1-12/1 | 1-12/1 |
27 JUNI 1995
Artikel 32, 5º, van de wet op de arbeidsovereenkomsten stelt dat de verbintenissen die voortspruiten uit een arbeidsovereenkomst kunnen eindigen door overmacht.
Uit de context van de wet blijkt dat dit resultaat werd voorbehouden aan overmacht met definitieve gevolgen, d.w.z. die de uitvoering definitief onmogelijk maken.
Artikel 26 van dezelfde wet bepaalt immers dat, wanneer ten gevolge van overmacht de uitvoering van de arbeidsovereenkomst slechts tijdelijk onmogelijk is, de uitvoering van de overeenkomst alleen maar wordt geschorst.
Voor de toepassing van artikel 32, 5º, is het derhalve nodig dat de onmogelijkheid om de arbeidsovereenkomst uit te voeren onvermijdelijk definitief is.
Alleen dan wordt de arbeidsovereenkomst meteen beëindigd zonder opzegging of opzeggingsvergoeding.
Er werd door de rechtbanken vaak beslist dat bijvoorbeeld een brand die de bedrijfsgebouwen vernietigt, een vorm van overmacht is in de zin van artikel 32, 5º, zelfs indien de betrokken werkgever aanspraak kan maken op een uitkering door een verzekeringsmaatschappij voor de opgelopen brandschade.
Bedoelde rechtspraak is gesteund op een arrest van het Hof van Cassatie van 10 november 1976 (J.T.T. 1978, pp. 131-132) dat een arrest bevestigt van het Brusselse Arbeidshof van 19 september 1975 (arrest nr. 2458).
Dit hof oordeelde dat geen rekening moest gehouden worden met de achteraf door de verzekeringsmaatschappij betaalde schadevergoeding, omdat de juridische gevolgen van de overmacht zouden intreden vanaf het moment dat het toeval zich voordoet en daarom op dat moment moeten worden bepaald.
Wij zijn van oordeel dat deze rechtspraak onterecht is. Zelfs als de werkgever wordt geconfronteerd met een onbetwist geval van overmacht, dan dient de rechter nog te onderzoeken of de gevolgen daarvan wel definitief en onvermijdelijk waren, anders heeft artikel 26 geen zin.
Noch het Brusselse Arbeidshof, noch het Hof van Cassatie, hebben een antwoord gegeven op het argument dat het recht op een verzekeringsvergoeding de mogelijkheid om de onderneming opnieuw op te starten in een volledig nieuw daglicht plaatst.
De door brand veroorzaakte overmacht kan ons inziens in dat geval slechts tijdelijke gevolgen hebben. De mogelijkheid voor de werkgever om zijn onderneming terug op te bouwen met verzekeringsgeld (of zelfs met voorheen geboekte winsten) impliceert dat hij niet echt overmacht met definitieve gevolgen kan inroepen.
Hij is immers in de mogelijkheid de arbeidsovereenkomst(en), na verloop van tijd, verder uit te voeren. Dat betekent niet noodzakelijk dat hij verplicht is de verzekeringsvergoeding of zijn winst opnieuw in het bedrijf te investeren.
De mogelijkheid daartoe zou moeten volstaan.
Samengevat is het onze overtuiging dat indien de werkgever na een overmachtssituatie in de theoretische mogelijkheid verkeert het bedrijf opnieuw op te starten en hij niettemin, met een beroep op artikel 32, 5º, van de wet op de arbeidsovereenkomsten, de arbeidsovereenkomst(en) van een of meer personeelsleden beëindigt, het einde van die arbeidsovereenkomst(en) niet wordt veroorzaakt door overmacht, maar door een eigen beslissing van de werkgever met alle gevolgen vandien, zoals bijvoorbeeld het betalen van opzeggingsvergoedingen wegens eenzijdige contractbreuk of het eventueel uitbetalen van sluitingspremies.
Teneinde een bepaalde rechtspraak af te remmen, lijkt het ons nodig artikel 26 van de wet op de arbeidsovereenkomsten aan te vullen.
| Lydia MAXIMUS. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
« De overeenkomst kan evenmin worden beëindigd op grond van overmacht, wanneer de definitieve onmogelijkheid om de overeenkomst uit te voeren ongedaan kan worden gemaakt, door de partij die de overmacht inroept om haar verplichtingen niet na te komen. »
| Lydia MAXIMUS. Nadia MERCHIERS. |
(1) Dit wetsvoorstel werd reeds in de Senaat ingediend op 19 maart 1993, onder het nummer 691-1 (1992-1993).