Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1810

van Steven Coenegrachts (Open Vld) d.d. 10 november 2022

aan de minister van Defensie

Militaire domeinen - Kleiduifstanden - Mogelijk gebruik door burgers schietclubs - Nieuwe domaniale vergunningen - Overleg met de gemeenschapsministers van Sport

militaire basis
krijgsmacht
publiek eigendom
handvuurwapens
persoonlijk wapen
sport

Chronologie

10/11/2022Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 15/12/2022)
23/12/2022Antwoord

Vraag nr. 7-1810 d.d. 10 november 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 28 april 2021 stelde ik een schriftelijke vraag nr. 7-1218 aan de geachte minister van Defensie met betrekking tot het faciliteren van kleiduifstanden op militaire domeinen. Uit het antwoord dat ik mocht ontvangen blijkt dat geen nieuwe domaniale vergunningen meer worden toegestaan voor het gebruik van militaire schietstanden door burgerschietclubs omdat militaire standen momenteel een intenser eigen militair gebruik kennen en de vergunningen op zich bijkomende lasten creëren voor Defensie.

Op 9 mei 2022 stelde ik een schriftelijke vraag nr. 787 aan Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Zuhal Demir over het manifest gebrek aan vergunde schietstanden in Vlaanderen. Uit het antwoord dat ik mocht ontvangen stelt de minister dat het niet de taak van de Vlaamse overheid is om kleiduifschietstanden in Vlaanderen te faciliteren. Bovendien blijkt dat de schietstand in Ruisbroek nog geen nieuwe omgevingsvergunning kreeg. Zo dreigt er een erkende schietstand in Vlaanderen weg te vallen, terwijl er al een nijpend tekort aan Vlaamse schietstanden is.

Echter krijgen burgerschietclubs het steeds moeilijker om een exploitatievergunning te verkrijgen en worden zij vaak genoodzaakt om te herlokaliseren of een aangepast planningsproces te volgen. Zo zou de Brabantse Shooting Club te Ruisbroek bijvoorbeeld moeilijkheden ondervinden om een nieuwe exploitatievergunning te krijgen. Wil een Limburgse kleiduifschutter, sportschutter of jager gaan kleiduifschieten in Vlaanderen, is hij of zij aangewezen op de schietstanden Klein-Brabantse Shooting Club in Ruisbroek-Puurs, Tir Der Kempen in Herentals of Zelzaatse Kleischutters in Zelzate.

Militaire schietstanden worden voornamelijk beperkt tot politie of douanediensten en andere overheidsbehoeften. Nieuwe vergunningen voor het gebruik van militaire schietstanden door burgerclubs worden niet meer toegestaan. Naar aanleiding van een schrijven op 17 december 2020, wees u als minister op het feit dat er regelmatig militaire terreinen vrijkomen die door de Vlaamse overheid onteigend kunnen worden.

Vlaamse en Waalse schietstanden zouden op korte termijn geholpen kunnen worden indien er opnieuw domaniale vergunningen worden verleend voor het gebruik van militaire domeinen. Het is ook een kwestie van zuinig ruimtegebruik om burgerclubs toe te laten op militaire domeinen.

Wat betreft het transversaal karakter van de schriftelijke vraag: de Gemeenschappen zijn bevoegd voor sport. De militaire domeinen vallen onder de bevoegdheid van Defensie wat een federale bevoegdheid is. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen.

Graag vernam ik van de geachte minister:

1) Erkent ze de nood aan efficiënt ruimtegebruik en de nood aan gedeeld ruimtegebruik ook tussen militaire overheden en private initiatieven?

a) Wat is de reden dat er geen nieuwe vergunningen worden toegestaan voor het gebruik van militaire schietstanden door burgerclubs?

b) Plant ze overleg te plegen met de gemeenschapsministers van Sport om dit in de toekomst terug toe te staan met het oog op mogelijkheden voor kleiduifschieten?

2) Acht ze een wetswijziging noodzakelijk om privatieve initiatieven op militaire domeinen toe te laten? Zo ja, wat zouden de criteria zijn om private initiatieven op militaire domeinen toe te staan? Zo neen, kan ze dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 23 december 2022 :

1) De aanwending van het militaire domein is gebonden aan de militaire functie ervan en dus voorbehouden aan activiteiten die verband houden met de opdracht van Defensie. Het ter beschikking stellen van militaire infrastructuur aan derden of enig gedeeld ruimtegebruik zoals bedoeld door het geachte lid, is daarom altijd precair en aan voorwaarden onderworpen. Deze voorwaarden zijn terug te vinden op de website van Defensie. Zo mag ondermeer het militair gebruik niet in het gevaar worden gebracht en moet worden bekeken of er alternatieven in de private sector aanwezig zijn. Het eventuele derdengebruik van militaire installaties is ook onderworpen aan de verplichting om de nodige burgervergunningen te bekomen. De meeste van onze oefenterreinen maken bovendien deel uit van een samenwerkingsovereenkomst inzake natuurbehoud met de Gewesten, wat het bijkomend aftoetsen van een beoogd derdengebruik aan de ecologische draagkracht van het domein noodzakelijk maakt.

Defensie stelt nu reeds ad hoc haar militaire infrastructuur en domeinen ter beschikking van derden als hieraan tegemoet kan gekomen worden volgens de geldende regelgeving.

a) Ten gronde is er niets veranderd aan de algemene politiek van Defensie wat het medegebruik van haar militaire schietstanden door burgerschietclubs betreft sinds uw laatste schriftelijke vraag nr. 7-1218 van 28 april 2021.

b) Het zijn inderdaad de Gemeenschappen die bevoegd zijn in het domein van de sport. Als zij nood hebben aan bijkomende terreinen voor sportbeleving, kunnen zij via een onteigeningsprocedure militaire terreinen die niet langer door Defensie worden gebruikt en als dusdanig gedesaffecteerd werden, eventueel verwerven en vervolgens herbestemmen.

De militaire functie van een militair domein primeert te allen tijde op andere doeleinden. Zoals in het eerste deel van de vraag van het geachte lid aangegeven, staat Defensie reeds een voorwaardelijk ad hoc gebruik toe wat de meeste noden inzake recreatie lenigt. Een wetswijziging wordt bijgevolg niet vooropgesteld.