1-382/2 | 1-382/2 |
24 SEPTEMBER 1996
Art. 36
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 36. § 1. Onverminderd de §§ 2 en 3 van dit artikel wordt de territoriale bevoegdheid van de administratieve rechtbank bepaald door de zetel van het bestuursorgaan waarvan de aangevochten handeling uitgaat.
§ 2. In afwijking van § 1 is de administratieve rechtbank van Gent bevoegd wanneer de aangevochten handeling uitgaat van een bestuursorgaan dat in al zijn handelingen uitsluitend het Nederlands moet gebruiken. Evenzo is de administratieve rechtbank van Namen bevoegd wanneer de aangevochten handeling uitgaat van een bestuursorgaan dat in al zijn handelingen uitsluitend het Frans moet gebruiken.
§ 3. In afwijking van de §§ 1 en 2 is, wanneer de aangevochten handeling een onroerend goed betreft, de bevoegde rechtbank die van het rechtsgebied waarin het onroerend goed waarop het geschil betrekking heeft, gelegen is. »
Verantwoording
De territoriale bevoegdheid van de administratieve rechtbank van eerste aanleg moet worden bepaald op basis van de zetel van het bestuursorgaan waarvan de betwiste handeling uitgaat, veeleer dan op basis van de woonplaats van de eiser. Paragraaf 1 staat op die manier borg voor een van de basisrechten van de verdediging en beperkt het risico op tegenstrijdige rechtspraak, aangezien tegenover elk bestuursorgaan slechts één administratieve rechtbank staat.
Beroep tegen beslissingen van gemeentelijke en provinciale organen wordt bijgevolg ingesteld voor de rechtbank van Namen als de plaatselijke overheid in kwestie gevestigd is op Waals grondgebied, voor de rechtbank van Gent als zij gevestigd is op Vlaams grondgebied of voor die van Brussel als het gaat om een van de 19 gemeenten van het Brusselse Gewest.
Aangezien de voornaamste bestuursorganen van het land echter gevestigd zijn in het Brusselse Gewest, wat zou kunnen leiden tot overbelasting van de administratieve rechtbank van Brussel, voorziet het tweede lid in een belangrijke afwijking op het criterium van de administratieve zetel. Indien het bestuursorgaan in al zijn handelingen uitsluitend het Nederlands of het Frans moet gebruiken, zijn respectievelijk de administratieve rechtbank van Gent en die van Namen bevoegd.
Dit afwijkende criterium van de bestuurstaal maakt de administratieve rechtbank van Gent bevoegd voor de bestuurshandelingen die uitgaan van alle Nederlandstalige bestuursorganen, en de administratieve rechtbank van Namen voor de bestuurshandelingen die uitgaan van alle Franstalige bestuursorganen. Deze afwijking heeft tot gevolg dat het criterium van de administratieve zetel enkel nog van toepassing is op handelingen die uitgaan van tweetalige of Duitstalige bestuursorganen.
In de meeste gevallen zullen het criterium van de zetel en het criterium van de taal samenvallen. Dit geldt voor alle eentalige plaatselijke organen die gevestigd zijn in het Waalse of het Vlaamse Gewest. Het criterium van de taal zal enkel doorslaggevend zijn voor de eentalige instellingen gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, zoals de Franse en de Vlaamse Gemeenschap en de Franse en de Vlaamse Gemeenschapscommissies van Brussel. Aangezien de andere bestuursorganen met vestiging te Brussel (federale Regering, Brusselse Gewestregering, Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Brusselse agglomeratie, de 19 gemeenten) tweetalig zijn, kunnen hun handelingen worden aangevochten voor de administratieve rechtbank van Brussel.
Hanteert men het criterium van de bestuurstaal, dan gaat het niet om de taal van de betwiste handeling, maar om de taal (talen) die het bestuursorgaan voor zijn handelingen gebruikt krachtens de institutionele of de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken. Zo zal een individuele handeling van de federale overheid altijd voor de administratieve rechtbank van Brussel worden gebracht, zelfs indien ze is opgesteld in één taal, namelijk die van de betrokken persoon. De combinatie van deze twee criteria zorgt er dus voor dat niet wordt geraakt aan het principe dat tegenover elk bestuursorgaan slechts één administratieve rechtbank staat, teneinde de homogeniteit en de eenheid van de rechtspraak te bevorderen.
De enige uitzondering op dit principe ligt in de tweede afwijking, waarin ons oorspronkelijke wetsvoorstel reeds voorzag. In § 3 wordt bepaald dat wanneer de aangevochten handeling een onroerend goed betreft, de ligging daarvan bepalend is voor het aanwijzen van de bevoegde administratieve rechtbank, ongeacht de taal of de zetel van het bestuursorgaan waarvan de aangevochten handeling uitgaat. Dit derde criterium wijkt dus af van de twee vorige.
De geschillen inzake onteigeningen, ongezonde woningen en gevaarlijke of hinderlijke inrichtingen zullen dus altijd worden gebracht voor de administratieve rechtbank op het rechtsgebied waarvan het desbetreffende onroerend goed gelegen is. Ook dit derde criterium zal meestal samenvallen met het criterium van de taal van het bestuursorgaan, of in het andere geval met dat van de zetel van het bestuursorgaan.
| José DARAS. Eddy BOUTMANS. |