Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1451

van Steven Coenegrachts (Open Vld) d.d. 20 januari 2022

aan de vice-eersteminister en minister van Economie en Werk

Meester-leerlingtraject - Toekenning van een Vlaamse beurs - Impact op werkloosheidsuitkeringen, pensioen of leefloon

studietoelage
werkloosheidsverzekering
pensioenregeling
sociale uitkering
assistentschap

Chronologie

20/1/2022Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/2/2022)
22/2/2022Antwoord

Vraag nr. 7-1451 d.d. 20 januari 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Binnen de subsidies van het departement Cultuur van de Vlaamse regering kennen we de beurzen voor het doorgeven van vakmanschap in een meester-leerlingtraject. Die beurs moet dienen als financiėle ondersteuning voor vakmensen die hun kennen en kunnen doorgeven aan personen die bij hen in de leer gaan. Niet alleen ambachten maar ook toegepaste kunsten, podiumkunsten zijn voorbeelden van vakmanschap die aanspraak kunnen maken op de beurs binnen het traject.

Bij de vorige beursrondes deden maar liefst 175 meesters en leerlingen mee en startten ze hun samenwerking in 62 beurstrajecten. Onder de FAQ's (frequently asked questions) vinden we onder andere een antwoord op de vraag of het ontvangen van een beurs mogelijk een impact heeft op een werkloosheidsuitkering, pensioen of leefloon.

Men stelt dat het ontvangen van een beurs wel degelijk invloed heeft op een werkloosheidsuitkering en men verwijst hiervoor naar de website van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA): «Voor een persoonlijk advies kunt u terecht bij de consulenten van Cultuurloket, een organisatie die zakelijke ondersteuning biedt voor de cultuursector.»

Transversaal karakter van de vraag: het meester-leerlingtraject en de gekoppelde beurs valt onder de Vlaamse bevoegdheid inzake cultuur. De impact van het verkrijgen van een beurs kan echter impact hebben op de werkloosheidsuitkering, pensioen of leefloon. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gewesten.

Ik heb hierover volgende vragen:

1) Kan de geachte minister gedetailleerd meedelen welke de mogelijke impact is op werkloosheidsuitkering, pensioen of leefloon wanneer de betrokkene een beurs krijgt in het kader van een meester-leerlingtraject?

2) Erkent hij dat dit een nadelige impact kan hebben op de beleidsdoelstelling van de Vlaamse regering en zo ja, wat zal hij ondernemen om hieraan te verhelpen?

3) Heeft hij zicht op het aantal werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en leeflonen (voor tijdelijke werkloosheid door corona) waarop de ontvangen beurs daadwerkelijk een impact heeft gehad?

4) Acht hij het mogelijk dat in het licht van de coronacrisis en de tijdelijke werkloosheid die hiermee gepaard gaat of ging eventueel voorzien wordt in een uitzondering? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan dit worden toegelicht met betrekking tot de inhoud en het tijdschema?

Antwoord ontvangen op 22 februari 2022 :

1) Het antwoord op deze vraag hangt af van het statuut van de persoon die zich in een meester-leerlingrelatie bevindt in het kader van de overdracht van vakmanschap.

Als de activiteit wordt uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige in hoofdberoep, verliest de werkloze het recht op een werkloosheidsuitkering. Om een werkloosheidsuitkering te kunnen ontvangen, moet de werkloze zonder arbeid en zonder loon zijn (artikelen 44 en 45 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 betreffende de werkloosheidsreglementering).

Als de werkloze zelfstandige in bijberoep is, kan hij het recht op de uitkeringen behouden op voorwaarde dat hij voldoet aan de cumulatievoorwaarden beschreven in artikel 48 van het koninklijk besluit. Hij kan de activiteit dus aanvangen en uitoefenen tijdens zijn werkloosheid in het kader van de maatregel «Springplank naar zelfstandige».

Als de werkloze noch loontrekkende noch zelfstandige is, moet worden bepaald of de uitgeoefende activiteit in de zin van de werkloosheidsreglementering als arbeid moet worden beschouwd en of het financiële voordeel als loon moet worden beschouwd.

In het kader van die reglementering wordt als arbeid beschouwd:

de activiteit verricht voor zichzelf die kan ingeschakeld worden in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit;

de activiteit verricht voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen.

Tot bewijs van het tegendeel wordt elke activiteit verricht voor een derde geacht een loon of een materieel voordeel op te leveren.

Als de activiteit beperkt blijft tot een leertraject en niet gepaard gaat met enige commerciële activiteit, kan worden aanvaard dat de werkloze, wanneer hij deelneemt aan het bovengenoemde traject, zich in een «opleidingsverhouding» bevindt en dat het financiële voordeel in het kader van de opleiding wordt toegekend.

Krachtens de werkloosheidsreglementering (artikel 46 van het koninklijk besluit) wordt als loon beschouwd: de voordelen die worden toegekend aan de werknemer in het kader van, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, ongeacht de betalingswijze en het tijdstip waarop de voordelen worden toegekend. Die voordelen zijn cumuleerbaar binnen een bepaalde inkomensgrens op voorwaarde dat de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling zijn toestemming heeft gegeven voor het volgen van de opleiding. Bovendien heeft de gewestelijke dienst ook de bevoegdheid om de werkloze vrij te stellen van beschikbaarheid op de arbeidsmarkt.

Zonder toestemming of vrijstelling van de gewestelijke dienst kunnen de inkomsten leiden tot het verlies van de werkloosheidsuitkeringen, tenzij kan worden aangetoond dat het uitsluitend om een vergoeding van werkelijke kosten gaat of dit uit een attest van de belastingdienst blijkt.

2) & 4) Het is waar dat de verdeling van de bevoegdheden tussen de federale regering en de deelstaten ertoe kan leiden dat bepaalde door de federale regering beoogde maatregelen vertraging oplopen of zelfs moeilijk uitvoerbaar zijn vanwege het federale kader.

Met betrekking tot het probleem dat u noemt, moet u weten dat ik momenteel werk aan de uitvoering van de kennisgevingen van oktober 2021 van de begroting. Een van de daarin aanbevolen maatregelen bestaat in een verhoging van de plafonds voor de cumulatie van werkloosheidsuitkeringen en een regionale premie voor een geslaagde opleiding in een knelpuntberoep of een opleidingstoelage.

In dit verband zal ik een tekst voorstellen die de volledige cumulatie van deze uitkeringen met werkloosheidsuitkeringen mogelijk maakt.

Deze tekst zou u een oplossing moeten bieden.

3) De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) beschikt niet over cijfergegevens hieromtrent.