Personen met een handicap - Europese gehandicaptenkaart - Europese parkeerkaart - Richtlijnen (EU) 2024/2841 en (EU) 2024/2842 - Omzetting - Uitvoering - Termijn
richtlijn (EU)
parkeerterrein
faciliteiten voor gehandicapten
vrij verkeer van personen
gehandicapte
gezondheidskaart
nationale uitvoeringsmaatregel
| 17/4/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2025) |
| 15/5/2025 | Antwoord |
Op 23 oktober 2024 heeft het Europees Parlement twee richtlijnen aangenomen die tot doel hebben het reizen van personen met een handicap binnen de Europese Unie (EU) te vergemakkelijken (richtlijnen (EU) 2024/2841 en 2024/2842).
De eerste richtlijn voorziet in de invoering van een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart voor personen met een handicap.
Deze kaarten moeten ervoor zorgen dat personen met een handicap tijdens tijdelijke verblijven in de EU gelijke toegang krijgen tot bijzondere voorwaarden, zoals verlaagde toegangsprijzen, prioritaire toegang en gereserveerde parkeerplaatsen.
De nationale overheden zullen verantwoordelijk zijn voor de uitgifte van deze kaarten, zowel in fysieke als digitale vorm, en zorgen voor de erkenning ervan in alle lidstaten.
De tweede richtlijn breidt deze bepalingen uit tot onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven, zodat ook zij deze kaarten kunnen gebruiken tijdens hun verblijf in een andere lidstaat.
Er bestond geen wederzijdse erkenning van de status van persoon met een handicap in de lidstaten, wat leidde tot aanzienlijke verschillen in de toegekende rechten naargelang van het land van verblijf. Een burger met een handicap had dus niet noodzakelijk dezelfde rechten, naargelang hij bijvoorbeeld in Griekenland of Duitsland woonde.
Ondanks het ontbreken van een harmonisatie bestaat er een gemeenschappelijk streven om het vrije verkeer van personen met een handicap te bevorderen. De belangrijkste beginselen hiervan zijn vastgelegd in tal van teksten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, dat door alle lidstaten werd bekrachtigd. Dit Verdrag heeft bijgedragen aan de totstandkoming van verschillende Europese teksten over thema's als toegankelijkheid en gelijke behandeling.
De recente richtlijnen geven de lidstaten een termijn van tweeënhalf jaar om hun nationale wetgeving aan te passen, en drieënhalf jaar om de maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Dit moet zorgen voor een ruimer vrij verkeer van personen met een handicap binnen de EU, en zo hun toegang tot rechten en preferentiële voorwaarden vergemakkelijken.
Omdat België een federale staat is, zijn de bevoegdheden inzake mobiliteit verdeeld tussen het federale niveau en de gewesten. Bovendien zijn de bevoegdheden voor personen met een handicap in België zeer versnipperd. Naargelang van de diverse aspecten is het gewestelijke, het federale of het Europese niveau bevoegd.
Het gaat dan ook duidelijk om een transversale aangelegenheid, gelet op de implicaties op het vlak van onder meer volksgezondheid, handicap en gelijke kansen, die dan ook onder de bevoegdheid van de Senaat valt.
De mobiliteitskwestie voor personen met een handicap werd bij de Zesde Staatshervorming deels geregionaliseerd. De Gewesten zijn nu verantwoordelijk voor de uitgifte en controle van de parkeerkaarten, maar de wetgeving valt nog steeds onder het federale niveau.
1) Welke termijn heeft de regering vooropgesteld voor de implementatie van deze richtlijnen?
2) Vanaf welke datum zullen deze nieuwe kaarten kunnen worden aangevraagd door de personen die ervoor in aanmerking komen?
1) Overeenkomstig artikel 21 van richtlijn (EU) 2024/2841 moeten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uiterlijk op 5 juni 2027 in nationaal recht worden omgezet. Deze bepalingen moeten op dezelfde datum officieel worden bekendgemaakt en aan de Europese Commissie worden meegedeeld. De nationale wetgeving tot omzetting van de richtlijn moet uiterlijk op 5 juni 2028 daadwerkelijk van kracht zijn, dat wil zeggen dat de burgers dan daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de rechten die daaruit voortvloeien. Deze termijnen gelden ook voor richtlijn (EU) 2024/2842, die de bepalingen van de eerste richtlijn uitbreidt tot onderdanen van derde landen die legaal in de Europese Unie (EU) verblijven.
Zoals u zelf aangeeft, vereist de omzetting van deze richtlijnen een gecoördineerde aanpak tussen verschillende bestuursniveaus, gezien de bevoegdheidsverdeling in België. Zowel de federale overheid als de gefedereerde entiteiten zijn bevoegd voor verschillende aspecten van de omzetting en uitvoering van de richtlijnen. Om deze coördinatie te waarborgen, zijn er interfederale werkgroepen opgericht voor de Europese gehandicaptenkaart (European Disability Card, EDC) en de Europese parkeerkaart, waarin vertegenwoordigers van alle betrokken overheidsniveaus (federaal, Gewesten en Gemeenschappen) zijn vertegenwoordigd. Deze werkgroepen streven naar een zo uniform mogelijke aanpak en omzetting.
De federale overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid is aangewezen als leidende autoriteit voor deze richtlijnen. Dit betekent dat deze federale overheidsdienst verantwoordelijk is voor de coördinatie van het omzettingsproces en de contacten met de Europese Commissie.
2) Zodra de Belgische wetgeving volledig is geïmplementeerd, zal België de Europese kaarten afgeven. Zoals aangegeven, moeten de lidstaten uiterlijk op 5 juni 2028 de nodige maatregelen nemen om de nieuwe kaarten te kunnen afgeven. Vanaf die datum moeten personen met een erkende handicap een kaart kunnen verkrijgen in de lidstaat waar zij hun woonplaats hebben.
Voor de Europese gehandicaptenkaart (EDC) kan de persoon met een handicap kiezen tussen een digitale versie, een fysieke versie of beide. Deze bepaling is expliciet opgenomen in de richtlijn.
Wat de Europese parkeerkaart betreft, schrijft de richtlijn voor dat de fysieke kaart verplicht moet worden afgegeven, terwijl een digitale versie facultatief door de lidstaten kan worden ontwikkeld en afgegeven. Bovendien is voor deze kaart een overgangsperiode voorzien: de lidstaten moeten ervoor zorgen dat alle bestaande parkeerkaarten voor personen met een handicap vóór 5 december 2029 worden vervangen. Dit geeft de autoriteiten de nodige tijd om een geleidelijke overgang te verzekeren.