1-402/1 | 1-402/1 |
31 JULI 1996
Dit wetsvoorstel probeert een oplossing te vinden voor een aantal problemen waarmee de fiscale administratie geconfronteerd wordt, vooral op het stuk van de inning van belastingen.
De fiscale kruispuntbank moet een knooppunt worden waarlangs alle fiscale diensten informatie uitwisselen om zodoende over de juiste informatie te beschikken bij het beoordelen van een dossier.
Het is niet de bedoeling dat de fiscale kruispuntbank al deze gegevens zelf opslaat : het is een dienst die de uitwisseling van gegevens coördineert tussen de verschillende fiscale diensten van het ministerie van Financiën en tussen deze diensten en derden.
De gegevens kunnen ook opgevraagd worden door de instellingen van de sociale zekerheid. Deze kennen immers heel wat sociale voordelen en toelagen toe op basis van het netto belastbaar inkomen. Ook hier is een betere controle noodzakelijk.
Het spreekt vanzelf dat bij dit alles de bescherming van de persoonlijke levenssfeer erg belangrijk is. De toegang tot het systeem is dan ook strikt gereglementeerd.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel de verschillende gegevensbanken die thans bestaan bij het ministerie van Financiën te doen samenwerken met het oog op een betere werking van dit departement en een betere toepassing van de bestaande fiscale wetgeving.
Zoals de titel doet uitschijnen is er qua werking en concept een grote analogie tussen de op te richten fiscale kruispuntbank en de sociale kruispuntbank die opgericht werd bij de wet van 15 januari 1990. Dit maakt het mogelijk een aantal gemeenschappelijke problemen op dezelfde wijze op te lossen.
Vooral wat betreft de technische werking en de beveiliging van de gegevens doet dit wetsvoorstel een beroep op de reglementering van de sociale kruispuntbank.
Net zoals de sociale kruispuntbank is de fiscale kruispuntbank slechts een kruispuntinstelling waarlangs de uitwisseling van gegevens, tussen de verschillende fiscale diensten of tussen deze diensten en derden, moet gebeuren.
Het is niet de bedoeling dat de inzameling, opslag en verwerking gecentraliseerd worden bij de fiscale kruispuntbank. Deze opdrachten blijven behoren tot de verschillende diensten van het ministerie van Financiën.
Ook voor de fiscale kruispuntbank moet in een aangepaste juridische regeling tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorzien worden en ook op dit stuk wordt de regeling zoals die uitgewerkt werd voor de sociale kruispuntbank gevolgd. Dit biedt het voordeel dat de fiscale kruispuntbank beschikt over een uitgewerkt en efficiënt beschermingssysteem.
De oprichting van een kruispuntbank kan immers gevolgen hebben voor de werkzaamheid van het recht op eerbiediging van het privé-leven, gewaarborgd door artikel 22 van de Grondwet; want « sous les arcanes de la composition et de la gestion du patrimoine, on découvre bien souvent une manière d'être, un style de vie où l'intimité n'est jamais totalement absente » (Y. Picod, noot bij Cass. fr., 20 oktober 1993, Rec. Dalloz-Sirey, 1994, blz. 594-597).
De beperkingen die op dat recht moeten worden gesteld behoren tot de bevoegdheid van de federale wetgever. Krachtens artikel 22, eerste lid, van de Grondwet, kan immers alleen in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald afbreuk worden gedaan aan het recht op eerbiediging van het privé-leven. De wetgever zal ook de overeenstemming moeten toetsen van het wetsvoorstel met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, alsmede met artikel 5 van het Verdrag tot bescherming van personen ten opzichte van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, opgemaakt te Straatsburg op 28 januari 1981 en goedgekeurd bij de wet van 17 juni 1991 waarin het volgende wordt bepaald :
« Persoonsgegevens die langs geautomatiseerde weg worden verwerkt dienen (...) c) toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden en niet te worden gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden ».
De Franse Raad van State erkent de rechtstreekse toepasbaarheid van dit verdrag in het interne recht (C.E., 18 november 1992, affaire Ligue internationale contre le racisme et l'antisémitisme et autres , A.J.D.A., 1993, blz. 213). Ongeacht de gevolgen die de Belgische rechtspraak aan het Verdrag van 28 januari 1981 zal verbinden, is het, gelet op de internationale verplichtingen die België heeft aanvaard, van belang dat de wetgever er nu reeds op toeziet dat in het interne recht alleen wetteksten worden goedgekeurd die conform het genoemde verdrag zijn.
De toetsing zou niet alleen betrekking moeten hebben op de persoonsgegevens, maar tevens op die welke geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, gewaarborgd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, geldt immers eveneens voor die tweede categorie van gegevens waarvan onder meer in artikel 5 van dit wetsvoorstel sprake is.
Voor een betere werking van het ministerie van Financiën moet meer een beroep gedaan worden op de informatica. De voorsprong van de privé-sector op dit stuk, het enorme volume van de te behandelen gegevens en het tekort aan gekwalificeerd personeel wijzen op die noodzaak.
De fiscale kruispuntbank zal de bestaande fiscale databanken coördineren en een impuls zijn voor de informatisering van de diensten van het ministerie van Financiën.
Tevens kunnen de in het netwerk beschikbare gegevens verwerkt worden tot anonieme statistische, economische en financiële gegevens. Deze gegevens kunnen dan gebruikt worden om de maatregelen die op economisch en budgettair vlak getroffen moeten worden te verfijnen en beter uit te werken.
De fiscale kruispuntbank kan ook een belangrijke rol spelen in de toepassing van de sociale zekerheid. Voor het bekomen van een sociaal voordeel of sociale toelage moet een persoon immers voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot zijn inkomsten. Voor de verschillende sociale voordelen en toelagen gelden echter telkens andere criteria.
Bij de toekenning van deze voordelen en toelagen stelt men een aantal misbruiken vast.
Wanneer de instellingen die deze voordelen en toelagen toekennen ter controle een beroep zouden kunnen doen op fiscale gegevens, die via de fiscale kruispuntbank beschikbaar zijn, zouden een aantal van die misbruiken voorkomen kunnen worden.
Niets sluit trouwens uit dat in de toekomst het gebruik van fiscale gegevens, bij het toekennen van sociale voordelen en toelagen, geüniformiseerd wordt.
In elk geval moeten de instellingen van sociale zekerheid een restrictieve toegang krijgen tot de fiscale kruispuntbank, om de nodige controles te kunnen uitvoeren.
Tenslotte dient de fiscale kruispuntbank opgericht te worden onder de vorm van een afzonderlijke instelling met rechtspersoonlijkheid.
Gezien de fiscale kruispuntbank niet alleen een opdracht te vervullen heeft op fiscaal vlak maar ook op het stuk van de sociale zekerheid is een paritair beheer van de fiscale kruispuntbank aangewezen. Functioneel dient de fiscale kruispuntbank echter bij het ministerie van Financiën ondergebracht te worden.
Onderhavig wetsvoorstel werd reeds tijdens de gewone zittijd 1993-1994 ingediend bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 10 december 1993 (Gedr. St. Kamer 1255/1 93/94). Door de Raad van State werd op 14 maart 1995 een gemotiveerd advies uitgebracht over de bevoegdheid van de federale wetgever betreffende dit voorstel (Gedr. St. Kamer 1255/2 93/94). Het nu heringediende wetsvoorstel werd aangepast aan de adviezen van de Raad van State.
Artikel 1
Dit artikel behoeft geen commentaar.
Artikel 2
In dit artikel wordt een kruispuntbank van de fiscaliteit opgericht bij het ministerie van Financiën, onder de vorm van een instelling van openbaar nut. Aangezien de fiscale kruispuntbank de spil wordt van een netwerk van fiscale databanken is het aangewezen dat de kruispuntbank ondergebracht wordt bij het ministerie van Financiën.
De opdracht van de fiscale kruispuntbank is nationaal.
Artikel 3
Dit artikel geeft een reeks begripsbepalingen. Het begrip fiscaliteit wordt ruim gedefinieerd en omvat zowel de directe als de indirecte belastingen.
Door de omschrijving, bij wijze van opsomming, dat het eerste lid, 1º, van het artikel van « fiscaliteit » geeft, kan worden vastgesteld dat de oprichting door de federale wetgever van een « fiscale kruispuntbank » wel degelijk tot diens bevoegdheid behoort, voor zover de in 5º van dezelfde bepaling bedoelde « fiscale gegevens » precies betrekking hebben op de toepassing van de « fiscale wetgeving », waarvan eveneens sprake is in 5º, en die moet worden verstaan in de zin die het woord « fiscaliteit » krijgt in het wetsvoorstel.
Indien het voorstel aldus wordt begrepen, heeft het immers geen betrekking op de gewestelijke noch op de gemeenschapsfiscaliteit.
Onder « diensten van het ministerie van Financiën » (art. 3, eerste lid, 2º) wordt de organieke verdeling van het ministerie van Financiën verstaan.
Door het combineren van de databanken van de verschillende diensten van het ministerie van Financiën moet een betere toepassing van de fiscale wetgeving mogelijk zijn.
De verwijzing naar de takken van sociale zekerheid (art. 3, eerste lid, 3º) en de instellingen van sociale zekerheid, zoals die bepaald werden in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting van een sociale kruispuntbank, is zeer ruim.
Hierbij weze opgemerkt dat indien de Koning de in artikel 3, tweede lid, vervatte machtiging zou aanwenden, het uitgevaardigde koninklijke besluit het begrip « fiscaliteit » alleen zou kunnen uitbreiden tot categorieën van federale belastingen, behalve indien samenwerkingsakkoorden worden gesloten tussen de federale Regering en de Gewest- en Gemeenschapsregeringen. Uit het beginsel van de autonomie van de Gemeenschappen en de Gewesten volgt immers dat die instellingen vrij blijven om al dan niet in te gaan op de vraag om een samenwerkingsakkoord te sluiten.
Artikel 4
De fiscale kruispuntbank is in de eerste plaats belast met het leiden, organiseren en machtigen van de uitwisseling van fiscale gegevens.
Bovendien coördineert zij de betrekkingen tussen de betrokken diensten van het ministerie van Financiën en het rijksregister en tussen de diensten van het ministerie van Financiën en de instellingen van sociale zekerheid.
Artikel 5
De fiscale kruispuntbank kan alle nuttige fiscale informatie opvragen bij de diensten van het ministerie van Financiën. Deze informatie kan onder anonieme vorm gebruikt worden voor simulaties en studies om de weerslag van maatregelen na te gaan.
Ook voor de sociale zekerheid kan dergelijke informatie van belang zijn. Vandaar dat deze informatie ook voor de ministers die de sociale zekerheid onder hun bevoegdheid hebben ter beschikking moet staan.
Artikel 6
De fiscale kruispuntbank houdt enkel een repertorium bij. Dit houdt in dat enkel verwezen wordt naar de bewaarplaats in het netwerk van concrete informatie. De fiscale kruispuntbank zelf houdt dus geen concrete informatie bij.
Artikel 7
Dit artikel verleent de fiscale kruispuntbank toegang tot sommige gegevens opgeslagen in het rijksregister en het recht het identificatienummer van het rijksregister te gebruiken.
Artikel 8
Dit artikel veralgemeent de toepassing van een enige identificatiesleutel per natuurlijke persoon voor het ministerie van Financiën.
Voor andere personen is er nog geen algemeen aanvaarde identificatiesleutel. Het is de bedoeling dat de Koning aan deze personen ook een eenvormig nummer toekent.
Artikel 9
Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om fiscale gegevens functioneel op te delen onder de diensten van het ministerie van Financiën.
De bedoeling is een overconcentratie van fiscale gegevens in een gegevensbank te vermijden, hetgeen de persoonlijke levenssfeer in het gedrang kan brengen.
Anderzijds mag dit principe er niet toe leiden dat de goede werking van de diensten van het ministerie van Financiën verstoord wordt.
Artikel 10
De diensten van het ministerie van Financiën zijn verplicht aan de fiscale kruispuntbank alle fiscale gegevens mee te delen die deze nodig heeft voor haar werking.
Artikel 11
Dit artikel verplicht de diensten van het ministerie van Financiën en de instellingen van sociale zekerheid om fiscale gegevens in de eerste plaats op te vragen langs de fiscale kruispuntbank.
Artikel 12
De diensten van het ministerie van Financiën zijn vrijgesteld van de verplichting van het vorige artikel wanneer het fiscale gegevens betreft waarvan de opslag aan hen werd toevertrouwd.
Artikel 13
Dit artikel draagt de fiscale kruispuntbank op om op eigen initiatief de fiscale gegevens mee te delen aan de diensten van het ministerie van Financiën en aan de instellingen van sociale zekerheid, behalve wanneer deze zelf ook hun gegevens niet meedelen.
Artikelen 14 tot 17
Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikel 18
De fiscale kruispuntbank is in principe niet gemachtigd om fiscale gegevens buiten het netwerk mee te delen.
Daarvoor is een machtiging van de Koning nodig.
Artikel 19
De belastingplichtigen of hun wettelijke vertegenwoordigers hebben recht op toegang tot de gegevens die op hen betrekking hebben en recht op verbetering van onjuiste of onvolledige informatie.
Artikel 20
De belastingplichtigen en gerechtigden op sociale zekerheid moeten door de betrokken diensten of instellingen op de hoogte gebracht worden van de fiscale informatie die gebruikt werd bij de behandeling van hun dossier.
Deze informatie moet op een verstaanbare manier meegedeeld worden. Onjuiste of onvolledige fiscale informatie moet gecorrigeerd worden door de betrokken diensten van het Ministerie van Financiën.
De fiscale kruispuntbank is verplicht deze verbeteringen mee te delen aan de betrokken diensten van het ministerie van Financiën en de betrokken instellingen van sociale zekerheid.
Artikel 21
Alle technische, organisatorische en structurele maatregelen moeten door de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën genomen worden om de perfecte bewaring van fiscale gegevens te verzekeren.
Artikel 22
De personen die een rol spelen in de toepassing van de sociale zekerheid mogen slechts over die fiscale gegevens beschikken die nodig zijn voor de toepassing van de sociale zekerheid.
Met betrekking tot de anonieme statistische informatie beslist de Koning.
Artikel 23
Bij de keuze van een gegevensbankbeheerder is het van groot belang dat deze persoon de nodige onafhankelijkheid bezit om zijn taak behoorlijk te kunnen vervullen.
Hetzelfde geldt voor de informaticaverantwoordelijke.
Artikel 24
Het toezicht door de gegevensbankbeheerders vraagt een specifieke kennis van de informatica. Zij dienen dan ook de nodige ervaring te hebben op dit stuk.
Artikel 25
Hij die fiscale gegevens moet behandelen in het kader van zijn beroepswerkzaamheid moet het vertrouwelijk karakter ervan respecteren.
Op dit vlak wordt uitzondering gemaakt voor een gerechtelijk onderzoek en het recht van onderzoek bedoeld in artikel 56 van de Grondwet.
Artikel 26
Gezien de gevoeligheid van de materie en het verband met de sociale zekerheid is een paritair beheer van deze instelling noodzakelijk. Toch moet deze openbare instelling onder de bevoegdheid vallen van het ministerie van Financiën.
Artikel 27
De samenstelling van het beheerscomité is geënt op de klassieke formule van paritair beheer omdat de fiscale gegevens ook in belangrijke mate gebruikt zullen worden door de instellingen van sociale zekerheid voor de toepassing van de sociale zekerheid.
Bovendien zijn de fiscale gegevens erg gevoelig. Dit leidt ertoe dat het beheer van deze instelling voldoende onafhankelijk moet zijn om misbruiken te voorkomen.
Artikel 28
Door dit algemeen coördinatiecomité worden de gebruikers van het netwerk betrokken bij de voor wijziging vatbare definitie en werking van dit orgaan.
Dit comité moet het beheerscomité en toezichtscomité bijstaan in de vervulling van hun opdracht.
Dit coördinatiecomité moet toezien op de bevordering en versteviging van het netwerk. Het is ook belast met het voorstellen van alle maatregelen die een vertrouwelijk gebruik van de fiscale gegevens bevorderen.
Artikel 29
De samenstelling van het coördinatiecomité wordt vastgelegd bij koninklijk besluit. Er zijn geen bijzondere benoemingsvoorwaarden voor de leden of de voorzitter.
De presentiegelden en de vergoedingen aan specialisten worden bepaald door de Koning.
Artikel 30
Dit artikel regelt de financiering van de fiscale kruispuntbank.
Artikelen 31 en 32
Dit artikel maakt het toezichtscomité, opgericht bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting van de sociale kruispuntbank, bevoegd om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te garanderen bij de fiscale kruispuntbank.
De opdracht, samenstelling, bevoegdheid en werking zijn dan ook dezelfde als van dat toezichtscomité. De zelfstandigheid en de onafhankelijkheid van de leden van het toezichtscomité zijn voldoende gewaarborgd door de regeling voor de sociale kruispuntbank.
De adjunct-administrateur-generaal en de administrateur-generaal van de fiscale kruispuntbank, en eventueel de voorzitter van het algemeen coördinatiecomité, kunnen deelnemen aan de vergaderingen van het toezichtscomité met raadgevende stem.
Artikelen 33 tot 36
Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikel 37
Dit artikel regelt de materiële samenloop. De rechter voegt in dat geval de straffen samen zonder dat deze samenvoeging tot gevolg mag hebben dat de samengevoegde straffen het dubbele van de zwaarste straf zouden overschrijden.
Artikel 38
Dit artikel regelt het probleem van de bijzondere herhaling. In dat geval kan de mogelijke verzwaring van de straf maximum het dubbele van de hoogste straf bedragen.
Artikel 39
De verjaringstermijn van de strafvordering is deze van gemeen recht.
Artikel 40
Voor de verjaring van de straf wordt dezelfde termijn gebruikt.
Artikelen 41 tot 44
Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikel 45
Aangezien er soms grote problemen ontstaan om informaticaspecialisten, als ambtenaar, voor het ministerie van Financiën te kunnen aanwerven, moet de mogelijkheid geboden worden om deze gespecialiseerde krachten onder een ander statuut aan te werven. Dit is slechts een mogelijkheid, geen verplichting.
Artikel 46
Bevat een overgangsmaatregel die vervalt zodra de fiscale kruispuntbank operationeel is.
Artikel 47
Dit artikel maakt het mogelijk om de situatie van de eventueel contractueel aangeworven informatici te regelen, wanneer een einde wordt gemaakt aan het stelsel van de contractuele aanwervingen.
Artikel 48
Door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen is een raadgevende commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ingesteld bij het ministerie van Justitie.
Deze commissie is eveneens bevoegd voor de databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector en ziet toe op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het is dan ook aangewezen dat aan deze raadgevende commissie het toezicht op de fiscale kruispuntbank wordt toegewezen. Op dit stuk zal de raadgevende commissie moeten samenwerken met het toezichtscomité.
Artikel 49
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de wet.
| Marc OLIVIER. |
WETSVOORSTEL
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Onder de benaming « kruispuntbank van de fiscaliteit » wordt bij het ministerie van Financiën een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, hierna « fiscale kruispuntbank » genoemd.
Art. 3
Voor de uitvoering en de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsmaatregelen wordt verstaan onder :
1º Fiscaliteit :
a) De personenbelasting;
b) De vennootschapsbelasting;
c) De rechtspersonenbelasting;
d) De belasting der niet-verblijfhouders;
e) De belasting op de toegevoegde waarde en de registratierechten;
f) Douane en accijnzen;
g) De successierechten.
2º Diensten van het ministerie van Financiën :
a) Dienst Directe Belastingen;
b) Dienst B.T.W., Registratie en Domeinen;
c) Dienst Douane en Accijnzen;
d) Dienst Kadaster.
3º Sociale zekerheid : de takken opgesomd in artikel 2, eerste lid, 1º, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid.
4º Instellingen van sociale zekerheid : de instellingen opgesomd in artikel 2, eerste lid, 2º, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid.
5º Fiscale gegevens : alle gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de fiscale wetgeving, en in voorkomend geval voor de toepassing van de sociale zekerheid.
6º Personen : de natuurlijke personen, de rechtspersonen, de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid en alle instellingen en openbare besturen.
7º Fiscale gegevensbanken : de gegevensbanken waar de fiscale gegevens door de diensten van het ministerie van Financiën worden bewaard.
8º Rijksregister : het rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen.
9º Netwerk : het geheel bestaande uit de fiscale gegevensbanken, de fiscale kruispuntbank en het rijksregister, eventueel uitgebreid overeenkomstig artikel 19.
De Koning kan bij een in ministerraad overlegd besluit het begrip « fiscaliteit » bedoeld in het eerste lid, 1º, wijzigen.
Afdeling 1
De uitwisseling en de inzameling
van fiscale gegevens
Art. 4
De fiscale kruispuntbank is belast met het leiden en organiseren van en het machtigen tot de uitwisseling van fiscale gegevens tussen de fiscale gegevensbanken van de diensten van het ministerie van Financiën.
Zij coördineert daarenboven de betrekkingen tussen de diensten van het ministerie van Financiën onderling, tussen deze diensten en het rijksregister en tussen deze diensten en de instellingen van sociale zekerheid.
Art. 5
De fiscale kruispuntbank zamelt bij de diensten van het ministerie van Financiën alle voor de kennis, de conceptie en de toepassing van de fiscaliteit nuttige fiscale gegevens in en slaat ze op in de vorm van anonieme informatie.
Overeenkomstig de voorwaarden bepaald door de Koning kan de fiscale kruispuntbank deze fiscale gegevens gebruiken voor het verrichten van representatieve steekproeven bestemd voor onderzoeken die ook nuttig kunnen zijn voor de kennis, de conceptie en de toepassing van de fiscale wetgeving en het beheer van de sociale zekerheid.
De anonieme informatie en de steekproeven zijn toegankelijk voor de minister van Financiën en de ministers die de sociale zekerheid onder hun bevoegdheid hebben, voor de Wetgevende Kamers, voor de diensten van het ministerie van Financiën, voor de Hoge Raad voor Financiën, voor de Nationale Arbeidsraad, voor de openbare instellingen van sociale zekerheid, voor de Hoge Raad voor de Middenstand en voor het Planbureau; ze kunnen eveneens toegankelijk zijn voor andere aanvragers, na advies van het in artikel 31 bedoelde toezichtscomité. Het gebruik van de steekproeven geschiedt onder toezicht van dit toezichtscomité.
Afdeling 2
Het bijhouden van het repertorium van personen
Art. 6
De fiscale kruispuntbank houdt een repertorium van personen bij. Dit repertorium geeft per persoon aan welke types van fiscale gegevens in het netwerk beschikbaar zijn en waar ze worden bewaard.
Het repertorium geeft deze plaats van bewaring aan :
1º hetzij door de vermelding van de dienst van het ministerie van Financiën waar de gegevens worden bewaard;
2º hetzij door de vermelding van een of meerdere takken van de fiscale wetgeving waar deze gegevens beschikbaar zijn, voor zover één of meerdere diensten van het ministerie van Financiën belast met de toepassing van deze tak (of takken) een bijzonder repertorium bijhouden volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.
Afdeling 3
De toegang tot de gegevens van het rijksregister
en de identificatiemiddelen
Art. 7
Voor de uitvoering van haar opdrachten heeft de kruispuntbank :
1º toegang tot de gegevens die in het rijksregister zijn opgeslagen en die voor een dienst van het ministerie van Financiën toegankelijk zijn;
2º het recht om het identificatienummer van het rijksregister te gebruiken.
Art. 8
Bij de werking van het netwerk worden uitsluitend de volgende identificatiemiddelen gebruikt :
1º het identificatienummer van het rijksregister indien het een fiscaal gegeven betreft dat betrekking heeft op een natuurlijke persoon die in voormeld rijksregister opgenomen is;
2º het identificatienummer dat op de wijze bepaald door de Koning is vastgesteld indien het een fiscaal gegeven betreft dat betrekking heeft op een andere persoon.
Afdeling 1
De functionele verdeling
van de gegevensopslag
Art. 9
De fiscale kruispuntbank kan, na het advies van haar algemeen coördinatiecomité te hebben ingewonnen, de opslag van fiscale gegevens opdelen onder de diensten van het ministerie van Financiën. Deze zijn in dat geval verplicht de gegevens, waarvan hen de bewaring is toevertrouwd, in hun fiscale gegevensbanken op te slaan en bij te houden.
Afdeling 2
De mededeling van fiscale gegevens
binnen en buiten het netwerk
Art. 10
De diensten van het ministerie van Financiën zijn verplicht aan de fiscale kruispuntbank alle fiscale gegevens mee te delen, onder meer langs electronische weg, die deze nodig heeft voor de uitvoering van haar opdrachten.
Art. 11
Voor zover de fiscale gegevens in het netwerk beschikbaar zijn, zijn de diensten van het ministerie van Financiën en instellingen van sociale zekerheid verplicht ze uitsluitend bij de fiscale kruispuntbank op te vragen.
Ze moeten zich bovendien tot de fiscale kruispuntbank richten wanneer ze de juistheid nagaan van de fiscale gegevens die in het netwerk beschikbaar zijn.
Art. 12
De diensten van het ministerie van Financiën zijn, in afwijking van artikel 11, vrijgesteld van de verplichting om zich tot de fiscale kruispuntbank te richten, wanneer het fiscale gegevens betreft waarvan de opslag hen werd toevertrouwd.
Ze kunnen eveneens door het in artikel 31 van deze wet bedoelde toezichtscomité worden vrijgesteld van de verplichting om zich tot de fiscale kruispuntbank te richten in de gevallen bepaald door de Koning.
Art. 13
Onverminderd het bepaalde in artikel 31 van deze wet en artikel 46, 1º, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid, deelt de fiscale kruispuntbank uitsluitend aan de diensten van het ministerie van Financiën en de instellingen van sociale zekerheid, op eigen initiatief of op hun verzoek, de fiscale gegevens mee die deze nodig hebben voor de toepassing van de fiscale wetgeving en van de sociale zekerheid.
Art. 14
De mededeling van fiscale gegevens door de diensten van het ministerie van Financiën geschiedt door de bemiddeling van de fiscale kruispuntbank behalve wanneer ze zich richt tot :
1º de personen waarop de gegevens betrekking hebben, hun wettelijke vertegenwoordigers, evenals diegenen die door hen uitdrukkelijk werden gemachtigd om de gegevens te verkrijgen;
2º de buitenlandse fiscale administraties in het kader van de internationale overeenkomsten inzake fiscaliteit;
3º de gerechtelijke diensten, in het kader van een gerechtelijk onderzoek.
De Koning kan de voorwaarden bepalen waaronder de in het eerste lid bedoelde machtigingen worden verleend. De machtiging bedoeld in het eerste lid, 1º, wordt schriftelijk gegeven en kan een maximale geldigheidsduur bepalen.
Art. 15
Elke mededeling binnen het netwerk van fiscale gegevens door de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën en instellingen van sociale zekerheid vereist een principiële machtiging van het toezichtscomité, behalve in de door de Koning bepaalde gevallen. Voor deze gevallen kan de Koning voorschrijven dat het toezichtscomité echter al dan niet vooraf op de hoogte gebracht wordt van de mededeling.
Elke mededeling buiten het netwerk van fiscale gegevens door de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën en instellingen van sociale zekerheid vereist een principiële machtiging van het toezichtscomité.
Vooraleer zijn machtiging te geven, gaat het toezichtscomité na, met het oog op de toepassing van de wet, of de mededeling in overeenstemming met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen geschiedt, met inbegrip van de door het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank verstrekte onderrichtingen. De machtigingen worden verleend binnen de termijn, onder de eventuele voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.
Art. 16
De onderlinge mededeling van fiscale gegevens tussen de fiscale kruispuntbank en de instellingen van sociale zekerheid, evenals tussen de diensten van het ministerie van Financiën is kosteloos.
Behalve in het geval bedoeld in het eerste lid, kan de mededeling van fiscale gegevens aanleiding geven tot de inning van rechten waarvan de Koning het bedrag, de betalingsvoorwaarden en -modaliteiten bepaalt.
Afdeling 3
De werking van het netwerk
Art. 17
De Koning stelt de modaliteiten vast voor de werking van het netwerk.
Hij kan de regelen uitvaardigen op het stuk van de beveiliging die Hij nuttig acht, evenals de modaliteiten om de toepassing ervan te verzekeren.
Afdeling 4
De uitbreiding van het netwerk
Art. 18
Onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die Hij bepaalt, kan de Koning, bij in ministerraad overlegd besluit, op voorstel van het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het geheel of een deel van de rechten en plichten voortvloeiend uit deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen uitbreiden tot andere personen dan de instellingen van sociale zekerheid en de diensten van het ministerie van Financiën.
Deze personen worden in het netwerk ingeschakeld in de mate van de uitbreiding waartoe wordt beslist.
De bescherming van fiscale gegevens
Afdeling 1
De mededeling van, de toegang tot en
de verbetering van fiscale gegevens
Art. 19
Iedere persoon of zijn wettelijke vertegenwoordigers hebben recht op :
1º de mededeling van de hem betreffende fiscale gegevens die zijn opgenomen in de sociale gegevensbanken of in de fiscale kruispuntbank;
2º de verbetering van de in 1º bedoelde gegevens wanneer die onjuist, onvolledig of onnauwkeurig zijn;
3º de uitwissing of het gebruiksverbod van de in 1º bedoelde gegevens die overbodig zijn of op een onrechtmatige of onregelmatige wijze werden verkregen of ontvangen.
De Koning stelt de voorwaarden en modaliteiten vast inzake de uitoefening van deze rechten.
Art. 20
§ 1. De diensten van het ministerie van Financiën en instellingen van sociale zekerheid hebben ambtshalve de volgende verplichtingen :
1º de mededeling aan de gerechtigden inzake de wetgeving op de sociale zekerheid of aan hen die er aanspraak op maken of aan hun wettelijke vertegenwoordigers, van de fiscale gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd bij de bepaling of de beoordeling van hun rechten.
De mededeling geschiedt uiterlijk op het ogenblik van de kennisgeving van de beslissing over het recht dat is beoordeeld op basis van de betrokken gegevens. Elke wijziging in de beoordeling van het recht moet eveneens aanleiding geven tot een mededeling.
Bij in ministerraad overlegd besluit en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan de Koning in afwijkingen voorzien op deze verplichting en op de termijn waarbinnen deze mededeling moet gebeuren;
2º de verbetering van fiscale gegevens van persoonlijke aard waarover zij beschikken en waarvan zij weten dat deze onjuist, onvolledig of onnauwkeurig zijn;
3º de uitwissing of het gebruiksverbod van fiscale gegevens waarover zij beschikken en waarvan zij weten dat die overbodig zijn of op een onrechtmatige of onregelmatige wijze werden verkregen of ontvangen.
§ 2. De fiscale kruispuntbank heeft, wat haar betreft, eveneens de in § 1, 2º en 3º, bedoelde verplichtingen.
§ 3. De fiscale kruispuntbank deelt aan alle betrokken fiscale administraties de overeenkomstig artikelen 19 en 20, §§ 1 en 2, te verrichten verbeteringen en uitwissingen mee.
Afdeling 2
De maatregelen ter beveiliging
van fiscale gegevens
Art. 21
De fiscale kruispuntbank en diensten van het ministerie van Financiën zijn verplicht alle maatregelen te treffen voor een perfecte bewaring van fiscale gegevens.
Art. 22
De personen die een rol spelen in de toepassing van de sociale zekerheid kunnen enkel mededeling bekomen van de gegevens die zij nodig hebben voor deze toepassing.
Wanneer deze personen mededeling hebben bekomen van fiscale gegevens, mogen ze daarover slechts beschikken gedurende de tijd die nodig is voor de toepassing van de sociale zekerheid. Zij moeten maatregelen treffen om het vertrouwelijke karakter van de gegevens te verzekeren en om ervoor te zorgen dat ze uitsluitend worden aangewend voor de doeleinden vastgelegd door of krachtens deze wet of voor het vervullen van hun wettelijke verplichtingen.
De Koning kan bepalen in welke gevallen, onder welke voorwaarden en volgens welke modaliteiten de tot anonieme informatie verwerkte fiscale gegevens na de tijd die nodig is voor de toepassing van de fiscale wetgeving en van de sociale zekerheid mogen worden bewaard in het belang van het historisch of wetenschappelijk onderzoek of voor het opmaken van statistieken.
Afdeling 3
De gegevensbankbeheerders en
de informaticaverantwoordelijke
van de fiscale kruispuntbank
Art. 23
Iedere instelling van het ministerie van Financiën wijst, al dan niet onder zijn personeel, een gegevensbankbeheerder aan die verantwoordelijk is voor zijn fiscale gegevensbanken.
De identiteit van deze beheerder wordt aan de fiscale kruispuntbank en aan het toezichtscomité meegedeeld.
Ook de fiscale kruispuntbank wijst, onder haar personeel, en op eensluidend advies van het toezichtscomité, een informaticaverantwoordelijke aan die in het bijzonder belast is met de organisatie van de gegevensuitwisseling.
Art. 24
De gegevensbankbeheerders en de informaticaverantwoordelijke bedoeld in artikel 23, derde lid, worden in het bijzonder belast met het toezicht op de geautomatiseerde verwerking of de geautomatiseerde uitwisseling van fiscale gegevens en moeten er inzonderheid op toezien dat de programma's voor de geautomatiseerde verwerking of de geautomatiseerde uitwisseling uitsluitend worden ontwikkeld en aangewend overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
Afdeling 4
Het beroepsgeheim
Art. 25
Hij die in hoofde van zijn functie betrokken is bij de inzameling, de verwerking of de mededeling van fiscale gegevens of kennis heeft van dergelijke gegevens moet het vertrouwelijke karakter ervan eerbiedigen; hij wordt evenwel van die plicht ontheven als hij geroepen wordt om in rechte, in het raam van de uitoefening van het recht van onderzoek toevertrouwd aan de Kamers door artikel 56 van de Grondwet of in het raam van het onderzoek van een zaak door het toezichtscomité getuigenis af te leggen, of wanneer de wet hem van deze plicht ontslaat of hem verplicht bekend te maken wat hij weet.
Afdeling 1
Het juridisch statuut
Art. 26
Onverminderd de bepalingen van deze wet is de fiscale kruispuntbank onderworpen aan de regelen die door of krachtens de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut zijn vastgesteld voor instellingen van de categorie D. Deze instelling valt onder de bevoegdheid van het ministerie van Financiën.
Voor het overige worden de organisatie en de werking van de fiscale kruispuntbank door de Koning geregeld.
Afdeling 2
Het beheerscomité
Art. 27
Het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank is samengesteld uit :
1º een voorzitter;
2º een gelijk aantal vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgeversorganisaties en van de meest representatieve organisaties van zelfstandigen enerzijds, en van de meest representatieve werknemersorganisaties anderzijds;
3º een aantal vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën gelijk aan de helft van het aantal leden vermeld in 2º.
De vertegenwoordigers vermeld in het eerste lid, 2º en 3º, zijn stemgerechtigd. De voorzitter en de leden van het beheerscomité worden door de Koning benoemd bij in ministerraad overlegd besluit.
Het beheerscomité stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid :
1º de materies vastlegt die de vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën rechtstreeks of onrechtstreeks aanbelangen;
2º de aanwezigheid voorschrijft van tenminste de helft van de meest representatieve werkgeversorganisaties en de meest representatieve organisaties van zelfstandigen, van de meest representatieve werknemersorganisaties en van de vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën om op geldige wijze te beraadslagen of te beslissen;
3º de regelen vaststelt in verband met het herstel van de proportionaliteit wanneer de leden, die respectievelijk de meest representatieve werkgeversorganisaties, de meest representatieve organisaties van zelfstandigen, en de meest representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen en, voor de materies die hen rechtstreeks aanbelangen, de vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, bij de stemming niet in proportioneel aantal aanwezig zijn.
Wanneer het beheerscomité in gebreke blijft de punten vermeld in het vorige lid te regelen, kan de Koning hiertoe overgaan en een besluit uitvaardigen nadat de minister van Financiën het beheerscomité verzocht heeft te handelen binnen de termijn die hij bepaalt.
Afdeling 3
Het algemeen coördinatiecomité
Art. 28
Bij de fiscale kruispuntbank wordt een algemeen coördinatiecomité opgericht.
Het algemeen coördinatiecomité staat het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank en het in artikel 30 bedoelde toezichtscomité bij in de vervulling van hun opdrachten. Hiertoe is het gelast alle initiatieven voor te stellen ter bevordering en ter bestendiging van de samenwerking binnen het netwerk en alle maatregelen voor te stellen die kunnen bijdragen tot een rechtmatige en vertrouwelijke behandeling van de fiscale gegevens.
Het algemeen coördinatiecomité kan inzonderheid adviezen verstrekken of aanbevelingen formuleren inzake informatisering of aanverwante problemen, voorstellen doen omtrent of meewerken aan de organisatie van opleidingscursussen op het stuk van informatica ten behoeve van het personeel van de fiscale administraties en onderzoeken hoe de rationele uitwisseling van gegevens binnen het netwerk kan worden bevorderd.
Het algemeen coördinatiecomité kan tevens in zijn schoot werkgroepen oprichten waaraan het bijzondere taken toevertrouwt. Het stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan het beheerscomité.
Het algemeen coördinatiecomité brengt ieder jaar, vóór 31 maart, verslag uit aan het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank en aan de minister van Financiën over de uitvoering van zijn opdrachten tijdens het voorbije jaar.
Art. 29
De Koning stelt de samenstelling van het algemeen coördinatiecomité vast en omschrijft, zo nodig, nader zijn bevoegdheden. Hij bepaalt de modaliteiten van zijn werking en benoemt zijn voorzitter.
De Koning bepaalt tevens het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van presentiegeld en vergoedingen voor verblijfskosten of verrichte werkzaamheden aan de leden van het comité of aan de deskundigen op wie een beroep wordt gedaan, alsook de voorwaarden voor de terugbetaling van hun verplaatsingskosten.
Elke dienst van het ministerie van Financiën of aanverwante administratie heeft het recht in het comité en in zijn werkgroepen vertegenwoordigd te zijn voor elk agendapunt dat hem of haar aanbelangt.
De Koning kan ook bepalen in welke gevallen de raadpleging van het algemeen coördinatiecomité verplicht is.
De fiscale kruispuntbank draagt de werkingskosten van het algemeen coördinatiecomité en van de werkgroepen die in zijn schoot worden opgericht.
Afdeling 4
De financiële middelen
Art. 30
De inkomsten van de fiscale kruispuntbank bestaan uit :
1º een jaarlijkse dotatie ingeschreven op de begroting van het ministerie van Financiën;
2º een bijdrage van de personen die overeenkomstig artikel 18 in het netwerk zijn ingeschakeld. De Koning bepaalt het bedrag van die bijdrage;
3º alle andere wettelijke en reglementaire ontvangsten, inzonderheid de rechten geïnd krachtens artikel 16, tweede lid;
4º de schenkingen en legaten.
Art. 31
Het toezicht op de werking van de fiscale kruispuntbank wordt uitgeoefend door het toezichtscomité van de kruispuntbank van de sociale zekerheid op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid.
Art. 32
De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal van de fiscale kruispuntbank en, in voorkomend geval, de voorzitter van het algemeen coördinatiecomité kunnen, met raadgevende stem, de vergaderingen van het toezichtscomité bijwonen, indien het toezichtscomité hiermee akkoord gaat. Indien de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dit wenst, kan één van haar leden die geen lid is van het toezichtscomité, eveneens de vergaderingen met raadgevende stem bijwonen.
Art. 33
Worden gestraft met een geldboete van honderd tot duizend frank :
de instellingen van sociale zekerheid, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 20, § 1, 1º, nalaten, op eigen initiatief, binnen de voorgeschreven termijn, aan de gerechtigden van de sociale zekerheid of aan hen die er aanspraak op maken, de fiscale gegevens waarop ze zich bij de beoordeling van hun rechten of bij de wijziging in de beoordeling ervan hebben gesteund, mee te delen.
Art. 34
Worden gestraft met een geldboete van honderd tot tweeduizend frank :
1º wanneer ze er van ambtswege geen toegang toe hebben, de personen, hun aangestelden of lasthebbers die in strijd met de bepalingen van artikel 5, de gestelde voorwaarden aan de toegang tot de anoniem gemaakte informatie of tot de representatieve steekproeven niet naleven, of die zich niet onderwerpen aan het toezicht van het toezichtscomité;
2º de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 15, fiscale gegevens meedelen zonder daartoe te zijn gemachtigd of zonder, al dan niet voorafgaandelijk, het toezichtscomité ervan op de hoogte te hebben gebracht;
3º de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 21, niet de vereiste maatregelen nemen voor de perfecte bewaring van de fiscale gegevens;
4º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 22, eerste lid, mededeling vragen en bekomen van fiscale gegevens die ze niet nodig hebben voor de toepassing van de sociale zekerheid en de fiscale wetgeving;
5º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, buiten de bij deze wet of haar uitvoeringsmaatregelen bepaalde voorwaarden, zich opzettelijk toegang verschaffen of zich opzettelijk handhaven in het geheel of in een deel van een geautomatiseerde verwerking van de fiscale gegevens van het netwerk;
6º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, buiten de bij deze wet of haar uitvoeringsmaatregelen bepaalde voorwaarden, opzettelijk gegevens invoeren in het netwerk of de erin opgeslagen gegevens uitwissen of wijzigen of de verwerkings- of overbrengingswijzen veranderen.
Art. 35
Worden gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd tot vijfduizend frank, of met één van die straffen alleen :
1º de personen, hun aangestelden of lasthebbers, die, op al dan niet regelmatige wijze, mededeling hebben bekomen van fiscale gegevens en ze wetens en willens aanwenden voor andere doeleinden dan deze bepaald door of krachtens deze wet;
2º de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën, hun aangestelden of lasthebbers, die de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 19 en 20 op mededeling, verbetering, uitwissing of verbod van het gebruik van fiscale gegevens niet toelaten dan wel verhinderen;
3º de diensten van het ministerie van Financiën, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van de artikelen 19 en 20, niet het nodige doen om binnen de gestelde perken, de fiscale gegevens waarover ze beschikken en waarvan ze weten dat ze onjuist, onvolledig of onnauwkeurig zijn, te verbeteren, of om diezelfde gegevens, waarvan ze weten dat ze overbodig zijn of op een onrechtmatige of onregelmatige wijze werden verkregen of ontvangen, uit te wissen of het gebruiksverbod na te leven;
4º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 22, tweede lid, niet de nodige maatregelen treffen om het vertrouwelijke karakter van fiscale gegevens te verzekeren, of ervoor te zorgen dat de betrokken gegevens uitsluitend worden aangewend voor doeleinden vastgelegd door of krachtens deze wet of voor het vervullen van hun wettelijke verplichtingen, alsook de personen, hun aangestelden of lasthebbers die de voorwaarden en modaliteiten niet naleven, volgens welke de Koning, op basis van artikel 22, derde lid, de bewaring van deze gegevens toelaat, na de termijn die nodig is voor toepassing van de sociale zekerheid en de fiscale wetgeving;
5º de fiscale kruispuntbank en de diensten van het ministerie van Financiën, hun aangestelden of lasthebbers die, in strijd met de bepalingen van artikel 23, al dan niet onder hun personeel, naargelang het geval, geen informaticaverantwoordelijke of gegevensbankbeheerder aanwijzen;
6º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die de werking van een geautomatiseerde verwerking van fiscale gegevens van het netwerk opzettelijk belemmeren of aantasten, of het geheel of een deel van dergelijke verwerking, inzonderheid de daarin voorkomende gegevens of programma's, opzettelijk beschadigen of vernietigen.
Art. 36
Worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en een geldboete van tweehonderd tot tienduizend frank, of met één van die straffen alleen :
1º de natuurlijke personen die betrokken zijn bij de inzameling, de verwerking, de mededeling van fiscale gegevens of kennis hebben van dergelijke gegevens en in strijd met de bepalingen van artikel 25, hun plicht niet nakomen om het vertrouwelijke karakter ervan te eerbiedigen buiten de gevallen bepaald door de wet;
2º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, zonder daartoe door de Koning te zijn aangewezen, met opzet de fiscale kruispuntbank, de fiscale gegevensbanken of de fiscale gegevens die erin worden bewaard, vernietigen of doen vernietigen;
3º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, op om het even welke manier het recht om zich tot het toezichtscomité te wenden verhinderen of degenen die van dat recht gebruik maken of gebruik willen maken, bedreigen;
4º de voorzitter en de leden van het toezichtscomité die, de naam van de persoon bekendmaken die zich tot het toezichtscomité heeft gewend of onthullen dat het toezichtscomité op deze wijze gevat werd;
5º de personen, hun aangestelden of lasthebbers die, met een bedrieglijk opzet of teneinde schade te berokkenen, zich toegang verschaffen of zich handhaven in het geheel of in een deel van een geautomatiseerde verwerking van fiscale gegevens van het netwerk, gegevens in het netwerk invoeren of de daarin vervatte gegevens alsook de verwerkings- of overbrengingswijzen uitwissen of wijzigen, de werking van een geautomatiseerde verwerking van fiscale gegevens van het netwerk belemmeren of aantasten of het geheel of een deel van dergelijke verwerking, inzonderheid de daarin voorkomende gegevens of programma's, beschadigen of vernietigen;
6º de personen, hun aangestelden of lasthebbers, die het krachtens deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen ingestelde, al dan niet strafrechtelijke toezicht, verhinderen.
Art. 37
Wanneer meerdere feiten inbreuken vormen op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsmaatregelen, worden alle straffen samengevoegd zonder dat zij nochtans het dubbele van het maximum van de zwaarste straf te boven mogen gaan.
Art. 38
In geval van inbreuk op een bepaling van deze wet of van haar uitvoeringsmaatregelen binnen de drie jaar volgend op de definitief geworden correctionele beslissing, kan de straf op het dubbele van het maximum worden gebracht.
Art. 39
De strafvordering verjaart door verloop van drie jaar te rekenen van de dag waarop de inbreuk is gepleegd.
Art. 40
De straf verjaart door verloop van drie jaar te rekenen van de dagtekening van het arrest of het vonnis waarbij zij is uitgesproken.
Art. 41
De personen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de boeten waartoe hun aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.
Art. 42
Onverminderd het bepaalde in artikel 37 van deze wet, zijn alle bepalingen van titel I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, doch met uitzondering van hoofdstuk V, van toepassing op de inbreuken omschreven in deze wet.
Art. 43
De Koning kan de bestaande wetsbepalingen wijzigen ten einde de tekst ervan in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet.
Afdeling 1
Overgangsbepalingen
Art. 44
Gedurende een periode van een jaar, ingaande op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de personeelsformatie van de fiscale kruispuntbank, kunnen de Koning in de betrekkingen van niveau 1 en de minister die de Financiën onder zijn bevoegdheid heeft in de betrekkingen van de andere niveaus, eerste benoemingen doen door een beroep te doen op vastbenoemde statutaire personeelsleden van de diensten van het ministerie van Financiën.
Voor deze benoemingen gelden geen voorrangsregelingen. Ze geschieden via een oproep tot de kandidaten door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad waarin meer bepaald de vacante betrekkingen, de toelatingsvoorwaarden alsook de termijn en de modaliteiten voor het indienen van de kandidaturen worden vermeld.
Om in de fiscale kruispuntbank benoemd te kunnen worden in een graad die hoger is dan de graad die ze bezitten in hun eigen administratie of om er benoemd te kunnen worden in een niveau dat hoger is dan het niveau waartoe ze behoren in hun eigen administratie, moeten de kandidaten voldoen aan alle voorwaarden, inzonderheid inzake anciënniteit en diploma, die hun toegang zouden kunnen verlenen tot dergelijke graad of dergelijk niveau in de instelling die ze wensen te verlaten.
Art. 45
In afwijking van het administratief en geldelijk statuut van de instellingen van openbaar nut, kan de fiscale kruispuntbank informaticapersoneel in betrekkingen van niveau 1 onder arbeidsovereenkomst in dienst nemen ten belope van het aantal in haar organieke personeelsformatie vacante betrekkingen die niet volgens artikel 44 of volgens de gewone procedures konden worden begeven.
Deze mogelijkheid wordt verleend voor een periode van twee jaar te rekenen vanaf de installatie van het beheerscomité van de fiscale kruispuntbank en kan bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit verlengd worden voor telkens maximum één jaar indien wordt vastgesteld dat de procedures voor statutaire aanwervingen niet volstaan voor het ter beschikking stellen van het informaticapersoneel dat de fiscale kruispuntbank nodig heeft.
Art. 46
De diensten van het ministerie van Financiën kunnen, op verzoek van de fiscale kruispuntbank, tijdelijk en kosteloos personeel ter beschikking ervan stellen.
De Koning maakt een einde aan deze mogelijkheid nadat Hij heeft vastgesteld dat de fiscale kruispuntbank operationeel is geworden.
Art. 47
Wanneer de mogelijkheid verleend aan de Koning overeenkomstig artikel 45, niet of niet meer het voorwerp van een verlenging heeft uitgemaakt, bepaalt de Koning de termijn binnen welke het onder arbeidsovereenkomst aangeworven informaticapersoneel van niveau 1, onder de voorwaarden die Hij stelt, kan vragen om in het statutair personeel van de fiscale kruispuntbank te worden opgenomen.
De Koning kan het behoud van de verworven anciënniteit en wedde, op persoonlijke titel, waarborgen aan al degenen die statutaire beambten wensen te worden en tevens alle andere maatregelen treffen ter vrijwaring van hun belangen.
Afdeling 2
Slotbepalingen
Art. 48
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ingesteld door de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid heeft eveneens tot taak, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van de Regering, van de Kamers, van de Regeringen en Raden van de Gemeenschappen en Gewesten of van het toezichtscomité, een advies uit te brengen omtrent iedere aangelegenheid die betrekking heeft op de toepassing van de grondbeginselen van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in het kader van deze wet, van het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector, en van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen, gelet op de evolutie en de aanwending van de technieken van geautomatiseerd informatiebeheer.
Tenzij de wet anders bepaalt, brengt deze commissie advies uit binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek.
Na deze termijn wordt het advies van de commissie als gunstig beschouwd.
Onverminderd enig rechtsmiddel voor de rechtbanken en onverminderd de bepalingen van deze wet, onderzoekt de commissie de gedateerde en ondertekende klachten die haar in verband met haar taak van bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden toegestuurd en die betrekking hebben op de automatische verwerking van gegevens van persoonlijke aard of op andere taken die haar bij de wet zijn toevertrouwd.
De commissie mag voor het vervullen van al haar taken een beroep doen op de medewerking van deskundigen. Zij mag één of meer van haar leden, eventueel bijgestaan door deskundigen, belasten met de uitvoering van verificaties ter plaatse met de voorafgaande toestemming van de onderzoeksrechter van de plaats waar de verificaties dienen te worden uitgevoerd.
De commissie doet aan de procureur des Konings aangifte van de overtredingen waarvan zij kennis heeft.
Zij dient ieder jaar bij de Kamers een verslag in van haar werkzaamheden.
Onverminderd het zevende en het achtste lid zijn de leden van de commissie en de deskundigen wier medewerking gevraagd is, gedwongen tot het beroepsgeheim voor de feiten, akten of inlichtingen waarvan zij wegens hun functie kennis kunnen hebben gehad.
Art. 49
Deze wet treedt in werking ten laatste op de laatste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad .
| Marc OLIVIER. Philippe CHARLIER. |