Landbouwgronden - Overlast van burgers - Schade - Aansprakelijkstelling - Identificatie van de dader - Rechten van de eigenaar
landbouwgrond
eigendom van goederen
vandalisme
plattelandstoerisme
civiele aansprakelijkheid
| 11/5/2022 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 9/6/2022) |
| 23/6/2022 | Antwoord |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1627
Niet alleen de coronacrisis heeft veel mensen naar het platteland gelokt, ook het voorjaar brengt het nodige toerisme met zich mee. Bromfietsers, fietsers en wandelaars trekken richting de landbouwgebieden om er te struinen tussen velden, bloesems of bloemenranden. Dat kan soms de nodige overlast met zich meebrengen. Landeigenaars zien de hoeveelheid zwerfvuil of vandalisme toenemen. Bloemenranden die kaderen in beheerovereenkomsten die landbouwers afsluiten om erosie te bestrijden, akker- en weidevogels te beschermen of kwetsbare landschapselementen te bufferen, zijn een gegeerde stop voor toeristen. Als die stroken betreden worden, kunnen ze beschadigd geraken, schiet het aanleggen ervan zijn doel voorbij, én riskeert de landbouwer bovendien een lagere vergoeding te krijgen voor zijn beheerovereenkomst.
Op 1 september 2021 trad het nieuwe goederenrecht in werking. Wat de toegang tot landbouwgronden betreft, stelt één van de nieuwe bepalingen van de wet letterlijk: «Wanneer een onbebouwd en onbewerkt onroerend goed niet is afgesloten, mag ieder er zich op begeven tenzij de eigenaar van dit perceel schade of hinder hiervan ondervindt of op duidelijke wijze kenbaar heeft gemaakt dat het verboden is voor derden om zonder zijn toestemming de grond te betreden.» (artikel 3.67 van het Burgerlijk Wetboek, boek 3 «Goederen», titel 3 «Eigendomsrecht»).
Met de kwalificatie «onbewerkt» wordt dus elke vorm van landbouwgrond uitgesloten. Een weide of akker zomaar betreden blijft dus verboden, ook al wordt het stuk grond dat jaar niet bewerkt in het kader van bijvoorbeeld teeltrotatie.
Wanneer een landeigenaar schade ondervindt aan zijn of haar gewassen of percelen, zou hij of zij de betrokkene aansprakelijk kunnen stellen voor de geleden schade. Doch mogen die betrokkenen aan de landeigenaar weigeren om hun identiteitsgegevens mee te delen. De landeigenaar is daarom steeds aangewezen op een tussenkomst van de ordediensten.
Wat het transversaal karakter van de schriftelijke vraag betreft: toerisme en landbouw zijn beide Vlaamse bevoegdheden. Ordediensten en GDPR (general data protection regulation, algemene verordening gegevensbescherming – AVG) zijn een federale bevoegdheid. Het betreft dus een transversale aangelegenheid.
Ik heb hierover volgende vragen:
1) Ontvingen de geachte ministers reeds signalen van landeigenaren over de machteloosheid bij vernieling van gewassen of percelen?
2) In hoeverre kunnen landeigenaren die schade ondervinden betrokkenen aansprakelijk stellen voor de toegebrachte schade?
3) Wat zijn de rechten van eigenaren om mensen die hun eigendom betreden te kunnen identificeren?
Net zoals u, ben ik verbaasd vast te stellen in welke mate deze ongemanierdheden schadelijk zijn voor onze landbouwers. Ongeacht of het gaat om het vertrappelen van teelten tijdens wandelingen, gemotoriseerde voertuigen die velden doorkruisen, hekken die worden opengelaten in de wei, het dumpen van afval, enz., de lijst is te lang om er hier op in te gaan.
Als voorbeeld wil ik de getuigenis vermelden van verschillende landbouwers tijdens de sneeuwperiodes van januari dit jaar, de komst van dagtoeristen op ons platteland verliep zonder het minste respect en liet veel sporen na van hun doortocht in de streek van Theux.
Zoals u echter benadrukt in uw vraag, gaat het hier om gedrag dat schade veroorzaakt die omkaderd is door een wetgeving, waar ik bovendien niet bevoegd voor ben.
Wat betreft de procedures tot schadeloosstelling, en de controle op deze inbreuken, nodig ik u dus uit u te richten tot mijn collega belast met Justitie.