostprijs van 2 000 frank per dag aan loon en sociale lasten (wat aan de lage kant ligt) over een werkjaar van 250 dagen inschatten, komt een absenteïsme van 1 % op jaarbasis overeen met een verlies van 14,8 miljard frank. Een absenteïsme van 5 % komt op jaarbasis overeen met een kostprijs van 74 miljard frank. Controle verdient dus ook vanuit deze invalshoek aandacht.
Deze argumenten vormen even zoveel redenen om een volwaardig statuut van controlearts uit te bouwen, dat zowel de werkgevers als de werknemers en meteen de ganse gemeenschap ten goede komt.
Overeenkomstig artikel 2 slaat deze wet op de medische controle, enerzijds, en op de controleartsen en de -organisaties, anderzijds. Het gaat om medische controles, die bij een wet of een reglement verplicht gesteld of mogelijk gemaakt worden.
Artikel 3 geeft een begripsomschrijving. Onder een controlearts wordt de geneesheer bedoeld, die door een werkgever gemachtigd wordt om, met toepassing van artikel 31, § 2, tweede lid tot vierde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, de arbeidsongeschiktheid van de werknemer na te gaan. Conform artikel 31 onderzoekt de controlearts inderdaad of de werknemer, die zich ten gevolge van ziekte of ongeval werkongeschikt meldt, het werkelijk is. Het gaat daarbij zowel om ziekten en ongevallen van gemeenrecht, als om mogelijke arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Een medische controleonderzoek bestaat uit een anamnese, een klinisch onderzoek en, zo nodig, uit technische onderzoeken, in overleg met de attesterende geneesheer, voor zover deze onderzoeken onontbeerlijk zijn voor de diagnose en niet gevaarlijk of pijnlijk zijn.
Onder controleorganisaties, omschreven in artikel 3, 2º, wordt de onderneming verstaan, die van de geneeskundige controle op aanvraag van de werkgever een beroepsactiviteit maakt en daarvoor één of meer geneesheren belast met controleactiviteiten ten aanzien van werknemers, die zich als arbeidsongeschikt hebben aangegeven.
Artikel 4 stelt duidelijk het beginsel dat enkel erkende geneesheren en erkende controleorganisaties controleactiviteiten kunnen uitvoeren of opleggen. Dit betekent in concreto dat een werkgever of diens gemandateerde zich slechts tot erkende geneesheren kunnen richten; dat enkel erkende geneesheren de controleactiviteiten bedoeld in artikel 2 kunnen uitoefenen en dat alleen erkende controleorganisaties erkende geneesheren met controle van arbeidsongeschiktheid van werknemers kunnen belasten.
Deze geneesheren en organisaties moeten een toelating bekomen van de minister van Tewerkstelling en Arbeid, in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie, waarvan de samenstelling in artikel 7 wordt vastgelegd. Personen, die een controleactiviteit uitoefenen zonder de vereiste toelating, worden gestraft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.
Artikel 5 legt de voorwaarden vast om een toelating tot uitoefening van het beroep van controlearts te kunnen bekomen. Deze voorwaarden vergen geen toelichting.
Wat de vereiste inzake het houderschap van een academisch getuigschrift van bijkomende scholing inzake medische controle betreft, wordt in artikel 14 gesteld dat deze voorwaarde enkel kan gelden, wanneer de terzake nodige uitvoeringsmaatregelen genomen zijn. Eén en ander is duidelijk een gecommunautariseerde bevoegdheid, vermits sinds de wijziging van artikel 59bis van de Grondwet het onderwijs (ook het academische) tot de bevoegdheid van de gemeenschappen behoort.
Artikel 5, § 2, bepaalt dat, zo de geneesheer, niet langer aan één van deze voorwaarden voldoet, de toelating ingetrokken wordt in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie nadat de betrokken arts is gehoord. Vanzelfsprekend vervalt de toelating automatisch, wanneer de geneesheer het recht verbeurdverklaard is de geneeskunde nog verder uit te oefenen, zoals bij schorsing of schrapping van de lijsten door de Orde van geneesheren.
Artikel 6 bevat de erkenningsvoorwaarden voor de controleorganisaties. Deze voorwaarden waarborgen een adequate leiding van de controleactiviteit. Daartoe dient de organisatie onder meer de controleactiviteit als een exclusieve activiteit voorop te stellen; conform de erkenning van een bedrijfsgeneeskundige dienst in het kader van de arbeidsgeneeskunde moet de daadwerkelijke leiding van de dienst medische controle toevertrouwd worden aan een erkende controlearts, zodat de verbintenis aangegaan wordt dat de onafhankelijkheid van de controleartsen geëerbiedigd wordt.
Voldoet de controleorganisatie niet langer aan één der voorwaarden, dan wordt de toelating tijdelijk of definitief ingetrokken, eens te meer in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie, nadat de controleorganisatie is gehoord. De ambtenaren, bedoeld in artikel 12 van deze wet, dienen mede over één en ander te waken en zullen desgevallend de nodige initiatieven nemen om de procedure tot intrekking van de toelating op gang te brengen.
Artikel 7 regelt de samenstelling van de erkenningscommissie. Traditioneel bestaat ze uit vertegenwoordigers van de administratie, van de werkgevers en van de werknemers alsmede van de erkende beroepsverenigingen van de controleartsen. De commissie beslist met gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.
Overeenkomstig artikel 8 zal de commissie de minister van Tewerkstelling en Arbeid van advies dienen inzake de toelating tot erkenning van controlearts en controleorganisatie, en ook en dit is vanzelfsprekend van het hoogste belang met het oog op de onafhankelijkheid van de controlearts in verband met een mogelijk ontslag van een controlearts door de controleorganisatie.
Artikel 9 is één van de scharnierartikelen omdat het de verhouding tussen de controlearts en controleorganisatie regelt. Teneinde elk misverstand te vermijden wordt de verhouding tussen partijen vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst van onbepaalde duur. Of dit contract als een arbeidsovereenkomst dan wel als een aannemingsovereenkomst wordt gekwalificeerd, zal afhangen van de feitelijke verhouding tussen partijen en de inhoud van de overeenkomst. Vanzelfsprekend zal het criterium « ondergeschikt verband » richtinggevend zijn. Een proefperiode van maximum één jaar is mogelijk. Deze wordt als een essentiële voorwaarde voor de geldigheid schriftelijk vastgelegd. Zonder geschrift is er geen proefperiode en gelden onmiddellijk de regelen inzake vastheid van betrekking. De proef kan worden beëindigd, mits een opzeggingstermijn van één maand, waarvan kennis wordt gegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 37, tweede tot vierde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Het betreft de normale wijze van opzegging, bij aangetekend schrijven.
Duidelijk wordt gesteld dat concurrentiebedingen, die de (eerlijke) concurrerende activiteit van de controlearts, na het einde van de overeenkomst met de controleorganisatie, zouden verbieden of eventueel aan banden leggen, nietig en dus onbestaande zijn.
De mogelijkheid dat de controleorganisatie de overeenkomst eenzijdig opzegt, wordt, met het oog op de onafhankelijkheid van de controlearts, afhankelijk gesteld van de instemming van de erkenningscommissie. De overeenkomst kan bovendien alleen worden beëindigd, wanneer er persoonlijke redenen bestaan, die verband houden met de geschiktheid en het gedrag van de controlearts, of wanneer een ontslag voortvloeit uit noodwendigheden inzake de werking van de controleorganisaties, zoals herstructurering, vermindering van activiteit, en dergelijke. De procedure voorziet erin dat de controleorganisatie, vooraleer tot ontslag over te gaan, deze redenen, die het ontslag zouden kunnen rechtvaardigen aan de controlearts dient mede te delen en aan de erkenningscommissie moet doorzenden indien de controlearts met één en ander niet instemt. Onder ontslag dient niet alleen het formeel ontslag, maar ook een ongewone verandering in de opdrachten begrepen te worden.
Zoals gesteld, mag de controleorganisatie slechts overgaan tot ontslag indien de erkenningscommissie daarmee instemt : het gaat dus om een bindend advies. Als sanctie wordt een schadevergoeding, gelijk aan twee jaar vergoeding vooropgesteld. Ze wordt berekend met inachtneming van de gemiddelde vergoeding, die de controlearts de twee voorgaande jaren toegekend werd. Is de controlearts nog geen twee jaar in dienst, dan wordt het gemiddelde berekend op basis van de effectieve dienstmaanden, eventueel op basis van wat in de overeenkomst was bepaald.
Indien de erkenningscommissie zich niet uitspreekt binnen de gestelde periode van twee maanden, mag de organisatie zich tot de rechterlijke macht wenden. Een gelijkaardige procedure vindt men terug in de wet van 28 december 1977 tot bescherming van de arbeidsgeneesheren.
Dezelfde vergoeding wordt uitbetaald, indien de controleorganisatie de overeenkomst verbreekt om dringende redenen en deze redenen door de rechter niet worden erkend of indien de controlearts de overeenkomst zelf verbreekt om dringende redenen en de rechter deze redenen wel erkent.
In het derde hoofdstuk worden de mogelijke geschillen tussen de controlearts en de behandelende geneesheer onderzocht.
De in artikel 10 geschetste procedure verloopt als volgt. De controlearts bevestigt of betwist het advies van de behandelende geneesheer. In beide gevallen overhandigt hij de werknemer hiervan een schriftelijk bewijs.
Na het afsluiten van zijn onderzoek deelt de controlearts aan de werkgever en aan de werknemer mede dat er ofwel :
geen arbeidsongeschiktheid is;
arbeidsongeschiktheid is ingevolge ziekte of ongeval;
arbeidsongeschiktheid is van definitieve aard t.a.v. het werk bepaald in de arbeidsovereenkomst of t.a.v. het overeengekomen werk;
arbeidsongeschiktheid is, maar niet ten gevolge van ziekte of ongeval.
Deze laatste formulering wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij sportongeval of bij zware fout, zoals bedoeld in artikel 52, § 3, 1º-2º, van de wet van 3 juli 1978.
De controlearts deelt in geval van arbeidsongeschiktheid aan de werkgever en aan de werknemer eveneens mede ofwel dat er arbeidsongeschiktheid is van deze tot gene datum, ofwel dat een juiste datum van werkhervatting nog niet bepaald kan worden.
De beslissing van de controlearts geldt vanaf de datum waarop het eerste controleonderzoek werd uitgevoerd; de beslissing kan enkel terugwerkende kracht hebben ingeval van bedrog.
De controlearts deelt ook aan de arbeidsgeneesheer mee dat een werknemer blijvend arbeidsongeschikt is voor het werk dat in zijn arbeidsovereenkomst werd bepaald of voor het overeengekomen werk. Indien uit de medische controle van één of meer werknemers blijkt dat het absenteïsme veroorzaakt wordt door ondernemingsgebonden factoren, dan mag de controlearts dit, in een algemeen verslag meedelen aan de arbeidsgeneesheer.
Indien de controlearts het attest van de behandelende geneesheer betwist, licht hij de werknemer hierover onmiddellijk in. De werknemer brengt de attesterende geneesheer onmiddellijk van de betwisting op de hoogte. Bovendien richt de controlearts een brief aan de attesterende geneesheer. In dit schrijven geeft hij de reden van betwisting op, alsook data en uren waarop een persoonlijk of telefonisch onderhoud kan plaatsvinden. Zowel de controlearts als de attesterende geneesheer hebben de plicht onmiddellijk een mondeling onderhoud terzake tot stand te brengen.
Komen beide geneesheren tijdens dit onderhoud tot een akkoord, dan zenden zij elkaar daarvan een schriftelijke bevestiging. De controlearts informeert hierover de werkgever, de attesterende geneesheer informeert de werknemer.
Deze gezamenlijke beslissing blijft gelden, niettegenstaande de nieuwe attesten van dezelfde of van andere behandelende geneesheren, tenzij het zou gaan om een andere ziekte of een ander ongeval.
Komen beide geneesheren tijdens hun onderhoud niet tot een overeenkomst, dan deelt de controlearts dit mede aan de werkgever terwijl de attesterende geneesheer de werknemer hierover informeert.
Vanaf het ogenblik dat beide geneesheren beslissen dat er geen akkoord kan bereikt worden, kan de betwisting enkel door een scheidsrechterlijke uitspraak beslecht worden, ongeacht de bevoegdheid van hoven en rechtbanken.
De uitspraak van de geneesheer-scheidsrechter is bindend voor alle partijen.
Indien een mondeling onderhoud tussen de geneesheren kennelijk onmogelijk blijkt, betekent de meest gerede arts zijn besluit aan de andere arts, en stelt de partijen ervan in kennis.
3. Overgangs- en slotbepalingen
De controleartsen, die het bewijs leveren dat zij gedurende een periode van vijf jaar regelmatig praktijkervaring hebben opgedaan als controlearts (artikel 11), kunnen onmiddellijk een toelating bekomen. De commissie kan dit vanzelfsprekend controleren. De overige artikelen regelen de bevoegdheid van de inspectie, de strafsancties, de afschaffing van artikel 39, § 2, laatste lid, van de wet van 3 juli 1978 en de inwerkingtreding van de wet.
| Lydia MAXIMUS. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, met uitzondering van artikel 10 dat een aangelegenheid regelt als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
Deze wet regelt de medische controle; zij is van toepassing op de controleartsen en de controleorganisaties.
Art. 3
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1º controlearts : een geneesheer, die door een werkgever gemachtigd wordt een arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval van een werknemer te controleren;
2º controleorganisatie : een onderneming, die op aanvraag van een werkgever of diens gemandateerde één of meer geneesheren opdracht geeft de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval van werknemers te controleren.
Art. 4
Elke controlearts en elke controleorganisatie moet voorafgaandelijk aan de uitoefening van medische controle de toelating bekomen van de minister die de Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft, onverminderd het gunstig advies van de erkenningscommissie, waarvan de samenstelling bepaald is in artikel 7 en onverminderd het bepaalde in artikel 11.
Art. 5
§ 1. Om als controlearts te kunnen optreden moet de geneesheer aan de volgende voorwaarden voldoen :
a) gerechtigd zijn de geneeskunde uit te oefenen;
b) houder zijn van een academisch getuigschrift van bijkomende scholing inzake medische controle;
c) vijf jaar ervaring hebben als huisarts of een daarmee vergelijkbare praktijk;
d) regelmatig bijscholing volgen, die door de universiteiten, geneesherenkringen of beroepsverenigingen worden ingericht.
§ 2. Wanneer een controlearts aan één of meer toelatingsvoorwaarden niet meer voldoet, wordt de toelating door de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft tijdelijk of definitief ingetrokken in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie en na de betrokken controlearts te hebben gehoord.
Art. 6
§ 1. Om als controleorganisatie te kunnen optreden, dient de onderneming aan de volgende voorwaarden te voldoen :
a) regelmatig zijn opgericht in de vorm van een rechtspersoon, waarvan de statuten voorzien in de controle van de arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte of ongeval van werknemers, en dit als exclusieve activiteit;
b) de daadwerkelijke leiding van de dienst controlegeneeskunde toevertrouwen aan een controlearts, die er de functie van geneesheer-directeur zal waarnemen en die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 4, §1, van deze wet;
c) zich ertoe verbinden de onafhankelijkheid van de controleartsen, alsmede de regelen van het beroepsgeheim na te leven;
d) aangesloten zijn bij een erkend sociaal secretariaat van werkgevers, wanneer het gaat om een buitenlands rechtspersoon, die in België geen zetel heeft.
§ 2. Wanneer een controleorganisatie aan één of meer toelatingsvoorwaarden niet meer voldoet, wordt de toelating door de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheidheid heeft, tijdelijk of definitief ingetrokken in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie en na de betrokken controleorganisatie te hebben gehoord.
Art. 7
De erkenningscommissie is samengesteld uit :
1º de directeur-generaal van de Administratie van de arbeidshygiëne en -geneeskunde, die het voorzitterschap waarneemt;
2º drie leden, voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3º drie leden, voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
4º drie leden controleartsen, voorgedragen door de erkende beroepsverenigingen van controleartsen;
5º één arts, verbonden aan de Administratie van de arbeidshygiëne en -geneeskunde, aangewezen door de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft;
6º één ambtenaar, verbonden aan het Bestuur van de Volksgezondheid, aangewezen door de minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
7º één ambtenaar, zonder stemrecht, aangewezen door de voorzitter, die het secretariaat waarneemt.
De leden sub 2º tot en met 4º worden benoemd door de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft op voorlegging door bedoelde organisaties van dubbele voordrachtlijsten. Voor elk van deze leden wordt volgens dezelfde procedure een plaatsvervanger aangewezen. Hun mandaat duurt vier jaar en kan worden hernieuwd.
De commissie beslist met gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.
Art. 8
De erkenningscommissie adviseert de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft inzake de toelating, bedoeld in de artikelen 4 tot 6, en inzake het ontslag, bedoeld in artikel 9 van deze wet.
Art. 9
§ 1. De overeenkomst tussen een controleorganisatie en een controlearts betreffende de uitoefening van de medische controle dient schriftelijk te worden gesteld en geldt voor onbepaalde tijd. Deze overeenkomst kan een proefperiode bevatten van maximum één jaar. De proef kan worden beëindigd mits inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand. Die opzegging dient gegeven overeenkomstig artikel 37, tweede en vierde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Een concurrentiebeding, dat betrekking heeft op controleactiviteit na het einde van de overeenkomst, is nietig.
De overeenkomst kan door de controleorganisaties alleen worden beëindigd in overeenstemming met het advies van de erkenningscommissie.
§ 2. De overeenkomst kan door de controleorganisaties alleen worden beëindigd om dringende redenen of wanneer er redenen zijn, die verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de controlearts of die berusten op de noodwendigheid inzake de werking van de controleorganisaties. In geval van beëindiging van de overeenkomst geldt terzake het bepaalde in artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de individuele arbeidsovereenkomsten. Een controleorganisatie, die het voornemen heeft de overeenkomst met een controlearts te beëindigen is verplicht, met uitzondering van de verbreking ervan om dringende redenen, aan de betrokken controlearts schriftelijk de redenen van de beëindiging van de overeenkomst en het bewijs van die redenen mede te delen.
Indien de controlearts met de formele beëindiging of met de feitelijke beëindiging door een ongewone verandering in de opdrachten niet instemt, moet de controleorganisatie de erkenningscommissie op de hoogte brengen met mededeling van de redenen en het bewijs ervan, waarvan afschrift aan de controlearts, om de schriftelijke instemming van de erkenningscommissie met de beëindiging van de overeenkomst aan te vragen.
Indien de erkenningscommissie binnen een termijn van twee maanden, volgend op de aanvraag tot instemming van de controleorganisatie, geen beslissing terzake heeft genomen, kan de controleorganisatie een verzoek richten tot de arbeidsrechtbank of tot de rechtbank van eerste aanleg ten einde instemming met het ontslag te bekomen.
Daartoe komen enkel de redenen, die aan de controlearts schriftelijk werden betekend, in aanmerking.
§ 3. Een controleorganisatie, die aan de overeenkomst van een controlearts een formeel of feitelijk einde maakt zonder de instemming van de erkenningscommissie of van de rechtbank te hebben bekomen, of die de overeenkomst verbroken heeft om dringende redenen, die door de rechtbank niet worden weerhouden, is aan de controlearts een vergoeding verschuldigd ten bedrage van het normale loon of het normale honorarium over een tijdvak van twee jaar, berekend naar het loon of het honorarium van de vierentwintig voorafgaande maanden, onverminderd het recht op een opzeggingstermijn of -vergoeding en elke andere vergoeding van materiële of morele schade. Deze schadevergoeding moet eveneens betaald worden, indien de controlearts de overeenkomst zelf heeft beëindigd om dringende redenen en deze redenen door de bevoegde rechtbank worden erkend.
Art. 10
§ 1. De controlearts bevestigt of betwist het advies van de attesterende geneesheer. In beide gevallen overhandigt hij de werknemer hiervan een schriftelijk bewijs. Van zodra hij een definitief besluit heeft genomen deelt hij aan de werkgever én werknemer mede of de werknemer ofwel arbeidsgeschikt is, ofwel arbeidsongeschikt is ten gevolge van ziekte of ongeval, ofwel definitief arbeidsongeschikt is ten aanzien het werk bepaald in zijn arbeidsovereenkomst, of ten aanzien van het overeengekomen werk, ofwel arbeidsongeschikt is niet ten gevolge van ziekte of ongeval. In verband met de eventuele duur van arbeidsongeschiktheid deelt hij de duur mede met aanduiding van de begin en einddatum of geeft hij aan dat een juiste datum van werkhervatting nog niet kan worden bepaald. Voor de gevallen waarbij de controlearts oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid definitief is, maakt hij dit advies ook onmiddellijk over aan de arbeidsgeneesheer, tijdens de lopende duur van de ongeschiktheid. Indien de controlearts tot de bevinding komt dat de afwezigheid van de werknemer veroorzaakt wordt door ondernemingsgebonden factoren, mag hij dit mededelen, aan de bevoegde arbeidsgeneesheer in een algemeen verslag. Alle andere vaststellingen vallen onder het beroepsgeheim.
De beslissing van de controlearts geldt vanaf de datum waarop het controleonderzoek werd uitgevoerd; in geval van bedrog heeft de beslissing een terugwerkende kracht tot en met de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.
§ 2. Ingeval van betwisting brengt de werknemer onmiddellijk de attesterende geneesheer hiervan op de hoogte. Bovendien neemt de controlearts onmiddellijk mondeling contact op met de attesterende geneesheer. Hij laat hem eveneens een schriftelijk verslag geworden. Dit verslag bevat de bevindingen van de controlearts betreffende de arbeidsongeschiktheid, de eventuele duur en de reden hiervan, de dagen en uren waarop de controlearts te bereiken is, en eventueel de namen van geneesheren-scheidsrechters die hij voorstelt.
Ook de attesterende geneesheer heeft de plicht onmiddellijk mondeling contact op te nemen met de controlearts van zodra hij van de betwisting in kennis is gesteld, zij het door de werknemer, zij het door de controlearts.
Indien beide geneesheren tot een vergelijk komen, sturen zij elkaar hiervan een schriftelijke bevestiging. Bovendien brengt de controlearts de werkgever en brengt de werknemer de attesterende geneesheer hiervan onmiddellijk op de hoogte.
Deze gezamenlijke beslissing is bindend voor de werknemer, niettegenstaande nieuwe attesten van dezelfde of van andere behandelende geneesheren, tenzij het zou gaan om een andere ziekte of een ander ongeval.
Onverminderd de bevoegdheid van hoven en rechtbanken kunnen de geschillen van medische aard, welke rijzen tussen de geneesheer van de werknemer en de door de werkgever gemachtigde en betaalde geneesheer, bij wijze van scheidsrechterlijke procedure worden beslecht.
Deze procedure verloopt als volgt : indien beide geneesheren bij hun standpunt blijven wordt in onderling overleg onmiddellijk een geneesheer-scheidsrechter aangewezen. De geneesheer-scheidsrechter wordt onmiddellijk in kennis gesteld van zijn aanwijzing of door de controlearts, of door de attesterende geneesheer, tenzij de werkgever of de werknemer van oordeel zijn dat de procedure niet voortgezet moet worden.
De geneesheer-scheidsrechter wordt aangewezen uit personen, die onafhankelijk zijn van partijen.
De werknemer en de werkgever stellen een onderhandse arbitrageovereenkomst op in drie exemplaren, waarvan één aan elke partij en één aan de geneesheer-scheidsrechter behoort. De geneesheer-scheidsrechter wordt betaald door de verliezende partij, tenzij de partijen het vooraf anders overeenkomen. De scheidsrechter heeft het recht zich door één of beide partijen te laten provisioneren.
De geneesheer-scheidsrechter voert het gevraagd medisch onderzoek uit en brengt onmiddellijk de controlerende en de attesterende geneesheer, alsmede de werkgever en de werknemer schriftelijk op de hoogte van zijn beslissing betreffende de arbeidsongeschiktheid, met de eventuele duur, zoals bepaald in artikel 10, § 1, alle andere vaststellingen vallen onder het beroepsgeheim. Aan de attesterende geneesheer, evenals aan de controlearts, worden de medische gegevens van zijn eindbeslissing meegedeeld.
Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de aanduiding van geneesheer-scheidsrechter, wordt op verzoek van de meest gerede partij door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een geneesheer gekozen op de lijst, die daartoe door deze rijksdienst werd opgesteld.
De kosten van deze laatste procedure, die forfaitair worden vastgelegd volgens de tarieven die van toepassing zijn voor de door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening aangewezen geneesheren, vallen ten laste van de verliezende partij.
De uitspraak van de geneesheer-scheidsrechter is bindend voor alle partijen.
Indien een mondeling onderhoud tussen de attesterende en controlerende geneesheer kennelijk onmogelijk is, betekent de meest gerede arts zijn besluit aan de andere arts, en stelt de partijen hiervan in kennis.
Art. 11
Bekomen een toelating tot het uitoefenen van controlegeneeskunde op eenvoudige aanvraag bij de minister die Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft, de controleartsen, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet vijf jaar regelmatige praktijkervaring als controlearts hebben.
Art. 12
De door het ministerie van Arbeid en Tewerkstelling aangewezen ambtenaren houden toezicht op de uitvoering van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
De aangewezen ambtenaren mogen bij de uitoefening van hun opdracht :
1º op elk uur van de dag vrij binnentreden in de lokalen van de controleorganisaties;
2º alle inlichtingen inwinnen, die zij nodig achten om er zich van te vergewissen dat de wets- en reglementaire bepalingen werkelijk worden nageleefd;
3º waarschuwingen geven, voor de overtreder een termijn bepalen om zich in orde te stellen en processen-verbaal opmaken, die bewijskracht hebben tot het bewijs van het tegendeel.
Op straffe van nietigheid moet aan de overtreder binnen zeven dagen na de vaststelling van de overtreding, een afschrift van het proces-verbaal worden gestuurd.
Art. 13
§ 1. Met geldboete van 26 frank worden gestraft de personen, die de bepaling van artikel 4 overtreden telkens zij het krachtens deze wet georganiseerd toezicht verhinderen.
§ 2. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten waartoe zijn aangestelden of lasthebbers worden veroordeeld.
§ 3. De strafvordering wegens overtreding van artikel 4 van deze wet verjaart na verloop van drie jaren na het feit waaruit de vordering ontstaan is.
Art. 14
§ 1. Deze wet treedt in werking één jaar na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad , met uitzondering van de artikelen 2, 3, 7, 8 en 11, die onmiddellijk in werking treden.
§ 2. Artikel 5, § 1, b) , treedt in werking wanneer de terzake nodige uitvoeringsmaatregelen genomen zijn.
Art. 15
Artikel 39, § 2, laatste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt opgeheven.
| Lydia MAXIMUS. Marc OLIVIER. |