Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 8-264

van Celia Groothedde (Ecolo-Groen) d.d. 30 juni 2025

aan de minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid

Asielzoekers - Aantal - Dossierbehandeling - Gemiddelde duur - Opvang in Brussel - Cijfers - Evolutie

asielzoeker
officiële statistiek
Dienst Vreemdelingenzaken
Hoofdstedelijk Gewest Brussels
migratiebeleid

Chronologie

30/6/2025Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 31/7/2025)
1/9/2025Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-263

Vraag nr. 8-264 d.d. 30 juni 2025 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De geachte minister voor Asiel en Migratie maakte een zware besparingsronde bekend. Deze besparing zou het aantal opvangplekken van 35 000 naar 11 000 terugbrengen.

Nu is het al overduidelijk dat 35 000 plekken te weinig zijn. Mensen met recht op asiel krijgen geen opvang, ook gezinnen met kinderen belanden op straat.

Dit wordt nog verscherpt doordat het behandelen van dossiers rond asiel en migratie steeds langer duurt en mensen steeds langer in onzekerheid zitten.

De nieuwe federale regering besliste tot een bijzonder streng en minimaal opvangbeleid.

In 2015 kwamen er 39 064 nieuwe asielzoekers aan, die na een aantal weken protest allen opvang konden krijgen. In de huidige «crisis» kwamen minder mensen aan: 32 219 asielzoekers die in ons land vorig jaar om internationale bescherming vroegen. Tijdens de asielcrisis van 2000 lag het aantal aanvragen een pak hoger dan het afgelopen jaar. Het zijn er wel bijna 9 000 meer dan in 2019.

1) Hoe ziet de vergelijking eruit? Hoeveel mensen waren er in 2015 op straat in Brussel die asiel zochten, in 2019, en in 2024? Graag kreeg ik een evolutie per jaar sinds 2015 tot en met 2024.

2) Wat is de raming van het aantal mensen die er in Brussel bijkomend op straat zullen belanden door deze nieuwe besparing?

3) Wat was de gemiddelde duur van een dossierbehandeling in 2018 door de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS), in 2022, en vandaag (of de laatst beschikbare datum)?

4) Hoeveel van deze mensen zijn opgevangen door en binnen het Brussels opvangnetwerk, en op hoeveel mensen op welke plekken? Wat is de budgettaire impact hiervan voor Brussel? Graag kreeg ik een evolutie van deze drie laatste cijfers ook per jaar.

Antwoord ontvangen op 1 september 2025 :

1) Fedasil heeft tussen 2015 en 2021 steeds alle personen die recht hebben op materiële hulp een opvangplaats kunnen aanbieden. Vanaf 2022 werd er wegens plaatstekort voorrang gegeven aan gezinnen met kinderen en kwetsbare personen, en werd er voor alleenstaande mannen een wachtlijst voorzien. Momenteel bevinden er zich 1 836 personen op de wachtlijst.

2) De genomen crisismaatregelen hebben als doelstelling om de instroom te laten dalen, waardoor de opvangcapaciteit kan afgebouwd worden. Deze besparing is dus gelinkt aan de mogelijkheden om deze afbouw te realiseren.

3) 1. De onderstaande cijfers van de Dienst vreemdelingenzaken (DVZ) geven de gemiddelde en mediane duur in kalenderdagen weer tussen het indienen van het verzoek om internationale bescherming en de overdracht van het dossier aan het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS):


2025 (juni)

2022

2018

Gemiddelde

106,19

88,92

78,23

Mediaan

96

58

42

Aantal personen dat een aanvraag indiende

17 567

36 871

23 443

Aantal personen waarvoor het dossier werd overgedragen

13 391

25 525

17 048

Aantal VTE van niveau C belast met de interviews en de overdracht op 1 januari van het jaar

35

31

21,1

3) 2. CGVS

Hieronder vindt u een tabel met de gemiddelde en mediane behandelingsduur uitgedrukt in kalenderdagen voor de jaren 2018 tot en met 2025 (voor 2025 werd rekening gehouden met alle genomen beslissingen in de periode januari tot en met juni) bij het CGVS. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de gemiddelde en de mediane behandelingstermijn omdat het gemiddelde vaak vertekend wordt door extreme waarden, wat bij de mediaan minder het geval is. Er zijn ook aanzienlijke verschillen inzake behandelingsduur afhankelijk van het beslissingstype. Zo worden de beslissingen van het type «niet-ontvankelijk volgend verzoek» gemiddeld genomen het snelst beslist en beslissingen tot «uitsluiting van de vluchtelingenstatus en/of subsidiaire bescherming» het minst snel.

Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen de behandelingsduur vanaf het moment van het indienen van het verzoek om internationale bescherming (VIB) en de overdracht van het dossier van de DVZ naar het CGVS (de transfer van het dossier). Het CGVS is namelijk pas verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek nadat de DVZ het dossier overmaakt en het onderzoek in het kader van de Dublin-verordening dus is afgerond. Het inhoudelijke onderzoek naar het verzoek om internationale bescherming vangt pas dan aan. Met uitzondering van dossiers die versneld of prioritair behandeld dienen te worden, behandelt het CGVS de dossiers volgens het «FIFO-principe» (first in, first out).

Naast de opgelopen werklast zijn er ook externe omstandigheden die kunnen wegen op de behandelingsduur van verzoeken om internationale bescherming. Soms kunnen verzoekers omwille van medische redenen niet worden opgeroepen voor gehoor, dit was in het bijzonder het geval tijdens Covid, maar is ook vandaag nog soms het geval. Ook komt voor dat verzoekers die jaren geleden hun verzoek hebben ingediend en waarvoor de DVZ tot het besluit kwam dat België niet verantwoordelijk was voor de behandeling van hun dossier (de zogenaamde beslissing 26quater). Het gebeurt echter regelmatig dat vervolgens de Dublintransfer niet kan worden verwezenlijkt waardoor het dossier ondanks de eerdere Dublinbeslissing toch aan het CGVS wordt overgemaakt; in sommige van deze gevallen duikt de verzoeker zelfs pas jaren na zijn verzoek terug op en wordt het dossier alsnog overgemaakt aan het CGVS. In dergelijke gevallen kan de behandelingsduur dan ook zeer lang zijn zonder dat dit de verantwoordelijkheid betreft van de asielinstanties.

Fund. Decision Year

Gemiddelde duur

overdracht dossier/beslissing

Mediane duur

overdracht dossier/beslissing

Gemiddelde duur

indienen VIB/beslissing

Mediane duur

indienen VIB/beslissing

2018

278

101

306

180

2019

162

96

280

217

2020

208

167

362

338

2021

263

187

416

372

2022

314

222

450

354

2023

274

196

410

377

2024

316

242

428

373

2025 (jan-jun)

379

326

490

432

Voor de beslissingen genomen in het eerste semester van 2025 nam het CGVS in 53,3 % van de dossiers een eindbeslissing binnen het jaar na datum van de overdracht van het dossier vanuit de DVZ.

Duur transfer dossier / beslissing

0-1 maand

1-2 maanden

2-3 maanden

3-6 maanden

6-12 maanden

12-24 maanden

langer dan 24 maanden

2018

22,34%

12,57%

12,60%

17,58%

12,65%

12,86%

9,41%

2019

19,89%

14,45%

14,79%

24,34%

16,77%

6,43%

3,32%

2020

15,10%

8,72%

8,21%

21,49%

30,71%

14,28%

1,48%

2021

17,49%

8,09%

7,76%

16,20%

21,85%

22,62%

6,00%

2022

12,31%

7,02%

8,69%

16,85%

18,79%

27,07%

9,26%

2023

14,03%

7,03%

10,01%

17,18%

24,04%

19,80%

7,91%

2024

14,72%

8,94%

6,58%

13,11%

20,35%

26,88%

9,41%

2025

14,84%

7,21%

6,72%

10,29%

14,24%

30,83%

15,88%

Voor de beslissingen genomen in het eerste semester van 2025 nam het CGVS in 43,7 % van de dossiers een eindbeslissing binnen het jaar na datum van het indienen van het verzoek bij de DVZ.

Duur indienen VIB-beslissing

0-1 maand

1-2 maanden

2-3 maanden

3-6 maanden

6-12 maanden

12-24 maanden

langer dan 24 maanden

2018

8,89%

9,54%

9,57%

22,79%

20,78%

13,49%

14,94%

2019

5,41%

6,11%

7,50%

22,52%

33,62%

19,49%

5,34%

2020

2,65%

4,50%

5,10%

12,36%

29,88%

39,69%

5,83%

2021

6,60%

9,27%

7,16%

13,65%

12,88%

30,96%

19,48%

2022

1,91%

4,34%

6,09%

16,65%

21,96%

28,20%

20,85%

2023

4,54%

5,04%

4,62%

14,01%

20,65%

38,42%

12,72%

2024

5,10%

7,38%

6,52%

12,14%

17,90%

32,68%

18,28%

2025

1,70%

3,05%

3,87%

15,76%

19,33%

31,01%

25,28%

4) In het kader van de Brussels Deal, financiert Fedasil 2 000 opvangplaatsen binnen het Brusselse daklozennetwerk.

Hierbij de bedragen die Fedasil heeft betaald aan het Brussels gewest in de laatste drie jaar:

– 2022: 2 776 291,20 euro;

– 2023: 25 514 093,49 euro;

– 2024: 42 471 464,40 euros.

De stijging van de door Fedasil uitgekeerde bedragen gedurende de betreffende jaren is verbonden aan het toenemende aantal plaatsen dat door de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel ter beschikking wordt gesteld en indexaties.