Personen met een handicap - Arbeidsmarkt - Inclusie - Ministeriële departementen - Cijfers
werknemer met een beperking
officiële statistiek
integratie van gehandicapten
ministerie
overheidsadministratie
gereserveerde arbeidsplaats
| 17/4/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2025) |
| 20/5/2025 | Antwoord |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-148
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-149
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-150
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-151
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-152
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-153
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-155
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-156
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-157
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-158
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-159
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-160
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 8-161
Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, dat door België werd bekrachtigd op 2 juli 2009, bepaalt dat personen met een handicap recht hebben op werk.
In het laatste evaluatieverslag van 2024 wees het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap erop dat «de werkgelegenheidsgraad van personen met een handicap laag is en onder het Europees gemiddelde blijft, en dat er geen merkbare vooruitgang werd geboekt naar een inclusieve arbeidsmarkt, aangezien de meerderheid van de werkende personen met een handicap tewerkgesteld is in beschutte werkplaatsen».
Tijdens het recente colloquium in de Senaat met als thema «Autonomie en verstandelijke beperking: Hoe bevorderen we inclusie?» werd benadrukt dat toegang tot werk een belangrijke uitdaging blijft, in het bijzonder voor personen met zwaardere handicaps.
Ondanks de geboekte vooruitgang, blijven er immers nog tal van uitdagingen bestaan, zoals de onzekerheid van de arbeidsovereenkomsten en het gebrek aan sensibilisering bij werkgevers. De getuigenissen tijdens dit evenement toonden het belang aan van inclusieve beleidsmaatregelen en concrete stimulansen om de inclusie van personen met een mentale handicap op de arbeidsmarkt te bevorderen.
Tijdens het colloquium werd benadrukt dat inclusie geen liefdadigheid is, maar een grondrecht. In dat opzicht moeten we diversiteit waarderen en het potentieel van elk individu erkennen. Er werd ook gewezen op de noodzaak om de begeleidingsmechanismen te verbeteren voor wie de arbeidsmarkt wil betreden. Daarnaast is het essentieel ervoor te zorgen dat deze personen tijdens dit proces geen financiële verliezen lijden.
Wat de overheidssector betreft, moeten de overheidsdiensten - zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten – quota respecteren. Voor het federale niveau voorzien artikel 25 van de wet van 22 maart 1999 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, en artikelen 1 tot 5 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot stage, in de invoering van een quotum van 3 % tewerkstelling van personen met een handicap in de federale overheidsdiensten.
Het transversale karakter van deze vraag is voldoende duidelijk, aangezien ze zowel betrekking heeft op de tewerkstelling van personen met een handicap in de overheidssector als op het beleid inzake ondersteuning van personen met een handicap. Zo behoren de plaatsing van werknemers en het beleid gericht op doelgroepen tot de bevoegdheid van de Gewesten, terwijl onderwijs en vorming onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen vallen.
1) a) Hoeveel personen met een handicap waren er in 2024 werkzaam binnen uw departement, uitgesplitst per taalrol?
b) Hoeveel personen met een handicap zijn in 2024 met pensioen gegaan binnen uw departement? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap?
c) Hoeveel personen met een handicap hebben hun arbeidsovereenkomst beëindigd? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap?
d) Hoeveel vrouwen met een handicap waren werkzaam binnen uw departement? Welk percentage vertegenwoordigt dit aantal ten opzichte van het totale aantal personeelsleden met een handicap binnen uw overheidsdienst?
2) Welke inspanningen zijn geleverd om deze aantallen te verhogen?
1) a) In 2024 werkten elf Nederlandstalige en veertien Franstalige medewerkers met een handicap bij de federale politie.
b) In 2024 is geen enkele medewerker met een handicap met pensioen gegaan.
c) In 2024 heeft slechts één medewerker met een handicap zijn contract beëindigd, wat 4 % van het totale aantal personen met een handicap bij de federale politie vertegenwoordigt.
d) Er werken tien vrouwen met een handicap bij de federale politie, tegenover vijftien mannen met een handicap, wat 40 % uitmaakt van het totale personeelsbestand met een handicap bij de federale politie.
2) De dienst Diversiteit en Inclusie van de Algemene Directie van het middelenbeheer en de informatie heeft eind 2024 een expertengroep opgericht die zich bezighoudt met deze problematiek en het verhogen van de werkgelegenheidsgraad van personen met een handicap bij de federale politie.
Deze groep werkt aan verschillende verbeteringsvoorstellen:
– een inclusiever wervingsbeleid voeren en de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van banen voor personen met een handicap vergroten;
– zorgen dat alle noodzakelijke redelijke aanpassingen worden doorgevoerd, zowel voor bestaande leden als voor potentiële nieuwe leden;
– contacten leggen met verschillende verenigingen en organisaties die actief zijn op het gebied van handicap en bestaande leden of eventuele nieuwe leden, indien nodig, een begeleid traject laten volgen, voordat ze naar een baan binnen de politie worden geleid en hun inzet wordt bevorderd.
De dienst Diversiteit en Inclusie werkt momenteel nauw samen met het Federaal Inclusienetwerk binnen BOSA (FOD Beleid en Ondersteuning) over deze kwestie, aangezien verschillende diensten van de federale administraties, net als de federale politie, een proactief beleid op dit vlak beginnen te voeren.
Voor het gemak van het geachte parlementslid hebben de onderstaande antwoorden betrekking op statistieken van de FOD Binnenlandse Zaken.
1) a)
|
Taalrol |
FR |
NL |
Totaal |
|
Aantal werknemers met een handicap |
9 |
12 |
21 |
b) Geen enkel personeelslid met een handicap is met pensioen gegaan in 2024 binnen de departementen van de FOD Binnenlandse Zaken die onder mijn bevoegdheid vallen.
c)
|
Medewerkers met een handicap |
Medewerker met een handicap die zijn arbeidsovereenkomst heeft beëindigd |
Percentage |
|
21 |
1 |
4,761 % |
d)
|
|
Man |
Vrouw |
Totaal |
% vrouwen |
|
Medewerkers met een handicap |
10 |
11 |
21 |
52,38% |
2) In 2024 heeft de FOD Binnenlandse Zaken verschillende initiatieven genomen om de vereiste 3 % op lange termijn te bereiken:
– aanwerving van een Talent Exchange in oktober 2024 om het actieplan dat in 2024 is opgesteld door de directie Welzijn van de FOD Binnenlandse Zaken aan te passen, te implementeren en op te volgen, en het actieplan 2025 op te stellen;
– actieve deelname aan het door BOSA geïnitieerde netwerk Inclusie, dat informatie, tools, opleidingen, enz., over inclusie op federaal niveau ter beschikking stelt voor verspreiding binnen de FOD Binnenlandse Zaken;
– deelname aan de workshops die door de FOD BOSA worden georganiseerd, om organisaties te ondersteunen in hun denkproces en zo een begin te maken met het definiëren van hun 3 % actieplan voor het jaar 2025, zoals voorzien in de regelgeving voor organisaties die dit percentage nog niet hebben bereikt;
– verspreiding van een artikel ter gelegenheid van de Internationale Dag voor mensen met een beperking (3 december) om mensen met een handicap die bij de FOD Binnenlandse Zaken werken, te sensibiliseren om zich te laten erkennen en meer inzicht te krijgen in de verschillende voordelen waarop ze recht hebben. Het artikel was geflankeerd door tools en brochures rond handicap en redelijke aanpassingen (praktische gids, onthaaltraject, enz.);
– bijwerking van de procedure voor redelijke aanpassingen om de aanvragen te vergemakkelijken en te centraliseren bij één enkel contactpunt;
– bedrijfstheatervoorstelling over respect op 10 december 2024 (een deel was gewijd aan het begrip handicap en hoe er op een respectvolle manier mee omgaan);
– opleiding over het Khaleidoscope-spel: drietalig (Engels, Nederlands en Frans) gezelschapsspel en trainingstool voor inclusie. Khaleidoscope opent onze ogen voor de verschillende vormen van uitsluiting die we in ons dagelijkse leven meemaken maar waar we soms overheen kijken. Het spel maakt ons gevoelig voor verschillen en confronteert ons met onze onbewuste vooroordelen. Het leert ons hoe we ons inclusiever kunnen gedragen. De combinaties van realistische situaties en gedragingen en de interpretaties door de verschillende spelers vormt een echte caleidoscoop van inclusie;
– verspreiding van informatie en tools rond handicap en de mogelijkheid om samen te werken met maatwerkbedrijven tijdens vergaderingen van de Personeel en Organisatie (P&O)- en Facility-netwerken.
In 2025 werd een specifiek actieplan om de 3 %-doelstelling te halen goedgekeurd door het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken en verstuurd naar de Commissie voor de inclusie van personen met een handicap. De voornaamste doelstellingen zijn:
– strategische doelstelling 1: de analysetools van de FOD Binnenlandse Zaken rond handicap verbeteren:
• operationele doelstelling 1: de situatie binnen de FOD Binnenlandse Zaken analyseren en nuttige tools rond handicap ontwikkelen;
• operationele doelstelling 2: de personeelsleden van de FOD Binnenlandse Zaken uitnodigen en ondersteunen om hun handicap te laten erkennen en hen helpen met de stappen die ze moeten ondernemen;
– strategische doelstelling 2: de personeelsleden van de FOD Binnenlandse Zaken sensibiliseren voor de verschillende vormen van handicaps en de inclusie van personen met een handicap bevorderen:
• operationele doelstelling 3: sensibiliseringsmomenten en een werkgroep over handicaps organiseren en bepaalde vooroordelen tegengaan;
• operationele doelstelling 4: de diensten aanmoedigen om samen te werken met maatwerkbedrijven voor 1% van de te behalen 3 %-doelstelling;
– Strategische doelstelling 3: arbeidspostaanpassingen en redelijke aanpassingen binnen de FOD Binnenlandse Zaken:
• operationele doelstelling 5: de procedures voor het aanvragen van arbeidspostaanpassingen en redelijke aanpassingen verduidelijken en vereenvoudigen;
– Strategische doelstelling 4: selectie van personen met een handicap:
• operationele doelstelling 6: in toekomstige selecties positieve acties implementeren om op lange termijn de doelstelling van 3% tewerkstelling voor mensen met een handicap te halen;
– strategische doelstelling 5: begeleiding van personen met een handicap tijdens hun indiensttreding:
• operationele doelstelling 7: een werkomgeving creëren die bevorderlijk is voor de inclusie van mensen met een handicap binnen de FOD Binnenlandse Zaken.
Tot slot werd in maart 2025 een participatief cofinancieringsproject ingediend bij de FOD BOSA om de werkomgeving (drie zalen) te verfraaien in samenwerking met verenigingen voor artistieke creatie die bestaan uit mensen met een verstandelijke beperking.
De verfraaiing van deze zalen is niet alleen inspirerend, maar stimuleert ook uitwisselingen tussen mensen die ze ontdekken. Het idee is om interactie op de werkplek te faciliteren om medewerkers aan te moedigen beter samen te werken in deze speciale ruimtes, terwijl hun creatieve potentieel (opnieuw) wordt geactiveerd.
Maar het doel van dit project is tweeledig: naast het verfraaien van de werkomgeving door middel van artistieke creaties, zullen we sensibiliseringsmomenten organiseren op basis van uitwisselingen en ontmoetingen tussen de leden van de FOD Binnenlandse Zaken (creatie van een groep vrijwilligers) die de werkruimtes dagelijks gebruiken, en de kunstenaars die ze zullen verfraaien op basis van de interacties die tot stand zijn gebracht. Via deze bijeenkomsten willen we diversiteit en inclusie bevorderen en samen nadenken over het begrip «anders werken». Elke deelnemer leert van de ander en neemt deel aan een samenwerkingsproject dat stap voor stap wordt opgebouwd.