1-196/2 | 1-196/2 |
16 JANUARI 1996
De Commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden heeft het wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 16 januari 1996.
Artikel 1 definieert het begrip « kraamgeld » waarop het Protocol betrekking heeft.
Artikel 2 regelt de toekenning van het bij de Belgische wetgeving voorziene kraamgeld aan de in België wonende gezinnen van werknemers of hiermee gelijkgestelden of zelfstandigen die in Frankrijk een beroepsactiviteit uitoefenen.
Dit recht geldt ook voor de aan de Franse wetgeving onderworpen uitkeringsgerechtigde werklozen en gepensioneerden.
Artikel 3 regelt de toekenning van het bij de Franse wetgeving voorziene kraamgeld aan de in Frankrijk wonende gezinnen van werknemers of hiermee gelijkgestelden of zelfstandigen die in België een beroepsactiviteit uitoefenen.
Dit recht geldt ook voor de aan de Belgische wetgeving onderworpen uitkeringsgerechtigde werklozen en gepensioneerden.
Artikel 4 definieert het begrip « loontrekkende of niet loontrekkende werknemer », onderworpen aan de Franse wetgeving.
Artikel 5 legt het kraamgeld ten laste van de instelling van de woonplaats van de gezinsleden, overeenkomstig de bepalingen van de door die instelling toegepaste wetgeving.
In het tweede lid wordt aan de bevoegde Belgische autoriteiten de mogelijkheid gegeven het kraamgeld in één keer uit te betalen bij de geboorte van het kind.
Artikel 6 bepaalt dat de nadere toepassingsregels van het Protocol vastgesteld zullen worden in een administratieve schikking.
Artikel 7 heft het Protocol van 3 oktober 1977 op.
Overeenkomstig artikel 8 wordt de terugwerkende kracht van het Protocol vastgesteld tot 1 januari 1992.
Artikel 9 omvat een gebruikelijke bepaling omtrent de geldigheidsduur van het Protocol en de stilzwijgende verlenging.
Artikel 10 bepaalt tenslotte dat de overeenkomst in werking treedt op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de uitwisseling van de notificaties.
Dit is de draagwijdte van het Protocol dat de Regering u ter goedkeuring voorlegt.
De minister verstrekt vervolgens enige technische uitleg.
Op het nationaal vlak
Het kraamgeld is een vorm van gezinsbijslag geregeld bij de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders alsook bij de wet van 29 maart 1976 betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen en bij het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen.
Uitbetalingsvoorwaarden :
Het Belgische kraamgeld is verschuldigd bij de geboorte van ieder kind dat recht heeft op de Belgische kinderbijslag en op het Belgisch grondgebied verblijft.
Volgens die criteria wordt geen kraamgeld uitbetaald wanneer het land waar men verblijf heeft, en het land van arbeid niet samenvallen zoals onder meer bij de grensarbeiders.
Deze aangelegenheid kan echter geregeld worden bij internationale overeenkomsten.
Op het internationale vlak
1. E.E.G.-verordening
Het kraamgeld van het Belgische stelsel valt uitdrukkelijk buiten de werkingssfeer van verordening (E.E.G.) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.
2. Bilaterale overeenkomsten
België heeft met een aantal van zijn buurlanden bilaterale overeenkomsten gesloten op basis van het wederkerigheidsbeginsel, zodat gezinnen van werknemers die geen recht hebben op deze bijslag, het kraamgeld toch kunnen ontvangen, zo bijvoorbeeld de akkoorden tussen België en Frankrijk.
3. Belgisch-Franse betrekkingen
Historisch overzicht
a) Artikel 16 van het Aanvullend Akkoord van 17 januari 1948 bij de Frans-Belgische Algemene Overeenkomst over de sociale zekerheid, gewijzigd door het Bijvoegsel van 30 augustus 1957, stelde de Belgische kassen in staat om, ten laste van de nationale omslagregeling, het kraamgeld toe te kennen aan de Franse grensarbeiders die in België waren tewerkgesteld.
Het Frans-Belgisch Protocol van 28 september 1957 betreffende het kraamgeld van de Franse wetgeving op de gezinsbijslag maakte het tot 28 februari 1975 voor de Franse kassen mogelijk om het kraamgeld waarin de Franse wetgeving voorzag, ten laste van de Franse sociale zekerheid toe te kennen aan de Belgische grensarbeiders die in Frankrijk waren tewerkgesteld.
Op 1 maart 1975 werd het kraamgeld waarin de Franse wetgeving voorzag, vervangen door een postnatale uitkering (Franse wet van 3 januari 1975) en op grond van de toekenningsvoorwaarden (verplichte woonplaats van de moeder en het kind in Frankrijk, verplicht medisch toezicht op het kind in Frankrijk tijdens de eerste 24 maanden) was het niet meer mogelijk die uitkering toe te kennen aan de bovenvermelde Belgische grensarbeiders. Het Frans-Belgisch Protocol van 28 september 1957 verviel dus.
b) Het Frans-Belgisch Protocol van 3 oktober 1977 betreffende de pre- en postnatale uitkeringen van de Franse wetgeving en het kraamgeld van de Belgische gezinsbijslagregeling steunt op het criterium van de « gezinswoonplaats ». Dit akkoord bepaalt dat het kraamgeld waarin de respectieve wetgevingen van beide landen voorzien, ten laste van het land van tewerkstelling wordt toegekend aan alle Franse of Belgische werknemers en zelfstandigen wier gezin in Frankrijk of in België woont en niet langer uitsluitend aan de grensarbeiders.
c. Kader van het nieuwe Protocol :
Het Frans-Belgisch Protocol van 3 oktober 1977 werd sedert 1 januari 1985 door de Fransen niet meer toegepast wegens de afschaffing van de pre- en postnatale uitkeringen en de invoering van een bijslag aan het jonge kind (« allocation au jeune enfant »), vervolgens omgevormd tot bijslag voor het jonge kind (« allocation pour jeune enfant »). De betaling van die uitkeringen aan de werknemers kon evenwel blijven doorgaan zonder dat gewacht diende te worden op een herziening van het Protocol, aangezien de Franse gezinsbijslag wordt uitgekeerd zonder dat moet worden voldaan aan voorwaarden inzake tewerkstelling of beroepsactiviteit : de betrokkenen moeten enkel in Frankrijk wonen.
Overeenkomstig de bepalingen van het Protocol van 3 oktober 1977 hebben de R.K.W. en de R.S.V.Z. het kraamgeld voorlopig betaald aan de betrokken werknemers die in België wonen.
4. Nieuw Frans-Belgisch Protocol
Tijdens de onderhandelingen die te Parijs op 25 april 1991 hebben plaatsgehad, hebben de Belgische en Franse delegaties besloten :
met het Belgische kraamgeld gelijk te stellen :
· de Franse bijslag aan het jonge kind voor de periode van 1 januari 1985 tot 14 januari 1986;
· de Franse bijslag voor het jonge kind voor de periode van 15 januari 1986 tot 31 december 1991;
af te zien van de wederzijdse terugbetaling van vroeger uitgekeerd kraamgeld.
Het Protocol betreffende het kraamgeld houdt rekening met de nieuwe ontwikkelingen in de Franse wetgeving inzake gezinsbijslag en met de bij de E.E.G.-verordening nr. 3427/89 van 30 oktober 1989 in de Gemeenschapsverordeningen aangebrachte wijzigingen.
Het bevat drie belangrijke nieuwe feiten :
a) het Protocol is thans ook van toepassing op uitkeringsgerechtigde werklozen en op gepensioneerden;
b) de nationaliteitsvoorwaarde is afgeschaft zodat elke sociaal-verzekerde in aanmerking komt, zelfs indien hij de nationaliteit bezit van een staat die geen lid is van de E.E.G.;
c) de instelling van het land waar men zijn woonplaats heeft, voert de betalingen uit en blijft de financiële last dragen zodat niet langer moet worden overgegaan tot een regularisatie.
De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerkingen eenparig aangenomen.
Het ontwerp in zijn geheel wordt eveneens eenparig aangenomen.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De Rapporteur,
Michèle BRIBOSIA-PICARD. |
De Voorzitter,
Valère VAUTMANS. |