Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1737

van Steven Coenegrachts (Open Vld) d.d. 6 september 2022

aan de vice-eersteminister en minister van Economie en Werk

Cryptomunten - Minen - Kwalificatie als beroepsinkomst - Boekhoudkundige verwerking

virtuele munteenheid
fiscaliteit

Chronologie

6/9/2022Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/10/2022)

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1738

Vraag nr. 7-1737 d.d. 6 september 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 25 mei 2021 publiceerde de dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (DVB) haar jaarverslag 2020. Volgens dit verslag dienen inkomsten gegenereerd door het minen van cryptomunten gekwalificeerd te worden als beroepsinkomsten. Het voordeel van de kwalificatie als beroepsinkomen is natuurlijk wel dat de installatie als beroepskost kan afgeschreven worden.

Terwijl het belang van virtuele munten de laatste jaren aanzienlijk gestegen is, heeft het gebrek aan duidelijke richtlijnen, zowel op nationaal als internationaal vlak, met betrekking tot de waardering en weergave van virtuele munten in de jaarrekening geleid tot uiteenlopende praktijken in de boekhoudkundige verwerking van deze valuta.

In die zin heerst er onduidelijkheid op welke wijze het minen van cryptomunten boekhoudkundig dient te worden verwerkt. Het minen van cryptomunten impliceert het goedkeuren van een transactie, uitgevoerd in een virtuele munt, door de gegevens te encrypteren en ze op te nemen in de blockchain. Het minen gebeurt aan de hand van zeer krachtige computers die dit grootboek van rekeningen helpen te onderhouden. Ze helpen te bevestigen dat een nieuwe transactie in de blockchain legitiem is. De miners worden beloond door transactiekosten en door nieuw aangemaakte cryptomunten.

Een juiste beoordeling van de virtuele munten (en van de eventuele waardeverminderingen) in de balans van een onderneming is van wezenlijk belang en de boekhoudkundige verwerking van de virtuele munten wordt bepaald door het gebruik ervan. Een miner kan in principe zijn cryptomunten zeer lang aanhouden en pas na heel wat jaren verkopen, ook als hij op dat moment niet langer als miner actief is.

Wat betreft transversaal karakter: economie en het bedrijfsleven is een gewestelijke bevoegdheid. De vennootschapsbelasting daarentegen is federale materie.

Graag vernam ik van de geachte minister:

1 Is hij van oordeel dat het minen van cryptomunten gekwalificeerd dient te worden als een beroepsinkomst?

2) Op welke wijze moet het minen van cryptomunten, rekening houdend met het voorzichtigheidsbeginsel en het beginsel van het getrouwe beeld van de jaarrekening, boekhoudkundig verwerkt worden?

3) Zal hij in het licht van het rechtszekerheidsbeginsel initiatieven nemen om een duidelijk kader te scheppen aangaande de boekhoudkundige verwerking van cryptomunten?