1-611/1 | 1-611/1 |
23 APRIL 1997
Artikel 1
Er wordt een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld met als opdracht, vertrekkende van het verslag van de groep ad hoc betreffende de gebeurtenissen in Rwanda opgericht bij beslissing van de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden van 24 juli 1996, het werk voort te zetten van de bijzondere commissie-Rwanda ingesteld door de Senaat op 23 januari 1997.
De commissie onderzoekt welk beleid werd gevoerd door de Belgische en internationale overheden, meer bepaald de acties die zij hebben ondernomen, en formuleert eventueel conclusies in verband met verantwoordelijkheden en maatregelen die in de toekomst getroffen zouden moeten worden.
Art. 2
De commissie heeft alle bevoegdheden bepaald in artikel 56 van de Grondwet en in de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek.
Art. 3
De commissie waakt, in de uitoefening van haar opdrachten, over de bescherming van haar bronnen en over de veiligheid en de internationale geloofwaardigheid van ons land. Ze neemt kennis van nieuwe informatie desgevallend volgens de nadere regels die werden bepaald bij de oprichting van de groep ad hoc .
Art. 4
De commissie bestaat uit vijftien leden, aangewezen volgens de regel van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties.
Bovendien kan iedere fractie die er niet in vertegenwoordigd is, bij de samenstelling van de commissie een lid aanwijzen, dat aan de werkzaamheden van de commissie mag deelnemen zonder stemrecht; dit lid heeft voor het overige alle rechten en verplichtingen van de andere leden.
Art. 5
De vergaderingen van de commissie zijn openbaar, behalve bij de beslissing om met gesloten deuren te vergaderen.
De niet-openbare commissievergaderingen zijn geheim, overeenkomstig de artikelen 3 en 8 van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek en artikel 70bis van het reglement van de Senaat.
Art. 6
De commissie kan, binnen de budgettaire beperkingen door het bureau van de Senaat gesteld, alle nodige maatregelen treffen teneinde haar opdrachten op efficiënte wijze te vervullen. Ze kan daartoe, eventueel via een arbeidsovereenkomst, een beroep doen op specialisten.
Art. 7
De commissie brengt uiterlijk op 30 juni 1997 een eindverslag uit aan de Senaat.
Art. 8
De bijzondere commissie-Rwanda, ingesteld door de Senaat op 23 januari 1997, wordt opgeheven op het ogenblik van de installatie van de commissie van onderzoek.
| Frank SWAELEN. |