1-194/8

1-194/8

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

4 JULI 1996


Voorstel van resolutie over de situatie van het milieu en de mensenrechten in Nigeria


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN NA TERUGZENDING DOOR DE PLENAIRE VERGADERING


De Senaat,

Gelet op de situatie in Nigeria, waar onlangs ondanks sterk internationaal protest negen opposanten van het militaire regime werden opgeknoopt, onder wie de schrijver en milieu- en mensenrechtenactivist Ken Saro-Wiwa;

Gelet op het feit dat de opposanten in botsing kwamen met het regime omdat zij het opnamen voor de bescherming van het Ogoni-volk, dat een half miljoen mensen telt, en voor de bescherming van hun leefgebied, al vele jaren bedreigd door een brutale exploitatie van olie;

Gelet op het feit dat de Europese Unie tegelijk de voornaamste afnemer is van Nigeriaanse olie en de belangrijkste aandeelhouders telt van de maatschappijen die in Nigeria actief zijn;

Gelet op de manier waarop de gevangenschap van de opposanten is verlopen, nadat zij in mei 1994 werden aangehouden, negen maanden zonder beschuldiging bleven, en dan verantwoordelijk werden gesteld voor de dood van vier overheidsfunctionarissen, overleden tijdens rellen, en dit zonder sluitende bewijsvoering en zelfs zonder enige vorm van elementair respect voor de rechten van hun verdediging;

Verwijzend naar de felle internationale protesten vóór en na de voltrekking van het doodvonnis, met onder meer massaal terugroepen van ambassadeurs;

Verwijzend naar de lopende procedure bij de V.N.-Veiligheidsraad, waar de zaak eerlang aan de orde wordt gesteld;

Vaststellend dat België momenteel geen ambassadeur heeft in Nigeria;

Gelet op het feit dat sinds de machtsovername, in 1993, door toedoen van het huidige militaire bewind alle critici van het regime achter de tralies zijn beland;

Gelet op de onmenselijke behandeling van gevangenen die geregeld de nodige verzorging moeten ontberen;

Verwijzend naar de protesten tegen Nigeria in het kader van de samenkomst van de landen van het Gemenebest;

Gelet op de dreiging van een massaal conflict in Nigeria dat vele slachtoffers zal maken en vluchtelingenstromen en hongersnood kan teweegbrengen,


Verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Economie op het niveau van de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken, te bepleiten dat de Europese Unie alleen olie betrekt uit landen die de democratische beginselen en de mensenrechten naleven.

Verzoekt de leidinggevende organen van de olieindustrie en de andere Europese firma's actief in Nigeria, hun exploitatie in dat land te organiseren op een manier die niet strijdig is met de rechten van de inheemse volkeren en met de zorg voor het leefmilieu, en niet te aanvaarden dat hun handelsactiviteiten in en met Nigeria uiteindelijk verbonden zijn met de totale miskenning van de bepalingen, omschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;

Verzoekt de vennootschap Shell haar economische machtspositie aan te wenden om druk uit te oefenen op de Nigeriaanse Regering ten einde deze ertoe te brengen een democratischer houding aan te nemen en de mensenrechten strikter te eerbiedigen;

Verzoekt de Regering in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan te dringen op de oprichting van een onafhankelijke en onpartijdige onderzoekscommissie die de door de huidige militaire Regering van Nigeria begane misdaden moet onderzoeken;

Verzoekt de Europese Commissie Nigeria te schorsen als lid van de Lomé-Conventie totdat de democratie, speciaal inzake het optreden van het gerecht, in het land is hersteld.